Deze pagina dateert van 23 februari 2013 en is op 28 mei 2026 bijgewerkt.
Leestijd: 22 minuten
Inhoudsopgave
Eruca sativa (Miller) of E. vesicaria subsp. sativa (Miller)
Diplotaxis tenuifolia wordt ook wel als Rucola selvatica aangeprezen
Diplotaxis muralis
Raket, raketsla, rucola, zwaardherik, krapkool (Nederlands); ar(r)ugula [VS], garden rocket, gargeer, rocket, roka, roquette, rucola, rugula, tira, colewort (Engels); Garten-Senfrauke, rauke / wilde rauke ( (Duits); roquette, cresson de fontaine, salade de vingt-quatre heures (Frans); rúcula, rúgula, oruga, arúgula (Spaans); tira, rucola, ruchetta, rughetta, ruca (Italiaans)
Let op!
Eigenlijk is rucola een verzamelnaam voor drie plantsoorten. In de moestuin kennen we rucola en wilde rucola. De laatste is meestal Diplotaxis tenuifolia, die in het Nederlands de poëtische naam ‘grote zandkool’ draagt. Daarnaast wordt Diplotaxis muralis (zandkool) ook wel als rucola aangeboden. De Eruca is de echte rucola/raket. Eruca is in principe eenjarig, Diplotaxis meerjarig.


Naam
De Nederlandse naam raket/raketsla komt van het Franse roquette dat komt van het Latijnse eruca – vermoedelijk via de Provençaalse taal, dat het roqueto noemt. Inmiddels is rucola zo ingeburgerd dat wij dit woord eerder herkennen voor deze groente dan het Nederlandse raket. Wij gebruiken het in deze tekst door elkaar. Volgens [1] is het Engelse rocket afgeleid van het Italiaanse rochetta, dat staat voor wielvormig vuurwerk, vermoedelijk een associatie met de helder gele bloemblaadjes.
Eruca is een zeer oud Latijns woord, waarvan herkomst niet met zekerheid is vast te stellen [20]; het staat voor branderig, scherp, naar de smaak. Volgens T.F. Uilkens is het een verbastering van het Latijnse urica (urere volgens [20]), afgeleid daarvan: uro, ik brand.
Plant

Raket behoort namelijk tot de mosterds binnen de kruisbloemenfamilie (Brassicae). Het is een zogenaamd monospecifiek geslacht – een geslacht (Eruca) dat slechts één soort (sativa) kent. Ze komt van nature voor op het noordelijk halfrond [11]. (Maar we vonden een E. pinnatifida, een veervorminge rucola, die in 1875 is vastgelegd en overigens voor de rest als een E. sativa wordt gebruikt. Deze wordt dan ook weer als E. sativa var pinnatifida beschreven, en dan is het weer monospecifiek v.w.b. de soort.)
Raket groeit als een eenjarige (tot tweejarige) kruidachtige plant en wordt 15 tot 50 cm hoog. De rechtopstaande stengel is meestal vertakt, heeft hoekige strepen en is, in het onderste deel, ruw behaard, zelden slechts zeer licht behaard. De bladeren aan de stengel staan afwisselend en zijn aanzienlijk kleiner dan de bladeren aan de grond. De bladeren van raket zijn doorgaans kaal (soms wat haartjes erop), gelobd en geveerd en hebben aan elke zijde twee tot viersegmenten; meest gaatrandig, soms getand.
Rucola houdt wel van koel weer. Bloeit in de zomer, bij lange dagen en hoge temperaturen [7]. De bloemen staan aan het uiteinde van de stengel en eventueel aan de zijtakken in een losse, trosvormige bloeiwijze. Rakt bloeit van mei tot in de nazomer. De tweeslachtige, vierdelige bloem is ruim 1 tot 3 centimeter lang. De vier kelkblaadjes zijn donker bruinpaars, smal eivormig en hebben aan hun uiteinde soms een ietwat vage witte rand. De vier aan elkaar vastzittende kroonblaadjes zijn wit met een gelige tint en hebben duidelijke, bruinpaarse nerven. De peulen, die tegen de stengel aanliggen, zijn licht samengedrukt, 20 tot 35 millimeter lang en 3 tot 5 millimeter dik. [11 DE]
Heilzaam
Aan rucola worden veel geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven. De plant is rijk aan glucosinolaten en isothiocyanaten. Olie uit de zaden is zeer rijk aan erucazuur. Genetisch gezien is Eruca een naaste verwant van de kolen (Brassica‘s), hetgeen wordt bevestigd door moleculaire markers. De belangstelling voor de productie van Eruca-olie neemt toe [2026] vanwege de interesse in erucazuur door de chemische industrie.
Historie
Diplotaxis tenuifolia komt in Nederland in het wild voor. Vooral in de duinen en steden [4]. De oorsprong van de echte rucola, de Eruca, plant ligt in Zuid-Europa, rond de Middellandse Zee. Het wordt al sinds de oudheid door de mens gegeten. Mon of meer gedomesticeerde varianten hebben zich buiten het oorspronkelijke verspreidingsgebied verspreid. Door selectie heeft deze soort zich aangepast: in het Middellandse Zeegebied werd het een bladgroente terwijl het in India met name voor de olieproductie wordt geteeld. De etnobotanische kennis over Eruca is groot; de plant wordt zelfs genoemd in de Talmoed en de Bijbel [10]. Romeinen, maar ook de Egyptenaren, beschouwden het blad in salades dus als een afrodisiacum.

