Lof voor de zaadmortuaria

Heeft het nog langer zin om zaden in zaadbanken te bewaren? Donderdagmiddag 20 mei 2021 een uurtje een webinar volgen van professor Douglas Gollin van Oxford Universiteit maakt duidelijk hoe belangrijk zaadbanken zijn en welke waarde ze voor de toekomst hebben.

De Tuinen van MergenMetz vermeerdert ook zaad (zie onze webwinkel). Tot Brexit deden we dat voor de Britse Heritage Seed Library en voor onszelf. Zaadvaste rassen waar geen patent op rust, zijn van wezenlijk belang voor onze toekomst. Onlangs zijn we toegetreden tot het Europese platform Seeds4All. Voorts nemen we deel aan het Netwerk Eeuwig Moes en zijn lid van Arche Noah en Velt.

Gollin is geen botanicus of zaadveredelaar. Hij is econoom en gefocust op de toekomst van nieuwe ontwikkelingen. Gollin sprak over het nut van zaadbanken alsof hij er dagelijks werkt.
De titel van de presentatie is prikkelend: Lof voor de zaad-mortuaria? De vraag is namelijk of het zin heeft om zaad te bewaren. Vooral in deze tijd waarin we van veel gewassen de genetische samenstelling kennen.

Genoom digitaal vastleggen?

Moeten we niet gewoon overgaan tot het digitaal vastleggen van het genoom (de hele genetische samenstelling van een organisme)? Dat scheelt veel ruimte en geld. Naar schatting kosten zaadbanken over de hele wereld zo’n honderd miljoen dollar per jaar. Die kosten zitten ‘m in het verzamelen, energie voor koelinstallaties, personeel, periodieke regeneratie, distributie en documentatie.
Een ander gegeven is dat het bij zaadbanken soms een beetje een zooitje is. Verwisselingen en van veel zaad is de kiemkracht verloren. Je moet ouder zaad immers weer periodiek zaaien om te verversen. En zeg nu eerlijk: Zoveel vraag naar zaad van oude rassen uit de zaadbank is er nu ook weer niet. Dus weg ermee, alles digitaal, dat spaart veel geld en je bent van alle nadelen af.

Svalbard global seed vault – Spitsbergen zaadkluis van de wereld

In de Svalbard Global Seed Vault liggen pakweg 2,5 miljard zaden van 4,5 miljoen soorten en rassen.

Nut van zaden

Zaden (al dan niet digitaal) en andere genetische bronnen zijn van groot belang voor landbouwkundig onderzoek, dat voortdurend werkt aan innovatie. Neem bijvoorbeeld fytoftoraresistente aardappelrassen. Vandaag de dag is zaad nog steeds de meest handige vorm waarin genetische eigenschappen zijn opgeslagen en dus zo te bewaren. Het is:

  • Een verzekering tegen verlies van genetisch materiaal
  • Een verzekering tegen de risico’s van moderne veredelaars die kwetsbare gewasvariëteiten maken
  • Een verzekering tegen catastrofaal verlies van genetisch materiaal door rampen.

Aan de andere kant speelt het spel van het eigendom van genetische bronnen. Onlangs heeft Nunhems/BASF het patent verkregen op een in natuurlijke omstandigheden ontstane watermeloen. Een nieuw ras.

Zaden, voor ze naar Spitsbergen worden gestuurd – foto: Neil Palmer CIAT Colombia – Commons Wikipedia

Bibliotheken en archeologie

Misschien moeten we een analogie vaststellen met andere maatschappelijke diensten. Zoals bibliotheken en de archeologie.

Kunnen we bibliotheken niet opheffen als alle boeken digitaal beschikbaar zijn? Wat moet je nog met een gedrukt, dik boek? En oude boeken kan je digitaliseren, makkelijk kopiëren en verdelen of uitlenen. Geen punt. En toch – dat weten jij en ik – is het in de hand hebben van een (oud) boek, het doorbladeren, de sporen van vorige lezers zien, misschien een krabbel in de marge, iets heel anders dan het lezen ervan met een eReader.

