Oorspronkelijke versie: 22 maart 2009, herzien en bijgewerkt op 27 december 2025
Blitum bonus-henricus – voorheen: Chenopodium bonus-henricus
Brave Hendrik, algoede ganzevoet, boschspinazie, arum, calfsvoet (Nederlands); good King Henry, good Henry, poor-man’s asparagus, perennial goosefoot, Lincolnshire spinach, Lincolnshire asparagus, fat hen, shoemaker’s heels, English mercury, markery, tola, smearwort (Engels); Guter Heinrich, wilder Spinat, Fette Henne, Wilda Binatsch, kleine Dogga, Mistchrut, Saublätter, gemeine Gänsefuß (Duits); bon-henri, ansérine bon-henri, chénopode bon-henri, épinard sauvage, sarron, serron (Frans); espárrago de los pobres, espinaca de Lincolnshire (Spaans); buon-enrico, bono enrico (Italiaans)
Leestijd: 16 minuten
Inhoudsopgave

Naam
Het gaat om Hendrik, Heinrich of Henri. Daar wordt, naar gelang taal en land, een andere duiding aan gegeven. En wat het uiteindelijk is, blijft onduidelijk. Het is frappant dat deze bijzondere volksnaam in veel talen voorkomt en ook in de Latijnse naam is vastgelegd. Ach, misschien zijn alle verklaringen wel gewoon goed en acceptabel.
In de omgangstaal staat ‘brave Hendrik’ voor een gehoorzaam, meegaand en wat angstig type persoon, die zich netjes aan de wet en regels houdt. Maar het woord braaf betekende oorspronkelijk dapper en stoer, kortom: het tegenovergestelde van wat het nu betekent [4]. ‘Het ‘Brave Hendrik’ werd geïntroduceerd door Nicolaas Anslijn, die in 1810 het boekje De Brave Hendrik publiceerde. En kort daarna ook De Brave Maria introduceerde [5].
De plantnaam Brave Hendrik zou verwijzen naar koning Hendrik IV van Navarra. Of het zou een tegenstelling zijn tot het giftige (wolfsmelk) bosbingelkruid, dat in de volksmond Slechte Hendrik werd genoemd. De planten lijken niet veel op elkaar.
Het Duitse Guter Heinrich is oud, dateert van voor 1532, want het wordt door Otto Brunfels in het Contrafayt Kreüterbuch (1532-1534) genoemd en ook Hieronymus Bock gebruikt die naam (1534). Guter slaat op gezond, heilzaam. Heinrich kan op elfen en kobolden betrekking hebben, die Heinz of Heinrich werden genoemd, aldus taal- en letterkundige Jacob Grimm (ja, die van de Gebroeders Grimm). Er zijn in het Duits meer planten die namen hebben die op Heinrich eindigen: Roter, Stolzer en andere, waaronder ook Stinkender Heinrich, in het Nederlands ‘stinkende ganzenvoet‘. Guter Heinrich stinkt niet [6]. Andere bronnen zeggen dat Heinrich een samentrekking is van Heim (thuis) en rich (rijk, lekker). Dus een lekker en gezond gewas dat dicht bij huis groeide. In [9] lezen we dat Heinrich komt van Heimrich, koning van het huis.
Het Duitse Fette Henne (Engels: fat hen) komt omdat Brave Hendrik werd gebruikt om kippen vet te mesten. Maar [18] zegt dat Fat Hen Chenopodium album (melganzevoet) is.
Gezien het feit dat de plant al heel lang bekend is, vele namen heeft en dat Nederland in de 16e en 17e eeuw ook wel Neder-Duitschland werd genoemd, denken we dat Brave Hendrik een vernederlandsing van Guter Heinrich is. Maar het kan ook zijn dat het brave slaat op de stoere, weerbarstige plant en Hendrik op Heinrich II, de enige vorst die heilig is verklaard.
[3 EN] [17] De Engelse naam Good King Henry zou van het Duitse Guter Heinrich komen en de King is er later bij verzonnen. Maar [9] zegt dat de Henry verwijst naar Hendrik VI, die Eton College oprichtte.
De Fransen verwijzen naar Henri IV (Le Bon Roi Henri – Hendrik de Goede), die de hortus in Marseille zou hebben gesticht en reizen van botanici financierde.
Plant

