De verfplantentuin – De Druppel [1]

In de Eetbare Siertuin was van meet af aan een hoek die geen bestemming (meer) had en voor allerlei experimenten werd gebruikt. Er staan en stonden dus best leuke planten, maar het bleef zo’n plek waar je langs loopt en denkt: daar zouden we eigenlijk eens iets anders mee moeten doen. En dat worden verfplanten, planten die gebruikt worden om het leven kleur te geven.

Het stuk tuin heeft, met enige fantasie, de vorm van een druppel. En zo noemen we het ook als we het erover hebben: De Druppel. Dan ligt het al snel voor de hand dat daar verfplanten gaan komen. Daarbij aangespoord door M’s schilderwerk en haar wens om met natuurlijke pigmenten aan de slag te gaan. In 2019 bracht ze al eens gekleurde rotsblokken mee van vakantie.

Okers, natuurlijke pigmenten, gewonnen uit groeven

Etnobotanische tuin

Met een verfplanten-afdeling verbreden we in feite onze focus: van eetbare planten richting meer algemene nutsplanten. Maar dat moet kunnen. En als je wat onderzoek doet naar de verschillende verfplanten, blijkt dat ze bijna allemaal ook nog voor andere doeleinden bruikbaar zijn. Een voorbeeld is de echte guldenroede (Solidago virgaurea) die behalve als gele kleurstof ook voor medicinale doeleinden wordt gebruikt. Of de westerse karmozijnbes (Phytolacca americana), waarvan de bessen bruikbaar zijn om mee te verven, maar de jonge scheuten in het voorjaar ook eetbaar zijn.

Solidago virgaurea – Foto: Frank Förster, Commons Wikimedia

Zo wordt de Eetbare Siertuin een meer etnobotanische tuin – waarin de relatie tussen mens (etno) en plant (botanie) breder tot uitdrukking komt.


Een rijke historie

Rubia tinctorum – Otto Wilhelm Thomé: Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz

Nog niet zo heel lang geleden kenden alle verfstoffen een natuurlijke basis. In de vorm van mineralen (poeders van vermalen gesteente) of in de vorm van planten. Soms gecombineerd met andere stoffen (zoals urine) vanwege betere hechting of houdbaarheid. Planten werden vooral gebruikt voor het verven van textiel. Maar ook voor het kleuren van etenswaren of, bijvoorbeeld, papier.
Zoals altijd betekent ook in dit geval ‘natuurlijk’ niet perse ‘gezond’: sommige van de planten en mineralen waarmee werd gewerkt zijn namelijk uitermate giftig.

Sinds de opkomst van de chemie is het gebruik van planten als kleurstof vrijwel verdwenen. Dat betekent ook dat sommige verfplanten, die ooit wijd verbreid waren, nu vrijwel vergeten zijn. Een fascinerend voorbeeld daarvan is meekrap (Rubia tinctorum), dat vanaf de middeleeuwen tot aan het einde van de 19e eeuw in Zeeland en Zuid-Holland zeer veel verbouwd werd. Er was zelfs een complete industrie omheen. Daar is nu niets van over, ondanks dat er de laatste jaren kleinschalige initiatieven schijnen te zijn om opnieuw met meekrap aan de slag te gaan. Kijk eens hier.


Het plan

Maar ik dwaal af. Anthonetta van Bergenhenegouwen – ja, zij die ook aan de basis stond van de Eetbare Siertuin – maakte een beplantingsschema voor ons; een werkbare plattegrond en de bijbehorende soorten. Daarbij vanzelfsprekend rekening houdend met het karakter van onze bodem. De ervaring leert namelijk dat planten die voedselrijke of vochtige grond nodig hebben, het bij ons op de zandige stuwwal erg lastig vinden. En we willen liever aansluiten bij de natuur dan dat we met toevoeging van veel mest, compost of klei kunstmatig soorten in leven moeten houden. Dus we richten ons vooral op planten die arm, zuur en droog kunnen verdragen. Alleen voor meekrap maken we een uitzondering vanwege zijn bijzondere geschiedenis. Die houdt van een rijke en vochtige bodem, maar we gaan het toch proberen. Alleen niet in de ‘druppel’ maar elders in de tuin, naast de vijver. Fingers crossed.

Verfplanten in De Druppel – ontwerp Anthonetta van Bergenhenegouwen, Bloemenindetuin, januari 2020

Bepaalde bomen en heesters op de achtergrond blijven. Zoals de linde, de olijfwilgen, de vijg. En de salie mag ook blijven (geeft ongetwijfeld kleur).

Komt dat zien!

Al dat leuks zijn we nu aan het bij elkaar scharrelen. Sommige soorten kopen we als zaad, dat we de komende weken gaan zaaien en opkweken. Andere soorten als plant of struik. We zijn ontzettend benieuwd en hebben heel veel zin om er iets moois van te maken. Of we ook – ooit in de toekomst – voldoende materiaal kunnen oogsten om echt mee te verven, moet natuurlijk nog blijken. Hoe dan ook houden we u uiteraard op de hoogte van de vorderingen. En bent u welkom om te komen kijken op een van onze open dagen.

Sint Jan
Tijdens ons jaarlijkse Sint Jan-evenement (klein, fijn en bijzonder- dit jaar op 20 juni 2020) nodigen we een specialist in natuurlijke verfstoffen uit.

Per april t/m oktober is onze tuin elke eerste zaterdag van de maand voor bezoek geopend.

3 gedachten over “De verfplantentuin – De Druppel [1]”

  1. ja, ook bij mij komt er een hoek verfplanten:wouw, wede, indogostruik, beredruif, meekrap, echte guldenroede om mee te beginnen. Niet de makkelijkste opkweek als ik de zaai-instructie lees.

    Beantwoorden
    • Geen idee. Echte gulden roede kiemt bij ons nu al, eerlijk gezegd makkelijk. Ja, andere vereisen stratificatie enzovoorts. Dat is een uitdaging, maar kicken als het lukt 🙂

      Beantwoorden

Plaats een reactie

Verschijnt een à twee keer per maand. Met een breed scala aan onderwerpen uit het groenere leven en lekkere recepten.

Kijk in ‘spam’ of ‘reclame’ wanneer u niet binnen een paar minuten een e-mail ontvangt.