Recepten met koolraap

Koolraap

Koolraap – ras Nadmorska – foto: Commons Wikimedia

Brassica napobrassica of Brassica napus subsp. rapifera of Brassica napus var. napobrassica

Koolraap (Nederlands); swede, rutabaga, yellow turnip (Engels); neeps (Schotland); Steckrübe, Wruke, Kohlrüben (Duits); chou-navet, chou de Siam, choux suédois, rutabaga (Frans); nabicol, navicol, colinabo, rutabaga (Spaans); rutabagia(?) (Italiaans)

In het Engels duidt de naam swede op Zweden; het is de verkorting van Swedish turnip. Dat is makkelijker dan het woord rutabaga, dat is afgeleid van een Zweeds dialect rotabagge – dikke wortel.
Het woord rutabaga of ruta baga wordt in de VS en Canada veel gebruikt, terwijl men in de andere Engels sprekende delen van de wereld swede zegt. Terwijl men het in Zweden kålrot (kool-wortel) noemt.
Om het leuker te maken: de Engelse turnip is onze Nederlandse mei- of herfstraap (Frans: navettes). Maar koolraap is absoluut geen knolraap (brassica rapa subsp. rapa), behalve dat ze beiden van de brassica-familie (kolen) zijn.
De Duitse naam Steckrübe is gebaseerd op voorzaaien en dan in de akker uitplanten – in de grond steken [22].
De koolraap is een wortelknol, het knolraapje een stengelknol. Alhoewel beiden hypocotyl en de koolraap ook een beetje wortel. (Hypocotyl heet het stengeldeel onder de kiembladeren.)

Historie

Oeral en Wolga-gebied

Sommigen denken dat de koolraap uit Zweden stamt. Of Finland. Of zelfs Siberië. Men vermoedt dat ze door Fins-Oegrische stammen in onze contreien is geïntroduceerd. Fins-Oegrische stammen komen uit het Oeral-Wolga-gebied. Rusland, dus. Hun leefgebied reikte tot in Siberië. Om kort te gaan: de Finnen die Finland bevolken, de Esten uit – ja – Estland en de Hongaren zijn Fins-Oegrische stammen. De Finnen en Esten trokken daar al rond 2000 voor Christus heen, de Magyaren (Hongaren) gingen pas rond 1000 v C op stap. Rond 1700 na Christus zou de eerste koolraap vanuit Zweden in Schotland zijn gekomen en vandaar afgezakt naar Engeland en zo o.a. naar de Verenigde Staten en Canada zijn gekomen. (Dat zou pas rond 1900 het geval zijn geweest.)

Noordse landen worden over het algemeen gezien als het centrum van de domesticatie van de koolraap [28]. Genetisch onderzoek onder 124 koolrapen uit de Scandinavische landen en IJsland toont zeer grote onderlinge gelijkheid – uitgezonderd de IJslandse inbreng.


[4] Zegt dat de koolraap al meer dan 2000 jaar voedsel voor mens en dier is. Dat kan. De Romein Plinius de Oudere heeft het in zijn Naturalis Historia over een gewas tussen radijs en raap in. Met raap bedoelde hij koolzaad, de plant die voor de olie wordt geteeld.

Volgens [23] is koolraap vanaf Romeinse tijd en later deel van archeologische vondsten.

In Almanach der Natuur (1789) lezen we dat de Romein Cato ‘”begaf zig in zijne hoogen ouderdom naar het land, en hield zich met den ploeg bezig” en zou hebben gezegd: “Ik zal van honger niet versmachten zo lang mijn hof mij met dit raapgerecht beloont.” Knol- of koolraap?

Bastaard
Anderen, waaronder [1], denken dat de koolraap een in de Middeleeuwen ontstane kruising is tussen de eerder genoemde knolraap (brassica rapa) en de (wilde) kool (brassica oleracea). (De zogenaamde Driehoek van U toont het verband tussen de koolsoorten.) Bewijs hiervoor, zegt [22], is dat de koolraap 38 chromosomen kent, het totaal van de knolraap (20) en de koolzaad (18). Het is dus een bastaard, die geen echte kruising is, maar een verdubbelde kruising, een alloploïde, die zowel het genoom van B. oleracea (2n=18) als van B. rapa (2n=20) heeft. B. napus heeft dus 38 chromosomen. [24] houdt het erop dat dit al 7500 jaar geleden is gebeurd.
Vermoedelijk bedoelen ze koolzaad in plaats van knolraap, omdat toentertijd daarvan zowel het groen (voor voer) als de olie belangrijk waren. Volgens [12] werd koolraap al voor 1650 in Bohemen geteeld. Bohemen is thans een groot deel van Tsjechië. Waarschijnlijk is dat gebaseerd op Gaspard Bauhin.