Het is een overblijvend kruidachtig gewas (ca. 50 – 80 cm hoog) uit de Amarantenfamilie (vroeger: ganzenvoetfamilie, maar die bestaat niet meer). Daartoe behoren ook spinazie en snijbiet. En melde. Het geslacht Blitum heet in het Nederlands spiesganzenvoet, hiertoe behoren ook de bij de wilde moestuiniers bekende soorten rode aardbeispinazie en trosaardbeispinazie.
[3 DE] Brave Hendrik vormt een soort van pol en heeft één of meer rechtop gaande stengels, waaraan de bloemtrossen komen. Ondergronds heeft het meerdere 1,5-2 cm dikke vlezige wortels. De bladeren zijn donkergroen, vrij groot, vooral de onderste die wel 10 cm breed en 15 cm lang kunnen worden. Ze lijken wat kleverig, stoffig, door de zeer dunne beharing. Bovenaan zijn de bladen kleiner en meer speerpuntvormig.
De bloemtrossen zijn smal en langgerekt puntig, ze lijken aren. De kleine bloempjes zijn tweeslachtig. De zaden zijn klein. De bloei is van april tot oktober. De bestuiving geschiedt door de wind.
Brave Hendrik is een waardplant voor de nachtvlinders meldedwergspanner (Eupithecia sinuosaria), groente-uil (Lacanobia oleracea), meldevlinder (Trachea atriplicis) en kajatehoutspanner (Pelurga comitata).
Historie
Bermgroente
Kort samengevat: Brave Hendrik is een gewas dat vroeger rijkelijk in het wild voorkwam al sinds de prehistorie door de mens wordt gegeten. Doorgaans geplukt uit de natuur, hier en daar in hoven geteeld, maar nooit echt gecultiveerd. Het was goed van smaak en niet bijster heilzaam: het stimuleert de spijsvertering en stoelgang, het blad in zalf of fijn gemaakt is goed voor de huid en wonden. Het was een bermgroente die we (dus) niet of sporadisch in kookboeken aantreffen. Het was voedsel voor de boeren en armen. Kookboeken waren vroeger voor de (koks van de) welgestelden en Brave Hendrik was iets ‘inferieurs’. Later was Brave Hendrik al lang en breed vervangen door spinazie en überhaupt: in de 20ste eeuw zeer zeldzaam geworden.
Brave Hendrik komt wild voor in bosrijke omgevingen in Zuidoost Nederland en andere delen van Europa (uitgezonderd IJsland en het Europese deel van Turkije). Zeker sinds de ijzertijd, vermoedelijk veel eerder. In Nederland is de plant in de 20ste eeuw van zeer talrijk tot zeer zeldzaam geworden [9] en staat op de rode lijst. In andere landen wordt het daarentegen als een onkruid beschouwd.
Brave Hendrik groeit ook goed op gecultiveerde gronden, langs wegen, hagen enzovoorts. Als pioniersplant op stikstofrijke grond.
De plant wordt al vele honderden, zo niet duizenden, jaren overal ter wereld geteeld of uit het wild geplukt, zegt. Net als melde [1] [13]. Wel bewust verzameld en verzorgd, niet gecultiveerd, zegt [16]. Brave Hendrik is voedzaam en een uitkomst in tijden van schaarste. Doch over het algemeen genomen is Brave Hendrik een waarachtig vergeten groente. Dat komt mede omdat het geplukte blad hooguit een dag te bewaren is.
Niet vorstelijk
De plant Brave Hendrik kan niet bogen op een vorstelijke vermelding, daar de plant bijvoorbeeld niet in de Capitulare de villis wordt genoemd en niet in de Hortulus van Walahfrid Strabo. De eerste enigszins betrouwbare aanwijzingen dat de plant bestaat, zijn, volgens [6], de Agnus Castus (eind 14e eeuw, Middelengels kruidenboek bestaand uit verschillende manuscripten) en een Elzasser Artsenijboek uit de 14e eeuw.

