Recepten met zevenblad

Zevenblad

Uit: Flora von Deutschland Österreich und der Schweiz, Otto-Wilhelm Thomé, 1885

Aegopodium podagraria

(Gemeen) zevenblad, tuinmansverdriet, drieblad, wilde vlier, hanepoot, kraaiepoot, geitenpoot, Gerardskruid, geer(s), heers, hirs, flerecijnkruid. (Nederlands); (Gewöhnlicher) Giersch, Zipperleinskraut, Podagrakraut, Dreiblatt, Ziegenkraut, Ziegenfuß, Wiesenholler, Geißfuß, Gösch, Erdholler, Falsche Petersillie, Bodenholunder (Duits); goutweed, bishop’s goutweed, bishop’s weed, bishopsweed, ground elder, herb Gerard, snow-in-the-mountain, wild masterwort, ground ash, ashweed (Engels); Herbe aux goutteux, petit Angélique (Frans); pie de cabra, podagraria, yerba de San Gerardo , aegopodio (Spaans); Girardina silvestre (Italiaans)
Recepten met zevenblad staan hier.

Waarschuwing
Onder de naam bont zevenblad wordt Aegopodium podagraria ‘Variegatum’ als een ‘zeer sterk uitlopende’ bodembedekker aangeboden die niet zou woekeren. Dit is al een kwestie van tegenstrijdige woordkeus, dus laat u niet in de luren leggen. (Hoewel [9] zegt dat het ‘less invasive’ is.)

Wilde groente
Welke tuinier wenst zich niet een supergezonde groente die het uitstekend doet in de halschaduw, geen onderhoud en verzorging vraagt en vrijwel het hele jaar kan worden geoogst. En bovendien nog helpt tegen reuma, jicht en hoesten c.q. verkoudheid? De aanwezigheid van zevenblad betekent ook een goede grond. Maar over de schermbloemige zevenblad wordt over het algemeen geschreven als een lastig ongewenst en invasief gewas, een on-kruid. Coniferen gedijen niet als er zevenblad groeit en de hechte laag die de plant vormt, smoort veel andere, lagere planten. Maar daartegenover staat dat ze heel gezond is, dus opeten is een van de suggesties om het te bestrijden. If you can’t beat it, eat it.

It is impossible to describe the entirely original flavour of ground elder when cooked. Don’t be deterred by the horrible pungent smell when you pick the leaves which, if you have the plant growing as a weed in your garden, will be all too familiar. The smell entirely disappears in the cooking, and you are left with one of the most delicious wild vegetables.” (Alan Davidson [18])


Over de naam


De Latijnse naam Aegopodium komt van het Griekse aigos (geit) en podrion (pootje). De kroonblaadjes doen denken aan een geitenhoef. Podagraria is Latijn voor jichtgenezend. Een ietwat andere verklaring is dat podagra een samenvoeging van podos (voet) en agra, dat vastnemen betekent. Jicht manifesteert zich onder andere de grote tenen van de voet dan wel de duim van de hand. Het ontstaat door te veel urinezuur dat kristalletjes in de gewrichten vormt. In koffie, vlees en rode wijn zit nogal wat purine, dat tot urinezuur wordt omgezet. Jicht was daarmee vroeger vooral een ziekte van de adel en welgestelden.


Zevenblad heeft een samengesteld blad, meestal uit drie, vijf, zeven of soms negen deelblaadjes. Desalniettemin: zevenblad. Het Engelse goutweed is afgeleid van jicht (gout). De oude Nederlandse naam flerecijnkruid verwijst ook naar jicht, want ’het flerecijn hebben’ is jicht of reuma.


Gerard
Volgens een aantal bronnen is Gerard in de plantnaam een verwijzing naar Sint Gerardus Majella. Deze heilige gebruikte, volgens de overleveringen, zevenblad tegen zijn jicht of reuma. Maar deze in 1904 tot heilig verklaarde Gerard stierf al op zijn 29ste. Hoe heeft zo’n jonge man jicht kunnen krijgen? Bovendien leefde deze Gerardus van 1726 tot 1755. Rembert Dodoens noemt ook de naam Geeraerts-cruydt. Dat was tweehonderd jaar eerder. Het is dus meer aannemelijk dat we het dan hebben over Gerardus van Brogne, de Belgische abt die in 959 stierf. Maar de relatie tussen hem en jicht hebben we niet kunnen vinden.


