Oorspronkelijke versie: 19 augustus 2010, herzien en uitgebreid: 20 augustus 2026
Leestijd: 15 minuten
Inhoudsopgave
Physalis philadelphica synoniemen: P. ixocarpa, P. aequata en P. violacea. P. atriplicifolia is een oude naam.
Tomatillo, Mexicaanse aardkers (Nederlands); tomatillo, husk tomato (Engels); Tomatillo (Duits); tomatille (Frans); miltomate, tomatillo, tomate verde, tomate milpero, tomate de fresadilla; tomate de cascara, tomate de invierno, tomate de Brihuega, fruto de cereza (Spaans); tomatillo (Italiaans)

De tomatillo [spreek uit: too-maa-tie-zjoo] lijkt een betrekkelijk nieuw vruchtgewas in Europa, getuige het feit dat in elke taal de naam vrijwel hetzelfde is. Maar dat is niet helemaal waar. (Tomatillo is overigens het Spaanse verkleinwoord voor tomaat)
De tomatillo is een nachtschade, en het geslacht is Physalis (lampionplanten), dat 90 soorten kent, waarvan philadelphica er één is [10]. Tomatillo is nauw verwant aan de Kaapse kruisbes (P. peruviana) en lampionplant (P. alkekengi). De eerste krijgt of kreeg u misschien wel eens in een restaurant bij een (grand) dessert – die gele bes met “jasje” – , de laatste wordt als droogbloem toegepast.
Naam
De naam tomatillo komt van het Nahuatl tomatl (de taal van de Azteken). Hoewel de eigenlijke naam miltomatl voor tomatillo gebruiken en xitomatl voor de tomaat. In Spaanssprekend Midden- en Zuid-Amerika wordt tomate gebruikt voor de tomatillo en jitomate voor de tomaat.
Physalis komt van het Oud-Griekse physa (φῦσα) of phusallis (φυσαλλίς), dat blaas of blaasbalg betekent. De naam P. philadelphica is in 1786 door Lamarck aan deze plant toegewezen. Het verwijst naar de Amerikaanse stad Philadelphia, omdat de vrucht die hij kreeg vanuit die stad kwam. De ixocarpa in de nog vaak gebruikte synoniem, duidt op kleverig fruit.
Plant

Tomatillos zijn eenjarige, kruidachtige planten die 1,50 tot 2 meter hoog worden. Ze groeien op hoogtes van zeeniveau tot pakweg 2600 meter.
De holle stengel is licht hoekig en vertakt. De tomatillo is nauwelijks of niet behaard, dit in tegenstelling tot sommige andere Physalis-soorten. In eerste instantie ontwikkelt zich een zwakke penwortel die zich omvormt tot een breed geheel. Naarmate de plant verder groeit, vormen zich aan de scheutas adventieve wortels, die, als ze de bodem bereiken, de grond in groeien. Zo ontstaat een wortelstelsel dat niet afhankelijk is van de hoofdwortel(s) [2 DE].
Boven de grond groeit binnen twee tot drie weken aanvankelijk één enkele staak met drie tot vijf internodiën. Het bovenste internodium van deze as eindigt in een bloem, een blad en twee zijdelings tegenover elkaar staande takken. Het volgende knooppunt verdeelt zich op dezelfde wijze. Het wordt een nogal vetrakt geheel, totdat de plant op een leeftijd van ongeveer 12 tot 14 weken oud wordt [2 DE].
In de vertakkingen ontstaan bloemen. De tweeslachtige bloemen zijn vijfdelig en hebben een doorsnee van 8 tot 15 mm. De vijf groene kelkblaadjes (buitenste bladen van de bloem) zijn klokvormig aan elkaar vergroeid. De vijf gele kroonblaadjes zijn hebben een donkere vlek. De vijf blauwgroene meeldraden zijn onderling niet vergroeid, maar wel elk afzonderlijk met een kroonblaadje. De twee vruchtbladen zijn vergroeid tot een bovenstaande vruchtbeginsel [2].
De bladeren zijn langwerpig-ovaal; behalve bij de jongere bladeren zijn de bladranden licht gekarteld.
De plant is een kruisbestuiver, heeft weliswaar tweeslachtige bloemen, maar is zelf-steriel, dus kan zichzelf niet bevruchten.
De vrucht, want daar gaat het om, is een grote (doorsnee ca. 3 cm, 10 cm kan ook), licht afgeplatte bes, geel tot donkerpaars van kleur. Deze is gevat in een papierachtig omhulsel, de bloemkelk. Dit omhulsel ontstaat na de bevruchting. De aan elkaar gegroeide, maar aan de punt niet volledig gesloten, kelkblaadjes worden groter. De eigenlijke vrucht ontwikkelt zich hier binnenin. De vrucht heeft wat weg van een tomaat. Vanaf de bestuiving van de bloem tot het bereiken van de definitieve grootte heeft een tomatillovrucht ongeveer 70 dagen nodig.
Als de vrucht rijpt, vult deze de omhulling op en breekt deze uiteindelijk open. Het omhulsel wordt bruin en de vrucht wordt naarmate deze rijper wordt geler. In de vrucht bevindt zich een groot aantal kleine, ronde, platte zaadjes met een diameter van ongeveer één tot twee millimeter.
Het vruchtvlees heeft een consistentie dat vergelijkbaar is met dat van een appel en voor wat betreft de smaak doet het denken aan kruisbessen.