Sturtevant [14] concludeert dat het niet grootschalig is geteeld omdat het in de diverse kruidenboeken doorgaans als bermgroente wordt vermeld, uitgezonderd ene H.G. Glasspoole die in de Twenty Ninth Annual Report of the Ohio State Agriculture for the Year 1874 over de geschiedenis van de algemeen gecultiveerde groenten schreef en daarin Brave Hendrik had opgenomen.
[13] schrijft dat “Chenopodium Bonus Henricus en zijn naaste verwant, de melde, in grote hoeveelheden zijn aangetroffen in talrijke Europese neolithische vindplaatsen (late steentijd).
Botanisch-archeologisch onderzoek van waterputten bij Wijchen, werden honderden zaden van Brave Hendrik gevonden, gedateerd 1151/1152. Het betreft voedselrijke omgeving, dus het kan zijn dat dit zaad ‘uit het wild’ komt. Gezien het feit dat het zaad op slechts enkele andere plaatsen (later gedateerd) ook is aangetroffen, concluderen de onderzoekers dat Brave Hendrik toen nog betrekkelijk zeldzaam was. “De bladeren van brave hendrik zijn eetbaar. Of ze ook daadwerkelijk gegeten zijn door de volmiddeleeuwse bewoners van Wijchen is niet vast te stellen.” [10].


Eerste afbeelding
Leonhart Fuchs krijgt meestal de credits voor eerste bruikbare afbeeldingen in zijn New Kreüterbuch (1543), maar in dit geval lijkt de eerste afbeelding in het boek Contrafayt Kreüterbuch van Brunfels, uit 1532, te staan. Brunfels zegt er niet veel over, Fuchs noemt Güter Heinrich in een hoofdstuk met de naam ‘Von Allerley Mengelwurz‘. Hieronder rekent hij vier geslachten met min of meer dezelfde bloeiwijze: [1] Grindtwurz/Zitterwurz/Streiffwurz/wilder Ampfer (hybride zuring, Rumex x acutus), [2] Münch Rhabarbarum, [3] Brave Hendrik, [4] Sauerampfer (veldzuring). Hij vergelijkt blad en bloeiwijze onderling. Het blad van deze planten is, gekookt, goed voor de stoelgang. Gesneden met rozenolie of saffraan helpt het tegen zwellingen.

In het Kreuterbuch van Matthioli (Duitse bewerking door Joachim Camerarius, 1590) staat dat het blad lijkt op dat van zuring of weegbree en slap (weich) en groezelig (schmutzig) aanvoelt. “Komt voor op braakliggend terrein, in dorpen, achter hekken, op oude boerenerven en langs de wegen gevonden.”

In het Cruydt-Boeck van Rembert Dodoens (1618, bewerkt door François van Ravelingen) is Brave Hendrik opgenomen als Al Goede of Lammekens Oore. En in de tekst “van sommige Goeden Heyndrick geheeten.” Hij wijst erop dat er “namelijk een ander “gelijckertwijs ist een ander cruyt daer en tegen nae sijn quade en schadelijcke oft dootelijcke cracht Malus Henricus dat is Quaden oft Boosen Heindrick noemen.” De afbeelding is dezelfde als in Lobel’s Kruydtboeck (1581). Het is van dezelfde drukkerij.
Camerganck
Dodoens schrijft dat het gekookte blad “ende met andere moescruyden in spijse oft pottage gebruyct, maecken den buyck sacht ende doen camerganck hebben.”
Matthias de Lobel pakt in zijn Kruydtboeck (1581) flink uit naar slechte vrouwen en onwetende apothekers: “Goeden Henrick meer door ghebruyck dan door eenighe wetenschap bekent, heeft over lanck ghehouden geweest vande slechte vrouwen ende Enghelsche Apotekers die niet veel wijse en zijn, voor Binghelcruyt, [….]”

