Atlas wilde bomen en struiken

Neem groen erfgoed serieus. Onze oudste bossen, hagen en houtwallen behoren tot het cultuurhistorische erfgoed. Omdat ze honderden, misschien wel meer dan duizend jaar door dorpsgemeenschappen werden gebruikt. Een atlas, naslagwerk en reisgids in een.

Meer dan 700 pagina’s vol bomen. Niet zomaar bomen maar ‘Groen erfgoed’. Denk aan heggen, bosjes, singels. Ze zijn van cruciaal belang voor de biodiversiteit, onder andere omdat ze vaak nakomelingen herbergen van de oorspronkelijke wilde vegetatie, soms van duizenden jaren geleden. En ook cultuurhistorisch is hun belang groot. Het is alleen al een bijzondere eigenschap dat het vaak juist doordat deze landschapselementen lange tijd door mensen werden gebruikt, ze al die tijd zijn blijven bestaan. Nu worden ze bedreigd, vooral in Nederland waar dit groene erfgoed nog geen officiële status heeft. Dit boek documenteert deze bijzondere groene plekken en verklaart waarom ze bijzonder zijn en behouden moeten blijven. Nu kan niemand er meer omheen.

Het boek, onder redactie van Bert Maes, is een werkelijk prachtige uitgave. Er werkten veel mensen aan mee, vooral ecologen, specialisten op gebied van vegetatie en meestal kenners van een bepaalde regio.
Per provincie in Nederland en Vlaanderen, geven zij een overzicht van oude bomen en historische landschapselementen met bomen of bos. Met veel kaartmateriaal (zowel historisch als modern) en prachtige foto’s.
Uiteraard bevat het boek ook uitgebreide beschrijvingen en uitleg over het historische gebruik van bijvoorbeeld hakhoutstoven en malenbossen. Voor de volledigheid zijn er achterin soortenlijsten en een verklarende woordenlijst opgenomen. Voorin vind je een aantal algemene hoofdstukken ter introductie, bijvoorbeeld over het ontstaan van de landschappen en bijbehorende vegetatie. Dit boek is atlas, naslagwerk en reisgids in een. Maar ook – letterlijk en figuurlijk – zware kost.

Daarmee is het een gedegen en informatief boek voor liefhebbers, or professionals zoals landschapsarchitecten en beleidsmakers bij provincies, gemeenten en, niet in de laatste plaats, natuurorganisaties.

TitelAtlas wilde bomen en struiken – Landschappelijk groen erfgoed in de provincies van Nederland en Vlaanderen
VanBert Maes (redactie)
UitgeverPictures Publishers
ISBN978 94 92576 38 5
Verschenenmei 2021
Prijs€ 39,95
Verkrijgbaar bijU kunt dit boek bestellen bij de uitgever (zie link hierboven)

Voorbeeld van groene cultuurhistorie: hakhoutstoof van zomereik in de Loonse en Drunense Duinen.
De laatste hak was in 1927, de laatste hak van het dikke onderste deel in 1855.

Noord-Limburg

Het is geen boek om per se van kaft tot kaft door te moeten lezen. Dus ik begon maar eens bij het noorden van de Nederlandse provincie Limburg, waar ik ben opgegroeid. Zoals van alle provincies geeft het boek daar een overzichtskaart met de locaties van de belangrijkste gebieden waar oude bomen zijn te vinden. Een deel ervan is opgewaardeerd tot ‘sterlocatie‘ oftewel: extra bijzonder. In Noord-Limburg is dat vooral het Maasheggengebied, waarvan overigens ook een groot deel aan de overkant van de Maas in Brabant ligt.
Maar mooi is het zeker, en blijkbaar een van de soortenrijkste oude heggengebieden in Nederland. De ‘Atlas wilde bomen en struiken’ beschrijft welke soorten bomen, struiken en andere planten je er kunt vinden.

Ook de Sint-Jansberg komt aan bod. Dat is een mooi stuk stuwwal met veel oude boskernen Het wordt helaas behoorlijk overlopen door recreërende mensen. Ondanks de drukte lezen we een indrukwekkende lijst van planten op de Sint-Jansberg.

Maasheggen – vlechtwerk van eenstijlige meidoorn, hier groeit ook de vrij zeldzame bostulp

Het boek zakt dan verder af naar het zuiden, dieper Limburg in, maar we stappen over naar Gelderland. Daar woon ik nu alweer jaren. In Gelderland is heel veel bos en de overzichtskaart kleurt dan ook groen en rood van alle bolletjes met minder een meer bijzondere locaties. De sterlocaties nummer 95 en 96 zijn Doorwerth en de Wolfhezerbosschen (een schrijfwijze die we nog niet kenden), onze verlengde achtertuin. Helaas wordt er eigenlijk verder weinig over die gebieden gezegd.
Ze vallen onder het kopje ‘Oude boskernen zuidelijke Veluwe’, samen met andere gebieden zoals het Wekeromse Zand en het Hoenderlosche Bosch. Je zou verwachten dat de Wodanseiken op zijn minst een foto en vermeldenswaardig zijn. Ze werden vroeger ook door kunstenaars geschilderd. Maar ja, het boek telt al zevenhonderd pagina’s, je kunt niet alles verwachten.

Wekeromsche Zand, kaart ca 1850
Wekeromse Zand, kaart ca anno nu

Vastleggen om te kunnen beschermen

Het is een monumentaal werk, een zo volledig mogelijke opsomming – niet voor niets noemen ze het een Atlas – en vooral bedoeld om plekken en soorten vast te leggen voor het nageslacht. Hier is een intensieve inventarisatie aan vooraf gegaan. Maar omdat er zelfs in meer dan zevenhonderd pagina’s toch beperkt plek is, zijn de beschrijvingen van de individuele vindplaatsen en gebieden soms wat oppervlakkig. Juist omdat elk gebied zo’n rijke historie kent.

Wolfhezer Heide en Bossen, linksonder, rood omlijnd, De Tuinen van MergenMetz (1 ha)

Verplichte kost

De informatie is overigens ook digitaal in te vinden bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, op de Kaart Groen Erfgoed. Dat is geweldig, echter het brengt geen verdieping op gebiedsniveau. Wat het wel doet: vastleggen wat er is. En dat is stap 1 in de richting van behoud. Want als je niet weet wat je hebt kun je het ook niet beschermen. Vandaar ook dat dit boek verplichte kost is voor provincies en gemeenten die de natuur binnen hun grenzen serieus nemen. En landschapsarchitecten die zich erdoor kunnen laten inspireren. De kennis en informatie die boek bevat kan helpen bij lastige beslissingen, bijvoorbeeld over zonering van de natuur. Die nieuwe mountainbike-route misschien niet dwars door de laatste populatie wilde peren aanleggen? (Ik zeg maar wat.)

Met dank aan….

Nabrandertje

Van een boek dat zo dik is èn over bomen en struiken gaat, mag je verwachten dat het op FSC- of anderszins verantwoord (recycled) papier is gedrukt. Misschien is dat zo. Sterker, dat mag je verwachten. Maar ik kon nergens een logo vinden, noch de naam van de drukker. Misschien in de volgende oplage?

Plaats een reactie