De oudste betrouwbare verwijzing naar de koolraap is namelijk van de Zwitser Gaspard Bauhin. Hij noemt in Prodromos Theatri Botanici (1620) voor het eerst een plant die de koolraap is c.q. zou kunnen zijn c.q. werd. Bauhin claimt het in het wild in Bohemen te hebben ontdekt en ging het cultiveren. (Een andere bron zegt dat hij het in Zweden ontdekte. Maar ja, van Bauhin werd gezegd dat hij de flora van heel Europa kende.) Feit is dat Bauhin op zoek was naar een vorstbestendige knolraap, dat dus de koolraap werd. [Noot: Hoe we dat in de tijdschaal moeten plaatsen, is niet helder. De koolraap staat al in 1614 in Rembert Dodoens’ Cruydt-Boeck.] Als dat het uit Bohemen komt, is het moeilijk te verklaren waarom Europa ten zuiden van Scandinavië pas zo laat aan de koolraap is geraakt. Het Koninkrijk Bohemen lag in de sfeer van wat nu Hongarije is. En laat Hongarije door de Magyaren, een Fins-Oegrische stam, zijn bevolkt. Het Koninkrijk Bohemen is opgegaan in het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. (Het is dus niet onmogelijk dat de koolraap twee routes in Europa heeft gevolgd.)

In 1762 verschijnt ‘Gemische Schriften’ van Christian Reichart, waarin het hoofdstuk II “Von der Kohlrübe oder Kohlrabi unter der Erden“. Dat zou de vroegste Duitstalige vermelding zijn. Reichart woonde en werkte als tuinbaas in Erfurt.

De geschiedenis van de koolraap in De Lage Landen is niet erg duidelijk. Over het algemeen stelt men dat het weinig werd gegeten en als, dan in Noord-Nederland.

[10] Vertelt een aardig verhaal. In legio Britse bronnen wordt gerefereerd aan dat de koolraap uit Duitsland in Engeland is geraakt (ergens tussen 1750 en 1766) of uit Lapland (voor 1974). [Als het uit Duitsland komt, was het zeker al in Nederland bekend, MM].
De Britten noemen het ook turnip-rooted cabbage. (Turnip is knolraap.) Sir John Sinclair schreef dat deze groente rond 1750 in Engeland kwam en van daar naar Schotland en Zweden en later weer geherintroduceerd als rutabaga of swede. Dat lijkt vreemd.
De Britten hadden een landbouwprobleem. Eerst werd de knolraap rond 1710 geïntroduceerd als wisselteeltgewas, maar die was niet helemaal betrouwbaar om de winter door te komen. (Lees over Turnip Townshend bij knolraap.) Rond 1760 werd actief naar een oplossing voor de Hungry Gap gezocht. De Royal Society for the Encouragement of Arts, Manufactures and Commerce loofde zelfs een prijs uit. In 1766 heeft de agrariër John Reynolds [Noot DTvMM: in Wikipedia is sprake van koolrabi, dat is fout] de koolraap in Engeland was geïntroduceerd. Hij kocht zaad in Holland, zaad van een andere, meer winterharde knol die, aldus de verkoper, algemeen geteeld werd in Zweden, Rusland en Lapland. De koolraap werd een succes en zou de Engelsen uitstekend door de winter helpen. Reynolds noemde “zijn” gewas cabbage-turnip. Hij ontving 50 GBP als beloning.
Volgens [25] kwam de koolraap in 1767 (een jaar na Reynolds) vanuit Zweden in Engeland.

[15] Houdt het erop dat de koolraap uit centraal Europa komt en via Frankrijk naar Engeland is gegaan. Maar twee routes zijn dus niet ondenkbaar. [22] houdt het erop dat ook de mogelijkheid bestaat dat de bastaardisering op meer plekken in Europa heeft plaatsgevonden. [25] vertelt dat de koolraap rond 1600 door Finse emigranten is meegenomen naar Zweden en Noorwegen. Een andere route kan (ook) Ingermanland zijn geweest. Dat is het gebied rond thans Sint Petersburg en grenst aan de Finse Golf. Dat werd in 1617 Zweeds en een eeuw later Russisch. Doch de bevolking was Fins-Oegrisch.  