Lustopwekkend
De Griek Pedanius Dioscurides leefde tussen 40 en 90 na Christus. Hij schreef de vijfdelige encyclopedie De Materia Medica (Het Kruidenboek) over heilzame kruiden en daaraan gerelateerde stoffen (φαρμακοποιία farmacopee).
Zijn boek is door de eeuwen heen vaak overgeschreven en vertaald. Hij schijft: “Rucola [bij de Romeinen Eruca, bij de Egyptenaren Ethrekike, bij de Afrikanen Asurik] wordt vaak rauw gegeten; het stimuleert de geslachtsdrift, en ook de zaden hebben hetzelfde effect; ze werken urineafdrijvend (diureticum), bevorderen de spijsvertering en zijn goed voor de maag. De zaden worden ook gebruikt om gerechten op smaak te brengen. Ze wordt ook bewaard om lang houdbaar te blijven, door er azijn of melk doorheen te kneden en er pastilles van te vormen. Er bestaat echter ook een wilde rucola, vooral in West-Iberië [thans Portugal, MergenMetz], waarvan de lokale bewoners de zaden gebruiken in plaats van mosterd; deze is sterker urineafdrijvend en veel scherper dan de gekweekte rucola [17].
Galenus waarschuwde voor de scherpe smaak en mogelijke hoofdpijn. Hij adviseert de zaden gemengd met ander voedsel te eten.
Dit alles indachtig plantten de Romeinen bloembedden vol met raket om de beelden van Priapus, de Grieks-Romeinse god van de vruchtbaarheid.
Plinius de Oudere schreef in de Naturalis Historia (boek 19, hoofdstuk 44): “Ook rucola en Oost-Indische kers / waterkers [de vertaling van nasturtium in dit boek kan twee kanten op, MergenMetz] kunnen zowel in de zomer als in de winter met het grootste gemak worden geteeld. Met name rucola is goed bestand tegen de kou, en de eigenschappen ervan verschillen sterk van die van sla, aangezien het een krachtig lustopwekkend middel is. Daarom hebben we de gewoonte om deze twee planten in onze gerechten te mengen, waarbij de overmatige kou van de ene wordt gecompenseerd door de even grote warmte van de andere.”
En in boek 20, hoofdstuk 49 worden allerlei geneeskrachtige werkingen, ook voor de ogen, vermeld: “[…] Er wordt gezegd dat als deze plant in wijn wordt ingenomen door personen die op het punt staan geslagen te worden, het het lichaam een zekere mate van ongevoeligheid zal verlenen. De smaak ervan is zo aangenaam als smaakmaker voor voedsel, dat de Grieken het de naam euzomon hebben gegeven. […] De wortel ervan, gekookt in water, heeft de eigenschap om splinters van gebroken botten te verwijderen.
Wat betreft de eigenschappen van rucola als afrodisiacum, daar hebben we het al over gehad. Drie blaadjes wilde rucola, geplukt met de linkerhand, fijngestampt in hydromel [mede, zoete wijn van water en honing, MergenMetz] en vervolgens gedronken, hebben een soortgelijk effect.”
De Romeinse dichter Ovidius betitelde de plant als wellustig. De Romeinen aten het doorgaans met hun roemruchte garum, een gefermenteerde vissaus. Maar over het algemeen was de raketsla voedsel van het volk. Het was immers een wilde plant en met een stuk brood een goed maal.
Bijbel
In het Klassiek Hebreeuws heet rucola Gargir, waaraan het Arabische gargir is ontleend. De meeste wetenschappers zijn het erover eens dat dit de groente is die in de Bijbel (2 Koningen 4:39-40) Oroth wordt genoemd. [12] Het vereist wat dieper inzicht om dat terug te vinden, want het is in veel Bijbelvertalingen onjuist, maar het moet zijn: “Een van hen ging eropuit om groente (oroth) te plukken, vond een wilde wijnstok en plukte daar kalebassen van […]”
In de Misjna en de Talmoed wordt het gebruik van rucola in het Heilige Land, tijdens de Hellenistische periode, als specerij, voedingsmiddel en geneesmiddel veelvuldig genoemd [12]. Flavius Josephus (1e eeuw n.Chr.) noemt rucola in een beschrijving van de hoed van de hogepriester:

Uit een presentatie van de Amerikaanse Universiteit (Beiroet, Libanon) en Old Dominion University (Norfolk, Viginia), over planten in de Bijbel, pikken we het volgende op:
In Marcus 4:31 zegt Jezus: “[Het is als een] mosterdzaadje, dat, wanneer het in de aarde gezaaid wordt, het kleinste is van alle zaden op de aarde,…” Hij doelt op het kleinste zaad dat er is en heel snel kiemt – een analogie met God’s Rijk. Maar wat is mosterd in de Bijbel? Er is geen archeologisch noch etnobotanisch bewijs van de teelt en productie van mosterd. Er is één kandidaat: rucola, dat wijd verbreid in het Midden-Oosten werd en wordt gebruikt.

Kerk
Dat was allemaal rond het begin van onze jaartelling. De kerk verbood lustopwekkende planten in de tuinen van de kloosters te telen. Maar door het als smaakmaker te positioneren werd dit verbod omzeild.
Zo komt rucola voor in de Codex Palatinus (539). Dit is een verzamelmanuscript: een boek dat telkens, door de eeuwen heen, werd overgeschreven. In deze Codex Palatinus wordt een groot aantal heilzame planten vermeld.De Codex Palatinus Germanicus is de laatste en dateert van 1425. Daarin heet rucola wißsenff [15]. (De boekdrukkunst werd in Europa in 1439 uitgevonden – in China mogelijk in de 11e eeuw.) Rucola komt overigens niet voor in de Physica (rond 1155) van Hildegard von Bingen.
Het is ook leuk dat Eruca alba in de Capitulare de Villis van Karel de Grote is opgenomen. Vooral omdat deze in zijn opdracht is opgesteld door de de benedictijnse abt Ansegis van Sint-Wandrille.

Leonhart Fuchs (1543)
Leonart Fuchs was de eerste botanicus die in 1543 in zijn New Kreüterbuch fraaie, goed herkenbare afbeeldingen van de gewassen had opgenomen. Hij beschrijft twee mosterds: Geeler gartensenff (Sinapis alba, witte of gele mosterd) en Weiß gartensenff, die vandaag de dag in het Duits als Rauke en in het Latijn Eruca sativus wordt genoemd.Hij beschrijft ze beide in een hoofdstuk CCIIII: “Vom zamen Senff” (tamme, dus gecultiveerde mosterds). Over de teelt/groei: “Beyde geschlecht des Senfs werden gemeinlcih in den gärtë gezilet. Wachsen doch zu zeiten von sich selbst/ aber nit so lustig und schön als in gärten dahin sie gepflantzt werden.” Kortom, beter gecontroleerd zaaien of uitplanten.
Bij de werking beschrijft hij niet het consumeren van het blad, het gaat louter over de zaden, al dan niet gemalen en verpulverd. En natuurlijk de heilzame c.q. lustopwekkende werking.
De l’Obel (1581)
Matthijs de Lobel bespreekt in zijn Kruydtboeck (1581) de rucola na enkele mosterds (Sinapi) en is de eerste waarbij we de Latijnse naam Eruca sativa vermeld zien. Hij kent ook een tweede raket, namelijk Erucoa maior.
“Dese twee tamme Raketten zijn de lieflickste ende edelste inde spijsen […]” waarvan akte. En ook: “[…] werdt ghemeynlick gheheeten Gentil, by welk woordt de Spaignaerts ende Italiaenen bedieden [beduiden, MergenMetz] alle saecken die bequame is om eene mensche blijde ende wacker te maecken / tot genoechte / spel ende byslapen [….]” En dan volgt er een curieus stukje over monniken op een eiland bij Montpellier – wellicht Maguelone? – die “daer door souden moghen ghenieten”. Zij kregen het zaad van een landloper, ze zaaiden het, ze aten het en “want sy wisten wel door tghebruyck hoe zeere dattet diewils eten in henliden was verwckende d’oncuyschheydt”. En daar kan je van alles bij bedenken. Hij beschrijft ook wilde raket (Eruca sylvestris) en wilde raket met smalle bladers (Eruca sylvestris angustifolia).
Matthioli / Camerarius (1586)

