Lablab

lablab - groene peulLablab purpureus, synoniemen: o.a. Dolichos lablab L.

Lablab, hyacinthboon (Nederlands); hyacinth bean, dolichos bean, seim bean, lablab bean, Egyptian bean, Indian bean, chicharom, Australian pea (Engels); Helmbohne, Indische Bohne, Ägyptische Bohne, Hyazinth-Bohne, Faselbohne (Duits); pois antaque, dolique d’Égypte (Frans); zarandaja, poroto, fríjol de Egipto, chaucha japonesa (Spaans); dolico egiziano (Italiaans); sim (Suriname); katjang bado (Indonesië)

Voor recepten met lablab klikt u hier (bonen) of bij peultjes of spinazie (voor het blad).

De lablab of hyacinthboon is weinig bekend in onze contreien. In een aantal betere moestuinboeken wordt ze wel ergens genoemd, maar niet serieus beschreven. Wij hebben de boon leren kennen door de Heritage Seed Library en wel hun selectie ‘nieuwe’ gewassen. Daarmee wordt bedoeld datgene dat voormalige inwoners van Britse overzeese rijksdelen nu in volkstuinen in het Verenigd Koninkrijk telen. Het klimaat daar is misschien nog iets zachter dan in Nederland, maar wij hebben de laatste jaren goede ervaringen met de lablab. 


Historie

Lablab_purpureus_Blanco2.292 Wikicommons- kleiner
Afbeelding: Wikicommons

De naam lablab stamt uit het Arabisch en verbeeldt het doffe geluid van de bonen in de droge peul. Vandaag de dag is lubia het Arabische woord voor boon, waarmee ze in principe lablab bedoelen [3].

Zoals dat gaat met niet-Westerse groenten, is er betrekkelijk weinig geschiedenis van bekend.

FAO Ecocrop en [9] zeggen dat de lablab oorspronkelijk uit India komt. Herklots [13] schrijft dat deze groente vermoedelijk in de achtste eeuw naar Afrika is gebracht.
De plant wordt al meer dan vijfduizend jaar in cultuur gebracht; de oudste vondsten in India dateren van 3.500 voor Christus [9]

, maar in [11] staat dat de oudste vondsten dateren van 1.500 voor Christus in India en 400 na Christus in Egypte.
Feit is dat het een van de oudste cultuurplanten is die de mensheid kent. En een heel groot deel van de wereld voedt zich ermee. Ze is een belangrijk voedsel in Azië en Afrika. Maar ook in de Caraïben (geïntroduceerd door voormalige slaven) en Egypte. Er zijn wel 150 namen in de wereld voor deze plant [11]. En het lijkt wel of er ook zoveel variaties in bloei en dergelijke voorkomen.

Het is niet helemaal zeker dat de lablab uit Azië stamt. Genetisch onderzoek toonde aan dat wilde lablab’s uit India passen tussen de Afrikaanse en de (in India) gecultiveerde lablab-rassen. Hetgeen het aannemelijk maakt dat lablab uit oostelijk en zuidelijk Afrika stamt. Dat zegt ook [12].
In Afrika komt deze vlinderbloemige overal onder de Sahara voor. Dus van Senegal tot Ethiopië tot de kaapprovincie van Zuid-Afrika. En Madagaskar. Nu wordt ze min of meer wereldwijd in (sub-)tropische gebieden geteeld. In Groot-Brittannië meegenomen door de inwoners uit de voormalig Britse koloniën.

Lablab - klimt - Dalgial Wikicommons
Lablab klimt er lustig op los – foto Wikicommons

In Australië wordt lablab voornamelijk geteeld als veevoer.
In China wordt het eeuwen in hagen en hekwerken geteeld. Vanuit China is het in 1654 in Japan geïntroduceerd – waar het ‘fujimame’ heet. Daar eet men de jonge peulen als groente. Voor Bangladesh is het het derde belangrijkste voedsel, na aubergine en taro.
In India wordt lablab vooral in de zuidelijke deelstaten geteeld (Kamataka, Tamil Nadu, Andhra Pradesh).

Lablab kent vele toepassingen. Vooral als voedsel: wortels, blad, bloemen en (onrijpe) bonen voor de mens en ook dier, maar ook als groenbemester (170 kg stikstof uit de lucht/ha) en bodembedekker – in tropische gebieden handig om vocht vast te houden. 

Culinair

???????????????????????????????

lablab - paarse bloem


Het blad kan rauw worden gegeten of als spinazie. [18] en [19] zeggen dat de bladeren in Oost-Afrika eerst worden gedroogd en daarna als spinazie worden verwerkt.
De bloemen kunnen rauw of gestoomd worden gegeten. Ook de zetmeelrijke wortels kunnen worden gegeten. Gestoomd of gegrild.