Maar die Nederlandse koopman, die het zaad aan Reynolds verkocht, roemde de koolraap al om zijn winterhardheid in Zweden en noordelijker. Hoe plaatsen we hem? En wie was het?


Koolraap in Cruydt-Boeck (1644)

Rembert Dodoens – of beter: zijn navolgers – hebben de koolraap in zijn Herbarius oft Cruydt-Boeck opgenomen. (De eerste uitgave verscheen in 1554, wij hebben die van 1644, die ruim na het overlijden van Dodoens is uitgekomen.) Daar heten ze ‘steck rapen oft Parijse rapen’. Zoals de Duitse naam nu nog Steckrübe is. Dodoens stelt vast dat deze rapen niet platrond zijn (ghemeyne rapen) maar lang en dik. Wat de gewone (knol)rapen in de breedte hebben, heeft de koolraap in de lengte, schrijft hij. Hij heeft het over Tamme Steck-Rapen. In die context spreekt hij ook van ‘De Wilde soorte van Steck-Rapen’ spreekt, die “om datse in Vranckrijck van den ghemeynen man Nauettes ghenoemt wordt: in onse tael heetse Wilde Steck-Rape.” Zo zie je maar weer. Vandaag de dag is de knolraap in het Frans navette. Verderop schrijft hij dat de wilde steck-rapen ‘alleenlijck om wille van haar saedt’ wordt geteeld’want daer wordt olie van gheslaghen/diemen raep-olie noemt.’
Dus lang leven de Latijnse namen. De koolraap is Brassica napobrassica of (synoniem) B. napus subsp. rapifera. De koolzaad plant is Brassica napus.

Natuurlijk kijken we naar de Engelse botanicus John Gerard. Hij is in zijn The Herbal or Generall Historie of Plantes (druk 1636) niet duidelijk. Er is een ‘longish rooted turnep‘ en een ‘great turnep‘. Hij heeft het over een smakelijke kleine die zicht onder de oppervlakte groeit en er soms iets bovenuit komt — dat moet de knolraap zijn – en “There is another sort of small Turnep said to have red roots; and there are other-some whose roots are yellow both within and without; some also are green on the out-side, and other some blackish.” Zie hier maar iets van te maken. Soesterknollen? Rammenas? Koolraap?

Dit is alles wat Steven Blankaart in ‘Den Neder-landschen herbarius ofte kruid-boek der voornaamste kruiden’ over koolraap schrijft (1697)

Knoop gooit in zijn Beschryving van de Moes- en Keuken-Tuin (1769) alle rapen (Napo-brassica) en koolrabi (B. Gongylodes) op een hoop in een kort hoofdstuk Kool-Rapen. Hij heeft het dan over rapen boven de aarde (groene en rode soort) en Kool-Rapen of Raap-kool onder de aarde, die “in de grond een dikke knolagtige wortel voortbrengt”.
En (na beschrijving van de culinaire mogelijkheden): “Dog men bouwt ze hier te Lande zelden, door dien het schijnt dat er weinig Liefhebbers van zijn, schoon het een goed en niet ongezond Eten is;”.

T.F. Uilkens in zijn Groot Warmoezeniers Handboek (1855) onderscheidt drie hoofdverscheidenheden: (1) koolraap onder de grond (Brassica oleracea napobrassica), (2) koolraap boven de grond (Brassica oleracea gongylodes) en (3) de Zweedse knollen of Rutabaga (Brassica napo brassica) “welke met de eerste overeen komt, doch fijner is en de winterkoude verduren kan.” De eerste zijn de knolrapen, de tweede de koolrabi’s. Uilkens beschrijft vervolgens hoe in het wetenschappelijk maandschrift de teelt en oogst van Witte Zweedsche in 1828-1829 is verlopen. Het wordt als koeienvoer gebruikt. Maar “wanneer de plant welligt meer aan onze gronden en luchtkracht gewoon zal zijn, zal van het zaad eene zeer zachte knolle zonder smaak, en geschikt om voor spijzen te dienen […]”.

Gelukkig onderscheiden we vandaag de dag gewoon drie verschillende soorten: koolrabi, knolraap en koolraap.


