Recepten met melde

Melde

Deze pagina dateert van 27 december 2015 en wordt februari 2026 be- en bijgewerkt

Leestijd: 15 minuten

Inhoudsopgave

Atriplex hortensis

Tuinmelde, tamme melde, hof-melde (Nederlands); orache, arrach, garden orache, red orache, mountain spinach, French spinach, butter leaves, sea purslane (Engels); Gartenmelde, Spanischer Salat, Spanischer Spinat, Bergspinat, Orache (Duits); arroche jardins (Frans); armuelle, bledos molles (Spaans); Atriplice degli orti, armola, trapese (Italiaans)

Naam

Atriplex slaat op de driehoekige vorm van het blad en hortensis op het feit dat het in de tuin (hortus) wordt geteeld.

Melde is een zeer oude naam. Het komt via het Middelnederlands en Oudhoogduits (melta, melda) van het Protogermaanse meldวญ, dat poederig betekent. Zie het verband het woord meel. Meldes hebben een soort poederachtig laagje op het bladoppervlak. Maar het kan ook van het Protogermaanse mal komen, dat staat voor verpulveren.

Plant

Ze lijkt op de melganzevoet (ook eetbaar) die smallere bladen geeft. Uiteindelijk zijn ze beide lid van de amaranthaceae, de amarantenfamilie, waartoe ook spinazie behoort. Tuinmelde is een eenjarige en kan wel twee meter hoog worden, de groei is – een beetje – piramidevorm. De bladeren lijken een beetje melig ‘berijpt”, hebben een min of meer spitse vorm en de bladrand is soms enigszins gekarteld. De tuinmelde bloeit in de gematigde breedtegraden van juli tot september. De bloemen staan in de oksels van schutbladeren in trossen in eind- of zijstandige, samengestelde, aarvormige bloeiwijzen. De groene of rode bloemen zijn mannelijk, vrouwelijk of tweeslachtig. Een dunne vruchtwand omhult het kleine zaad. Het zijn schijnvruchten, verschillend gevormd, 5 tot 10 millimeter groot. De “vruchten” gaan door de hoeveelheid en het gewicht vaak hangen.

Historie

Het is een oude, veelgebruikte groente in Midden-Europa die nu nog nauwelijks wordt gegeten. Men vermoedt dat deze melde uit Siberiรซ stamt [19]. En anderen zeggen: Midden-Oosten en de Oriรซnt.

Archeologische vondsten tonen aan dat hetย al duizenden jaren wordt gecultiveerd. Het vermoeden bestaat dat Atriplex hortensis voortkomt uit de soort A. aucheri, die uit Midden-Aziรซ stamt. In het standaardwerk van Hermann Meusel [7] wordt gesteld dat het voortkomt uit Atriplex nitens (syn: A. sagittata) en vanuit Oost-Europa is verspreid. Andere bronnen zeggen juist dat Atriplex hortensis van rond de Middellandse Zee komt en van daar via Midden-Aziรซ tot in China is verbreidt.
[3] Kiest de gulden middenweg houdt het er op dat het tijdens de opkomst van de beschavingen rond de Middellandse Zee aldaar dan ook in cultuur werd gebracht. Het werd in elk geval ook in Tibet en Bengalen geteeld. Daarover bestaat geen discussie.

Grieken en Romeinen

De oudste beschrijving van tuinmelde is van de Griek Theophrastus van Eresus, die als de eerste botanicus (de Vader van de Plantkunde) wordt beschouwd. Van hem zijn twee werken bewaard gebleven en in de vijftiende eeuw van het Grieks in het Latijn vertaald: historia plantarum (geschiedenis van planten) en de causis plantarum (over het ontstaan van planten). De Grieken noemden het atraphaxis [13], andrapaxis of anaphaxis [22].