Tot eind 2020 hadden we in huis een eigen “bibliotheek”; een oude slaapkamer vol met boekenkasten en boeken die we door de jaren heen hadden gekocht of cadeau gekregen.
En omdat we erfgenoten kregen, moesten we qua ruimte indikken. Dus veel boeken zijn weggegaan: thrillers, romans, allerlei non-fictie kwamen in buurtbiebjes, de kastjes aan de weg, terecht. Bewaard bleven kookboeken en alle planten-, natuur- en tuinboeken, waaronder veel heel oude. En een handjevol literaire boeken waar we geen afstand van konden doen. Als je dit proces door moet gaan, realiseer je je ook dat papier iets toevoegt aan letters en drukinkt.

In de archeologie is het nu de praktijk dat vindplaatsen uiteindelijk weer worden toegedekt voor later. We weten immers nu niet welke vragen later spelen, welke technologieën er dan beschikbaar zijn om onderzoek te doen. Vroeger poetste men artefacten schoon en bracht ze naar een museum. Tegenwoordig wil men het vuil juist onderzoeken. Het verschaft biologische en chemische gegevens die tot andere inzichten kunnen leiden. Over klimaatverandering, over migraties, enzovoorts.

Gollin haalt een voorbeeld aan van de vindplaats Hattusha in Turkije. Begin negentiger jaren van de vorige eeuw ontdekten Duitse archeologen ondergrondse silo’s met tonnen intact, doch verkoolde granen. Ze lieten het achter waar ze het vonden, voor later onderzoek. Bijna dertig jaar later, In 2020, werd het zaad nader onderzocht op samenstelling en “vuil”. In de diverse kamers waren andere zaden opgeslagen, vermoedelijk werd graan uit diverse streken in de wijde omgeving als een vorm van belastingbetaling naar Hattusha gebracht. De rest van het zaad ligt te wachten op meer onderzoek.

Het nut van zaadbanken is het bewaren van genetisch eigenschappen. Zaadbanken zijn zinvol voor hedendaags gebruik voor onderzoek en veredeling van gewassen, maar dat is slechts een fractie van de waarde.
De grootste waarde is voor iets in de verre toekomst wat we ons nu niet voorstellen.

Zaad in fysieke vorm is veel meer dan de genetische eigenschappen. Het bevat metadata: gegevens over de gegevens. Het zaad is medium voor het vrij maken van soms nu nog onbekende informatie.

Er is geen einde aan wetenschap.

Conclusies

  • Het bewaren van zaad, genetische bronnen, is belangrijk voor de toekomst en de economische ontwikkeling (een econoom denkt natuurlijk altijd daar aan)
  • Heroverweeg bewaarrichtlijnen met het oog op die toekomst die we niet kennen
  • De huidige veredelde en geselecteerde gewassen belichamen niet het einde van de wetenschappelijke kennis (zaadbedrijven gaan jaar in jaar uit door met veredeling en brengen nieuwe variëteiten uit)
  • De pandemie als die van covid-19 maakt duidelijk dat verzekeringen als genenbanken wel eens heel belangrijk kunnen zijn.
  • Het biodiversiteitsverlies maakt ecosystemen kwetsbaar en gaat onmiskenbaar invloed hebben op onze voedselvoorziening

Bewaar de zaden!

.

2 gedachten over “Lof voor de zaadmortuaria”

  1. Als je het DNA kent, maak je daarmee nog geen zaadje of plant. Zover is de wetenschap nog niet.
    Zodra dat kan, kan men ook de neanderthaler, mammoet of dinosaurier tot leven wekken.
    Dus genenbanken (en vooral ook particuliere collecties) zijn van levensbelang.

    Beantwoorden

Plaats een reactie