Omdat het kennelijk zo populair was in Engeland, slaan we The Herball (1636) van John Gerard er ook op na. Hij vermeldt de plant na de meldes en voor de spinazie. Hij noemt het English Mercury of Good Henry of All Good met de Latijnse naam Tota bona en in Cambridgehire heet het Good King Harry. Over het gebruik zegt hij hetzelfde als in andere kruidenboeken.
Steven Blankaart, in Den Neder-landschen Herbarius oft Kruid-Boek’ (1698), noemt het “van gedaante de Spinagie oft Suuring gelyk”. En “men kanse in de plaats van beet in de Moes-kruiden gebruikern, want sy maakt een los-lyvigheid.”
“On a vu précédemment que les feuilles du Chenopodium Bonus Henricus étaient cuites depuis les temps les plus lointains pour faire des plats d’epinards et que, à une epoque assez récente, notre véritable épinard a pris leur place.” Oftewel: “We hebben eerder gezien dat de bladeren van Chenopodium Bonus Henricus al sinds mensenheugenis werden gekookt om spinaziegerechten te maken en dat onze echte spinazie pas vanaf de 13e eeuw hun plaats heeft ingenomen.” [13]
In de moestuin
In moestuinboeken wordt Brave Hendrik niet vaak besproken. Wat op de keper beschouwd jammer is. Het is net als asperges, aardperen en dergelijke een mooie en makkelijke vaste groente, die juist in het voorjaar al vroeg, zo gauw het een beetje warmer wordt, is te oogsten. {18] zegt “grown in English kitchen gardens for its spinach-like leaves.” Het was vaak de eerste verse, gezonde groente na de hungry gap (hongerkloof).


In Den Nederlandtsen Hovenier (1670) van Jan van der Groen komt Brave Hendrik niet voor. Ook niet in Knoop’s Beschryving van de Moes- en Keuken-Tuin (1769). En in Uilkens Groot Warmoeziers Handboek (1855) ook niet. Wel wordt ganzevoet, Chenopodium, kort beschreven, maar geen bonus-henricus.
In Vilmorin’s Les Plantes Potagères (1883) wordt Ansérine Bon-Henri kort vermeld, zonder afbeelding. Een korte teeltbeschrijving en het gebruik: “On mange les feuilles en guise d’epinards.” Dus eten als spinazie. En men stelt voor om de scheuten aan te aarden en te bleken, en dan als zeer vroege groente, als asperges, te gebruiken. In Dictionnaire Vilmorin des Plantes Potageres (1946) is Brave Hendrik als Arroche Bon-Henri ondergeschoven bij de meldes. Maar feit is dat het wel als moestuinplant wordt gezien.
Tuinschrijver Vilmorin-Andrieux zou eind 19e eeuw Brave Hendrik Lincolnshire asperge hebben genoemd, omdat het veel in Lincolnshire werd geteeld en men met name scheuten van de plant als asperges at. En, mede gezien in het licht van de grote verschillen in culinair inzicht tussen de twee landen, schreef Vilmorin-Andrieux dat het een goede groente voor de Engelsen was. [Wij hebben de echte bron van deze bewering niet kunnen vinden, MergenMetz] In dit Britse graafschap is Brave Hendrik nog steeds niet helemaal vergeten. Menigeen teelt het nog [8]. In Engeland is het tot eind 19e volop geteeld in de oostelijke graafschappen, niet alleen in Lincolnshire; men prefereerde het boven spinazie [11].
Inb Settegast’s Illustriertes Handbuch des Gartenbaus (1909) wordt Gemeine Gänsefuß (Brave Hendrik) wel vermeld: “Eigenlijk is het een gewoon onkruid dat als spinazievervanger wordt gebruikt, dat bij ons (Duitsland) zelden wordt geteeld, “aber in englischen Gärten kann man ihn finden.”
Culinair
Het is een van de vroegste groenten van het jaar. Zolang de plant niet bloeit, is het jonge blad als spinazie te gebruiken. Ouder blad is bitterder.