De Griekse arts en botanicus Pedanius Dioscorides schrijft in zijn De Materia Medica (ca. 60 n Chr): “Atraphaxis, die ook Chrysolachanon (gouden groente) wordt genoemd, een bekende groente is […] die gekookt moet worden gegeten, en ook als heilzaam kruid bekend is.” Melde is dan ook afgebeeld in de zogeheten Weense Dioscorides (een 6e-eeuwse versie van De Materia Medica.) En volgens Plinius (hierna) schrijft de vader van de Westerse geneeskunde, Hippocrates, melde voor in combinatie met bieten, als middel tegen aandoeningen van de baarmoeder

Plinius de Oudere bespreekt in zijn Naturalis Historia (77 n Chr) zowel Chrysolachanon (boek 27) als ook atriplex (boek 20, hoofdstuk LXXXIII) alsof het verschillende gewassen zijn (aldus Dodoens in zijn Cruydt-Boeck). In 20.LXXXIII zegt Plinius dat Atriplex ook in het wild voorkomt. En dat Pythagoras het verfoeid. Volgens Pythagoras zou melde waterzucht, geelzucht en bleekheid veroorzaken en bovendien erg zwaar is te verteren. En, zegt Pythagoras, er zou in de tuinen niets in de buurt van melde willen groeien. [Pythagoras verfoeide ook tuinbonen en meer, MergenMetz.]

Plinius somt diverse heilzame werkingen van melde op, zoals middel tegen vergiftiging door cantharidine, als smeersel op zwellingen door ontstekingen, beginnende steenpuisten en, gemengd met oxymel (mengsel van azijn en honing) en salpeter, goed is tegen wondroos en jicht. En meer. [In boek 27 hebben we niets kunnen vinden.]

Rutilius Palladius (5e eeuw n. Chr.) beschrijft in zijn Opus agriculturae de teelt van melde; men zaait het op plekken die makkelijk te bewateren zijn [22]. Het waren dan ook de Romeinen die de tuinmelde naar het noorden, naar Midden-Europa, brachten.

Karel de Grote

In de Capitulare de Villis (812), van Karel de Grote (opgesteld door de de benedictijnse abt Ansegis van Sint-Wandrille), treffen we melde als adripias aan. Het werd dus als een waardevol kruid of groente gezien.

Het stond ook in de kloostertuin van de Abdij van Sankt Gallen (rond 820.)

Rond 1200 deed de teelt van spinazie haar opgang en nadien liep de teelt van tuinmelde als voedsel langzaam terug. In de 16e en 17e eeuw werd ze nog maar nauwelijks besproken [22]. En na de Tweede Wereldoorlog raakte het in de categorie โ€˜vergeten groentenโ€™ [2].

Melde staat in Forme of Cury, een 14e-eeuwse verzameling recepten, geschreven in het Middelengels.

In The Gardeners Dictionary van Miller (1768) is Atriplex opgenomen (Engelse namen orach of arach). Hij onderscheidt drie varianten, waaronder Atriplex caule erecto herbaceo foliis triangularibus – recht omhoog met driehoekig blad. Hiervan zegt hij: “[…] formerly cultivated in the kitchen-gardens as a culinary herb, being used as Spinage, and is now, by some persons, preferred to it;” maar, zo voegt hij er aan toe, over het algemeen niet (meer) door de Engelsen gewaardeerd, doch de Fransen kweken en gebruiken het (nog steeds).

Turner en Gerard

William Turner beschrijft melde in zijn Libellus de re herbaria (1538 – een overzicht van planten en dieren in Engeland) en het overigens areche noemde.

In hoofdstuk 41 van John Gerard’s The Herbal (1597) lezen we over orach: witte, paarse, wilde en zee-orach. Hij schrijft er weinig over maar wel dat het gekookt wordt gegeten en “that it softnet and looseth the bellie.” In de uitgave van 1636 gebruikt hij fraaiere tekeningen (maar liefst acht meldes) en is ietsiepietsie uitvoeriger voor wat betreft tekst. Maar niets over .

Rembert Dodoens


Rembert Dodoens zegt in zijn Cruydt-Boeck (1618, na zijn dood verschenen en bewerkt door Franรงoys van Ravelingen), in het Een-en-Tvvintichste Boek, 1. Capittel ‘Van Melde’ dat er “eygentlijc maer tweederley/ een Tam/ ende een Wilt” zijn. Hij behandelt in dit Capittel vijf soorten, maar hoofdzakelijk is dat wild of tam, en in twee andere hoofdstukken, elk apart, Gansenvoet en Stinckende Melde.

