De titel ‘Alles wat je altijd wilde weten over plant en tuin’ belooft nogal wat. Het is een alleraardigst en interessant boek waarin allerlei onderwerpen worden besproken die bij mijmeringen van de tuinliefhebber, bijvoorbeeld tijdens het wieden, boven komen drijven of waar je, gewild of ongewild, mee wordt geconfronteerd.


Het uit het Engels vertaald en in samenwerking met de RHS gemaakt. Dat is een soort kwaliteitszegel. De oorspronkelijke titel luidt: ‘A Gardener’s Miscellany of Fascinating Facts & Remarkable Plants’. Als je deze titel vertaalt, is het: ‘een verzameling van interessante weetjes en bijzondere planten voor de tuinier’. En dat is het. Niet ‘alles’.
Het doet onwillekeurig denken aan Het Nieuwe Moestuinieren van Hans van Eekelen. Daarin staan ook allerlei interessante thema’s en facetten die antwoorden kunnen zijn op de vragen die tuin- en plantenliefhebbers zichzelf kunnen stellen. Het Nieuwe Moestuinieren is ook meer diepgravend dan ‘Alles wat je altijd wilde weten’. De laatste is daarentegen iets breder, blijft meer aan de oppervlakte en is daardoor lekker toegankelijk.
Het alleraardigste van ‘Alles wat je altijd wilde weten’ is dat het een grote veelheid aan informatie bevat dat allemaal lekker kort wordt uitgelegd. Je kunt het beschouwen als een bron van inspiratie, waar je verder zelf op door kan gaan. Een boek dat iedere tuinier zeker leuk vindt om te hebben. Je leest er altijd wel weer wat nieuws in. (Niemand weet alles. Ook niet als je dit boek van kaft tot kaft hebt gelezen. Er is altijd wel weer iets.)
| Titel | Alles wat je altijd wilde weten over plant en tuin |
| Auteur | Ann Treneman |
| Uitgever | Terra Lannoo |
| ISBN | 978 90 2098 2572 |
| Verschenen | 22 september 2025 |
| Prijs | € 29,99 |
| Verkrijgbaar bij | Koop het bij een boekhandel van steen en cement. Maar als je online wenst te winkelen, raden we deze webwinkel aan. |
Het is in zes hoofdstukken, meer groepering van thema’s, ingedeeld:
- Betoverende botanie
- Tuincuriosa
- Opmerkelijke natuur
- Prachtige plekken
- Inspirerende mensen
- Eetbare verrassingen
En het heeft natuurlijk ook een trefwoordenregister, helaas geen leeslint, wat voor een dergelijk opzoekboek wel handig zou zijn. Maar het is dan ook geen duur boek.
We kunnen in deze recensie kwalijk alle handelde onderwerpen noemen, we pikken er het een en ander uit.
Het is een boek voor de Angelsaksische wereld, dat vertaald is. Niet bewerkt voor Nederland en Europa. Dat is hier en daar wel jammer. Maar ja, dat had het boek ook weer duurder gemaakt…..

Plantkunde
In het eerste deel gaat het (inderdaad) over plantkunde. Botanie. Zaken als ‘wat is een bloem’ en bloeiwijzen en bladvormen worden uitgelegd, geneeskrachtige planten, verboden planten en vruchten, naamgeving en meer, gelardeerd met aardige wetenswaardigheden. Neem een roos. In vier pagina’s krijg je kernachtig de meest wezenlijke informatie: welke type rozen zijn er, wat is de oudste roos en dan ook de meest moderne, iets over rozenwater en tja, die Chinese roos. Of wat wil je weten over bollen? Of botanische illustraties? De zonnebloem! En natuurlijk de merkwaardigste, al dan niet stinkende planten.
Curiosa
Onder de noemer tuincuriosa worden ook de tuinstijlen geschaard: formele en informele stijlen. En waarom hebben we zo graag een gazon? Er is zelfs een chronologische tabel opgenomen met gazonontwikkelingen. Van de 15e eeuw tot en met 2005, toen de robotmaaiers hun intrede deden. En vergeet de kruidentuin niet. Wat ontbreekt is Benedictus. Hij was het die de kloosters opzette en in zijn voorschriften de regel opnam dat de kloosterorden voor de zieken en de zwakken moesten zorgen. Dat leidde tot de kloostertuinen met groenten en kruiden. Bijna alle middeleeuwse werken over kruiden en tuinen zijn van Benedictijners: Strabo, Hildegard von Bingen, de Capitularis de Villis van Karel de Grote, is geschreven door een Benedictijner abt. Enzovoorts. Kijk, dat voegen we hier in deze recensie aan ‘Alles wat je altijd wilde weten’ toe.

