In het tijdschrift Science van 9 januari 2026 is een verslag van een intrigerend Australisch onderzoek opgenomen naar het vermogen van microben in boombasten/boomschors om broeikasgassen, waaronder methaan, te verwerken. Er is meer onderzoek nodig, maar tot nu toe werden de microben in boombasten vrijwel genegeerd.
Professor Vincent Gauci van de Universiteit van Birmingham schreef een introductie en het artikel over het onderzoek en de resultaten van het Australisch onderzoek vind je hier.
Recente studies toonden al aan dat er in boomschors veel micro-organismen leven. Echter, er is nog maar bar weinig over bekend wat ze doen en wat hun rol in het milieu is. Het Australisch onderzoek richtte zich op de schors van acht aldaar veel voorkomende boomsoorten.
De overheersende bacteriën zijn organismen die zowel met als zonder zuurstof kunnen leven en waterstof vastleggen en ook weer als energiebron gebruiken. En er zijn veel methanotrofen (bacteriën die methaan als energiebron gebruiken) in de schors aanwezig. Aan de hand van onder andere metingen in het veld, toonden de onderzoekers aan dat micro-organismen in bomen meerdere broeikasgassen in aanzienlijke mate omzetten in boomstammen. En dat wijst op een (mogelijk) belangrijke rol als het gaat om temperen van de globale opwarming.

143 miljoen km2 schors
Hoewel de broeikasgassen in betrekkelijk lage concentraties in de atmosfeer voorkomen, is het effect ervan groot. Zo heeft water in de grond invloed op het vrijkomen van methaan. (We hoeven maar te denken aan de dooi van de permafrost in Siberië en de methaan die daarbij vrijkomt, lees dit.) De aarde stoot gas uit, als het verzadigd is met water en het absorbeert gassen als het niet verzadigd is. Maar het biochemische proces in boomschors is in de wetenschap vrijwel volkomen genegeerd. Dit ondanks het feit dat alle boomschors bij elkaar even groot is als het totale landoppervlakte op onze aarde (~ 143 miljoen km2).
Methaan, waterstof en koolstofmonoxide zijn traceerbare broeikasgassen. Methaan heeft een direct effect op de energiebalans van de aarde, terwijl waterstof en koolmonoxide een indirect effect hebben omdat ze de levensduur van methaan verlengen. Over een periode van honderd jaar houden methaan, waterstof en koolmonoxide respectievelijk ongeveer 28, 13 en 3 keer zoveel warmte vast als kooldioxide.


Methaan in de atmosfeer is verantwoordelijk voor 0,5o C opwarming. Waterstof en koolstofmonoxide hebben een geringer effect, maar dragen ook bij aan de opwarming. (Men vergelijkt het gehalte in de huidige atmosfeer met de lucht die in de bellen in pakijs is opgesloten.)
Invloed op broeikasgassen
Boomschors beschermt niet alleen de boom, maar een gemiddeld grote boom biedt huisvesting aan een biljoen (duizend miljard) micro-organismen. Er was al bekend dat microben in de schors, waaronder bacteriën, algen en schimmels, koolstof en stikstof verwerken. Maar sinds kort is bekend dat ze ook methaan kunnen verwijderen.
Maar niet alle bomen zijn even geschikt. Bomen die van natte voeten houden, dus in draslanden en moerassen groeien, geven via de stam methaan (CH4) af, dat via de wortels uit de verzadigde grond wordt aangevoerd. En de micro-organismen op die bomen ‘consumeren’ weliswaar methaan, maar dat is voornamelijk die door de boom zelf wordt afgescheiden. Dus moerasbomen helpen in dat opzicht niet methaan uit de atmosfeer af te vangen, wel om de uitstoot uit de aarde te verminderen. Dit in tegenstelling tot bomen die op droge, d.w.z. waterdoorlatende grond staan. Deze pakken alleen methaan uit de lucht.


In hooggelegen bossen met goed doorlatende bodems is de atmosfeer de belangrijkste bron van methaan (CH4), koolmonoxide (CO) en waterstof (H2), die worden verbruikt door microben in de boomschors.
In moerassen en uiterwaarden kunnen microben in de schors CH4, CO en H2 uit de atmosfeer verbruiken, maar de met water verzadigde bodem produceert ook CH4 en CO, die via de wortels in bomen terechtkomen. Microben in de schors verminderen de uitstoot van deze twee gassen door bomen in draslanden en moerasgebieden, maar deze bossen blijven een nettobron van CH4 en CO.
Meer onderzoek nodig
Hoewel hooggelegen bossen een groter deel van de planeet beslaan dan die op natte bodems, is het nog onduidelijk of bomen wereldwijd een netto opslagplaats of bron van deze drie broeikasgassen zijn.
Uit Australisch onderzoek, onder andere met eucalyptusbomen, blijkt ook dat de microben nogal flexibel en tolerant zijn naar de omstandigheden. Men heeft ook microben geïdentificeerd die zowel methaan opnemen als afstoten, met dien verstande dat ze alleen opnemen als ze in de schors van bomen leven, die geen natte voeten hebben.
De wetenschappers calculeerden dat de microben in de schors wereldwijd per jaar zo’n miljoen ton waterstof vastleggen (1 kg waterstof is ca. 11,3 m3). Van de andere gassen is dat nog niet berekend. We hebben het hier over een ontdekking en er is meer onderzoek nodig. Het idee is dat als de juiste microben worden uitgezocht, bomen significant meer kunnen bijdragen aan het verbeteren van de atmosfeer en het broeikas effect terugbrengen.