  1. Tamme of Hof–Melde (Atriplex satiua of A. hortensis) – ook Tamme Witte Melde (A. sativa alba)
  2. Wilde Melde (A. silvestris)
  3. Roode Melde (A. rubra)
  4. Wilde Alderleeghste Melde (A. silvestris humillima)
  5. Zee-Melde (A. marina)

Dodoens merkt op dat van de meldes (meest de tamme) er ook met “bruinrode”bruyn root” blad en stelen zijn. En rood sap geven.

“De Tamme Melde wast in de Moeshoven somtijts van selfs/ al en is sij daer niet gesaeyt.”

Wilde meldes worden aan de kanten van velden en wegen aangetroffen en “de Zee-soorte van Melde wast aan den Zeecant ontrent Trieste/ als Matthiolus betuygt/ diese daer groeyende gesien heeft.” Zeemelde is thans bekend als Atriplex halimus. En we kennen vandaag de dag ook nog twee zoutmeldes:
1. Gewone zoutmelde, Atriplex portulacoides, (synoniem: Halimione portulacoides), die in het zuidoosten van de Middellandse Zee voorkomt (zou dat de zeemelde van Matthioli zijn?)
2. Gesteelde zoutmelde, Atriplex pedunculata (synoniem: Halimione pedunculata) die onder andere ook langs de Noordzeekust voorkomt.

Dodoens vermeldt een aantal heilzame werkingen, onder andere: rauw of gekookt op zweren en gezwellen, zaad met honing tegen o.a. geelzucht, als spijse (groente) goed voor de stoelgang. Maar ook een waarschuwing: als je het veel eet word je ziek, krijg je last van je maag en, leuk – hij citeert Dionysius en Diocles – “doet dat sproet op tlijfende in daensicht groeyen” (je krijgt sproeten).

Petrus Hondius

Peter de Hond werd predikant in Terneuzen en zijn huis heette De Moufe-Schans. Hij had daar een grote botanische tuin dat hij in 1621 lyrisch beschreef in een twintigduizend regels tellend gedicht: ‘Dapes inemptae of De Moufe-schans, dat is de soeticheyt des buyten-levens vergheselschapt met de boucken’. En daarin noemt hij meerdere malen de melde. In het middelste citaat is melde deel van de bladgroenten die de stoelgang bevorderen.

In Het Nederlandtse Herbarius of Kruydt-boeck van doctor Petrus Nylandt (1682) wordt het, net als Dodoens doet, tamme of Hof-melde genoemd, om het te onderscheiden van de wilde soorten. Er is sprake van Witte Hof-melde en roode Hof-melde. Op medicinaal gebied wordt het tegen bloedzweren, hete zwellen (?) en jicht aangeraden. Ook tegen pijn van de baarmoeder en โ€˜Wormen des Buycksโ€™ โ€“ we nemen aan dat dit slaat op wormen in de buik. Ook tegen โ€˜Geelsucht uyt verstoptheyt van de Leverโ€™.

Bijbel

Ze plukken melde en bladeren van struiken, de wortels van de brem zijn hun voedsel

In Job 30:4 wordt naar melde, als armeluis eten, verwezen. Elke Bijbelvertaling die we voor Job 30:4 via Google opzochten, noemt de plant anders (Naardense Bijbel: zoutkruid; Statenvertaling: ziltige kruiden; Bijbel voor huisgezinnen: netels), maar de Jongerenbijbel komt het dichtst bij onze beleving:

De Lage Landen

Opgravingen op diverse historische locaties in Nederland en Vlaanderen tonen een rijke aanwezigheid van spiesmelde en ook (gewone) meldes. Maar in alle gevallen worden ze in de rapporten bij de wilde planten ondergebracht. Curieus is dat op de plantenlijst van Kasteel Hex uit 1791 zoutmelde, Atriplex portulacoides, staat. Deze stond of staat in โ€œBosquet dโ€™รฉtรฉ: Platte bande prรจs de la figure de floreโ€ [Zomerbosje: Platte strook bij de figuur van Flora], niet in de moestuin. Maar groenten eten was iets voor de mensen rond de Middellandse Zee. In de Lage Landen was groente eten tot pakweg midden van de Middeleeuwen iets dat een arts je voorschreef (het kookboek van Doctor Carolus Battus verscheen in 1593 en was een van de eerste Nederlandstalige kookboeken). Voor wat betreft de stadslandbouw in de Middeleeuwen, wordt Atriplex hortensis bij tuinbouw vermeld [20], maar zonder duiding. In het midden van de Middeleeuwen worden bladgroenten op de markt geรฏntroduceerd, waaronder tuinmelde [21]. De vroegste vondsten van tuinmelde zijn gedaan in Pesse (1100-1300) en ‘s- Hertogenbosch (1275-1325) [21].