Historie
Om kort te gaan: het is in de 16e eeuw in Midden-Amerika ontdekt, naar Europa gehaald, een poos in midden Spanje geteeld en dat was het. Vandaag de dag wordt het in een paar Europese landen, zoals Oekraïne, geteeld. En natuurlijk in diverse moestuinen.
De herkomst van de tomatillo is Mexico en Midden-Amerika (Guatemala, Honduras, El Salvador, Belize, Panama en ook Cuba) [9]. Bij opgravingen nabij Tehuacán, in de Coxcatlan grot, zijn diverse sporen van Physalis-soorten gevonden, die gedateerd zijn op 900 v. Chr. De onderzoekers kunnen niet zeggen of ze wild geplukt waren dan wel gecultiveerd. Wel lagen veel zaden telkens bij elkaar, wat duidt op eten (en/of stoelgang) [13].
In de Florentijnse Codex (1540-1585) komt de tomatillo (miltomatl) regelmatig voor. In boek 8 wordt vermeld dat het op de markt wordt aangeboden, zo ook in boek 10 (over mensen) en vooral boek 11, dat over landbouw gaat.




Rembert Dodoens beschreef de tomatillo niet. In het Cruydt-Boeck van 1618 (na zijn dood verschenen en bewerkt door Françoys van Ravelingen) worden wel ‘Crieken van over Zee’ (XXIV Capittel) besproken “….met bellachtige huyskens als blaeskens, wat rontachtig van maecksel, voor spitsch, niet meer dan een bezie inhoudende, soo groot als een kersse oft criecke…” Bij ‘Naem’ staat het in allerlei talen vermeld, en ook de Griekse naam Physalis. Latijn: Solanum vesicarium – dat is de oude naam voor de lampionplant, thans: Physalis alkekengi.

