Oorspronkelijke versie: 30 april 2008, bijgewerkt: 21 juni 2026
Leestijd: 13 minuten
Inhoudsopgave
Plantago coronopus ssp coronopus, ook: Plantago coronopifolius (onjuist)
Hertshoornweegbree. gravinnekruid (Nederlands); Krähenfuß-Wegerich, Hirschhorn-Wegerich, Mönchsbart, Kapuzinerbart, Ziegenbart (Duits); plantain corne de cerf, courtine, plantain corne de bœuf, pied de corbeau (Frans); buck’s-horn plantain, minutina, Start of the Earth (Engels); erba stella,minutina (Italiaans); hierba estrella(Spaans)

Naam
De geslachtsnaam Plantago is van het Latijnse plantaris, dat voetzool betekent. Dat heeft niet zozeer betrekking op de hertshoornweegbree als wel op de ronde en misschien zelfs de smalle weegbree. Coronopus is uit het Grieks samengesteld uit koronoy (kraai) en pous (voet). Volgens Uilkens [11].

Merkwaardig is dat Italiaanse barba del frate en het Duitse Kapuzinerbart op de vertaling lijken van het Nederlandse kapucijnerbaard, dat echter een “wilde”, losbladige vorm van witlo(o)f is. Het Italiaanse barba del frate wordt ook gebruikt voor Salsola soda, die wij monniksbaart noemen. Enfin, waarmee we willen zeggen dat Latijnse namen duidelijker zijn.
De naam ‘veversblad’ waart door de geschiedenis over de wereld in diverse artikelen, maar is zeer vermoedelijk een fout. Vilmorin-Andrieux vermeldt het ook in Les plantes potagères. Weversblad is een oude naam voor smalle weegbree (zie o.a. Meertensinstituut over plantnamen.)
Het ‘hertshoorn’ in de naam is natuurlijk gerelateerd aan de getande vorm van een hoorn van een hert, en aan de kamerplant met die naam c.q. hertshoornvaren. Hertshoornweegbree is een weegbree met slank getand blad. Het is een zogenaamde halofyt, een plant die goed gedijt op zoute gronden.
Historie

Het is een in Nederland (en Europa en Azië) inheemse plant die m.n. in zilte (zoutachtige) streken voorkomt. Langs de (Atlantische) kust, in de duinen.
Anders dan dat het een wilde plant is, is er weinig over bekend als groente. Het is wel een geliefde plant voor allerlei biologisch onderzoek.
Bij opgravingen van een nederzetting in de late bronstijd ((1100 – 800 v.Chr.) bij Didam, zijn sporen van hertshoornweegbree gevonden [20]. Pollen van deze plant worden bij talloze opgravingen gevonden, vaak onduidelijk of dit ‘erin is gewaaid’ of dat hertshoornweegbree werd gegeten.
Dioscorides (ca. 40-90 n. Chr) zegt, aldus Matthias De Lobel zijn zin Kruydtboeck, dat hertshoornweegbree ‘ghelijck moes gheten [gegeten, MergenMetz]. De wortel gheten is tsamentreckende, de welcke zeer goedt is tegen de loop des buycks, ut verkiltheydt der maghen ende versliminghe der dermen sijnen oorspronck hebbende.” In De Materia Medica van Dioscorides heet het koronopous.
Plinius de Oudere (23-79 n. Chr) vermeldt in zijn Naturalis Historia (boek XXVII, hoofdstuk 65) de plant holosteon (de Griekse naam). De ene wetenschapper zegt dat hertshoornweegbree wordt bedoeld de andere Plantago holosteum.
Wat Plinius duidelijk beschrijft is dat het blad heel lichtjes behaard is. Dat brengt al een aardige schifting aan in de mogelijke weegbrees. Maar wat holosteon werkelijk was, blijft dus nog de vraag.
Fuchs (1543)
Leonhart Fuchs geldt als een van de, zo niet: de – eerste botanici die herkendbare afbeeldingen in zijn boek opnam. Hij noemt het Kräenfüß. Hij beschrijft voor wat betreft de bodem wat Dioscorides heeft geschreven: op onbebouwde plekken. En: “[…] so wechst es in unsern landen nit von im selbs, sondern muss in gärten gepflanzt werden.” En: “Das kraut gekocht und gesotten, würt gessen und in der speis genossen wie andere grüne kreüter.” Een gekookte groente, dus.
Hieronymus Bock vermeldt het in 1546 in zijn Kräuterbuch en noemt het Kräen- oder Rappenfüßlein omdat het volgens hem ‘einem Vogels Klawen gleich‘ was.
Volgens [13] was de plant in het bijzonder geliefd in Italië, Frankrijk en de Nederlanden.
Dodoens (1554)
In Dodoens’ Cruydeboeck (1554) staat het hoofdstuk Van Crayenvoet.
“Der cruyden die heden daechs onder den naem van Crayenvoet begrepen worde, vindt men hier te lande twee gheslachten” en dan de afbeeldingen van Hertshoorn (Pseudo coronopus) en Crayenvoet (Coronopus ruellii). Hij schrijft dat het vrijwel identiek is aan weegbree en dat het goed is voor de urinewegen; meer specifiek: “…. seer goet ende sonderlinghe bevonden tseghen dat bloet pissen…”

