In Lisse is een erg leuk museum over de bloembollenteelt en met name de tulp. De naam van het museum is de titel van een boek van Alexandre Dumas, dat onder andere over de tulpenmanie in Nederland gaat. Een bezoek waard.

Nog voor de entree van het museum ontmoeten we een borstbeeld van Clusius. De man die de eerste tulp naar Leiden bracht en daar in de hortus plantte. Of beter: liet planten. Het waren de laatste jaren van Clusius en hij was niet meer erg mobiel. Doch hij was zonder het te weten de aanstichter van de tulpenteelt in Nederland. En de tulpenmanie. Dat mocht hij echter niet meer meemaken, hij stierf in 1609.
We waren er op een zondag rond 11:30 uur. Het is rustig, we worden vriendelijk ontvangen door twee dames die ons kort tekst en uitleg geven over de indeling van het museum.
Eetbare bollen
We hebben botanische tulpen in onze Eetbare Siertuin staan. De bollen zijn uitstekend eetbaar. Maar de tulp is ook een bloem die voor liefde staat (vooral rode tulpen – de liefde gaat door de maag) en de tulp is, omdat ze in de lente bloeit, een symbool is voor wedergeboorte. Er zijn talloze gedichten gemaakt met tulpen in een bepalende rol. Het gedicht Tulips van Sylvia Plath zou het mooiste tulpengedicht zijn. (Hier vindt je een vertaling van dat gedicht.) Menigeen heeft tulpenbollen in zijn tuin staan. En behalve de tulpenmanie, is de tulp ook voedsel geweest in de hongerwinter aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. En recent waagden enkele topkoks zich er aan.
Tulpenmanie

Het boek De Zwarte Tulp, van Dumas (ook bekend als auteur van De Drie Musketiers), kwam in 1850 uit, de tulpenmanie was 1636-1637, het duurde korter dan de huidige belangstelling voor de bitcoin en andere cryptomunten. In beide gevallen gaat het om een economische bubbel, gecreëerd door mensen die door speculeren snel rijk willen worden. In het museum hangt een spotprent uit 1650. In het midden van de prent wordt in een herberg handel gedreven. De herberg heeft de vorm van een narrenkap: toentertijd het symbool voor dwaasheid. Links zien we de duivel met een zandloper. Rechts de godin Flora, die op een ezel wordt weggejaagd door boeren.

Op de eerste etage van het museum is vooral aandacht voor de geschiedenis van de bollenteelt. De tulp wordt er met name uitgelicht, maar ook de hyacint krijgt de aandacht. Bij bovenkomst kan je meteen naar een korte film kijken over de herkomst (Kazachstan, Tadzjikistan) van de tulp. We begrijpen dat de mensen aldaar, als de wilde tulpen bloeien, Sairi Lola – tulpenfeest – vieren. De beelden van blije, dansende mensen, zijn aanstekelijk.
De Ottomanen hadden de tulp ontdekt en omarmd, meegenomen naar Turkije. In 1554 reist een afgezant van het Habsburgse Rijk naar Constantinopel en ziet hoe de Turken tulpen telen. En, leuker, we zien ook hoe de tulp aan zijn naam tulp is gekomen.
Links lopen we langs een soort van tijdsbalk met memorabele jaren en personen, fraaie tulpenkunstwerken en rechts staan de gebruiksvoorwerpen van de bij bloembollenteelt en handel.






Beneden is meer aandacht voor de tulp in de kunst: stillevens, aardewerk, legio prachtige tulpenvazen. En een werkelijk prachtig Charles II kabinet uit pakweg 1690.





Tenslotte
Het is een bezoek waard. De museumwinkel is erg verleidelijk: er staan mooie tulpenvazen en gebruiksvoorwerpen, boeken en meer. Gelukkig hebben we al een vaas. Maar we kochten er wel een tulpenbollenkookboek.
Het museum ligt dicht bij een plein met een aantal horeca-gelegenheden. Als je ook gaat, we genoten van een smakelijke lunch bij De Vier Seizoenen.