Het begrip bishopsweed zou erop wijzen dat monniken en andere geestelijken het vooral aten, mede vanwege het hoge eiwitgehalte in zevenblad. Sowieso hadden de monniken en andere dienaars van de kerk het niet slecht. Andere bronnen zeggen dat het veel bij kloosters voorkomt omdat de monniken het in de Middeleeuwen veelvuldig teelden als heilzaam kruid. Na de reformatie is de naam bishopsweed in de ban gegaan.


En ground elder verwijst naar de overeenkomst met het blad van de vlier (elder). Dat is ook in het Duits het geval met de naam Wiesenholler en Bodenholunder (Holler of Holunder betekent vlier).

Het Duitse meer gangbare Giersch is daarentegen moeilijk te verklaren. Hildegard von Bingen noemt het Gicht. Dodoens schrijft onder andere dat zevenblad door sommigen wordt gezien ‘als een medesoort van wilde Angelica, die Camerarius Giersich of Strentzel noemt, welke laatste naam met Astranstia wat gemeenschap heeft’. Aangezien het boek van Dodoens uit 1554 is, moet Camerarius wel ‘de Oudere’ zijn. Giersich wordt al snel Giersch, denken wij.


Zevenblad en meesterwortel uit het boek van Calkoen

Over meesterwortel/masterwort
In het Engels is het een naam die voor diverse planten wordt gebruikt. Voor zevenblad is het wild masterwort. In het Duits is Meisterwurz daarentegen eenduidig Peucedanum ostruthium, die behoorlijk op zevenblad lijkt, doch vooral in de Alpen voorkomt. De wortel van Meisterwurz wordt voor heilzame doeleinden gebruikt, zoals tegen astma, epilepsie, maagklachten. Ook Rembert Dodoens heeft het over meesterwortel en zevenblad, dat hij duidelijk als een ander gewas ziet. Maar toch wordt het bij elkaar behandeld. In [7] worden zevenblad en meesterwortel (de andere Latijnse naam: Imperatoria osturhium) bij elkaar beschreven.


Historie

Volgens sommige, minder-wetenschappelijke bronnen, getuigen archeologische opgravingen ervan dat de Neandertalers het zevenblad al kenden en gebruikten. Dan hebben we het ergens over 150.000 tot 35.000 jaar geleden. In de boeken die wij hebben staat daar niets over geschreven en we hebben op het Internet op wetenschappelijke sites gezocht en ook daar niets concreets gevonden.

Zevenblad komt van nature voor op de noordelijk halfrond, Europa, Rusland en wat Klein Azië heet – d.w.z. een groot deel van Turkije. Maar niet rond de Middellandse Zee. Waar het oorspronkelijk vandaan komt, is onduidelijk. Het wordt in elk geval veel landen als een onkruid ervaren.


Uit: Flora Batava, plaat 373 in deel V

Volgens veel overleveringen – dus elkaar napraten – hebben de Romeinen zevenblad in onze contreien geïntroduceerd als groente voor de strijders. Volgens [5] zaaiden de Romeinen het langs hun heerwegen voor voedsel en tevens middel tegen scheurbuik vanwege het hoge gehalte aan vitamine C. Het groeit immers vrijwel overal. Anderen zeggen dat de monniken het als heilzame plant in noordelijk Europa hebben geïntroduceerd. En een gezonde plant. Ze wordt ook wel armeluis spinazie genoemd. Er is bij archeologische opgravingen (nog) geen bewijs van zevenblad gevonden anders dan bij resten van Romeinse nederzettingen.
Als de Romeinen het zo gebruikten, zou je mogen verwachten dat zevenblad in de Capitulare de Villis van Karel de Grote (768 – 814) zou voorkomen. Dat is dus niet het geval. Maar aan de andere kant, als het overal al in Europa groeit, waarom zou je het dan nog in een tuin planten?


De veelzijdige abdis Hildegard von Bingen (1098 – 1179) deelde in haar Physica zevenblad als ‘warm’ in en vond het een levenskracht schenkende plant. Ze noemt het Gicht of Grünkraft (vinditas = levenskracht) als middel tegen maagaandoeningen en (voet)jicht.