De ca. 10-15 cm lange scheuten kunnen worden bereid als ware het asperges – hele kleine asperges… Kook ze ongeveer 7 minuten in een bundeltje.
De plant maakt vlezige wortels. In de Balkan wordt hiervan een naar pindakaas smakend smeersel van gemaakt. De bloemtrossen kunnen, door tempurabeslag gehaald, worden gefrituurd. De bloemen kunnen ook als ware het broccoli worden gestoomd en gegeten. zijn klein, maar kunnen als broccoli worden bereid.
Gemalen zaad kan als toevoeging aan meel worden gebruikt. Dat geeft een wat ander brood 🙂
Auteur John Evelyn publiceerde in 1699 ‘Acetaria: A Discourse of Sallets‘, een culinair werk (meer dan kookboek) en daarin schrijft hij over Brave Hendrik: “It is well-named being insipid enough.” [Iets als: het is terecht dat het smakeloos wordt genoemd.] Brave Hendrik is door Slow Food UK in de Ark van de Smaak opgenomen.
In de Alpen boven Nice (Haut Pays Niçois) wordt het gegeten en gebruikt in een groene gnocchi [17].
Bewaren
Niet. Het blad is hooguit een dag houdbaar, dus pluk en bereid dezelfde dag nog het maal.
Voedingswaarde
Tja. Dat is lastig bij een heel erg vergeten groente. Er zijn weinig bronnen.
Brave Hendrik, wild, 100 gram rauw:
| calorieën | 26 – 34 kcal |
| water [6] | 88 – 92 gr |
| eiwitten (proteïne) | ~ 3,9 gr |
| vet (lipiden) | 0,6 – 0,76 gr |
| koolhydraten | 8,93 gr (suikers: __ mg glucose, __ mg fructose, __ mg sacharose) |
| voedingsvezel [6] | 2,2 – 4,3 gr (varieert in het seizoen, hoogtepunt juli-september) |
| disachariden | die, als ze er zijn, vormen een onderdeel van de koolhydraten |
| mineralen [6] | natrium __ mg; kalium 730 mg; calcium 110 mg; magnesium 66 mg; fosfor 95 mg; ijzer 3,5 mg; koper __ µg; zink __ µg, mangaan __ µg; selenium __ µg; jood __ µg; chloride __ mg |
| Vitaminen: | |
| Retinol (A) | __ µg (en beta caroteen __ mg) |
| thiamine (B1) | __ µg |
| riboflavine (B2) | __ µg |
| niacine (B3) | __ µg |
| pantotheenzuur (B5) | __ µg |
| vitamine B6 | __ µg |
| folaten (totaal – B11/ B9) | __ µg |
| cobolamines (B12) | __ µg |
| ascorbinezuur (C) [6] | 184 mg (35-155 mg bij nauw verwante C. album)* |
| vitamine D | __ µg |
| vitamine E (alfa-tocopherol) | __ mg |
| Vitamin K (phylloquinone) | __ µg |
| Aminozuren | o.a. __ mg arginine; __ mg histidine; __ mg isoleucine; __ mg leucine; __ mg lysine; __ mg methionine; __ mg fenylalaline; __ mg threonine; __ mg tryptofaan; __ mg tyrosine; __ mg valine |
| Lipiden: | |
| Verzadigde vetten | __ mg (waaronder __ mg palmitinezuur; __ mg stearinezuur) |
| Enkelvoudig onverzadigd | __ mg (__ mg oliezuur) |
| Meervoudig onverzadigd | __ mg (__ mg linolzuur; __ mg alfalinoleenzuur) |
| Cholesterol | __ |
| Oxaalzuur/oxelaat | 610-867 mg |
| Purine | __ mg |
Er zijn diverse bronnen gebruikt, waaronder [19]
Heilzaam
[7] De plant bevat ijzer en vitamine C, maar ook saponine en oxaalzuur. Vroeger werd Brave Hendrik medicinaal ingezet tegen huidaandoeningen (als zalf, vandaar het Engelse smear-wort) en worminfecties (anthelminticum). De zaden zijn licht laxerend.
Teelt