De eerste beschrijving van de tomatillo dateert van 1651, Nova plantarum, animalium et mineralium Mexicanorum historia van Francisco Hernandez de Toledo. Deze noteerde dat twee verschillende planten door de Azteken tomatl genoemd werden. Dat waren (dus) de tomaat en de tomatillo. Vermoedelijk betekende tomatl een grotere ronde sappige vrucht.
Nova plantarum, animalium et mineralium Mexicanorum historia telt meer dan duizend pagina’s met honderden houtsneden. Het werd oorspronkelijk geschreven door Francisco Hernández (1517-1587), de lijfarts van koning Filips II van Spanje, die zeven jaar in Mexico doorbracht om de flora en fauna van het land te onderzoeken en in kaart te brengen. Hij gaf inheemse Nahua’s de opdracht om natuurgetrouwe afbeeldingen te maken, die de basis vormen voor de afbeeldingen in het boek. Uiteindelijk werd het boek in 1651 gepubliceerd.
Spanje
Spaanse conquistadores brachten veel planten naar Europa, ook de tomatillo. Sommige bronnen zeggen dat dit in de 16e eeuw was. Dat strookt weliswaar met de tijd van leven met Francisco Hernández. Volgens [14] vond de cultivering van de tomatillo in de 18e eeuw plaats. In de 19e eeuw wordt het Tomatito de Brihuega genoemd, vernoemd naar de plaats Brihuega, waar het als ‘onkruid’ werd gevonden. [17] vermeldt ditzelfde gebied: “[…] langs de vallei van de rivier Tajuña, tussen Brihuega (streek La Alcarria, provincie Guadalajara) en de omgeving van Titulcia en Chinchón (provincie Madrid).”

De afwatering naar de rivier zou voor de verspreiding in de vallei hebben gezorgd. In 1848 wordt in [18] vermeld dat tomatillo in cultuur is in Madrid en in kasteel-/hoftuinen. José Quer y Martinez (1695-1764), arts en botanicus, vermeldt het geslacht Alkekengi in zijn Flora Española (1762), dat, gezien de beschrijving van deze plant, onmiskenbaar de tomatillo is. Quer vindt de plant ook in de omgeving van Brihuega en zegt dat men de vruchten van deze plant wintertomaat noemt en deze zaait en oogst. En: “Een burger uit deze stad bracht deze plant mee uit Indië, zaaide hem in het voorjaar, en ze hebben zich zo sterk verspreid dat er hele velden mee worden bezaaid en ze worden geteeld zoals gewone tomaten”. Hieruit kunnen we concluderen dat de teelt van tomatillo’s in Spanje al voor 1762 rond Brihuega, in La Alcarria, heeft plaatsgevonden en in elk geval tot goed in de 19e eeuw. [17] Buiten de streek La Alcarria wordt een enkele vermelding in de buurt van Valencia gevonden.
De tomatillo verloor in populariteit van de tomaat. Die had een meer attractievere kleur, was beter bestand tegen aantastingen en breder toepasbaar in culinaire zin – het gebruik van tomatillo was beperkt, voornamelijk tot gerechten met chilipepers [2]. De teelt van tomatillo heeft derhalve niet lang geduurd, ze is daarna wel in centraal Spanje, langs de Tajuña, verwilderd.

In 1976 treffen Belgische onderzoekers verwilderde P. philadelphica aan in het Nachtegalenpark in Antwerpen [16]
Enfin, je zou de tomatillo daardoor met recht een vergeten groente kunnen noemen. Tot eind van de vorige eeuw, toen de Mexicaanse keuken in de VS aan een revival begon. (De film Tortilla soup, Amerikaanse remake van Eat, drink, man, woman is daarvan een voorbeeld.) In 2001 werden in 29 van de 32 Mexicaanse staten tomatillo’s verbouwd.
Wereldproductie
De Verenigde Staten, Canada Mexico en Spanje zijn momenteel de toonaangevende landen, waarbij moet worden opgemerkt dat Mexico verreweg de grootste producent is. Dus als het weer daar tegenzit stort de markt in. In Europa wordt het de laatste jaren (vanaf pakweg 2019) op beperkte schaal in Oekraïne en in het zuiden van West-Siberië geteeld, mede dankzij de klimaatverandering [19]. Dat laatste verdient misschien wat aandacht. De tomatillo kwam in 1926 in Rusland en werd er tot in de vijftiger jaren van de vorige eeuw (dus onder het bewind van Stalin) op diverse stations (lees eens dit boek) uitvoerig mee geëxperimenteerd. En recent werd in de omgeving van Novosibirsk getest.
Culinair

