Recepten met radijs

Radijs

Raphanus sativus subsp. sativus – kort: Raphanus sativus (oud: Raphanus sativus)

Radijs, knollekes (Nederlands); radish (Engels); Radies, Radieschen (Duits); radis, rave, petite rave, ravonet (Frans); rábano (Spaans); ravanello (Italiaans);

Oorspronkelijk is het zgn. langedagplant – dus voorjaar – en grijs/geelgrijs van kleur. Maar er zijn nu ook rassen die het in het najaar, bij afnemende daglengte, goed doen. In 1821 definieerdede Zwitsese botanicus Augustin Pyramus de Candolle de scheiding tussen de “gewone” Europese radijs en de grote lange zwarte of witter wintersoorten.
Wij bespreken hier de gangbare zomerradijs.

Radijs behoort tot de kruisbloemigen – Cruciferae of Brassicaceae. Beide Latijnse familienamen zijn toegestaan. De laatste is wel een heel stevige hint: het is in die zin familie van de kolen. (Maar ook van Judaspenning, pinksterbloem en nog veel meer.) Radijs is in feite een opgezwollen stengel, de hypocotyl; het deel dat zich onder de zaadlobben bevindt. Er zijn zes radijs-achtigen, cultuurvariëteiten. Hiertoe behoort naast de radijs zelf, ook de rammenas (de rettich is de witte rammenas), de daikon (die bij ons weer als witte rammenas wordt betiteld),  de groene radijs (luobo). Daikon is in het Japans een meer algemene naam voor radijs – zo is de Europese radijs hatsukadaikon (廿日大根).  Een van de grootste radijzen is de  Sakurajima, die gemiddeld genomen zo’n 6 kg is en 50 cm doorsnee.

Het Nederlandse knopherik, R. raphanistrum, wordt ook wel wilde radijs genoemd en als de voorvader van de hedendaagse radijs.

Naam
De geslachtsnaam raphanus, hoewel Latijn, komt van het Grieks en betekent ‘snel groeiend’. (Komt daar het Nederlandse ‘rap’ vandaan? Hoewel het etymologisch woordenboek daar anders over denkt.)
In elk geval is het logisch dat van het oude (Duitse) Rhetich in de loop der tijd Radies – Radijs wordt. En Rhetich wordt later als Rettich hergebruikt voor de witte rammenas – een winterradijs. Radijs, het Duitse Radies – ook wel Radisze – komt van het Latijnse Radix – dat wordtel betekent. In Italië heette het vroeger radicetta.

Historie

Er zijn nauwelijks tot geen archeologische vondsten die zouden kunnen helpen bij het vinden van de bron, het gebied van oorsprong. Maar men vermoed dat het Zuidoost Azië is, omdat daar de wilde radijs wordt gevonden. India, centraal China en centraal Azië, zijn dan secundair. [13] houdt het op ergens tussen het oosten van de Middellandse Zee en de Kaspische Zee, omdat daar de meeste variëteiten voorkomen, die richting China in aantallen afneemt. [14] zegt dat het voortgekomen is uit R. raphanistrum, omdat die rijkelijk in Europa voorkomt. [12] zegt dat China het land van oorsprong is, omdat daar ook wilde vormen voorkomen.

In [16] staat echter “The radish is considered as having originated in Europe and been introduced into China in acient times. The Chinese name Lu Fu, rendered in many sersions op similar souds, is regarded as a translteriation of  the classical name Rahpus.” [15] zegt dat dit ongeveer 700 BCE (before current era, voor onze jaartelling, voor Christus) is. De Chinezen zeggen dus dat het uit Europa komt.

Laten we het op dit gebied van oorsprong houden – daar waar ook een belangrijke zijderoute loopt

Wetenschappers beschouwen het als een van de oudste cultuurgewassen; we lezen dat Edgar Anderson, Amerikaans botanist, gezegd of geschreven heeft dat het al in Egypte van voor de piramiden werd geteeld. De bouw van piramiden begon zo 3000 BCE. Dat kan, is misschien een vermoeden, maar we hebben er geen bewijs van gevonden.