Rauwe rijpe en droge bonen zijn giftig, ze moeten minstens tien minuten worden gekookt en het water ververst

Jonge, onrijpe bonen, de peulen (wit, geel,groen, paars en meer kleuren, afhankelijk van het ras), kunnen worden gekookt en gegeten, net als bijvoorbeeld sperziebonen of peultjes. Iets oudere kunnen een draad hebben. De droge bonen kunnen ook diverse kleuren hebben.
Rauwe rijpe en droge bonen zijn giftig, de donkere soorten in het bijzonder. Bonen moeten minstens 10 minuten [1] worden gekookt en minstens twee maal het water wisselen.
Lang koken is ook nodig om de nogal stevige huid van het zaad zachter te maken.
Vervelend is de aanwezigheid een trypsine-remmende stof en vooral van cyanogene glycosides in de rijpe, droge bonen, die worden omgezet in waterstofcyanide dat behoorlijk giftig is. Dus bij het koken van de bonen en/of de peulen het water een paar maal verversen. 

Foto: Paul Henjum, Wikicommons
Foto: Paul Henjum, Wikicommons

In Azië en met name Indonesië worden de bonen worden gebruikt en gefermenteerd voor tofu en tempeh (die heet dan tempeh kara kara). Of vormen de basis voor kiemgroente die wat van taugé heeft.
In de Indiase keukens wordt lablab gebruikt voor curries en dahl (de schil wordt dan van de zaden/boontjes gepeld).

Het is buiten kijf een zeer voedzame plant. Voor mens en dier. We vonden wat resultaten over het effect op dieren: [9] Meldt dat in Brazilië met vee is getest waarbij een deel snijmais at, een deel hooi en een deel groene lablab. De koeien gevoed met lablab groeiden 350 gram/koe/dag gedurende de test van drie maanden, terwijl de anderen gewicht verloren. In Australië zijn resultaten gehaald met wel 1 kg per dag gewichtwinst. En uit tests in Zimbabwe bleek dat geiten het er erg goed mee deden, zowel in groei als worpen als melkproductie. 


Heilzame plant

We stuitten diverse malen op de heilzame werking van de plant. We hebben geen wetenschappelijk onderbouwde bronnen gevonden, maar willen het niet onvermeld laten.
Toepassing van zaden als: laxeermiddel, diureticum (urineafdrijvend), zogbevorderend, koortsremmend, stimuleert de maag (eetlust), kalmerend, krampstillend en afrodisiacum; nuttig bij ontstekingen.
De bladeren stimuleren doorbloeding (bij vrouwen mensturatiebevorderend) en helpen bij koliekpijnen.
Een serieus te nemen bron [10] noemt ook de koortsremmende/-werende eigenschappen, stimulering spijsvertering (en tegen winderigheid), anti-spasmen en voor de behandeling van hartkwalen. 

Bewaren

De droge bonen zijn goed te bewaren, net als andere bonen. Voor de rest is het (vrij) snel opeten.

Voedingswaarde

Lablab is zeer rijk aan mineralen en voedingsvezels en aminozuren. Best wel een gezond boontje. En volgens [10] ook eiwitrijk. Het blad tot wel 38% en de bonen tot 28% ruwe eiwitten. Per 100 gram (rijpe zaden, rauw – voor onrijpe peulen, blad e.d. gelden andere waarden):

calorieën344 kcal (46 kcal voor onrijpe zaden)
water9,38 gr (87,8 gr voor onrijpe zaden)
eiwitten (proteïne)23,9 gr (2,1 gr voor onrijpe zaden)
vet1,69 gr
koolhydraten60,74 gr (zetmeel)
voedingsvezel25,6 gr
suikers 
disachariden 
mineralencalcium (130 mg), ijzer (5,1 mg), fosfor (372 mg); kalium (1235 mg), magnesium (283 mg), natrium (21 mg), zink (9,3 mg), koper (1,335 mg), mangaan (1,573 mg), selenium (8,2 µg)
Vitaminen: 
vitamine A0
thiamine (B1)1,13 mg
riboflavine (B2)136 µg
niacine (B3)1,61 mg
pantotheenzuur (B5)1,237 mg
vitamine B6155 µg
folaten (totaal – B11/ B9)23 µg
cobolamines (B12)0
ascorbinezuur (C)0 (12,9 mg voor onrijpe zaden)
vitamine D 0
vitamine E (alfa-tocopherol) 
Vitamin K (phylloquinone)(18,1 µg voor onrijpe zaden)
Aminozuren199 mg tryptofaan, 925 mg threonine, 1,63 g lysine, 155 mg valine, 2,02 g leucine, 279 mg cysteine en nog een handvol
Lipiden: 
Verzadigde vetten288 mg
Enkelvoudig onverzadigd76 mg
Meervoudig onverzadigd715 mg
Cholesterol 0

Nul is ook een waarde, maar waar niets is ingevuld is onbekend.

lablab - opkweek 1

lablab - opkweek 2


Teelt

Een kleine uitdaging in gematigde klimaten. Maar wij hebben nu drie seizoenen succes ermee gehad. Dus de klimaatverandering kent zijn voordelen….
De productie is niet groot; [14] zegt dat er toch wel een rij van 6 meter moet worden aangeplant, maar [3] spreekt van een hoge opbrengst. 