Hongerwintervoedsel

De kop luidt: Koolraap i.p.v. aardappel

Door de eeuwen heen was de koolraap het volksvoedsel in tijden van nood. In Duitsland noemt men de winter van 1916-1917, ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, de koolraapwinter (Steckrübenwinter). De aardappeloogst was mislukt en de koolraap was het vervangingsmiddel. Grote bevolkingsgroepen overleefden dankzij de koolraap. Omdat andere ingrediënten ook niet rijkelijk voorhanden waren, diende de koolraap als basis voor veel maaltijden. Zo kende men koolraapjam, koolraapkoteletten, vele koolraapsoepen, een vorm van koolraapzuurkool en zo waar koolraapkoffie. In 1917 verscheen een koolraapkookboek.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de koolraap en aardpeer een belangrijk voedsel in Frankrijk.
De associatie met koolraap is dus hongerwintervoer. Misschien is dit de reden waarom de koolraap in de naoorlogse jaren eigenlijk uit de keuken, en zeker die van de betere restaurants, is verdwenen. Terwijl hij zo lekker en voedzaam is.


Festivals

In de VS, Cumberland (Wisconsin), kent men het zgn. Annual Rutabaga Festival. Al 77 jaar (2009). In Ithaca (niet Griekenland, maar ook VS en wel de staat New York) kent men het jaarlijkse International Rutabaga Curling Championship. Men rolt dan een koolraap in plaats van een curlingsteen. En dan over een houten vloer in plaats van op ijs.
Ook in Askov (Minnesota, VS), een paar honderd inwoners tellend door Deense immigranten in 1906 gesticht dorp, kent men een koolraapfestival.

Trivia

Waar wij in Nederland vroeger nog wel eens een suikerbiet wilden uithollen om een lantaarn van te maken (bijvoorbeeld met Sint Maarten), deed men dat in de Angelsaksische wereld met een koolraap. Nu is met name in de VS de uitgeholde pompoen in zwang. Overigens: Napoleon heeft de suikerbiet min of meer gepusht. Naar verluidt werden in de pre-Napoleontische tijd ook in De Lage Landen koolrapen uitgehold.

In Zweden wordt de koolraap ook wel ‘de citroen van het noorden’ genoemd, vanwege het hoge vitamine C gehalte.


Culinair

Jane Grigson beschrijft in haar Groentekookboek koolraap en raap (mei- en herfstrapen) in een en hetzelfde hoofdstuk. Ze roemt de verfijnde smaak van de knolraapjes (navettes).
Over koolraap schrijft ze: “Koolraap smaakt veel grover dan een jonge meiraap en past lang niet zo goed bij eend of ham. [……] Maar na mijn jeugd in het noorden van Engeland, is mijn conclusie dat de koolraap verder een groente is die je maar moet vergeten. De waterige oranje puree die ze op school bij het diner serveerden was niet te redden, noch door drainage, noch door het toevoegen van boter. Voor een lekkere raapsmaak in de winter kunt u beter koolrabi nemen.”
Ook zij is in haar jeugd op het verkeerde spoor gezet. Er ligt een uitdaging voor de echte kokers.

Behalve de knol wordt of werd ook het jonge loof als snijkool gebruikt. De knol wordt geschild en dan verwerkt: in reepjes, in blokjes, grof gesneden en dan gepureerd. Gekookt of zo gegaard in de oven. De kooktijd bedraagt 10 -15 minuten, voor blokjes of reepjes. Beetgaar is het lekkerst. Niet door en door gaar, tenzij u er puree van wil maken.

Het is een echte wintergroente. In Nederland, zo lazen we in 2007, is de koolraap de meest onderschatte groente. Dat zei een chef van een bekend restaurant.
De naoorlogse generatie heeft een trauma van koolraapreepjes (frites) met een maïzenapapje opgelopen. Ze denken dat dat het enige gerecht is dat met koolraap kan worden gemaakt. Lang leve de Wannée en andere kookboeken die onze Huishoudschooltraditie hebben geschraagd.

Recept voor trauma – het enige koolraaprecept in Wannée, 6e druk

In Nederlandse kookboeken komt koolraap amper voor. Maar er zijn ook ontzettend gave gerechten mee te maken. Kijk hier.