Radijs – ijskegels

Wat wel correct is dat men gedroogde zaden uit een opslagvat uit de 6e eeuw na Christus, gevonden in Qasr Ibrim, Egypte, heeft onderzocht en, op basis van chemische samenstelling, zaden vonden die sterk lijken op onze hedendaagse radijszaden [11]. Bij de bouw van de piramide van Cheops kregen de arbeiders ui, radijs en knoflook te eten [6]. In [10] wordt in een lange volzin beweerd dat radijs enerzijds behoorde tot het voedsel van de Europese jager-verzamelaars – zo’n 10.000 tot pakweg 5.000 jaar geleden – en anderzijds pakweg 2000 BCE uit Azië in Egypte aanlandde. Men refereert aan het werk van Reay Tannahill (Food in History, 1988). (Misschien bedoelde zij knopherik?) Maar in [10] staat ook dat andere wetenschappers zeggen dat het historisch gebruik in Egypte hoofdzakelijk is gebaseerd op literatuur en in het bijzonder op wat Plinius de Oudere heeft geschreven. Dus één bron.

Grieken en Romeinen
In onze geschreven geschiedenis blijkt dat de oorsprong ongeveer de derde eeuw voor Christus moet zijn, althans toen pas schreven Griekse en Romeinse botanici over gewassen die wel heel sterk op radijs lijken. Theophrastus beschrijft de boeotion, die op onze ronde radijs lijkt.

In de tempel te Delphi, gewijd aan de god Apollo, stonden modellen van rapen, bieten en radijzen, in resp. lood, zilver en goud. De Grieken hechtten namelijk grote waarde aan de goede eigenschappen van deze knol. Volgens [6] is het een radijs, volgens andere bronnen een rammenas.

Plinius de Oudere – US National Library of Medicine – commons wikimedia

Plinius de Oudere steekt de draak met de Grieken en merkt in zijn Naturalis Historia (deel 4 gaat hoofdstuk 26) op dat radijs winderigheid veroorzaakt, zoals dat is bij de meeste kruisbloemigen (kolen). De Romeinen kenden wat verschillende radijssoorten: o.a. die van Algidan (een Toscaanse berg, 22 km van Rome) en de Syrische, die syriacum wordt genoemd. Ook Lucius Iunius Moderatus Columella vermeldt deze. Voorts zegt Plinius dat het in losse grond moet worden gezaaid en dat het koude minnend is. Hij schrijft: “In Duitsland doen ze het zo goed, dat ze zo groot als een baby zijn”. Men vermoedt dat Plinius zich vergist, het zou om (suiker-)biet gaan.

Horatius schreef dat sla en radijs dingen zijn die de lusteloze maag stimuleren.

Deze radijs, zoals wij die kennen, bleef na de Romeinse val tot in de Middeleeuwen vrij onbekend in meer noordelijke streken van Europa.

Vroeg in Duitsland

Grote radijzen (rammenas e.d.) zijn eerder bekend dan de kleine radijsjes. In de 13e eeuw worden grote radijzen door Albertus Magnus beschreven.

In 1522 wordt Raphanus vulgaris (de oude Latijnse naam), door Hieronymus Bock, ook bekend als Tragus, als vrij gangbaar in Duitsland gemeld. De titel van zijn boek is erg lang, dus we houden he top de eerste drie woorden: ‘Das Kreütter Buch’. De eerste editie verscheen in 1539 en in 1546 een herdruk met afbeeldingen. Hierin staat o.a. (pag 327):

Inn unsern Deütschen Land wachsen auch drei geschlecht, nemlich die runde und gemeine Rhetich/ als zu Straßburg und Speier. Darnach die langen Rhetich werden ettwan elen lang/ wie die obgemelten Stechrüben/am geschmack süsser und milter dann die runden/wachsen in Lothringen/und die Statt Metz.

