Een bijzonder smaakvolle risotto met stukken asperges en grijze garnalen, en om het helemaal iets van De Lage Landen te maken: met een kloeke scheut genever en oude kaas.
Schil de asperges. Stoom ze in een kwartier in een mandje boven een pan water. (Of in een stoomoven. Dat duurt pakweg 13 minuten.)
Doe de schillen met wat zout in het water om een krachtige aspergebouillon te trekken. (Dit duurt een half uurtje.)
Verwarm de olijfolie met een derde deel van de boter in een kasserol/stevige gietijzeren pan en fruit hierin de sjalot glazig.
Draai het vuur hoger, voeg de risottorijst toe en laat de rijst al omscheppend glazig van het vet worden.
Doe de wijn in de pan, draai het vuur weer lager en wacht tot de wijn nagenoeg verdampt is. Herhaal met de jenever. Vuur laag.
Zeef het stoomvocht van de asperges – of de getrokken bouillon – en voeg dit, al roerend, in delen toe.
Schenk er telkens pas nieuw vocht bij als de vorige scheut bijna door de rijst is opgenomen. Blijf roeren!
Ga zo door tot de risotto beetgaar is.
Snijd onderwijl de asperges in ca. 1 cm lange schuine stukjes.
Schep ze, samen met de kaas, garnalen en resterende boter door de rijst.
Draai het vuur uit, leg een deksel op de pan en laat de risotto 2 minuten rusten. Proef, maak op smaak met zout en veel versgemalen peper en bestrooi met peterselie.
De boeren goudse oplegkaas staat in Slow Food's Ark van de Smaak.
Dit fijne recept komt van de website MergenMetz. Op foto's en tekst rusten auteursrechten. Vraag even toestemming als u iets wilt overnemen.