De tomatillo is integraal onderdeel van de Mexicaanse èn Guatemalteekse keuken. Geen Mexicaans of Guatemalteeks gerecht zonder tomatillo – misschien een beetje overdreven, maar het geeft de rol van de vrucht aan.
De afgeronde, tot 5,5 x 6,5 cm grote bes wordt omhuld door een gedroogd strogeel, papierachtig omhulsel. Een jasje. Deze bes kan rijp groen, geel, roodachtig, blauw of violet van kleur zijn. Ze bevatten veel kleine zaden. Vaak wordt de tomatillo nog in onrijpe toestand geoogst. Dan zijn ze: (a) niet zoet en beter bruikbaar, (b) veelal groen en (c) makkelijker te snijden.
De hele bes m.u.v. de steelaanzet wordt gebruikt. Gebakken, gekookt en ook rauw in salsa of salades. Het groene resp. gele vruchtvlees is zurig/wrang resp. zoet, aromatisch en kruisbesachtig van smaak.
Koken: 15-20 minuten tot ze zacht zijn
Roosteren/grillen: 10-15 minuten op 230o C, tot ze zacht zijn
Zoals bij de geschiedenis al is aangegeven, is het toepassingsgebied beperkter dan dat van de tomaat. De tomatillo kan in fruitsalades of tot compote worden verwerkt. Bovenaan staat de salsa verde, verder natuurlijk guacamole en andere sauzen en soepen. Vrijwel altijd in combinatie met een rode peper – of tabasco. Het is een uitgekiende smaakbalans: de peper en de tomatillo. Het scherpe van de peper harmonieert met het ietwat zurige van de tomatillo.
Wassen
Verwijder het omhulsel door te pellen of de tomatillo’s eerst even te rollen. Omdat de vruchten een nogal wasachtige c.q. plakkerige laag hebben, kunt u ze best even afwassen.
Bewaren