Bock zegt ook dat hij de ronde radijs voor de corinthium van Theopharstus houdt en de syriacum van Plinius de Oudere. Grappig is dat Bock het ook over de boeotia radix van Theophrastus heeft, maar die is zoeter van smaak – aldus Theophrastus aldus Bock. De zeer lange radijs wordt door Theophrastus radicem Cleonean genoemd, aldus Bock. Enfin, we hebben het dus vermoedelijk over de gewone ronde radijs en de wintervormen rammenas en witte rammenas (rettich).

In het Neuw Kreuterbuch van Tabernaemontus (1564) komt de ronde radijs volop aan de orde.

Radijs – Tabernaemontanus – Neuw Kreuterbuch
Radijs – Petri Andreae Matthioli 1554 – Commentarii, in Libros sex Pedacii Dioscoridis

Laat in de Lage Landen
Maar in 1586 waren ze niet erg bekend in Brabant – zegt Henry Lyte. Hij vertaalde het Cruydt-Boeck (1554) van Rembert Dodoens, dus hij kon het weten. Dodoens schrijft: “Radijs es tweederleye/ Tam ende wildt/ van den welcken die Tamme oock tweederleye es/ een met rondachtighe wortelen ghelijck Steckrapen/ diemen in Brabant niet veel en vint/ ende een met seer langhe wortelen die hier seer ghemeyn sijn. Ende boven desen zoo esser oock noch een andere dat Water radijs ghenaemt wordt. Dat een manier van wilden Radijs es.”

Radijs in Dodoens’ boek (1554)

Wij hebben ook een uitgave van 1618 – dertig jaar na Dodoens’ overlijden! Daarin is sprake van twee geslachten: “Tam ende Wildt: en ten derden wordt daer een groote radijs bij gerekent diemen Meerradijs noemt.”’ (Meerradijs is Meerrettich heet thans mierikswortel.)
Hij beschrijft de tamme met grote, brede ruwe bladeren en met tere bloempjes. “De wortel is van buyten ende van binnen meestendeel witt / somtijts van buyten wat bruyn oft swartachtich / scherpachtich van smaeck / van maecksel dick en lanck / als den gront goet is: somtijts oock wat dicker ende roiter.”
Het lijkt erop dat in deze uitgave de ronde radijs nog niet bekend is. Maar in het bijvoegsel bij dit hoofdstuk staat: “Te Constantinopelen wassen schoone van buyten roode seer smakelicke Radijsen: dan als het saet van dese hier te lande gebracht wort / soo coomen daer heel harde en houtachtige Radijsen van.” Hij benoemt “De kleyne soorte die ghemeynlijck met een roode Schelle bedeckt is / heet daermon Rapahuns minor purpureus.”

Radijs – Raphanus Orbiculatus – The Herbal, John Gerard 1636
(Het is dezelfde afbeelding als zeventig jaar eerder in het werk van Tabernaemontanus is gebruikt. Het zijn houtsneden.)

In de De Nederlandtse Herbarius of Kruydt-boeck (1682) van Petrus Nylandt wordt de radijs kort vermeld – ‘van gedaente die van Rapen niet ongelijck’ – en alleen maar de langwerpige.

In Beschryving van Moes- en Keukentuin van Johann Hermann Knoop (1769) komt op bladzijde 174 ‘radys en ramelats’ aan de orde. Hij onderkent vier soorten, t.w.: (1) de kleine lange radijs (Maand-Radys genoemt), (2) kleine ronde witte radijs (Knol-Radys genoemt), (3) grote ronde witte radijs (witte Ramelats genoemt) en (4) grote ronde zwarte radijs (zwarte Ramelats, ook Spaanse Radys genoemt).