Het gaat over borders en voortplanting: zaad, wortelstek, delen, enten, het aanleggen van een boomgaard, zelf groenten telen en, vreemd genoegd, de tomaat wordt eruit gelicht. Het zou een wereldveroveraar zijn. Dat klopt. Maar dat zijn bonen nog meer. Of aardappels.
Na magische tuinen, kabouters en feeën is het laatste onderwerp ‘Zaden van overleving’. Het grootste zaad is van de coco de mer. Tropische orchideeën maken het kleinste zaad. Waarvan akte.
Opmerkelijk
In Opmerkelijke natuur behandelt Treneman, uhm, de natuur. Bestuivers, de wonderen van Theobroma cacao, de cacaoboom, rewilding en de terugkeer van de bizon. Daar hebben we in Nederland geen boodschap aan, wel aan de wisent, de Europese bizon. Die komt in Oost-Europa nog wel in het wild voor. En ook, gecontroleerd vrij bewegend in Nederland: op het Kraansvlak, op de Veluwe, in De Maashorst en het Flevo-landschap. Andere opmerkelijke natuur is de naaktslak. Daar heeft iedere tuinier in 2024 behoorlijk mee te maken gehad. De auteur heeft een aantal tips opgenomen om deze te bestrijden.
Alles is plant
Van paardenbloem en de koolstofproblematiek, milieuvriendelijke tuinen en het regenwoud duiken we de wereld van de oceanen in. We lezen de intrigerende zin: “Het plantaardige leven in de oceaan bestaat uit vijf typen: fytoplankton, algen, kelp, sargassum en zeegras, maar slechts één van deze vijf is een bloeiende plant, namelijk zeegras.” En zeewier? In Wikipedia lezen we dat zeewier een alg is. En kelp is een zeewier, is dus een alg. Sargassum is bruinwier en bruinwieren zijn meercellige algen. Alles is alg, want fytoplankton maakt deel uit van zowel algen als bacteriën. Zeegras is geen alg, maar behoort tot de vaatplanten. Maar uiteindelijk behoren ze allemaal tot het rijk der planten.
Prachtige plekken
We krijgen meteen een wereldkaart gepresenteerd met parken, van “relatief kleine” tot hele grote. Geen in Europa. Het Nationaal Park Losiny Ostrov is het dichtstbijzijnde. En wat dacht je van Bogd Klhan Uul? Sinds 1783 beschermd gebied. Het grootste is Nationaal Park Noordoost-Groenland, het kleinste is Mill Ends. Uiteraard wordt het Paradijs genoemd en doolhoven. (Die van het Overlook Hotel uit de film The Shining is misschien wel de beroemdste, maar wordt niet genoemd.) Het thema guerrilla tuinieren komt langs, en ook botanische tuinen. Het is jammer dat er geen Nederlandse, Vlaamse of überhaupt Europese worden genoemd. Nu ja, het Eden Project wordt vermeld bij de vormen van broeikassen. Het eenboonsbos Archarya in West Bengalen is uniek, maar dat is ook Oliveres Millebaries bij Ulldecona waar duizend jaar en meer oude olijfbomen staan, met een oudste van ca. 300 voor Christus.

Follies in tuinen zijn leuk. Landschapsontwerper Samuel Voorhoeve nam ze ook op in zijn ontwerpen. Er zijn veel follies in Nederland en België. En wereldberoemd in Nederland is de schelpengrot bij Kasteel Rosendael. Treneman geeft in haar boek tips hoe je zelf een follie kunt maken. Leuk!
Het boek eindigt met een aflabetische opsomming van opmerkelijke tuinen. De A van Anne Spencer House and Garden Museum in Lynchburg, Virginia VS. De B van…. de K van Keukenhof ….. tot en met de Z van Zahrady Prazského Hradu in Praag.
Inspirerende mensen
Het is volgens ons een heikel punt om inspirerende mensen te noemen. Sommige, die al lang onder de zoden liggen, komen opeens weer in de belangstelling en anderen moeten nog worden geboren. Gertrude Jekyll en Beth Chatto zijn bekende namen. In dit hoofdstuk gaat het (dan) ook over mensen wier naam aan planten zijn gegeven. En dat is leuk: meneer Douglas van de spar, bijvoorbeeld. Maar we lezen ook over Capability Brown, die in Groot-Brittannië zijn sporen heeft nagelaten. Je moet wel heel erg van landschaps-/tuinontwerp houden, want dit zijn twee typisch Britse bladzijden in het boek. Hier had o.i. beter een Nederlandse of Vlaamse ontwerper kunnen worden vermeld. Maar goed, als je van tuinen houdt en naar Engeland op vakantie gaat, dan heb je er wat aan. Er worden aan het slot van dit hoofdstuk negen andere baanbrekende tuinontwerpers genoemd, waaronder Piet Oudolf.
Het laatste hoofdstuk heeft Eetbare Verrassingen. Daarin komt een aantal planten aan de orde die wij zelf heel goed kennen: ze staan in de Eetbare Siertuin. Een leuke afsluiting van een alleraardigst boek. Het laatste woord is aan De Drie Gezusters, die menig moestuinier kent. Treneman licht de achtergrond, de legende die eraan ten grondslag ligt, toe.