Dat andere wildt gheslacht wordt nu ter tijt gheheeten Herba Gerardi, Heptaphyllon ende Septifoliu, In Duytsch Gheraerdt ende Sevenbladt ende mach wel Laserpitium Sylvestre oft Laserpitium Nothum gheheeten worden.

“Onze” Rembert Dodoens noemt het in zijn Cruijdeboeck uit 1554 ‘wilde meesterwortel’ maar ook Sevenbladt en Gheraerdt. Hij beschrijft meesterwortel en ‘het andere wilde geslacht’ dat o.a. zevenblad wordt genoemd. Leuk is dat hij verwijst naar Plinius. Dodoens schrijft: “De bladeren van dit kruid, als Plinius schrijft, in wijn gekookt en gedronken en heeft een zuiverede werking [en dan iets onbegrijpelijks

].” In deel 2, boek 10, capittel 25, bladzijden 513, 514 en 1515, gaat hij verder in op meesterwortel en Geeraerdt, Geeraerts-cruydt of flercijn-cruydt. Hij schrijft: “Dit ander gewas, van sommigen voor een wilde soort van meesterwortel gehouden, wordt van de gewone man in Brabant Geeraerdt geheten: daarom hebben wij ook geen bekwameren Latijnse naam weten te geven dan Herba Gerardi; dat is Geeraerts-cruydt.” Hij schrijft echter vooral over de meesterwortel, waarvan de heilzame werking in het gebruik van de wortel ligt. Aan het einde schrijft hij: “2. De krachten van Geeraerd en zijn noch van niemandt onderzocht oft immers beschreven geweest.”
Waarvan akte.


Kennelijk had hij niet het werk van Hildegard von Bingen tot zich genomen. Enkele decennia later wordt zevenblad wel in kruidboeken van anderen beschreven. Dodoens was er in 1554 natuurlijk vroeg bij.
Maar in het Bijvoegsel vergelijkt Dodoens de planten en schrijft: “Kleine meesterwortel of Geeraerts-cruydt is veel leger, niet hoger dan een voet opschietende. De bladeren zijn kleiner, op langere stelen staande. De wortel is teerer, witter en niet zo dik, geen sap uitgevende. En het hele kruid met de wortelen is veel onsterker, nochtans niet zonder reuk of smaak.”
Omdat zevenblad zo sterk op meesterwortel lijkt, “is daardoor van de gemene man aanzienlijk en lange tijd gebruikt geweest.” Volgens Dodoens noemt Lobel het Podagraria Germanica aut Belgica. De Vlaamse naam is Wilde Vliendre (wilde vlier) en landsloop. En dan, aan het einde van het bijvoegsel schrijft hij dat zevenblad, gekookt, flerecijn (jicht) heelt, de pijn verzoet en dat ‘gheswil’ (gezwel?) vergaan. ‘Daarom hebben sij dat flerecijn-cruydt geheeten.’

Opmerkelijk is dat Dodoens elders in zijn werk, in een andere context, ook de naam zevenblad gebruikt, namelijk bij tormentil schrijft hij dat “… sommigen noemen het naar getal van de bladeren die gewoonlijk zeven aan een steel groeien Heptaphyllon in het Grieks en in het Latijn Septifolium dat zoveel betekent of men in het Nederduits zevenblad zei.” Steven Blankaart noemt in zijn ‘Den Neder-landschen herbarius ofte kruid-boek der voornaamste kruiden’ (1698) seven-blad wel gewoon als naam voor tormentil. Hij noemt het elders ook, namelijk bij Herba Gerardi c.q. Geraarts-kruid. Kortom, de naam zevenblad werd voor twee verschillende planten gebruikt. (En vandaag de dag nog steeds, in [14].) Mathias de Lobel shrijft o.a. over zevenblad “dit kruid dat jaarlijks weer uitspruit ende overvloedig voorts komt omtrent de tuinen …” Dus ook toen woekerde het al 🙂


Henry Lyte vermeldde zevenblad in zijn Herbal (1578). Een twintig jaar na Dodoens. En John Gerard noemde het in zijn Herbal (1599) Herb Gerard (niet naar hemzelf) en beschreef het in onheilspellende bewoordingen: “Where it hath once taken roote it will hardly be gotten out againe, spoiling and getting every yeere more ground, to the annoying of better herbes.”