Opmerkelijk is dat Uilkens in zijn Groot Warmoezeniers handboek (1855) schrijft dat radijs in 1548 uit China is gekomen. Hij maakt onderscheid tussen de rammenas en radijs. En vervolgens:

De radijs die Dodoens in 1554 beschrijft zijn heel wat anders dan de ronde knolletjes; Hendrik VIII stierf in 1517

Groot-Brittannië
[18] schrijft dat de (kleine) radijs pasmidden 16e eeuw in Groot-Brittannië werd ingevoerd – dat past bij de uitspraak van Lyte. Vlak voor het door de Spanjaarden en Portugezen in Amerika is geïntroduceerd. Radijs is pas de laatste tweehonderd jaar gemeengoed is geworden

en de rest van de wereld
Historisch gezien [17] is het gebruik van radijs nogal verschillend. De Sikh in India gebruiken de jonge bloemknoppen als groente, maar de zaden ook voor olie. In Arabische contreien werd radijs vooral geteeld om het bladgroen. In 1726 werd radijs in Groot-Brittannië als bladgroente voor salades geteeld – dat staat in The Complete Seedsman van Benjamin Townsend (1726). Maar naar mate men meer en meer over groenten en natuur begon te schrijven zien we dat het overal in de toen bekende wereld wordt waargenomen (1658 Java, 1837 Mauritius, 1842 India enzovoorts.)

Trivia

Van radijs wordt ook radijsolie gemaakt, een biologische brandstof. Dat deden de Egyptenaren ook al – men zegt dat ze radijs niet aten, wel de zaden tot olie persten.

Men vermoedt dat radijs een van de eerste groenten is geweest die uit Europa in Amerika terecht is gekomen. Dat zou in 1544 zijn gemeld – maar of dat waar is, weten we niet.

In 1937 verscheen de Nederlandse film Bleeke Bet. Daarin wordt de radijswals gezongen.

Radi is iets Beiers. Een in een spiraal gesneden radijs – eigenlijk een rettich – met zout bestrooid, dat met name bij bier tijdens het Oktoberfest wordt genuttigd.

In de Mexicaanse stad Oaxaca wordt op 23 december La Noche de Rábanos gehouden, de Nacht van de Radijs. De Spanjaarden hadden de radijs in Mexico geïntroduceerd. Groentekooplieden maakten hun groenten aantrekkelijkerd door er beelden van of mee te maken. Dat was een groot succes, en werd in 1897 tot een officiële competitie tussen, thans, kunstenaars. Traditie in Oaxaca. Het doet wat denken aan het Nederlandse bloemencorso.

Noche de las rábanos – foto: Alejandro Linares Garcia – commons wikimedia

In Hall, in Tirol (Oostenkrijk) wordt elk jaar op de laatste zaterdag van april het Radieschenfest gehouden.,


Culinair

“Radijs maakt de smaakpapillen schoon en klaar voor drank en eten.” Aldus Jane Grigson [6]. Dat sluit wel aan bij wat Horatius zei (zie hiervoor).

Tip: Voze radijzen drijven in water.

Wij eten radijs voornamelijk rauw, in dunne plakjes op brood of in salades. Maar het is ook te stoven of te stomen. En er kan soep van worden gemaakt. En het blad kan als stoofgroente worden gegeten. Kijk bij de recepten op onze website. Geraspt komt het ook voor in Japanse gerechten en schotels.
Jane Grigson [6] houdt niet van radijs. Ze heeft in haar Groentekookboek geen enkel gerecht opgenomen.
“De enige radijssalade die ik echt lekker vind is een Marokkaans gerecht dat Claudia Roden heeft opgenomen in haar boek over het eten in het Midden-Oosten,” aldus Grigson. Waarvan akte.
Rauw is ze wat scherp, dat komt door de glucosinolaat – die ook in mosterd voorkomen (ook lid van de koolfamilie) – en het enzym myrosinase.

Pas gekiemde radijs wordt als zgn. daikon-kers gegeten. En ja, er wordt zelfs radijssap gemaakt.

Bosje Rudolf

Gezondheid
De kleur van de radijs wordt bepaald door anthocyanen. Voor rood is dat de anthocyaan pelargonidine. Voor paars is het cyanidine. En dat alles behoort tot de flavonoïden, heel gezond dus. Het helpt tegen Aderverkalking, hartproblemen, vrije radicalenafvang, cognitieve achteruitgang (dementie e.d.), kanker en ontstekingen. En het is goed voor de bloedsomloop. Kortom, tegen ouderdomskwalen. Het is in de meeste rode of paarse groenten aanwezig. Pelargonidine komt, naar verluidt, rijkelijk voor in bruine bonen. Cyanidine zou helpen tegen obesitas en diabetes.

