Hoe help ik de dieren in mijn tuin

Er zijn meer van dit soort gidsjes, maar dit is een hele fijne. Wat er in staat klopt. Het zit vol leuke weetjes, uitleg en tips. En het is op een hele toegankelijke manier opgeschreven. Een aanrader voor zowel de relatieve leek, als voor de wat meer gevorderde tuin- of natuurliefhebber. En, niet te vergeten, voor al die (groot)ouders met (iets grotere) kinderen die begaan zijn met de natuur en die regelmatig moeilijke vragen stellen.


Onze vijver is natuurrijk met onder andere veel libellen en juffers.

Vorige week schreven we hier al over De Tuinjungle, van de hand van de Britse bioloog Dave Goulson. Onze conclusie na het lezen van dat boek was: Iedere Tuin Helpt. Maar Goulson vertelt vooral verhalen en anekdotes in zijn boek – hij geeft slechts zeer beperkt praktische tips. De tips die hij geeft zijn ook nog eens verspreid in de tekst opgenomen en dus alleen toegankelijk voor degenen die voldoende begaan zijn met het onderwerp biodiversiteit en het hele boek lezen.
Niet getreurd: KNNV Uitgeverij kwam precies op tijd voor het nieuwe tuinseizoen met ‘Hoe help ik de dieren in mijn tuin’, een boek dat bol staat van de praktische tips. En ook van dit boek is de boodschap: Echt waar, tuinen zijn belangrijk voor biodiversiteit. Je kunt van iedere tuin, patio, balkon, parkeerplaats, enzovoorts, een natuurlijk paradijsje maken.

Vragen, vragen, vragen

Mijn kinderen zijn al best groot. Maar nog altijd is het leuk om met ze naar buiten te gaan. En dan blijkt dat een kind soms iets opvalt wat volledig aan jouw aandacht was ontsnapt.
Of een vraag stelt waarvan je denkt: “Tja. Goeie vraag. Ehmmm…”, zelfs als je zelf al veel denkt te weten over de natuur.
Ik vind het altijd belangrijk om een serieus antwoord te geven op dat soort vragen – en ik vind het zelf ook leuk om het antwoord te weten. Internet biedt vaak snel uitkomst, maar soms ook niet – de nuance raakt zoek, en het is niet altijd makkelijk te beoordelen of de informatie betrouwbaar is. Dit boek kan dan helpen.

‘Hoe help ik de dieren in mijn tuin’ is een aantrekkelijk, toegankelijk opzoekboek, dat er goed in slaagt om antwoord te geven op concrete vragen. En, niet te vergeten, achtergrondinformatie te bieden zonder te verzanden in details. Vol met wetenswaardigheden. Let wel, het is zeker geen kinderboek. Maar wel een boek voor iedere liefhebber van tuin en natuur ‘om het huis’, ook die met (klein)kinderen.

TitelHoe help ik de dieren in mijn tuin –
Inspirerende ideeën om het dierenleven in de tuin te verrijken
VanHelen Bostock & Sophie Collins (vertaald uit het Engels door Frank van der Knoop)
Uitgever KNNV Uitgeverij
ISBN978 90 5011 727 2
Verschenenfebruari 2020
Prijs€ 21,95
Verkrijgbaar bijKies voor de boekhandel van steen en cement. En àls je een webshop prefereert, kies dan de onze, dan steun je onze activiteiten.

Korte stukjes die telkens een vraag beantwoorden

‘Hoe help ik’ bestaat uit een groot aantal korte hoofdstukjes, die meestal een dubbele (en soms een enkele) pagina beslaan. De stukjes hebben steeds een vraag als titel en zijn losjes gegroepeerd rond 5 thema’s:
– lucht,
– grond,
– water,
– dieren helpen, en als laatste
– Het Grote Geheel

Ook in dat laatste hoofdstuk vind je overigens vooral praktische onderwerpen, zoals ‘Is mijn tuin wel veilig voor kinderen?’ Ondanks de vijf thema’s staan de korte hoofdstukjes toch nogal door elkaar. Als je in het boek gaat zitten lezen (of bladeren) dan is dat leuk, omdat je daardoor soms verrassende dingen tegenkomt. Maar als je iets wil opzoeken is het een beetje onhandig. Gelukkig is er achterin een goed register. Zodat als je iets zoekt over, laten we zeggen, vuurtjes stoken of nestkastcamera’s, je dat snel kunt vinden. Maar als je kleinkind in je tuin bloemen vindt waar gaatjes in zitten en je wil samen opzoeken wie dat gedaan heeft, dan wordt het lastiger. Dan moet je de (lange) inhoudsopgave doorwerken om te ontdekken dat er een hoofdstukje in het boek staat met als titel: ‘Wie bijt die gaatjes onderin mijn bloemen?’ waarin dat mysterie nu eindelijk eens heel helder wordt uitgelegd.