Maar hij schreef ook: “with his roots stamped and laid upon members that are troubled or vexed with gout, swageth the paine, and taketh away the swelling and inflammation thereof, which occasioned the Germans to give it the name of Podagraria, because of his virtues in curing the gout.” Oftewel, gestampte wortels op de ledenmaten leggen waar jicht is. Het neem de pijn en zwelling weg. En hij zgt dat de Duitsers het daarom de naam podagraria gaven.

Tabernaemontanus gaf aan het eind van de zestiende eeuw in zijn Neuw Kreuterbuch (1588) aan dat het heuppijn verlichtte. Hij noemde het evenwel een onprettige plant. En midden 17e eeuw werd zevenblad opgenomen in The English Physitian van 1652 (later: The Complete Herbal) het kruidenboek van Nicolas Culpeper. Deze man vond dat jicht ook minder werd als je zevenblad op je lichaam bij je droeg.

Zevenblad is in Engeland als heilzame plant ingevoerd omdat het een succesvol middel tegen jicht is (was). Maar ook hier is het meer aannemelijk dat de Romeinen het hebben gebracht. Ze is via de emigratie van Europeanen naar de Nieuwe Wereld in Noord-Amerika terecht gekomen. Rond 1859 werd het in het oosten van de Verenigde Staten al als een invasieve plant ervaren. Het komt inmiddels ook voor in Australië en Nieuw-Zeeland, waar het als ornamentale plant is geïntroduceerd. Spijt, spijt, spijt…..


Blanke huid
In de zeventiende eeuw werd het zaad van zevenblad als Ethiopische Kummel verkocht. Een naam die door Culpepper aan het zaad was gegeven.. Het werd – op een of andere manier verwerkt – op de huid aangebracht en maakte het bleek. In die tijd was een bleke, blanke huid een teken van de gegoede stand (geen buitenwerk, veldwerk).


Zevenbladsoep

Groene soep
In Duitsland wordt Witte Donderdag, de donderdag voor Goede Vrijdag (de vrijdag voor Pasen), de donderdag dat Jezus het Laatste Avondmaal met zijn apostelen genoot, Gründonnerstag genoemd. De verklaring voor naam is niet eenduidig; een kan zijn dat sinds de 14e eeuw op deze donderdag met name groene groenten en groene kruiden worden gegeten. Dit voldoet niet alleen aan de voorschriften voor de Vastentijd, maar ook met de voor-christelijke ideeën over de kracht van het voorjaar tot zich nemen voor een gezond jaar. Een van de recepten om groen tot zich te nemen, is de groene soep, grüne Suppe, die negen kruiden telt, waaronder ook zevenblad.


Sint Serafim
Naar verluidt was zevenblad gedurende drie jaar, de duizend nachten dat hij op een steen zat te bidden, het enige voedsel voor Sint Serafim van Sarov (1759-1833). Een merkwaardige Rus die kennelijk een tachtigtal gedocumenteerde wonderen had verricht. Kennelijk leefde hij ook van de wortels, want ook in de perioden zonder blad moet Serafim iets te eten hebben gehad.


Culinair

Overal waar mensen zijn is zevenblad, zou je haast zeggen. Het is een gratis gezond voedsel voor iedereen, bijna jaarrond. Het is dus eeuwenlang, tot ver na de invoering van spinazie in de zestiende eeuw, als groente gebruikt. Het wat aardse aroma doet denken aan worteltjes en peterselie.

Jong blad, tot de bloei plukken, gebruiken als spinazie, dus ook in smoothies. En dus ook in soepen. (Wij geven er de voorkeur aan het te mengen met o.a. Brave Hendrik en brandnetelblad). Gedroogd kan ze gebruikt worden als keukenkruid – als gezegd, het smaakt wat naar peterselie – en natuurlijk voor thee. Als sla alleen de zeer jonge, nog in het uitvouwend stadium, blad gebruiken. Dat is voldoende zacht. Geplukt na de bloei heeft het een wat scherpere smaak en werkt het laxerend. Maar ook de bloemen zijn eetbaar. Ze zijn enigszins zoet. Ze kunnen voor het aromatiseren van azijn, olie of kruidenlimonade worden gebruikt.