Camerarius (of oorspronkelijk Matthioli) geeft aan dat het in Italië in vrijwel alle tuinen staat (uitgave 1586), aldus [23]. Wij hebben de 1590 uitgave en lezen dat nergens.
John Gerard (1597)
John Gerard schrijft er over in zijn ‘The Herball, or, Generall historie of plantes‘ (1597): “Whoever taketh the seed of Rocket before he be whipt, shall be so hardened that he shall easily endure the paines.” Dat heeft hij dus van Plinius. Kortom: Eet voor dat u zweepslagen krijgt wat raketzaad en u kunt uw pijnen met gemak doorstaan. Hieronder drie bladzijden uit Gerard’s The Herball over raket:



Leuk dat Gerard schrijft: “Rocket is called in Greeke euzomos in Latin Eruca; in high Dutch Rauckenkraut; in French Roquette; in lowe Dutch Rakette; in Italian Ruchetta; in Spanish Oruga; In English Rocket and Racket.“
John Gerard pleegde onbeschaamd plagiaat. Zijn boek was een kopie van Dodoens‘ eerste Cruydeboeck en bovendien nog een slechte vertaling. Matthias de l’Obel, die toentertijd in Londen verbleef, moest Gerard te hulp schieten en correcties aanbrengen. Dus in The Herball van Gerard.staat ongeveer hetzelfde als in Dodoens’ werk uit 1554.
Rembert Dodoens (1554 – 1618)