Verse tomatillo’s, met de jas nog aan, blijven een week op kamertemperatuur en tot twee weken goed in de koelkast. Doe ze daartoe in een papieren zak. Als u de jas uit doet en ze in een plastic zak doet, tot drie weken.
Tomatillos kunnen ook worden ingevroren, maar wel de jas verwijderen.
In Mexico en de Verenigde Staten worden tomatillo’s ook ingeblikt.
Een andere manier van bewaren is op een koele, goed doorluchte plaats (kelder met ventilatie). Bewaar ze in de huls (jas). Naar verluidt beschermt die tegen uitdrogen. Èn de natuurlijke waslaag helpt ook (wat niet vreemd is voor een plant die in streken voorkomt waar het vijf maanden droog is). Als de jas begint te schimmelen kunt u deze verwijderen en de tomatillo’s in keukenpapier wikkelen. Al met al zouden ze dan wel twee maanden houdbaar zijn. Wij hebben dit nog niet geprobeerd.
Voedingswaarde
Per 100 gram rauw:
| calorieën | 32 kcal |
| water | 91,6 gr |
| eiwitten (proteïne) | 0,96 gr |
| vet (lipiden) | 1,02 gr |
| koolhydraten | 5,84 gr |
| voedingsvezel | 1,9 gr |
| suikers | 3,93 gr |
| disachariden | die, als ze er zijn, vormen een onderdeel van de koolhydraten |
| mineralen | natrium 1 mg; kalium 268 mg; calcium 7 mg; magnesium 20 mg; fosfor 39 mg; ijzer 620 µg; koper 79 µg; zink 220 µg, mangaan 153 µg; selenium 0,5 µg; jood __ µg; chloride __ mg |
| Vitaminen: | |
| Retinol (A) | 6 µg (en alpha caroteen 10 µg en beta caroteen 63 µg) |
| thiamine (B1) | 44 µg |
| riboflavine (B2) | 35 µg |
| niacine (B3) | 1,85 mg |
| pantotheenzuur (B5) | 150 µg |
| vitamine B6 | 56 µg |
| folaten (totaal – B11/ B9) | 7 µg |
| cobolamines (B12) | 0 |
| ascorbinezuur (C) | 11,7 mg |
| vitamine D | 0 |
| vitamine E (alfa-tocopherol) | 380 µg |
| Vitamin K (phylloquinone) | 10,1 µg |
| Aminozuren | |
| Lipiden: | |
| Verzadigde vetten | 139 mg |
| Enkelvoudig onverzadigd | 155 µg |
| Meervoudig onverzadigd | 417 mg |
| Cholesterol | 0 |
Onbekend is leeg, nul is een waarde
Teelt
Zaaien | Medio april binnen (kas) voorzaaien in een zaaibakje en verspenen in potjes. Kiemt in 7-10 dagen bij ca, 200 C. Jonge zaailingen ontwikkelen aanvankelijk een relatief zwakke penwortel, die zich bij volwassen planten vormt tot een plat, wijdvertakt wortelstel [2]. |
|
Uitplanten | Als de zaailing minstens 5 cm hoog is en na de IJsheiligen, als er geen kans op vorst is. Of in de kas. Geen zelfbestuiver, dus minstens twee planten bij elkaar. In de kas of beter, i.v.m. insecten en bestuiving, buiten. Tomatillo is weerbestendiger dan de tomaat. Bijen zijn gek op tomatillobloemen. Tomatillo groeit slecht bij temperaturen lager dan 18o C. Net als een tomaat, dus. H Bij temperaturen boven de 32o C gaat het mis: uitdroging stuifmeelbuis, vruchtval, misvormingen [2 ES}. |
|
Oogst | Vanaf de bestuiving van de bloem tot het bereiken van de definitieve grootte heeft een tomatillovrucht ongeveer 50 tot 70 dagen, afhankelijk van het weer, soms 120 dagen, nodig. Dat is dus september tot de nachtvorst. Oogst alleen volle vruchten waarvan de jas begint te scheuren. Let op: echt rijpe tomatillo’s zijn te zacht. Meestal worden ze ietsje vroeger en groen geoogst. Vanaf 3 cm diameter. Tip: als de jas begint te verkleuren naar droog papier en de vrucht nog groen is, dan oogsten. |

Sommige rassen groeien laag en breed, tot 60 cm boven de grond, andere worden hoger – tot ca. 1,80 meter. In alle gevallen vertakt de tomatillo zich nogal. Struikachtig.
Plantafstand
De plant groeit “wild” – en dat is ook nog rasafhankelijk. Houd ze op een onderlinge afstand van 80 x 80 cm en zet er een stevige stok bij.
Water
Geef voldoende water, houd de grond vochtig. Mulch desgewenst.
Tip: Om te wild om zich heengroeien tegen te gaan, kan met takken om de tomatilloplant een “kooi” worden gemaakt. Op een gegeven moment de groeipunten hier en daar weghalen.
Bodem & standplaats
Volle zon. Verder niet veeleisend; licht zure tot neutrale aarde is uitstekend. Hier en daar wordt er gewaarschuwd dat de grond goed waterdoorlatend moet zijn i.v.m. kans op wortelrot. (Wij hebben zandgrond en kunnen dus dat aspect niet testen.)
Bemesting
Rassen