Radijs zou goed zijn tegen eczeem en andere huisaandoeningen, astma en andere longaandoeningen, goed voor de lever, spijsvertering, schildklierwerking en het hart.
Ten aanzien van de schildklier wordt door andere bronnen gewaarschuwd om juist geen radijs te eten. Radijs zou de opname van jodium tegen gaan en jodium is juist nodig voor goede schildklierwerking. Maar gelukkig, andere bronnen zeggen dat radijs helpt tegen een actieve werking van de schildklier. Hetgeen het weer een beetje logisch maakt. Enfin, we zijn geen arts of biochemicus, dus wij adviseren niets.

Bewaren

Als u ze niet zelf teelt: koop radijs altijd met loof en wortel en koop ze met stevige knollen. In de zomer zijn de kleinere het lekkerst. ’s Winters de grotere. Als u radijs in de koelkast bewaart, maakt u ze dan tevoren schoon. D.w.z. groen en wortels eraf. Goed verpakt zijn de knolletjes dag of vijf in de koelkast houdbaar. Het loof een paar dagen.

Invriezen
Kan. Maar vanwege het hoge watergehalte scheurt de radijs. Dus (a) eerst goed wassen, (b) in stukken snijden, (c) twee à drie minuten blancheren en direct in ijskoud water terugkoelen en (d) goed uit laten lekken en (e) invriezen.

Voedingswaarde

Per 100 gram rauw:
calorieën 16 – 20 kcal (laag, dus)
water 95,27 gr
eiwitten (proteïne) 0,68 gr
vet 0,1 gr (32 µg verzadigde vetzuren)
koolhydraten (sacharine) 3,4 gr
voedingsvezel 1,6 gr
suikers 1,86 gr (sucrose 0,1 gr, glucose 1,05 gr, fructose 0,71 gr)
mineralen matig: calcium (25 mg), ijzer (0,34 mg), magnesium (10 mg), fosfor (20 mg), kalium (233 mg) en nog wat zink, koper, mangaan, selenium en natrium
vitamine A 0
bèta cartoteen
(pro-vitamine A)
4 µg

bèta caroteen is een provitamine, dus, om het simpel te zeggen, het wordt gebruikt om door de lever vitamine A aan te maken. Retinol – de echte vitamine A – is dus niet plantaardig. Maar uit 12 eenheden bèta caroteen wordt 1 eenheid vitamine A gemaakt.

thiamine (B1) 12 µg
riboflavine (B2) 39 µg
niacine (B3) 254 µg
pantotheenzuur (B5) 165 µg
vitamine B6 71 µg
folaten (totaal – B9) 25 µg
ascorbinezuur (C) 14,8 mg
vitamine D 0
vitamine E (alfa-tocopherol) 0
Vitamin K (phylloquinone) 1,3 µg
Cholesterol 0
Aminozuren Een trits van alles wat.

Blanko waarden zijn onbekend. Dit is alles wat we hebben kunnen vinden [10].

Teelt

Goede vrienden: Radijs bij sla, erwten, wortels en knolraap.  Maar ook bij pastinaak, Oos-Indische kers, kervel, komkommers.  Strokenteelt met sla komt veel voor.

Koel weer is fijn voor optimale groei. Als ze groot zijn en het is warm weer, schieten ze in bloei.

Zaaien

Vroeg
Kiemtemperatuur is 5o, rijen 15 cm uit elkaar
Februari, maart onder koud glas
Eind maart tot half april buiten ( 3-6 weken voor de laatste vorst)
Herfst
Juli en augustus, buiten. Meer naar de zomer, veroorzaakt te snelle groei, waardoor de radijzen voos worden. Als je het dan persé wilt, kies dan een beschaduwde plek.
Zaai ronde radijs niet diep (½-1 cm), kegelradijs mag op 2 cm worden gezaaid.
Uitplantenn.v.t. er wordt ter plekke gezaaid – eventueel wat uitdunnen – in de rij 2 à 2,5 cm
OogstVier tot vijf weken later, radijs staat bekend als 25-dagen

Je zou het niet zeggen, vanwege de koolvlieg, maar radijs staat bekend als insectenverdrijver. Ze houdt bepaalde komkommerkevertjes weg en ander ongedierte dat gek is op pompoen en courgette.