In 1618, na het overlijden van Dodoens, brengt uitgever Plantijn een nieuw Cruijdt-Boeck uit, herzien en bewerkt door Françoys van Ravelingen (bedrijfsleider van de vestiging van drukkerij Plantijn in Leiden).
Dodoens/Van Ravelingen schrijft dat de tamme en de wilde sterk op elkaar lijken, maar de wilde is in alle opzichten veel kleiner. Maar de bloemen zijn veel geler. Verwijzend naar de Humorenleer van Galenus: raket is warm en droog tot in de derde graad.En daarom moet ze met postelein en sla of dergelijke andere zeer koude kruiden, gemengd als salade worden gegeten.
“Rakette in de spijse ghebruyckt maect oock lust tot bijslapen / ende wordt gelooft het menschelijck saet te vermeerderen.”
In het bijvoegsel, van Van Ravelingen, onderscheidt hij naast de tamme en wilde raket, nog meer raketten, die hij probeert te relateren aan plantnamen zoals die door andere botanici zijn toegekend.
We gaan niet alle botanici en herboristen uit de geschiedenis opsommen. Maar kortweg: Albertus Magnus (13e eeuw) heeft het er over in zijn vele werken, Ruellius schrijft er ook over en gebruikt de Franse naam roqueta in De Natura stirpium libri tres (1536).
Johann Hermann Knoop (1769)
Knoop kent in zijn Beschryving van de Moes- en Keuken-Tuin (1769) de Tamme of Tuin-Rakette, de Wilde Rakette en de WIlde Kruipende Rakette. “De eerste zoort word in de Tuinen gekweekt, en waar dezelve natuurlyk voorkomt, is ons onbekent, misschien in de Lavant; maar de tweede groeit in Neder– en Hoog duitschland, Frankryk, en elders in het wild, op zandige plaatzen, naast de Wegen, enz.” De derde, de kruipende, komt volgens Knoop voor op grazige plaatsen. Hij raadt aan het jonge blad als toekruid bij de salaad te eten. En van het zaad kan mosterd worden gemaakt.
T.F. Uilkens (1855)
In het Groot Warmoeziers Handboek (1855) kan Uilkens flink uitpakken over groenten. Zo niet over rucola: rakette of rakettekruid, zoals hij het noemt. Hij gebruikt Brassica eruca als Latijnse naam en beschrijft allerlei overwegingen en meningen van andere botanici, zoals Torunefort en Decandolle. Volgens Uilkens komt rucola uit Zwitserland en Oostenrijk, maar zou ook in Frankrijk inheems zijn.
“De jonge spruiten worden als toekruid bij de salade gebezigd, doch wegens den onaangenamen reuk van het gewas wordt het schaars in onze tuinen gekweekt, doch des te veelvuldiger in Italie genuttigd.” Zo zie je maar weer, de Nederlander moest er niets van hebben.
Het is opmerkelijk dat het in de moestuinboeken van de eerste driekwart van de 20ste eeuw niet of nauwelijks is opgenomen. Misschien omdat het niet als een echte groente werd gezien? Had Uilkens gelijk?
Nederland
In Nederland is, naar verluidt, in 1981 rucola door de zaadhandelaar Tubbergen geïntroduceerd. Pas sinds pakweg 2000 schijnt het aan zijn grote doorbraak te zijn begonnen in de Nederlandse keuken, aldus Tjerk Gualthérie van Weezel in de Volkskrant (4 augustus 2011). De omzet groeide sterk en bedroeg toen 17 miljoen euro. Het wordt jaarrond in de kas geteeld. “Als er een zonnig weekend aankomt, weten we al hoe laat het is. Dan gaat de raketsla als een kanonskogel,” aldus teler Merijn Vreugdenhil toen (lees dit).
In Iran, Pakistan en India wordt het geteeld voor de olie (waar wij raapzaadolie kennen), aldus [2].