| Zaaien | Het is een vaste plant. Zaai vanaf eind maart tot eind mei. Of september – oktober. 1 cm diep. De kiemtijd is traag en kan lang duren. Ter plekke: 50 cm uit elkaar. Anders voorzaaien en verspenen. |
| Uitplanten | Wanneer groot genoeg |
| Oogst | Het eerste seizoen moet je er niets van verwachten. De planten moeten eerst groot worden om iets te kunnen oogsten. Vanaf vroeg (maart) tot in principe augustus. Maar ouder blad is taaier. Je kunt de plant tussentijds terugknippen. (Wij gebruiken het blad alleen in het voorjaar.) |

Tip: deel de planten elke twee of drie jaar [2].
Plantafstand: 50 cm in de rij; 50 cm tussen de rijen. Of 40 x 60 cm.
Water: Houdt van wat vochtige grond. Maar droogte is zeker niet funest.
Bemesting
Brave Hendrik houdt van een stikstofrijke grond. Dus jaarlijks wat oude mest en compost in de herfst erover, doet de plant goed.
Bodem & standplaats
Tolereert wat schaduw. Bij ons staat de plant in de halfschaduw, d.w.z. na noen komt er nog weinig zon.
Uncommon Vegetables (1943) zegt “Full sun and good garden soil“, terwijl of Rare Vegetables (John Organ, 1960) schrijft: “This is a vegetable that has the great merit of flourishing even in the poorest soil and the worst sites. In fact, the planting of a small bed is an admirable war of using some odd corner of the garden that would yield poor crops of other vegetables.“
Dat laatste kunnen wij dus beamen: makkelijke plant, in de halve schaduw en onze moestuin heeft zeker niet de beste tuingrond. Integendeel.

Rassen
Niet van toepassing
Zaadteelt
Het gaat vanzelf bloeien en zaait zich rijkelijk uit. Je kunt het zaad dus ook zelf, op tijd, oogsten door de aren uit te kloppen.
Ziekten en belagers
We hebben de planten al jaren in de tuin staan. Ze hebben nergens last van.
Literatuur: [1] Food Plants of the World; [2] Encyclopedia of Organic Gardening; [3] Wikipedia NL/DE/FR/EN december 2025; [4] Onze Taal, website december 2025; [5] Historiek, website, 22 januari 2025; [6] Der Gute Heinrich, Walter Gröll, Samensurium 12/2001; [7] PFAF; [8] Great British Bites: Lincolnshire spinach, The Times, 13 mei 2008; [9] Is Brave hendrik een verdwijnende soort? J. Pinckaers, Natuurhistorisch Maandblad 72910/11), 1983; [10] Biaxiaal 1491, mei 2022; [11] A Modern Herbal, Mrs. M. Grieve, 1931; [12] Heirloom Plants, Thomas Etty & Lorraine Harrison, 2015; [13] Histoire de l’Alimentation Végétale, dr. A. Maurizio, Les Éditions Ulmer, 2019; [14] Sturtevant’s Edible Plants of the World; [15] Cornucopia; [16] Haferwurzel und Feuerbohne, Bartha-Pichler & Zuber, 2002; [17] The Oxford Companion to Food; [18] On the Origins of Kitchen Gardening in the Ancient Near East, Helen M. Leach, Garden History, vol 10,#1, 1982; [19] Medicinal Plants of China, J.A. Duke. J. A. & E.S. Ayensu, 1985;