Plantafstand: 2 cm in de rij; 10 cm tussen de rijen.

Water: Voortdurend vochtige grond is goed.

Het scheuren der radijs komt door te late oogst èn door onregelmatige vochtigheid van de bodem.

Tip: Radijs wordt, omdat het zo ‘rap’ kiemt, ook gebruikt als markeerder. Dus tussen traag kiemend zaad zaaien.

Bodembedekker: In China wordt het in de winter ook gebruikt als bodembedekker teneinde ongewenste kruiden te voorkomen.

Bemesting

Geen aparte bemesting. Gezien het feit dat het tot de brassica behoort, is het aannemelijk radijs bij de kolen te zaaien. Maar radijs mag niet te veel stikstof, daardoor ontstaat namelijk meer loof. Kalium is oké. Geen verse mest of compost. Dat alles pleit voor het wortelgroentenbed, maar doe dat maar niet als het latere (herfst-)teelt betreft. Tussen erwten, bonen en sla kan het ook worden gezaaid. Bij herfstteelt bestaat namelijk grotere kans op knolvoet; zaai dan toch maar in het kolenbed.

Bodem & standplaats

Voorkeur is zandgrond, maar wel met veel organisch materiaal (om gelijkmatige vochtvoorziening te hebben). In klei ontwikkelen ze veel loof. Maar in principe is alle grond oké (zie hiervoor). Zonnig, maar als de zomer nadert, (lichte) schaduw.

Vilmorin catalogue general printemps 1886

Rassen

Gravure publiée dans la Revue horticole en 1851 – commons wikimedia

Er zijn er te veel om op te noemen. [15] stelt dat er in China 2100 rassen zijn vastgelegd in de National Mid-term Gene-bank for Vegetables. Wij hebben leuk succes met Rudolf. Makkelijk, geen aantastingen.

Vroeg: Rudolf, Saxa, Rode Scharlaken, Ronde Witte, enzovoorts
Gala en roodbol zijn populair in Nederland.

Herfst: Cherry Belle, Riesen van Asperen (oud ras)

De echte winterrassen zoals rammenas/rettich/daikon laten we hier buiten beschouwing.

Oude rassen:
French Breakfast (1865), Gournay Lange Paarse (1858), Chinese Rose (1843, herfst), Sparkler (1885, de bovenste helft is helder rood, de onderste helft wit en een scherpe scheidslijn ertussen), rosso tondo a piccolo punta bianca (Italiaans), ijskegel (<1896, wellicht tot in de 16e eeuw), candela di fuoco (<1856), vroege gele/jaune hâtif (<1855 – Uilkens noemt haar al), Riesen von Aspern (reuzegrote rode radijs <1900), red head (rode kop, wit lijf, Amerikaans), Violet de Gournay (<1885); Long scarlet/Rose longue (<1868),

Zaadteelt

Radijs is een kruisbestuiver, maar kruist niet met andere soorten, zoals kolen. Gebruik dus geen hybride (F1), maar zaadechte, minstens 20 planten, anders gaat het driften. Ook leuk, maar dan klrijg je op den duur afwijkende radijzen. Het beste is de vroege teelt hiervoor te gebruiken. Oogst zoals normaal, maar plant de knolletjes met 30 cm tussenruimte voorzichtig weer uit. Kort het blad dan in tot een centimeter of twee, om te veel verdamping te voorkomen terwijl de wortels opnieuw grip in de grond krijgen. Van voze radijzen wordt geen zaad geteeld. Zaad is minstens zes jaar houdbaar. [21]

Uit: M. Noel Chomel, Huishoudelyk woordboek (1743)

Ziekten en belagers

Een kruisbloemige, een brassica, is gevoelig voor knolvoet. Maar radijs groeit zo snel. Bij herfstteelt kan wel knolvoet optreden. Gezien wisselteelt en de uitbanning van ziekten, is het aan te raden ze toch in het koolbed te zaaien.