Culinair
Op basis van wat de oude botanici en ook Knoop schreven, zou je mogen verwachten dat rucola of raket(te) in de 19e of 18e eeuwse kookboeken zou staan. Vooral omdat die uitvloeisels zijn van wat in de keukens van de verheven klasse (die met de hoven) werd bereid. Maar het lijkt erop dat het in de Lage Landen een exclusieve groente was die tegen het einde van de 20ste eeuw werd (her)ontdekt. Vermoedelijk hebben de zomervakanties (naar onder andere Italië), die in de zeventiger jaren van de 20ste eeuw binnen het bereik van ‘de gewone mensen’ kwamen, daarbij een grote rol hebben gespeeld. Net zoals olijfolie nu heel gewoon is.
In Eenvoudige berekende Recepten van Martine Wittop Koning (1922), met het fraaie motto ‘Met nieuwen tijd komt nieuw weten’, treffen we bij de groenten wel Japanse andoorn en molsla, maar geen raket. In ‘Praktische Recepten van de Huishoudschool Mariakroon’, verzameld door het pseudoniem Elisabeth (1930) is het veel vlees en vis, weinig groenten, geen raketsla. En in ‘Onze Keuken’ van de VARA, behorend bij de radio kooklessen (1933), vinden we het niet. Ook niet bij ‘gemengde sla’. Het Groot Vegetarisch Kookboek (1912) kent soms minder gangbare groenten aan. Maar nee, raket of roquette komt er niet in voor, ook niet in de Fransche salade. Zelfs in de Wannée (1997, 25ste druk) komt het woord raket of rucola niet voor.
In NRC Handelsblad van 28 april 1984 staat in een artikel ‘Wie zaait zal oogsten’ (auteursnaam ontbreekt) het volgende: “Waar ik veel van verwacht is het bed met raketsla, een wilde slasoort, waarvan de blaadjes dun en getand zijn. De zaad ervan zijn hier in Nederland naar mijn weten niet bekend noch te koop. In heb ze vorig jaar uit Engeland meegebracht.”
In het recept voor ‘Franse salade met spekjes’ in het Algemeen Dagblad, 20 mei, 1998, wordt heel kort wordt gezegd dat raketsla nu rucola wordt genoemd, terwijl het gewoon in het wild in Nederland voorkomt. En op 10 juli 1999 wordt in diezelfde krant in de rubriek Eten door Alma Huisken over raket geschreven. Zij schrijft: “Rucola, roquette, eruca, raketsla: de snel populair geworden sla met zijn kenmerkende smaak [….] Rucola is al eeuwen onder ons.” Kortom: het is in 1999 een vrij nieuwe groente.
Rucola is een kruisbloemige, een Brassica, en daarmee nauw verwant aan de zogenaamde mosterds. Het jonge(re) blad wordt overwegen rauw als salade of in gemengde salades (mesclun) gebruikt. De smaak is notig, licht pittig. Voorts wordt het vaak in pesto of tapenades verwerkt. Maar stoven kan ook, of verwerken in warme gerechten. Wat dacht je van op de pizza?
Rucola wordt ook als kiemgroente aangeboden, maar dan heet ze opeens rucola-kers.
Als de raket bloeit wordt het blad bitterder van smaak. De bloemen zijn overigens ook eetbaar. Olie van het zaad wordt in India als culinaire olie gebruikt, maar ook als smeermiddel.
Bewaren
Geplukte of geknipte rucola is enkele dagen (7 dagen bij 2 – 4 °C) in een plastic zak goed te houden in het groentevak van de koelkast. Lichtjes verlepte bladeren pept u weer op door ze een uurtje of wat in een bak water te leggen.
Voedingswaarde
Per 100 gram:
| calorieën | 13 kcal (zeer laag, dus) |
| water | 95 gr |
| eiwitten (proteïne) | 1,3 gr |
| vet | 0,2 gr |
| koolhydraten (sacharine) | 1 gr |
| voedingsvezel | 1,5 gr |
| suikers | 0,8 gr |
| mineralen | calcium (40 mg), ijzer (1 mg), fosfor (35 mg); natrium (10 mg); kalium (220 mg); magnesium (10 mg) en wat koper en zink |
| vitamine A | 200 µg |
| thiamine (B1) | 60 µg |
| riboflavine (B2) | 80 µg |
| niacine (B3) | |
| pantotheenzuur (B5) | |
| vitamine B6 | 60 µg |
| folaten (totaal – B11/ B9) | 35 µg |
| cobolamines (B12) | 0 mg |
| ascorbinezuur (C) | 15 mg |
| vitamine D | 0 mg |
| vitamine E(alfatocopherol) | |
| Vitamin K (phylloquinone) | |
| cholesterol | |
| Aminozuren |
Nul is ook een waarde, maar waar niets is ingevuld is onbekend.

Teelt
Rucola is een gewas voor de koelere tijden. U mag het zeker ook in de zomer proberen. Het groeit snel, maar als de dagen lang en (te) warm zijn, schiet ze snel in bloei. Grofweg wordt ze 20 cm hoog, maar kan ook tot een meter hoog worden (in bloei).
| Zaaien | Eind maart/begin april, en daarna met enige regelmaat weer nieuw tot het einde van de zomer. Dun op de regel, ½ – 1 cm diep in losgeharkte grond. Kiemduur bij 250 C is pakweg 1 dag.Wij zaaien het op randen in de bedden met de kolen. Het zit in ons rotatieplan. Rucola nà bonen of cucurbitaceae (pompoenen, courgettes e.d.) zaaien wordt algemeen afgeraden [8]. |
| Uitplanten | Ter plekke zaaien |
| Oogst | Met name voorjaar en najaar, als het blad 7-10 cm lang is. Pakweg zes tot acht weken na het zaaien; knippen, dan loopt het weer uit. |

Plantafstand: dun zaaien in de rij; 20-25 cm tussen de rijen.
Water: geen bijzondere behoeften, met dien verstande: als het onvoldoende water krijgt wordt de smaak sterker en schiet de plant eerder in bloei [22].
Bemesting
Niet in het bijzonder, maar zie hieronder…
Bodem & standplaats
Bijna op alle grondsoorten. Maar voor fraai bladgroei is stikstof nodig, dus mest. De Diplotaxis prefereert ietwat kalk.
Soort zoekt soort. Wij telen rucola op de rand van de kolenbedden. Want rucola is ook een kruisbloemige. De bedden worden in het najaar bekalkt en krijgen in het voorjaar een fikse dosis mest. Hierdoor doet rucola het bij ons altijd goed.
Net als andere kolen: het is beter als er minstens vier jaar tussen de teelt op dezelfde plek zit [22].
Rassen
In Dictionnaire Vilmorin des Plantes Potagères (1946) is geen sprake van rassen.