Zevenbladpesto

Jong zevenblad kan dus ook fijngehakt in combinatie met hardgekookte of gebakken eieren worden geserveerd en over gebakken aardappelen. Noem maar op. [12] suggereert om de bladstelen ook te gebruiken. Ontdoe ze van vezels (zoals bijvoorbeeld ook bij bleekselderij) en eet ze rauw of gestoomd. U kunt ze ook in zout of azijn bewaren.

Van niet te oud zevenbladblad kan ook uitmuntende pesto worden gemaakt. Hetzelfde recept als met basilicum volgen, maar dan uiteraard geen basilicum.


Gezondheid

Zevenblad helpt tegen jicht, reuma en artritis. Ze heeft ook een urine-afdrijvende werking. Thee van verse jonge bladeren schijnt ook goed te zijn. Kook 30 gram vers, fijngesneden blad gedurende tien minuten. Gedronken of gegeten heeft het een licht kalmerende werking.


Zevenblad bijna in bloei

Ook vandaag de dag wordt zevenblad aanbevolen in de hoek van de oorspronkelijke geneeswijzen

. Het relatief hoge kaliumgehalte is al verantwoordelijk voor flink wat gezondheidsaspecten, lezen we. Door het vochtafdrijvende karakter wordt ook urinezuur verminderd. Ook denkt men dat de kans op een beroerte door het eten van zevenblad vermindert. Het zou o.a. helpen tegen spataderen, hoesten en verstoppingen. Men kan zevenbladthee ook als zitbad gebruiken tegen aambeien. En tegen ischias [7].

Goed nieuws voor mensen met vetzucht en voor diabetici en hen die lijden aan het metabool syndroom. Onderzoek uit 2016 heeft aangetoond dat toepassing van zevenblad-tinctuur het bloedsuikergehalte helpt te doen dalen. Het werd in combinatie met andere middelen op ratten getest. Zevenbladtinctuur in combinatie met een lage dosis metformine bleek duidelijk effect te hebben (lees deze PDF). In 2017 hebben Oekraïense onderzoekers het eveneens getest, maar met een ander doel. Ze gaven ratten veel olijfolie. De zevenbladtinctuur toonde aan dat het triglyceridegehalte in het bloedplasma daalde als ook het totaal aan lipiden. Dat klinkt goed voor mensen met vetzucht c.q. obese neigingen, lees dit (PDF).


Oppassen bij wildpluk

Niet te verwarren met gevlekte scheerling of grote watereppe . Die zijn giftig. Het blad ziet er wel anders uit, maar toch. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Zevenblad laat zich goed herkennen aan de driehoekige bladsteel. Fijngewreven blad ruikt lichtjes naar wortel (peen) of peterselie.


Voedingswaarde

De meeste cijfers zijn van Duitse origine [18] De met [19] aangeduide cijfers zijn uit Turks wetenschappelijk onderzoek. Die waarden liggen veel hoger dan de Duitse gegevens. De Turkse gegevens stroken wel met de beweringen van zeer hoog kaliumgehalte en hoog zinkgehalte. Per 100 gram (rauw):

calorieën 39 kcal
water gr
eiwitten (proteïne) 5,5 gr – 27,39 gr [19]
vet (lipiden) 0,7 gr
koolhydraten 4,8 gr
voedingsvezel 4,2 gr – 11,81 gr [19]
suikers
disachariden
mineralen natrium 100 mg; kalium 400 mg; calcium __ mg; magnesium 40 mg; fosfor 120 mg; ijzer 2,2 mg; koper 300 µg; zink 130 µg;
mangaan 400 µg; selenium __ µg [18]
ijzer 132 mg; mangaan 13,2 mg; 26,63 mg; fosfor 450 mg; kalium 1,82 gr; magnesium 160 mg; calcium 1,1 gr [19]
Vitaminen:
Retinol (A) 400 µg
thiamine (B1) 200 µg
riboflavine (B2) 100 µg
niacine (B3) 800 µg
pantotheenzuur (B5) 300 µg
vitamine B6 200 µg
folaten (totaal – B11/ B9) 15 µg
cobolamines (B12)
ascorbinezuur (C) 200 mg
Vitamine D
vitamine E (alfa-tocopherol)
Vitamin K (phylloquinone)
Aminozuren
Lipiden:
Verzadigde vetten
Enkelvoudig onverzadigd
Meervoudig onverzadigd
Cholesterol
Choline
Glutathion
alfa-linoleenzuur (omega-3 ALA)
Eicosapentaeenzuur (omega-3 EPA)
Gamma-linoleenzuur (omega-6 GLA))
Flavonoïden:
Isorhamnetine (flavonoide)
Quercetine (flavonoide)
Kaempferol (flavonoide)

