Een half uurtje heb je nodig om deze spinazietaart te maken. Smaakt uitstekend. Verse spinazie met wat tomaten (en zongedroogde tomaten), ui en knoflook. En een laagje Parmezaanse kaas.
Wij gebruiken een lage taart-(quiche)-vorm. Wij hebben grote plakken bladerdeeg, iets van A3-formaat of 1/1 GN (GN = gastronorm, de maatvoeringstandaard in de professionele keuken).
Met zo'n grote is het makkelijk, maar met een stuk of wat kleine plakken bladerdeeg aan elkaar of hartig taartdeeg, maakt u ook een goede bodem. Vouw bladerdeeg iets over de rand en prik wat gaten in de bodem.
Verwarm de oven voor op 200-220o C.
Bak de taart met bodem vijf a tien minuten voor. Bladerdeeg zal opblazen, maar dat kan je voor het vullen weer terugdrukken.
Laat zo veel mogelijk steel aan de spinazie zitten. Was het – drie x wassen is schoon, zegt men in Wageningen bij WUR – en laat het uitlekken of slinger het lichtjes droog.
Doe er de fijngehakte peper door en kort daarna de spinazie. Dat zal wel niet in een keer lukken, dus telkens een hoeveelheid in de pan, omscheppen en laten slinken. Zo gauw het geslonken is, vuur uit. Het moet geen gare pap worden. Laat wat afkoelen – wij doen dat uitgespreid op een grote snijplank.
Ondertussen meng je in een ruime kom de ricotta, drie eieren, reepjes zongedroogde tomaat. De verse tomaat snij je in blokjes van pakweg 1 cm. Meng dat – met het nat – er ook door.
Als het spinaziemengsel voldoende lauw is, meng dat dan door het ricottamengsel. Dit is de vulling voor de taart.
Naar smaak peper en zout toevoegen. Zie opmerking 3.
Giet het uit in de voorgebakken quichevorm, strijk het glad, bestrooi met de Parmezaanse kaas en laat het twintig minuten of meer in de oven bakken.
Dit fijne recept komt van de website MergenMetz. Op foto's en tekst rusten auteursrechten. Vraag even toestemming als u iets wilt overnemen.