De Lobel (1581)
Ook Mathias de Lobel vermeldt de hertshoornweegbree ( Herts-horen oft Craeyenvoet) in zijn Kruydtboeck (1581). Het is een hoofdstuk waarin meer gelijkende planten worden vermeldt, o.a. serpentaria, dat we tegenwoordig adderwortel noemen. En cruypende herts-horen: “Dit cruydt groeyet geerne onder het Wegh-gras op ghetorde [torderen, MergenMetz] weghen die vocht zijn, […]”.
In oude kruidboeken wordt het Coronopus, Cornu cervinum of Herba stella genoemd, waarschuwt [10]. Het was Linnaeus die deze plant onder de Plantago schaarde [11]. Joachim Camerarius vermeldt in zijn Hortus medicus et philosophicus (1588) dat het in tuinen wordt geteeld, iets wat de meeste botanici in de zestiende en zeventiende eeuw deden.
Joachim Camerarius (1586)
Joachim Camerarius de Jonge(re) bracht in 1586 een nieuwe bewerking van het Matthioli’s Kreutterbuch uit, dat eerder, in 1563, door Georg Handsch vanuit het Latijn in het Duits was vertaald. Matthioli zelf was in 1578 overleden. Hij zegt dat het langs wegen staat, maar dat het ook in tuinen kan worden geplant – “Da wechst es feiudiger und lustiger.“



Gerard (1597)
De Brit John Gerard heeft noemt het Cornu cervinum in zijn The Herball (1597). Hoofdstuk 96 heet ‘Of Buckhorne Plantaines, or Harts horne‘. Maar vermeldt ook de naam in andere talen, zoals Hertzhooren in het Nederlands. Hij kent er geneeskracht voor de ogen aan toe:
“The leaves of Buckes horne boyled in drinke, and given morning and evening for certainie daies together, helpeth most woonderfully those that have sore eies, waterie, or blasted, and most of the griefes that happen unto the eies […]”
In moestuinen
Het werd, volgens John Ray, in 1686 in Engeland echt geteeld. Maar Benjamin Townsend schreef in The Complete Seedsman (1726): “Het komt in alle zaadlijsten voor, maar zelden in de tuinen.”
Knoop (1796)
Werd het dan echt niet meer in moestuinen geteeld?
Jawel, in Beschryving van de Moes- en Keuken-Tuin, van Johann Hermann Knoop (1796) wordt een pagina aan het Herts-Hoorn gewijd. Aan het einde lezen we dat het in noordelijke deel van de Lage Landen geen gangbare groente was.

In Flora Zutphanica uit 1784 is hertshoornweegbree (Harts-hoorn, Gravinne-kruid) als Plantago Coronopifolia opgenomen. “Aan den Weg by Brummen.”
Uikens (1855)
En in het Groot Warmoezeniers Handboek van T.F. Uilkens (1855) worden enkele bladzijden aan deze groente gewijd. Voornamelijk aan de beschrijving van het geslacht en de soorten, maar uiteindelijk zegt hij: “De bladeren van deze plant, welke eenen aangenamen, iets zamentrekkende smaak hebben, worden als toekruid bij de salade genuttigd en zoo als wij bij Ruëll aangeteekend vinden, ook op zich zelf of in azijn ingelegd, gebruikt. Voor de geneeskunde vinden wij in de latere werken er geen gewag van gemaakt….”
In de Almanak voor den Zeeuwschen Landman (1863) wordt Gravinnekruid, Plantago coronopus tussen laurier en bieslook vermeld bij de toekruiden.
Maar nog geen zestig jaar na Uilkens komt hertshoornweegbree niet (meer) voor in het Leerboek voor de Groenteteelt (1913).
Tegenwoordig is het onder andere in Californië een plaag doordat het stevige matten kan vormen en (dus) andere planten verdringt.
In de zestiende en zeventiende eeuw schreven alle botanici over hertshoornweegbree, maar er is niets bekend over het in cultuur brengen ervan. Het wordt thans wel professioneel in Noord-Italië en het Zwitserse kanton Tessin op beperkte schaal geteeld. Hertshoornweegbree kent of kende weer een kleine opleving dankzij de hype van vergeten groenten. (Waar het verschijnen van het boek [7] in het jaar 2000 van aan de wieg stond. Peter Bauwens heeft het toentertijd vertaald als Het Grote Boek der Vergeten Groenten.)