Nul is ook een waarde. Wat onbekend is, is niet ingevuld.

Verder bevat het etherische oliën, chlorogeenzuur, courmarine, flavonol glucosiden, hars, hypersoside (flavonoïde), Isoquercitrin (flavonoïde), koffiezuur, fenolen, polyyn


Teelt

Gezien de aard van de plant, raden we niet aan teelt te overwegen. Hooguit in een kuip.

Zaaien n.v.t.
Uitplanten stukjes wortel, jaarrond. Winterhard: tot -15 gr C;lijkt strijdig met het feit dat de plant tot in midden Siberië voorkomt
Oogst maart/april tot einde jaar, houd rekening met de bloeitijd juni – september, dan smaakt blad minder

Habitat

Onze zevenbladakekr eind april
Onze zevenbladakker eind mei

Zevenblad komt voor op de stikstofrijke bodem van open loofbossen, bosranden en oevers. Halfschaduw heeft de voorkeur. Experimenten in Duitsland hebben aangegeven dat ze 33,2% tot 36,4% vochtigheid prettig vindt. Op plekken met een lagere vochtigheid (25,2% – 28,1%) kwam zevenblad niet voor [2]. Ze houdt dus niet van droge gronden. Verder blijkt dat ze niet van (te) zure gronden houdt: ze komt voor in gebieden met een pH tussen 3.1 en 9. Maar een pH van 4.0 – 7.0 vindt ze echt prettig (pH = 7 is neutraal, pH = 3 is azijn, drinkwater is 6,5 – 8,5). Dus eigenlijk niet weg te krijgen. Zevenblad is nogal dominant en overwoekerd lage kruidachtige gewassen. Maar gaat daarentegen goed samen met hoge gewassen, zoals brandnetels, grassen, grote vossenstaart. Maar ze levert wel nectar voor veel insecten. De groene versie is meer invasief dan de meer ornamentale als bodembedekker tweekleurige cultivar.

Vaste plant, een hemikryptofyt (knoppen vlak onder de grond) met rechtopgaande holle stengels die tussen de 45 cm en 1 (soms wel 1,50) meter hoog kunnen worden. Ze heeft overwegend horizontale rizomen (wortelstokken), circa 2 mm dik en die wel 3 meter lang kunnen worden. Deze kunnen ook de diepte in gaan, tot wel negen meter diepte zijn ze gevonden.

Plantafstand

n.v.t.


Rassen

De twee- of bontkleurige cultivar of selectie Aegopodium podagraria ‘Variegatum’


Zaadteelt

Waarom? Bovendien is er weinig over bekend, maar de ervaring zegt dat ze betrekkelijk weinig zaad produceert. Ze bloeit alleen op zonnige plekken. Als er zaad is, is de kiemkracht groot, maar pas na een koudebehandeling op minstens 5 graden Celsius.

Vegetatieve vermeerdering
Iedereen die zevenblad in de tuin heeft weet het: het kleinste wortelstukje loopt uit.


Bestrijding

Het lijkt zinloos. Niet uittrekken, waarschuwt [6]. Want dat stimuleert het wortelgestel. Men kan het beste een stuk grond helemaal doorwroeten en de wortels voorzichtig uitvlooien. Gewenste planten terug zetten. Bestrijding met huismiddelen is zinloos, de kracht van de plant bevindt zich ondergronds. Ook gebruik van glyfosaat leidt nauwelijks tot totale uitroeiing (omdat de wortels wel drie meter lang kunnen worden en zich vertakken).
Twee jaar afdekken helpt. De zaden overleven dat wel. Anders werkt voortdurend maaien. Dan raakt de plant uitgeput. Aardappels kunnen ook helpen: ze groeien sneller, het blad dekt de grond af en aardappels vormen een geduchte voedselconcurrent ook voor wat betreft vocht. Maar ja, als zevenblad tussen de gewenste planten oprukt, is herhaaldelijk maaien geen oplossing. Juist daar dan blad plukken en opeten.