Hoewel in [7] en [8] wordt gesproken van pakweg 148 bronnen over de wereld waar zaad wordt bewaard en hoewel we (zie foto’s) diverse blad- en steelvormen kennen, is er in de geraadpleegde handboeken weinig klip en klaars over Eruca sativa-rassen te vinden.
We treffen namen aan als: Apollo, Astro, Astro II, Buckingham, Evening Star, Fresca,Pegasus, enzovoorts. Er wordt hier en daar gesproken van laatbloeiende variëteiten en ook niet-bloeiende. Al het blad is net iets anders, maar de beschrijving vrijwel hetzelfde. In 2010 is er in het blad Proeftuinnieuws [25] het resultaat van een rassenonderzoek (vroege teelt 2009) gepubliceerd. Dat betreft de rassen Wild Tiger, Aragula Cultivated, Aragula Rocky, Antartica, Atlantis, Bologna, Montana, Tricia en Voyager. Tricia is het meest groeikrachtig en (dus) productiefst en heeft minder diepe bladinsnijdingen. Maar de conclusie luidt dat er geen wezenlijke opbrengstverschillen bestaan.
Zaadteelt

Eenvoudig. In bloei laten schieten en het zaad vervolgens op tijd, oogsten. Voorjaarszaad is 85% kiemkrachtig, herfstzaad minder. Het zaad heet 1-3 jaar houdbaar te zijn.
Ziekten en belagers
Aardvlooien en kevertjes willen zich wel eens aan het blad tegoed doen. En soms een schimmel als valse meeldauw. De tuinbouw teelt rucola (ook de diplotaxis) op water. We lezen dat in deze kasteelt luizen een plaag kunnen zijn. In onze moestuin is dat nooit het geval geweest.
Literatuur: [1] Walks after Wild Flowers, Richard Dowden, 1852; [2] Food Plants of the World; [3] Handboek Ecologisch Tuinieren; [4] Planten voor Dagelijks Gebruik; [5] Groente & Fruit Encyclopedie; [6] Voedingswaardetabel.nl; [7] Arugula: A Promising Specialty Leaf Vegetable, Department of Horticulture, Purdue University, 2002; [8] Rocket: a Mediterranean crop for the world, Report of a workshop 13-14 december 1996, Legnaro Padova), redactie: S. Padulosi en D. Pignone; [9] Encyplepoedia of Organic Gaderning; [10] Eruca, Domenico Pignone & César Gómez-Campo, in Wild Crop Relatives: Genomic and Breeding Resources, januari 2011; [11] Wikipedia NL/DE/EN/FR mei 2026; [12] Tradition, uses and Biodiversity of rocket (Eruca Sativa, Brassicaceae) in Israel, Zohara Yaniv c.s., Economic Botany, 1998; [13] Wild foods in the Talmud, Oxford Symposium on Food and Cookery, Susan Weingarten, 2005; [14] Naturalis Historia, Plinius de Oudere, vertaling: John Bostock, M.D., F.R.S., H.T. Riley, Esq., B.A., Ed.; [15] Der Codex Palatinus germanicus 539 – eine Pflanzenliste aus dem 15. Jahrhundert, Claudia Erbar & Karin Zimmermann, Universiteit Heidelberg, 2009; [16] Rucola van de gestoomde grond, Tjerk Gualthérie van Weezel, de Volkskrant, 4 augustus 2011; [17] De materia medica van Dioscorides, vertaling Julius Berendes, pharmacoloog,1902; [18] Eene Middelnederlansche Vertaling van het Antidoratium Nicolai, W.S. van den Berg, 1917; [19] The Oxford Companion to Food; [20] Planten uit de Bijbel, Daan Smit e.a., 1990; [21] Nutzpflanzen, 8. Auflage, 2012; [22] Das große Biogarten-Buch, Arche Noah, 2013; [23] Sturtevant’s Edible Plants of the World; [24] Cornucopia; [25] Rassenproef rucola vroege teelt 2010, Proefstation voor de Groenteteelt, Sint-Katelijne-Waver, november 2010