Johann Hermann Knoop wijdt in zijn ‘Beschryving van de Moes- en Keuken-tuin’ (1769) een hoofdstuk aan melde. Hij noemt vier ‘zoorten of veranderingen’: witte tamme melde, grote witte gekronkelde, groene tamme en roode tamme melde, die, aldus Knoop, alleen van Koleur verschillen. Hij zegt dat ze “natuurlyk van zelfs in Tartarien en Siberien groeijen” en dat het gebruik in de keuken is als Spinagi en in Vleesch-pottagien.
“De Franschen en Hoog-duitschers maken ‘er veel werk an, maar word hier te Lande niet of zelden gebouwt, het wel meer schynt geschied te zyn in vorige tyden.” Oftewel: de teelt in Nederland is een beetje over. (Inderdaad, in H. Settegastโ€™s โ€˜Illustriertes Handbuch des Gartenbaus. Ein Hand-, Lehr- und Nachschlagebuch aus der Praxis fรผr die Praxisโ€™ uit 1909, wordt Gartenmelde na spinazie beschreven. Kort, maar voldoende.)

In het Groot Warmoeziers Handboek (1855) van T.F. Uilkens staat ook dat het uit Tartarije komt (min of meer Mongoliรซ/Siberiรซ). Hij wijdt in eerste instantie uitvoerig uit over zeeporselein en daarna allerlei andere meldes (slippige, piekbladerige, opstaande, smalbladerige, strandmelde) voordat Atriplex hortensis aan de orde komt: geelachtig groene, licht roode en donker roode.
“In ons Vaderland maakt men er weinig werk van, evenmin in Engeland, doch in Frankrijk en Duitschland meer.” Honderd jaar na Knoop is de teelt nog steeds een beetje over. (En in Vilmorin’s Les Plantes Potagรจres uit 1861, neemt Arroche een bladzijde in.)

Culinair

Tussen oogst en verwerking mag niet te veel tijd zitten, omdat het blad onbeschermd vrij snel verwelkt. Hooguit enkele uren. Het is mild van smaak, misschien ietwat aardser en een tikkeltje zilt. Het blad wordt gebruikt als spinazie (5 โ€“ 15 minuten koken). Vandaar de verwijzing naar mountain spinach of French spinach in het Engels of spanischer Spinat in het Duits. Allemaal spinazie.
Net zoals spinazie veelzijdig wordt toegepast, geldt dit ook voor tuinmelde: dus voor soep, pastaโ€™s, quiches enzovoorts [14]. In Frankrijk wordt ze vers, rauw in salades gebruikt, tezamen met zuring. Melde neutraliseert het zuur namelijk [14].

Bewaren

melde tuinmelde rode

Melde kan niet worden bewaard. Geen dag. Of misschien wel, in een vochtige plastic zak onder in de koelkast. Blancheren en invriezen, net als spinazie [16].

Voedingswaarde

Misschien niet zo verrassend voor een groente die geheel en al uit beeld is. Maar we hebben geen – voor ons – betrouwbare bron gevonden met een voedingswaardeanalyse van de tuinmelde. Wel hier en daar enkele cijfers, waarvan dus niet duidelijk is wat de herkomst is. En ja hoor, het wordt zelfs als superfood aangeprezen โ€“ voor wat het waard is. De voedingswaarde per 100 gram:

calorieรซn26 kcal
water 
eiwitten (proteรฏne)2,3 gr
vet300 mg
koolhydraten2,9 gr
voedingsvezel 2,7 gr
suikers 
disachariden 
mineralen[1] heeft het over ‘een goede bron voor mineralen’. En dit is wat we konden vinden: calcium (72 mg), ijzer (0,9 mg), fosfor ; kalium (228 mg), magnesium
Vitaminen: 
vitamine A rijk
thiamine (B1) 
riboflavine (B2) 
niacine (B3) 
pantotheenzuur (B5) 
vitamine B6 
folaten (totaal โ€“ B11/ B9) rijkelijk (maar hoeveel?)
cobolamines (B12) 
ascorbinezuur (C)41 mg
vitamine D 
vitamine E (alfa-tocopherol) 
Vitamin K (phylloquinone) 
Aminozuren 
Lipiden: 
Verzadigde vetten 
Enkelvoudig onverzadigd 
Meervoudig onverzadigd 
Cholesterol 
 