In Mexico worden meest deze acht rassen geteeld: Rendidora (modern, grote, niet holle vrucht, hoge opbrengst en gemiddeld 14 dagen eerder rijp dan de andere rassen), Silvestre, Milperos, Arandas, Tamazula, Manzano, Salamanca en Puebla.
Dan zijn er nog: Tomate Verde (vroeg met grote, ietwat vlakke groene vruchten, makkelijk te telen en productief), Zuni (ter grootte van een kers; komt van de Zuni indianen), Criolla (een mengeling van wilde of verwilderde rassen), Plum Jam, Confectioner, De Milpa (oud ras, donkerpaars van kleur, kleiner en doordat het minder water bevat, langer houdbaar, 90 dagen na uitplanten, dus in Vlaanderen en Nederland, eind augustus/begin september).
Zaadteelt
De zaadjes zijn heel klein. Gebruik een blender. Ga als volgt te werk: laat de tomatillo hangen tot deze overrijp (geel) is. Pel ‘m. Snijd het vruchtvlees in tweeën. Haal de schil eraf: doe het binnenste (vruchtvlees met pitjes) in een mengbeker en doe er wat water bij. Blend flink – de zaadjes zijn zo klein dat ze geen schade oplopen.En nu gaat het eigenlijk zoals bij tomaten: zaad zakt naar beneden, giet het water met vruchtvleesresten af. Weer wat schoonwater erbij, schud even, zaad zakt weer, afgieten. Herhaal dit tot je op de bodem een schone zaadjes ziet.
Kieper dit – met wat water – op een bord. Giet het bord voorzichtig af en laat het zaad drogen. Een week of wat. En dan in zakjes doen. Blijft zeker zes jaar goed.
Ziekten en belagers
Als de tomatillo gaat hangen en haar vruchten komen op de grond, is het een graag geziene prooi voor slakken. Verder is de plant vrij ongevoelig. Bij langdurig vochtig weer gaat ze lijden, maar dat geldt voor meer planten. Bladhaantjes houden er ook van. Ondanks heftige aanvallen overleeft de plant het wel.
Literatuur: [1] Food Plants of the World; [2] Wikipedia (DE/ES/NL/EN) augustus 2026; [3] Planten voor Dagelijks Gebruik; [4] Groente & Fruit Encyclopedie; [5] Tomatillo: A Potential Vegetable Crop for Louisiana, D.N. Moriconi, M.C. Rush en H. Flores, Purdue Universiteit, 1990;[6] Academic dictionaries and encyclopedias; [7] Iowa State University Horticulture Guide; [8] USDA National Nutrient Database for Standard Reference; [9] Kew Plants of the World Online (POWO); [10] Complete sequence of wild Physalis philadelphica chloroplast genome, Isaac Sandoval-Padilla c.s., augustus 2019; [11] Tomatillo, husk-tomato, Neglected Crops: 1492 from a Different Perspective, J.E. Hernándo Bermejo en J. León, Plant Production and Protection Series No. 26. FAO, 1994; [12] Mexican Husk Tomato, in: Fruits of warm climates. Julia F. Morton 1987; [13] The Prehistory of the Tehuacan Valley, 1967; [14] Solanum sarrachoides and Physalis philadelphica (Solanaceae) in Spain: Two Largely Neglected Weeds, Juan Pablo Del Monte, Eduardo Sobrino, Willdenowia 23, december 1993; [15] Ethnobotany and Domestication in Xoconochtli, Stenocereus stellatus (Cactaceae), in the Tehuacán Valley and La Mixteca Baja, México, Alejandro Casas c.s. Economic Botany, vol. 51, nr. 3, (1997); [16] Nieuwe Groeiplaatsen van Zeldzame Planten in België, V.R. D’Hose en J. E. De Langhe, Bulletin van de Koninklijke Belgische Botanische Vereniging, 1977; [17] Presencia, distribución y origen de Physalis philadelphica Lam. en la zona centra de la Peninsula Ibérica, Juan Pablo Del Monte Diaz de Guerenu, Candollea 43-1, 1988; [18] Manual de Botânica Descriptiva, Vicente Cutanda y Jarauta en Mariano del Amo y Mora, 1848; [19] Yield and Fruit Properties of Husk Tomato (Physalis philadelphica) Cultivars Grown in the Open Field in the South of West Siberia, Natalia Naumova c.s. Horticulturae, 2019; [20] USDA FoodData Central Food Details, Legacy Data;
