Aspergesoep is niet moeilijk te maken: je maakt het van enkele asperges en veel aspergeschillen. En dan heb je een verrukkelijke soep.
Doe de schillen en kontjes (dus het afval) in een pan met een laagje water en breng het aan de kook. Vuur laag draaien en laat maar een uurtje trekken.
Doe na pakweg een half uur de hele asperges erbij.
Dan zeven, d.w.z. de schillen eruit halen en wegdoen. Kontjes mogen bewaard blijven, mits deze waren geschild. (Dus na het schillen van de asperge zijn afgesneden.)
De bouillon en de gekookte stukken asperge dus bewaren.
Zet een pan op het vuur. Smelt de boter en meng dat met de bloem – gebruik een zeef om meteen maar de klonten te voorkomen. Roer goed en maak een roux. (Een echte roux is 1:1 boter:bloem, deze is wat dunner.)
Meng dit scheut voor scheut en grotere scheuten met de aspergeaftreksel. Dan krijg je een witte soep.
Doe de stukken asperge erbij en zet een staafmixer er op. (Je kunt ook wat stukken bewaren, kleiner snijden en die dan in de soep doen voor de extra beet.)
Breng de soep op smaak met zout. Eventueel wat verdunnen als het te dik is of misschien net te weinig is voor het aantal mensen.
Serveer met wat groene kruiden erover.
Zoekend op het internet, zie je dat veel mensen de aspergeschillen in bouillon koken. Tja. Wat wij hier maken is een hele pure smaak met het zout als smaakversterker.
Dit fijne recept komt van de website MergenMetz. Op foto's en tekst rusten auteursrechten. Vraag even toestemming als u iets wilt overnemen.