Nul is ook een waarde, maar waar niets is ingevuld is onbekend.

Heilzame plant

In [6] staat hoe de plant in de volksgeneeskunde wordt gebruikt: Omdat het een diureticum (vochtafdrijvend middel) is, een braakmiddelย wordt het in de volksgeneeskunde ingezet als middel tegen longaandoeningen en hypervolemie (te groot bloedvolume – bloedovervulling โ€“ te veel bloed).
Van zaden, gemengd met wijn, wordt gezegd dat ze geelzucht genezen. Verwarmd met azijn, honing en zout, wordt tuinmelde gebruikt tegen jicht.

Net als spinazie bevat de melde ook oxaalzuur, maar minder. Bevat ook saponinen. Deze zeepstoffen beschermen de plant o.a. tegen vraat en heeft een antibacteriรซle werking. Voor de mens is antiseptisch en ietwat laxerend. Het wordt door herboristen โ€“ mits met mate gebruikt โ€“ als heilzaam betiteld. In zijn algemeenheid wordt gedacht dat het gunstig werkt op de cholesterolhuishouding. De vruchten van tuinmelde zijn zuiverend en een braakmiddel door die saponinen. Van smeersels en zalven bereid uit de gehele plant, zoals het sap van de plant, wordt gezegd dat het volksmiddelen zijn tegen verhardingen en tumoren, in het bijzonder van de keel.

Teelt

Het is een zomer-alternatief voor spinazie. (Het wordt ook wel hot weather spinach genoemd.) De plant kan een hoogte van twee meter bereiken.

ZaaienMedio maart of twee a drie weken voor de laatste verwachte vorst, en ca. ยฝ – 1 cm diep, ter plekke. Dieper zaaien vertraagt kiemen. Onderlinge afstand 2 cm. Verdraagt enige lichte vorst. Kiemtemperatuur 10o โ€“ 18o C. Kiemduur vanaf een week, onregelmatig en kan lang duren. Bij warm weer kan melde makkelijk doorschieten. Regelmatig zaaien is aanbevolen.
UitplantenIndien in potjes is voorgezaaid, geen specifieke tijd.
Oogst40 โ€“ 60 dagen na zaaien de eerste jonge bladeren. Alleen blad wordt geoogst, niet de stelen en jonge stengels. [16] Spreekt ervan als de plant 20-30 cm hoog is, om deze totaal af te snijden. Bij grotere planten alleen het blad oogsten. Snoeien is ook mogelijk, dan loopt de plant weer uit.

Plantafstand: Voor grote planten 35 cm afstand in de rij, tussen de rijen 30-45 cm. Daarna uitdunnen. (Verplanten, met een fikse schep aarde om wortelkluit gaat ook goed.) Voor kleine planten dichter opeen zaaien, op een 5 cm

Water: Normaal, kan tegen droogte.

Bemesting

Houdt van een compostgift.

Bodem & standplaats

Overal, verdraagt zure grond (pH 5 โ€“ 8,2) en slaat zich heldhaftig door hitte, zandgrond, onkruid. Kan ook tegen zout, maar hoe zouter de aarde, hoe kleiner de opbrengst [10]. Verdraagt ook halfschaduw (ideaal volgens [2]). Een goede vruchtbare, waterdoorlatende losse grond levert evenwel grotere en zachtere bladeren op. Tot wel 18 cm lengte.