Een vraag waar menigeen mee worstelt als er zaadpakketten met fraaie bloemen worden aangeboden.

Aantrekkelijk en inhoudelijk sterk

Het boek – formaat (veld)gids – bevat behoorlijk wat tekst, maar ook op iedere pagina plaatjes, en er wordt slim met kaders gewerkt. Daardoor wordt het nergens langdradig. Het helpt ook dat de schrijfsters er goed in zijn geslaagd om zaken kernachtig te verwoorden. Het resultaat is een toegankelijk en aantrekkelijk boek dat absoluut niet oppervlakkig is. Er is zowel voor de leek als voor de wat meer gevorderde tuin- of natuurliefhebber veel leuks in te vinden. Plus, wat ik persoonlijk erg fijn vind: Wat er in staat klopt. Het is gebaseerd op moderne inzichten en waar nodig worden er mythes doorgeprikt. Een voorbeeld is het hoofdstukje ‘Moet ik vogels het hele jaar voeren?’ waarin helder wordt uitgelegd dat het echt een mythe is dat je vogels niet mag bijvoeren in de zomer.


Prima uit het Engels vertaald

‘Hoe help ik de dieren in mijn tuin’ is uit het Engels vertaald en in Groot-Brittannië vorig jaar uitgegeven onder auspiciën van de eerbiedwaardige Royal Horticultural Society. Dan moet het wel goed zijn!
De Nederlandse vertaling is prima en op veel plaatsen is er moeite gedaan om iets aan te passen naar de Nederlandse situatie. Bijvoorbeeld in het hoofdstukje ‘Waar zijn spinnen goed voor?’ waar het aantal spinnensoorten dat er voorkomt keurig is aangepast naar ‘in Nederland al bijna 700’. Dat is fijn zorgvuldig en zo zijn er meer voorbeelden. Dergelijke aanpassingen mag je ook wel van een uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging ook wel verwachten.
Dat het voorwoord van het boek wel erg Engels is gebleven zien we dus door de vingers. Net als het hoofdstukje over dassen die gazons omploegen – een probleem dat in Nederland niet of zelden voorkomt.

Hoewel in onze verlengde achtertuin, de Wolfhezer Heide en Bossen, wel een dassenburcht is en we in ons eigen stuk aanpalende stuk bos wroetwerk aantroffen dat, volgens Dierensporen in Europa best wel eens van een das zouden kunnen zijn.


Volgepakt met informatie

Hoe dan ook, dit boek zit echt volgepakt met informatie. Van alles door elkaar: simpel en meer complex, over allerlei onderwerpen, heel praktisch en ook soms met meer achtergrond informatie. Hartstikke leuk. Om een idee te geven:

1. ‘Bestaan er schadelijke insecten?’. Een compacte en heldere uitleg over diversiteit en evenwicht, met een prachtige conclusie die ik u alvast verklap: ‘Voor wie diervriendelijk wil tuinieren kunnen bepaalde soorten insecten soms irritant zijn, maar je mag ze nooit als schadelijk beschouwen.’ De volgende keer dat ik slakken aan het rapen ben zal ik daar aan denken.

2. ‘Gaan honingbijen in bad?’. Nogmaals, dit is dus geen kinderboek, maar ik zie een kind helemaal die vraag stellen. Dus uitermate geschikt om met (iets grotere) kinderen mee aan de slag te gaan als er buiten iets wonderlijks gespot is. En dat hoeft niet in de tuin te zijn!

3. ‘Wat moet ik doen met een gewonde vogel?’. Concrete tips die serieus kunnen helpen het juiste te doen. En ook concrete tips van meer diepgaande aard: ‘Hoeveel biotopen kan ik in mijn tuintje kwijt?’. Die kunnen serieus helpen bij aanleg of inrichting van een tuin die werkt voor mensen en voor natuur.


Schattig en minder schattig

Misschien wel het beste aspect van dit boek is dat schattige en minder schattige dieren er allemaal hun plek in hebben gekregen. Dus naast egels, vogels, vlinders, lieveheersbeestjes en bijen komen hier ook minder aansprekende (of zelfs voor veel mensen griezelige) creaturen aan bod. Wespen, mieren, duizendpoten, slakken, wormen, pissebedden, hooiwagens, spinnen, kevers, bladluizen… Ze worden met liefde beschreven en hun functie in het grotere geheel wordt uitgelegd. Waardoor je er toch echt anders naar gaat kijken, of je (klein)kinderen kunt helpen er anders naar te kijken.

Dit boek heeft dus veel te bieden. Je kunt het van kaft tot kaft lezen, maar je kunt het ook beschouwen als naslagwerk, of misschien beter: opzoekboek. Een aanrader.

Plaats een reactie

Verschijnt een à twee keer per maand. Met een breed scala aan onderwerpen uit het groenere leven en lekkere recepten.

Kijk in ‘spam’ of ‘reclame’ wanneer u niet binnen een paar minuten een e-mail ontvangt.