ZaaienEind maart/begin april in potjes, binnen. 18-21o C. De bonen hoeven niet te worden voorgeweekt. Verdraagt temperaturen tot +3o C. Korte vorst doet het groen afsterven, maar niet de plant. Kiemt na 10 à 25 dagen.
UitplantenNa de IJsheiligen (na 15 mei). Het is een klimplant; 2 planten per stok. Ze groeien lekker vanaf 18o C.
OogstKortedagplant, dus bloeit met 11 uur of minder zon per dag en dus in voorjaar of nazomer. (Er zijn ook langedag varianten.)90-150 dagen van zaad tot oogst; onvolwassen peulen en blad kan eerder worden geplukt.

Water

Lablab klimt in onze moestuin makkelijk.
Lablab klimt in onze moestuin makkelijk.

Kan tegen droogte als de plant zich heeft gevestigd (kan tot 2 meter diep wortelen), maar als het lang droog is, verliest het blad. Kan ook goed tegen veel water (regen), mits dit wel redelijk wordt afgevoerd. 

Bemesting

Niet in het bijzonder; professionele teelt op zandgrond wil wel wat zwavel en fosfor toevoegen. Lablab is een uistekende stikstofbinder.


Bodem & standplaats

Na een iets te koude nacht. Maar ze herstelden zich.
Na een iets te koude nacht. Maar ze herstelden zich.

Van zeeniveau tot ruim 2 km hoogte. Geen hoge eisen; zandgrond tot klei, mits de afwatering maar oké is. Zuurgraad tussen 4,5 en 7,5 pH. Weinig zouttolerant, dus misschien niet goed aan de kust (we hebben niet van ervaringen hieromtrent vernomen). Zon. Houdt niet van (half-)schaduw. 


Rassen

De wilde variant is een vaste plant die met een forse stam wel zes meter hoog kan reiken. De in cultuurgebrachte worden als eenjarige geteeld.
Omdat de plant al zo lang en wereldwijd wordt geteeld, zijn er ontzettend veel rassen en cultivars. Highworth (ontwikkeld in Australië, bloeit vroeg, vroeg rijp, peulen hangen boven de bladeren), Rongai, Endurance (bloeien beiden laat en Rongai is weinig ziektegevoelig). Verder vermeldt [19] Purple (m.n. voor de sier, maar paarse peulen die na het koken paars blijven), Pusa Extra Early, Valor (lange, zachte witte peulen, rijke oogst) en Walpapdee (platte, lichtgroene peulen).
GardenOrganic raadt voor ons klimaat aan Ruby Moon, Rongai en Ipsa 2. 

Zaadteelt

Het is een zelfbestuiver. De peulen laten drogen aan de plant. En dan doppen. 

Ziekten en belagers

Eigenlijk weinig, daar de plant voor onze contreien betrekkelijk nieuw is. [15] Noemt het goed bestand tegen allerlei kwalen. Maar we lazen dat nachtvlinders, motten, er van houden. Maar de soorten die worden genoemd komen niet hoger dan Zuid-Europa. Oh jee, klimaatverandering…… De wortels kunnen worden aangevallen door nematoden (wormpjes). Maar daar helpen Afrikaantjes tegen. Meeldauw komt ook wel eens voor. Maar in het algemeen is lablab een “harde” plant. 

Literatuur: [1] Food Plants of the World; [2] Handboek Ecologisch Tuinieren; [3] The Oxford Companion to Food; [4] Groente & Fruit Encyclopedie; [5] Wikipedia 05-2015; [6] Tropical Forages: An Interactive Selection Tool; [7] Fact sheet GardenOrganic; [8] Justus Liebig Universität, Giessen (Duitsland); [9] University of Agricultural Sciences, Bangalore (India); [10] USDA National Resources Conservation Service; [11] Lablab purpureus—A Crop Lost for Africa?, Brigitte Maas c.s. Tropical Plant Biology, 28-03-2010; [12] Lost Crops of Africa, vol II, 2006; [13] Vegetables in Sout-East Asia, Herklots, 1972; [14] Rare Vegetables, John Organ, 1960; [15] Tropical Legumes: Resources for the Future, National Academy of Science, 1979; [1] Sturtevant’s Edible Plants of the World; [19] Cornucopia, 1990

Een reactie plaatsen

Verschijnt een à twee keer per maand. Met een breed scala aan onderwerpen uit het groenere leven en lekkere recepten.

Kijk in ‘spam’ of ‘reclame’ wanneer u niet binnen een paar minuten een e-mail ontvangt.