Koolvlieg. Tja. Het enige dat helpt is insectengaas of de koolkraag.

Aardvlooien, hele kleine kevertjes waarvan de larven in de aarde leven. De volwassen dieren willen wel eens  gaatjes in de bladeren eten.

De koolgalmug – welke moestuinier kent deze lastig te bestrijden etterbak niet, maar als je radijs vroeg zaait, voor een vroege oogst (mei), dan is de koolgalmug nog niet actief.

Literatuur: [1] Food Plants of the World; [2] Handboek Ecologisch Tuinieren; [3] Planten voor Dagelijks Gebruik; [4] Groente & Fruit Encyclopedie; [5] Wikipedia 30-01-2012 – 25-05-2020; [6] Groentekookboek, Jane Grigson; [7] USDA Nutrient Database for Standard Reference 30-01-2012; [8] Vegetables in South-East Asia (Herklots);[9] The Oxford Companion to Food; [10] The Cambrigde World History of Food, vol 1; [11] O’Donoghue, Kerry, et al. “Remarkable Preservation of Biomolecules in Ancient Radish Seeds.” Proceedings: Biological Sciences, vol. 263, no. 1370, 1996, pp. 541–547; [12] Mededelingen nr 30, Radijs, Sprenger Instituut, 1984; [13] Prosea (Plant Resources of Sout-East Asia); [14]] Vegetable Crops, T. R. Gopalakrishnan, India, 2007; [15] The Radish Genome, 2017; [16] Economic Borany, vol 23, 1969, The Vegetables of Ancient China, Hui-Lin Li; [17] The American Naturalist, Vol. 24, No. 280 (Apr., 1890), pp. 313-332 (E.L. Sturtevant); [18] The Oxford Companion to Food; [19] Das Lexikon der alten Gemüsesorten; [20] HDRA Encyclopedia of Organic Gardening; [21] Handbuch Samengärtnerei; [22] Cornucopia; [23] Sturtevant’s Edible Plants of the World; [24] Heirloom Plants, Thomas Etty & Lorraine Harrison

Foei!
Het aardige is dat in [12] van 1984 de Amerikaanse wetenschapper Anderson als Andersom wordt geschreven en dat dit ettelijke malen in andere wetenschappelijke stukken naar voren komt. In 1984 waren er nog geen geavanceerde tekstverwerkers met spelling checker. De eerste IBM PC kwam in 1981 op de markt. De in die jaren populaire tekstverwerker WordPerfect brak in 1986 pas goed door. Enfin, copy & paste van “wetenschappers” en zo wordt iets vanzelf waar op Internet.

2 gedachten over “Radijs”

  1. Je stuk over radijs gelezen, interessant. Wat ik miste was het gebruik van een ander deel van de radijsplant, namelijk de eetbare, knapperige en lekker pittig smakende jonge zaaddozen, de ‘radish pods’. Ze worden ook ‘rat’s tail radish pods’ genoemd.
    De schrijver van onderstaand artikel in de Washington Post is er een groot liefhebber van. Je kunt gewone radijzen laten doorschieten, maar er zijn ook speciale soorten juist voor dat doeleinde gekweekt.

    https://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2006/08/09/AR2006080900474.html

    Beantwoorden
    • Toegegeven, het heeft door mijn hoofd gespeeld bij het schrijven. Immers de rammenas/rettich/daikon worden wel genoemd. Maar dat is vanwege de verwarring die er vroeger heerste over radijs – lang gerekt of rond, zomer of winter. We kennen de slangenradijs heel goed en hebben het vorig jaar nog geteeld. Maar deze Raphanus caudatus is een geheel ander soort groente. Het is als bijvoorbeeld spruiten (Brassica oleracea) en koolraap (Brassica rapa). Behoort beide tot de familie kool, maar toch anders.

      Beantwoorden

Plaats een reactie