In oudere kookboeken komt de koolraap wel voor. Zie hieronder een algemeen stoofrecept uit het boek van Gheeraert Vorselman uit 1560, waarin ook rapen – dat kan haast niet de knolraap zijn, want die is in pricipe te klein. Dus de koolraap. De teerling is een dobbelsteen. Dus er worden frieten ter lengte van vier of vijf dobbelstenen van gesneden.Die worden gekookt, gestoofd met boter, bestrooid met gember en kaneel en zout.

Soep van koolraap – uit: Eenen Nyeuwen Coock Boeck (1560)

Elders heeft Vorselman nog een recept voor ‘Gehwapende rape’ – een ovenschotel van lagen koolraap en kaas en kruiden. Het gewapende betreft dus de kaas ertussen (vgl. gewapend beton).

Bewaren

Koolraap is heel goed en lang te bewaren. Niet in de koelkast, wel vorstvrij. Ingekuild. In de koele kelder in vochtig zand. Zonder nadere maatregelen kan de koolraap enkele weken op een ongekoelde plaats worden bewaard. Dan droogt hij wat in en wordt de huid zacht. Dat verwerkt wat lastiger, maar na het koken is het resultaat weer goed.

Voedingswaarde

Behoorlijk rijk aan mineralen. De verhouding zouten is opmerkelijk (hoog in kalium, laag in natrium) hetgeen gezond is voor bloeddruk. En veel vitamine C. Koolraap bevat behoorlijk wat glucosinaten. Deze zouden kankerwerend, m.n. tegen darmkanker, werken [11].
Per 100 gram, rauw:

calorieën37 kCal
water89,43 gr
eiwitten (proteïne)1,08 gr
vet (lipiden)0,16 gr
koolhydraten8,62 gr
voedingsvezel2,3 gr
suikers (totaal sucrose, glucose, fructose, lactose, maltose, galactose)4,46 gr (waarvan glucose 2,3 gram en fructose 1,6 gram)
disachariden 
mineralennatrium 12 mg; kalium 305 mg; calcium 43 mg; magnesium 20 mg; fosfor 53 mg; ijzer 440 µg; koper 32 µg; zink 240 µg, mangaan 131 µg; selenium 0,7 µg
Vitaminen: 
Retinol (A) 0 (caroteen 1 μg)
thiamine (B1)90 μg
riboflavine (B2)40 μg
niacine (B3)700 μg
pantotheenzuur (B5)160 μg
vitamine B6100 μg
folaten (totaal – B9/ B11)21 μg (foliumzuur: lees dit nieuwsbericht)
cobolamines (B12)0
ascorbinezuur (C)25 mg
Vitamine D0
vitamine E (alfa-tocopherol)300 μg
Vitamin K (phylloquinone)0,3 μg
Aminozuren
Lipiden:(zie hieronder)
Verzadigde vetten27 mg
Enkelvoudig onverzadigd25 mg
Meervoudig onverzadigd88 mg
Cholesterol0
Betaine
Choline14,1 mg
Lycopeen14 μg
Luteïne en zeaxanthine19 μg

Nul is een waarde, onbekend is leeg gelaten.

Teelt

Zaaienjuni; ½ – 1 cm diep, 5 – 8 cm in de rij, later uitdunnen. Minimum kiemtemperatuur is 5 graden Celsius. Voor nateelt midden juli planten.
Uitplantenindien niet ter plaatse gezaaid, uitplanten in juli.
Oogstoktober t/m december en langer (m.n. november)

“Koolrapen groeien het best in een diep omgewerkten, vrij-zwaren, vetten, vochtigen grond. Versche mest maakt ze madig, wortelig, stronkerig. In drogen grond worden ze vezelig, stokkerig. Hoe beter koolrapen kunnen doorgroeien, des te malscher worden ze. Van tijd tot tijd schoffelt men den grond tusschen de planten wat los, terwijl dan later tevens het blootzijnde gedeelte der vruchten een weinig aangeaard kan worden, waardoor ze aan malschheid winnen.” Uit: Turkenburg’s handboekje voor het kweeken
van groenten in den vrijen grond (1915)

Teel ze voor herfst en winteroogst. Als ze het namelijk te warm krijgen, worden ze bitter.
Slechte buur is aardappel. Goede buren zijn uien en erwten [7].

Plantafstand: 40 cm in de rij; 50 cm tussen de rijen.

Water: vochtvoorziening is belangrijk; mulchen helpt daarbij.

Bemesting

Koolraap is een kool, dus veel. Maar pas op met een hoge concentratie stikstof (koemest). Dat geeft veel blad en kleine knollen.