Culinair
Het is in principe een wintergroene plant. Een heuse vitaminebron in de duistere tijden.
In [18] wordt een insalatina dei frati (salade van de monniken) beschreven. Pater Zaccaria Boverio van de Franciscaanse orde van de Kapucijnen, beschreef in De sacris ritibus (1626) een traditioneel recept voor een gemengde salade van wilde, eetbare bladgewassen: hertshoornweegbree, zuring, cichorei en dragon. Deze werd op grote schaal gegeten in Ligurië en Lazio. De onderzoekers analyseerden het en concluderen dat het een zeer gezonde salade is met een opvallende grote rol voor de hertshoornweegbree.
Toprestaurants willen zich onderscheiden en gebruiken – of is het alweer: gebruikten? – af en toe hertshoornweegbree.
Het blad kan gekookt als ook rauw worden gegeten. Jong blad is knapperig en gaat uitstekend in salades. Wij vinden dat het smaakt als gras, hoewel ‘men’ het een aromatische smaak (licht bitter, een beetje zurig en misschien wat zout) toekent.
Een handje gemengd door een rauwkostsalade is misschien smakelijk en vooral origineel.
Ouder blad is duidelijk bitterder. Dat is dan beter te koken of met wat boter worden te stoven en bijvoorbeeld in of met pannenkoeken worden gegeten. Of bij vis. Of in een groentetaart of -quiche.
De bloemknoppen zijn ook goed eetbaar en smaken wat notig.
Gezondheid
Hiervoor zijn al een paar aspecten genoemd. [13] gaat iets verder: heilzaam bij diarree, longaandoeningen, hondsdolheid. Als sap of hete thee werkt het blad zuiverend en net als alle andere weegbrees een middel tegen hoesten en verkoudheid.
Ik het knipsel uit het Pharmaceutisch Weekblad is op te maken dat het als heilzame plant werd ingezet. In 1918, nog voor de farmaceutische industrie de macht overnam.

Bewaren
Twee a drie dagen koel [7].
Voedingswaarde

Er is nauwelijks iets bekend over de voedingswaarde. We doen een poging met wat we hebben gevonden, o.a. voor smalle weegbree [15] en voor hertshoornweegbree [16] [17]. Per 100 gram, rauw:
| calorieën | kCal |
| water [16] | 99,8 gr |
| eiwitten (proteïne) | gr |
| vet (lipiden) | gr |
| koolhydraten | gr |
| voedingsvezel | gr |
| suikers (totaal sucrose, glucose, fructose, lactose, maltose, galactose) | gr |
| disachariden | |
| mineralen [16] | natrium 1,72 mg; kalium 3,61 mg; calcium 3,71 mg; magnesium mg; fosfor mg; ijzer µg; koper µg; zink µg, mangaan 300 µg; selenium µg; silicium Vet gedrukt is veel, cursief is redelijk aldus [15] |
| Vitaminen: | |
| Retinol (A) | rijk (bèta caroteen: veel) |
| thiamine (B1) | rijk |
| riboflavine (B2) | μg |
| niacine (B3) | μg |
| pantotheenzuur (B5) | μg |
| vitamine B6 | μg |
| folaten (totaal – B9/ B11) | μg (foliumzuur: lees dit nieuwsbericht) |
| cobolamines (B12) | |
| ascorbinezuur (C) | rijk, vergelijkbaar met veldsla, dat zou dan plm 38 mg zijn |
| Vitamine D | |
| vitamine E (alfa-tocopherol) | μg |
| Vitamin K (phylloquinone) | μg |
| Aminozuren [17] | o.a. __ mg arginine; __mg histidine; 33,4 mg isoleucine; 55,7 mg leucine; 41,7 mg lysine; 20,1 mg methionine; 48,3 mg fenylalaline; 52,2 mg threonine; 5 mg tryptofaan; 45,2 mg tyrosine; 35,1 mg valine; 53,3 mg alanine, 84,1 mg asparaginezuur, 4,2 mg cystine, 52,1 mg glycine, 45,3 mg proline, 60,2 mg serine |
| Lipiden: | (zie hieronder) |
| Verzadigde vetten | mg |
| Enkelvoudig onverzadigd | mg |
| Meervoudig onverzadigd | mg |
| Cholesterol | |
| Betaine | |
| Choline | mg [15] aanwezig |
| Lycopeen | μg |
| Luteïne en zeaxanthine | μg |
Nul is ook een waarde; leeg is onbekend
Teelt
De plant wordt tussen de 5 en 25 cm hoog en ze houdt wel van een beetje zout.
Eenjarig, zeer winterhard en soms tweejarig door de penwortel. Rozetvormig. De plant is eenhuizig en een zelfbestuiver (door de wind). Deze zgn. vergeten groente hebben we in 2004 in de moestuin gehad. Eenmaal in de moestuin gehad hebbende, zaait het zichzelf uit. We hebben het later in de Eetbare Siertuin aangeplant, daar is het verdwenen – of het zaad heeft gezet en is uitgezaaid, weten we niet. We lazen ergens ‘Highly adaptable to different environments’. Kan.
| Zaaien | Het vroege voorjaar (maart, april) of in de herfst. Ter plekke. Lichtjes met aarde bedekken en wel vochtig houden. |
| Uitplanten | n.v.t. wel uitdunnen: de planten kunnen redelijk in omvang worden, dus 15-30 cm ertussen is een goed minimum. |
| Oogst | Na een week of zeven het jonge blad plukken. |
Plantafstand
De rozetten kunnen tussen 10 en 40 cm breed worden, dus 30 – 40 cm
Water
Geen bijzonderheden; de ene bron zegt dat het goed tegen droogte kan, de ander zegt ‘niet te droog’. Gieten zorgt wel voor mooie, sappige bladeren. Dat wisten ze al in 1882:

Vertaald: Eenjarige, inheemse plant; het blad wordt gebruikt als toevoeging aan salades.Het zaad, dat erg klein is, wordt in maart ter plekke in lichte grond gezaaid. De bladeren, die naar behoefte worden geplukt, groeien lang door, maar blijven alleen mals als ze regelmatig worden bewaterd.

Bemesting
Geen gegevens. Maar uit het feit dat de plant in de kuststreken (duinen) voorkomt, mag blijken dat hij het ook op arme grond goed doet.
Bodem & standplaats
Zanderige grond, mag wel wat humus bevatten. Zon, halfschaduw (dat is waar de plant nu als “onkruid” groeit).
Rassen
Geen gegevens over. Er is ergens wel het Italiaanse ras Minutina genoemd.
Zaadteelt
Gezien het feit dat de plant verwildert…. niet erg moeilijk. Het is wel heel erg fijn zaad en drie jaar houdbaar.
Ziekten en belagers
Te veel schaduw is een uitnodiging voor meeldauw.
Literatuur: [1] Food Plants of the World; [2] Handboek Ecologisch Tuinieren; [3] Planten voor Dagelijks Gebruik; [4] Groente & Fruit Encyclopedie; [5] Wikipedia 19-04-2008 en 16-12-2019 [6] USDA National Nutrient Database for Standard Reference; [7] Le Grand Livre des Légumes Oubliés (Jean-Baptiste & Nicole Prades); [8] CABI Invasive Species Compendium; [9] CABI Invasive Species Compendium; [10] Sturtevant’s; [11] Groot Warmoezeniers Handboek; [12] Mrs. M. Grieve A Modern Herbal; [13] Das Lexikon der alten Gemüsesorten; [14] Cornucopia; [15] Groot Handboek Geneeskrachtige Planten, 7e druk; [16] Evaluation of Major Minerals and Trace Elements in Wild and Domesticated Edible Herbs Traditionally Used in the Mediterranean Area, Costanza Ceccanti e.v.a., Biological Trace Element Research, 5 november 2020; [17] Profiling of antioxidant potential and phytoconstituents of Plantago coronopus, C. G. Pereira c.s., Brazilian Journal of Biology, 2016; [18] Characterization of Ingredients Incorporated in the Traditional Mixed-Salad of the Capuchin Monks, Laura Cornara c.s., Plants, 24 januari 2022; [19] Comparison of Three Domestications and Wild-Harvested Plants for Nutraceutical Properties and Sensory Profiles in Five Wild Edible Herbs: Is Domestication Possible?, Costanza Ceccanti, Foods, 6 augustus 2020; [20] Sporen uit de Late Bronstijd – Vroege IJzertijd op het Loilse Veld te Didam (gemeente Montferland), H. Vanneste en N.M. Prangsma, ADC Rapport 2274. april 2021;

Merci voor dit leuke artikel! Onze bio-groentenboer hier in Frankrijk verbouwt het (Plantain corne de cerf) ook. Zaden zijn hier gewoon te koop en op plantenmarkten staan vaak plantjes in pot te koop.
Enkele jaren geleden had in een plantje spontaan (waar vandaan? geen idee) tussen de voegen van het terras, op het zuidwesten ( met in de ochtend soms schaduw). Het stond wel in de buurt van de waterpomp, maar die staat tevens circa 25 cm lager. Het was het daarop volgende jaar verdwenen, jammer. het was ook een mooi plantje. Voel me nu geïnspireerd het weer te zaaien.