Veldgids Wantsen

KNNV Uitgeverij kwam onlangs met een nieuwe Veldgids Wantsen. Een zeer fraai boek waarin maar liefst 247 wantsen zijn opgenomen en beschreven. Vrijwel iedereen weet wat een wants is, maar wat weten we nu eigenlijk over deze insecten?

Leestijd: 4 minuten

Inhoudsopgave

Het heet een veldgids, geen zakboek. Het telt bijna 650 bladzijden. Omdat er 680 soorten wantsen zijn, waarvan 223 in Nederland zijn waargenomen (en 24 verwachte nieuwe soorten) is er ook veel aandacht besteed aan de determinatie.

Uitvreters

Wantsen komen bijna overal ter wereld voor: op land en in het water, zoet of brak. Maar niet in de poolgebieden en niet in zee. De tuinier kent wantsen als uitvreters: ze leven van plantensappen. Ze hebben een, wat men noemt, een steeksnuit en net als kevers, twee paar vleugels. Een enkele wantsensoort consumeert andere insecten.

In de tuin treffen wij vaak de groene schildwants aan en ook de pyjamaschildwants. Ze komen beide algemeen voor. Deze laatste houdt onder andere van de wortel (Daucus carota) en pastinaak (Pastinaca sativa). De groene zijn minder kieskeurig: volwassen dieren tref je aan op zaden en vruchten, hun jongen (nimfen) zuigen zich vol aan bladgroen. Bijzonder is, is dat de groene zijn kleur aanpast naar het seizoen: in de herfst wordt het schild bruin en in het voorjaar weer groen, lezen we. Wants Flew Over the Cuckoo’s Nest, zullen we maar denken.

Die groene en pyjamaschildwants zijn nog maar twee van de 247. Ze heten schildwantsen, omdat hun rug lijkt op dat van een schild. Andere wantsen hebben heel andere vormen: van langgerekt tot kogelrond. Sommige lijken eerder een vlieg.

Met deze gids gaat er een wereld van wantsen voor je open. Het is uitermate volledig en fraai gedrukt en gebonden, het bevat heel veel mooie foto’s. Indrukwekkend. Zijn geld waard.

TitelVeldgids Wantsen – Pentatomomorpha
AuteurBerend Aukema, Theodoor Heijerman
UitgeverKNNV Uitgeverij
ISBN978 90 5011 9719
Verschenen22 september 2025
Prijs€ 52,95
Verkrijgbaar bijKoop het bij een boekhandel van steen en cement. Maar als je online wenst te winkelen, raden we deze webwinkel aan.

Het taalgebruik in de gids is dat van de onderzoeker, de wetenschapper. Soms moest ik begrippen opzoeken, maar dat is op zich ook wel leerzaam. Houden wij van wantsen? Nee. De auteurs wel. Maar met deze gids gaan we vermoedelijk komende zomer beduidend meer wantsen waarnemen dan ons lief is 😊

Wantsen vormen de deelorde Heteroptera, die behoort tot de orde Hemiptera, de snavelinsecten, waartoe ook de bladluizen en veel meer behoren. (En de Hemiptera behoort tot de klasse der insecten – Insecta). Snavelinsecten heten zo omdat ze monddelen hebben die kunnen steken en zuigen.

De Heteroptera kent een onderorde, genaamd Pentatomomorpha – de schildwantsachtigen die in vijf superfamilies zijn te verdelen:

  1. Aradoidea (schorswantsen)
  2. Lygaeoidea (bodemwantsen)
  3. Pyrrhocoroidea (vuurwantsen)
  4. Coreoidea (randwantsen)
  5. Pentatomoidea (schildwantsen en verwanten)

Het is duizelingwekkend. Zo kent 2) 4.600 soorten, 4) 3.300 soorten en 5) maar liefst 7.000 soorten. Gelukkig beperkt de gids zich tot Nederland.

Het lijkt wel een anatomische les. In de inleiding komt ook de lichaamsbouw van de wants aan de orde. Dat is handig, want even verderop begint het onderdeel determineren. En dat gebeurt aan de hand van lichaamsdelen. Wat voor een wants heb ik? We kunnen vrij snel al de familie bepalen. Als de familie in het boek is opgenomen, dan staat er een bladzijdenummer achter. Stel, we komen bij de schildwantsen uit. Dan lezen we op pagina 146 een uitgebreide achtergrond van deze familie. En waarom ze stinkwantsen worden genoemd. Voor de schilwantsen die worden besproken, wordt naar de betreffende bladzijden in het boek verwezen.

Register

Als je de naam van de wants al kent, kan je hem opzoeken in het register, waarin Nederlandse, Latijnse namen en familienamen in alfabetische volgorde staan. Tot voor kort kenden we alleen de groene schildwants, de pyjamaschildwants en de bedwants. De laatste wordt wel vermeld maar niet beschreven.

We bladeren nog even door. Opmerkelijk is dat de pyjamaschildwants nu zeer algemeen is, maar voor 2000 zeldzaam. Op pagina 594 en verder staan de ‘te verwachten soorten’. Oei! De Zuidelijke Koolschildwants! Zijn naam doet het ergste vrezen, maar de status luidt: verdwenen. Nu nog….
Algemene soorten, behoudens die twee genoemde, die jij en ik in onze tuin zouden kunnen aantreffen zijn: berkenkielwants, meidoornkielwants, dovenetelgraafwants, kleefkruidgraafwants, de smalle randwants – die is inderdaad smal – , zuringrandwants, bladpootrandwants (ook wel smal), geblokte glasvleugelwants, kaneelglasvleugelwants, de vuurwants, gewone zaagpoot en berkensmalsnuit. Bij al deze is de kaart van Nederland (bijna) helemaal vol stippen.

Deze Veldgids lijkt een meer dan volledige, zeer wetenschappelijk verantwoorde gids. Onze kennis is onvoldoende om het te toetsen, maar het is indrukwekkend, en we leren heel veel over wantsen.
Als we een echt puntje van kritiek mogen hebben, zijn het bepaalde tabellen. Om die op één bladzijde te krijgen, zijn de letters en cijfers weliswaar leesbaar, maar enigermate onaangenaam klein.

Plaats een reactie