Rassen

Er zijn vier variรซteiten bekend:
1) Gele melde (Atriplex hortensis var. altrosanguinea) โ€“ helder groene, haast gele bladeren. Wordt het meest geteeld. We kennen zelf o.a. Belle Blonde Dame.
2) Groene melde (Atriplex hortensis var. sativa) โ€“ een krachtige, grote plant
3) Rode melde (Atriplex hortensis var. rubra), wordt ook als droogbloem gebruikt.
4) Halfrode melde is er ook. Wordt zelden geteeld.
5) Rijnse melde wordt ook nog door [2] gemeld.

Deze variรซteiten kennen weer allerlei cultivars, zoals [14], [17]:
Ad 1) Golden, White, Blonde, Belle Blonde Dame (of goudgele melde of Gold Plume), Gele uit Oostenrijk (Gelbe aus ร–sterreich). Opmerkelijk is dat In Dodoens’ Cruydt-Boeck van 1644 de Franse naam ‘bonnes dames’ voor melde is vermeld.
Ad 2) Chakwat (donkergroen, voornamelijk in noordelijk India), Berndorfer (al vrij oud), GroรŸer von Hutwitsch (zeer smakelijk), Butterkraut (traditioneel gewas uit omgeving Zwarte Woud in Duitsland), Alter Spinat von Monthey (Zwitserland), Enz (Oostenrijk, grijsgroen blad, goed vorstbestendig)
Ad 3) Red Plume, Magenta Purple (diep paars, uitstekende smaak), Opรฉra (violet), Rode Elzas (Frans), Rote Blauetikett (Duits, in 1994 uit de handel, eerst groen, later rood blad)

Zaadteelt

Het is een zelfbestuiver of een kruisbestuiver en ook insecten kunnen een handje helpen. Ze maakt rijke, onooglijke aren met zaadjes in een vliesje. Dun de planten eventueel nog verder uit, om de zaadgevers ruimte te geven. Wellicht moet er een stok naast worden geplaatst. Laat aan de plant zo goed mogelijk drogen. Eventueel kan de hele plant worden opgenomen of afgesneden en binnen opgehangen om verder te drogen, dan wel op kranten. En dan gewoon uitschudden.
Zaad is tot 5 jaar houdbaar [9]. Het Louis Bolk Instituut geeft 2-3 jaar aan. [2] Zegt 6 jaar.

Ziekten en belagers

Slakken zijn er gek op. En luizen – de zwarte bonenluis – vinden het ook lekker.Waardplant voor wantsen.
Gevoelig voor valse meeldauw, aangetast blad (bleke vlekken, grijs schimmel aan de onderkant) onmiddellijk wegnemen.

Geraadpleegde literatuur: [1] Food Plants of the World; [2] Handboek Ecologisch Tuinieren, Velt; [3] The Oxford Companion to Food; [4] Groente & Fruit Encyclopedie; [5] Wikipedia 12-2015; [6] James A. Duke Handbook of Energy Crops (niet gepubliceerd), 1983; [7] Vergleichende Chorologie der zentraleuropรคischen Flora, Hermann Meusel et al., 1965; [8] Obst, Gemรผse und Krรคuter Karls des Grossen; [9] Growing Guide, Cornell University; [10] The Effect of Salinitu pm the growth of the halophyte Atriplex Hortensis, S. Sai Kachout, Universiteit Tunesiรซ, 2009; [11] USDA Natural resources Conservation Service; [12] Uncommon Vegetables, Eleanour Sinclair Rohde, 1943; [13] Sturtevantโ€™s Edible Plants of the World; [14] Cornucopia; [15] Enzyklopรคdie Essbare Wildpflanzen, 2013;[16] Das groรŸe Biogarten-Buch, Arche Noah; [17] Das lexikon der alten Gemรผsesorten, Arche Noah; [18] Rare Vegetables, John Organ, 1960; [19] Dictionary of cultivated plants and their regions of diversity, A.C. Zeven & J.M.J. de Wet, WUR, 1982; [20] Urban farming and ruralisation in The Netherlands (1250-1850), Cultural Heritage Agency of the Netherlands, Amersfoort, 2021; [21] De introductie van onze cultuurplanten en hun begeleiders, van het Neolithicum tot 1500 AD, redactie A.C. Zeven, Vereniging voor Landbouwgeschiedenis, Wageningen, 1997; [22] Haferwurzel und Feuerbohne, Brigitte Bartha-Pichler en Markus Zuber, 2002;