Mrs. M. Grieve schrijft in haar A Modern Herbal (1931) dat boekweit planten zevenblad verdrijft. Wie heeft dat geprobeerd?

In de handel worden ook middelen met verzadigde vetten aangeboden om zevenblad te bestrijden. Ecostyle biedt ook haar Ultima als zevenbladbestrijder aan. Nu is Ultima niet als helemaal biologisch gekend, maar beter dan glyfosaat.

In Duitsland lazen we: ‘Finalsan UnkrautFrei Plus ist der natürliche Wirkstoff Pelargonsäure mit dem Wachstumsregulator Maleinsäurehydrazid kombiniert.” In Nederland en België heet Finalsan Ecostyle. Dan lijkt dit product waarschijnlijk hetzelfde als ‘Ecostyle Ultima tegen zevenblad’. Pelargonsäure heet hier nonaanzuur en wordt uit pelargoniums (geraniums) gewonnen. Maleïnehydrazide is een groeiremmer.


Haal een wisent in je tuin
Het is zelfs wetenschappelijk aangetoond dat de gewone tuinslak (Cepaea nemoralis – een huisjesslak) niet van zevenblad houdt.[3] Maar Pools onderzoek wees uit dat de Spaanse wegslak (Arion lusitanicus – een naaktslak) wel van zevenblad at.
Zevenblad is een waardplant voor enkele dagvlinders, waaronder koninginnenpage en een scala aan nachtvlinders. De rupsen eten er dus wel van, net zoals de larven van enkele vliegen en de slanke smalboktor. Konijnen en cavia’s houden ook van zevenblad. En de wisenten in het Poolse oerbos Bialowieza, maar ja, haal maar eens een wisent in je tuin. Het is ook een nectarplant voor vele vlinders, bijen, hommels, mieren en wespen.
Schimmels, met name roesten (Uredinales) kunnen zich wel eens op zevenblad uitleven.


[1] USDA Fire Effects Information System; [2] Air humidity, soil moisture and soil chemistry as determinants of the herb layer composition in European beech forests. Journal of Vegetation Science, 2009, 20(2): 288-298; [3] Wolda, H.; Zweep, A.; Schuitema, K. A. 1971. The role of food in the dynamics of populations of the land snail Cepaea nemoralis. Oecologia, 1971, 361-381; [3] Wikipedia mei 2018 NL, DE, EN; [4] Flora van Nederland; [5] Place, Ecology and the Sacred: The Moral Geography of Sustainable Communities, Michael S. Northcott; [6]; Het Nieuwe Moestuinieren, Van Eekelen, 2017; [7] Planten-Atlas, dr H.J. Calkoen, 1913; [7] Grote Geneeskrachtige Kruidenboek, Ziegler, 1981; [8] Wild Flowers of Britain, Roger Phillips, 1977; [9] RHS Encyclopedia of Herbs, 2008; [10] Cornucopia; [11] Sturtevant’s Edible Plants of the World; [12] Enzyklopädie Essbare Wildpflanzen; [13] Eetbare Wilde Planten; [14] Groot Handboek Geneeskrachtige Planten, 7e druk; [15] Wild Food, a complete guide for foragers, Roger Phillips; [16] Het Onkruidboek, Mea Allen, 1978; [17] Creating a Forest Garden, Martin Crawford, 2012; [18] The Oxford Companion to Food, Alan Davidson, 1999; [19] Foodplaner (Dr. Michael Nolting); [19] The Nutrient Content of Some Wild Plants [….], The European Journal of Plant Science and Biotechnology, Cüneyt Civelek, Ahmet Balkaya, 2013; [20] The use of wild plants in pre-industrial Sweden, Ingvar Svanberg, Uppsala Centre for Russian and Eurasian Studies