Een simpele, eenvoudige en o zo lekkere appeltaart, die doet denken de taart die Oma Duck in haar vensterbank zet. (En Gijs Gans vervolgens opeet.)
Verwarm de oven voor op 220℃.
Bak de appelbrokjes op matig vuur in wat roomboter in een grote koekenpan. Niet tè lang, het moet geen moes nemen. Uit de pan nemen en af laten koelen. (Zie opmerkingen.)
Zeef het bloem, snipper de boter erdoor en verkruimel het met de vingers. Doe dan het water en een beetje zout erbij en kneed er met de hand een fraaie bal deeg van. Splits deze in twee gelijke helften.
Rol de ene helft uit tot een cirkel van ca. 20 cm (neem bijv. een ontbijtbord als maat en snij het overtollige langs de bordrand weg).
Leg hierop de afgekoelde gebakken appelen. Het mag een hoopje zijn. Strooi er wat suiker over. Houd een paar centimeter van de rand vrij. Maak deze wat nat met water.
Rol van de rest van het deeg een grotere lap en drapeer deze over de appelhoop.
Druk voorzichtig met de vingers de randen van de twee plakken deeg dicht. Het moet goed dicht zijn.
Druk er met de vingers een fraai profiel in en snij het overtollige deeg weg.
Plooi de rand met duim en wijsvinger ietwat omhoog.
Prik wat gaten in het oppervlak van de taart en zet 'm voor 30-40 minuten in de oven.
Neem de taart eruit, laat wat afkoelen en bestrooi 'm met poedersuiker.
Je kunt ook blokjes appel met wat suiker mengen en daarmee de taart vullen. Dat gaat uitstekend.
Dit fijne recept komt van de website MergenMetz. Op foto's en tekst rusten auteursrechten. Vraag even toestemming als u iets wilt overnemen.