Bodem & standplaats

Er zijn geen bijzondere eisen. Een humusrijke c.q. lemige grond wordt bijzonder op prijs gesteld. Op zandgrond geteelde koolraap bewaart minder goed, zegt men

Rassen

“Koolraap werd vroeger in het Friese kleigebied, de Bommelerwaard, Gelderland, Noord-Limburg en Noord-Brabant verbouwd voor zowel dierlijke (veevoer) als menselijke consumptie. Wij vonden 63 oude rasnamen, waarvan er nu nog 7 verkrijgbaar zijn.”[9]

Volgens [16] zijn er twee groepen: die met wit vlees en die met geel vlees. [20] voegt er aan toe dat de witte minder lekker zijn dan de gele.

(Grote) Engelse (Hollandse) Roodkop, doet het ook goed op zandgrond. Friese Gele Paarskop. Runia. Helenor (mooi geel van binnen, niet heel lang bewaarbaar). Wilhelmsburger, geel, met zijn groene kop, goed bestand tegen knolvoet. Ruby en Brora zijn zoeter. York (wit, bestand tegen knolvoet), Thomson Laurentian (smakelijk en erg lang bewaren), Joan (zoet), Turin (wit, rond, zeer groot), Kaineder is wit en flesvormig.
Oude rassen: Svensk Gul (teelden wij in 2009). Champion (1852), The Green Top’d Yellow (1840)

Zaadteelt

Koolraap is tweejarig en zou dus na de winter weer kunnen worden geplant om in bloei te laten gaan en, net als bij alle andere kolen, het zaad te oogsten.

Ziekten en belagers

Koolgalmug sloeg toe

Koolgalmug. Die heeft onze oogst van 2008 om zeep geholpen. Je kunt nog zo goed koolkragen tegen de koolvlieg om de stam leggen, tegen de koolgalmug is weinig bestand.

En verder als bij andere kolen: witte vlieg, koolvlieg (gebruik koolkragen: stuk asfaltpapier of tapijt op de aarde rond de stam), koolwitjes en dan met name de rupsen. Meeldauw. Knolvoet, een zeer infectueuze bodemschimmel, die verdikkingen aan de wortel(s) veroorzaakt. (Knolvoet kan voorkomen worden door de grond in de herfst te bekalken. Een te zure grond is niet goed voor kolen.)

Tussen de kolen planten we agastache cana (drop-/anijsplant) die met zijn typische geur de koollucht moet verdoezelen om zo koolminnende insecten te misleiden. Een enkele keer moeten we rupsen plukken. Dat wel.

Literatuur: [1] Food Plants of the World; [2] Handboek Ecologisch Tuinieren; [3] Planten voor Dagelijks Gebruik; [4] Groente & Fruit Encyclopedie; [5] Wikipedia 07-2009 & 11-2019 [6] USDA National Nutrient Database for Standard Reference; [7] The Vegetables Gardener’s Bible; [8] Groentekookboek ; [9] Website De Oerakker; [10] The Coming of the Swede to Great-Britain, Agricultural History vol 23, no. 4, 1949; [11] Glucosinolates in Brassica vegetables, Molecular nutrition & food research, september 2009; [12] Encyclopedia of food and culture, 2003; [13] What Rutabaga Does Better Than Anything Else, The New Yorker, 29 januari 2019; [14] Plant Breeding Reviews, Volume 35; [15] The Oxford Companion to Food; [16] Sturtevant’s Edible Plants of the World; [17] Encyclopedia of Organic Gardening; [18] The Vegetal Gardener’s Bible; [19] Heirloom Plants, Thomas Etty & Lorraine Harrison; [20] Das große Biogarten-Buch; [21] Cornucopia; [22] Das Lexikon der alten Gemüsesorten; [23] Domestication of Plants in the Old World, Oxford University Press, 2013; [24] Early allopolyploid evolution in the post-Neolithic Brassica napus oilseed genome, Science, 22-08-2014; [25] On the evolution, spread and names of rutabaga, H. Ahokas, 2004; [26] Domestication of Plants in the Old World, Oxford University Press, 2013; [27] The Coming of Swede to Great Britain, , Nigel Harvey, Agricultural History vol 23, #4, 1949; [28] Molecular genetic diversity and population structure analyses of rutabaga accessions from Nordic countries as revealed by single nucleotide polymorphism markers, BMC Genomics 22, 2021

Plaats een reactie