Het lijkt niet te kunnen: aardperen zijn late herfst en winter. Lente-ui riekt naar voorjaar. Maar lente-ui groeit het vrijwel hele jaar. Een mooi gerechtje voor de nawinter.
Schil de aardperen, was ze en dep ze droog. Snijd in dunne plakken, hooguit ½ cm dik.
Verwijder de wortels en lelijke bladeren van de lente-ui, maar snij het groen er niet af. Wassen en droogdeppen. Halveer ze overdwars. (Als ze dikke bolletjes hebben, snij die dan ook overdwars door.)
Doe de boter of ghee in een braadpan en zet die op halfhoog vuur. Leg de lente-uitjes erin als de boter begint te bruisen. Omscheppen en het vuur temperen. Giet er 1 dl. water bij. Laat, onder af en toe omscheppen, koken tot het water is verdampt.
Voeg de aardperen, peper en zout toe en schep alles om.
Giet er nog 1 dl. water bij en laat sudderen tot het water is verdampt. Schep onderwijl de aardperen en uitjes af en toe om en controleer of ze gaar zijn.
Als ze heel vers zijn, zijn ze sneller gaar dan het water is verdampt. Zet in dat geval het vuur hoger, zodat het sneller verdampt. Als ze nog niet gaar zijn, wat lepels water toevoegen. Enfin, uitproberen dus.
Na ca. 20 minuten moet het wel gaar zijn. Op smaak brengen met evt. nog wat zout.
Dit fijne recept komt van de website MergenMetz. Op foto's en tekst rusten auteursrechten. Vraag even toestemming als u iets wilt overnemen.