Krulmalva

Oorspronkelijke versie: 12 augustus 2016, herzien en bijgewerkt in januari 2026

Leestijd: 16 minuten

Inhoudsopgave

Malva verticillata var. crispa of Malva crispa

Krulmalva, kroeze/gekroesde maluwe, dessertblad, darmscheel-kruid, malwe (Nederlands); vegetable mallow, curly mallow, Chinese mallow, cluster mallow, whorled mallow, castillian mallow; farmer’s tobacco (Engels); Quirl-Malve, Krause Malve, Buttermalve, (Chinesische) Gemüsemalve (Duits); mauve crépue, mauve verticillée, mauve chinoise, mauve frisée, mauve crépue (Frans); malva crespa, malva rizada Spaans); malva verticillata, malva crespa, malva dumestia, malva rossa, malvon salvadi, marva rizza (Italiaans); 野葵, tung han ts’ai (Chinees); lapha (India)

Naam

Malva komt van het Grieks malache, dat weer komt van malassoo, dat zacht betekent, omdat de planten verzachtend slijm bevatten. Of van het Griekse malakos, dat verzachten betekent. Verticillata wijst op de lange hoge, rechtop gaande groeiwijze en crispa betekent gekroesd. Dat geldt het blad. De naam dessertblad komt uit de culinaire wereld: er werden salades op het gekroesde blad gepresenteerd. En darmscheel-kruid is een oude naam die werd gebruikt vanwege de goede werking op de maag en darmen, zoals bij constipatie en spijsverteringsproblemen. Dit dankzij de slijmstoffen.

Plant

Malva verticillata var. crispa is een opstaande plant. De groene, gekrulde bladeren kunnen worden gestoofd c.q. bereid als spinazie. Door terugsnoeien is het hele jaar door oogsten mogelijk. Ook de kleine, fijn aromatische bloemknoppen zijn geschikt voor consumptie.

De krulmalva groeit als een eenjarige of meestal tweejarige kruidachtig gewas en bereikt een hoogte van 50 tot 100 cm. Soms tot wel twee meter. (Afhankelijk van rijke of arme grond.) De stengels zijn enigszins bedekt met stervormige haren.

De bladeren staan afwisselend aan de stengel en bestaan uit een bladsteel en een bladplaat. De 2 tot 10 centimeter lange bladsteel kent aan de bovenzijde een plooi die donzig behaard is, verder is hij kaal. Het blad is 3 tot ca. 10 cm lang en 2 tot 10 cm centimeter breed, niervormig tot rond en vijf- of zevenlobbig. De grootte van de plant en zeker ook van het blad, is afhankelijk van de grond. De foto hier betreft een krulmalva die tussen de kolen is opgeddoken en dat is nogal stevig bemeste grond.

De bladlobben zijn afgerond of puntig. De rand is golvend gekruld. De boven- en onderkant van het blad zijn borstelachtig behaard of bijna kaal. De bloei is van juli tot september. Drie of meer kleine bloemen op korte stelen staan bij elkaar in de bladoksels.

Er zijn die variëten van Malva verticillata, te weten:

  • M. verticillata var. crispa, die alom is gecultiveerd en ook verwilderd,
  • M. verticillata var. rafiqii, komt voor in China, Korea en noodelijk India en Pakistan;
  • M. verticillata var. verticillata, ook M. chinensis of M. sinensis.

Historie

Malva’s in het algemeen werden en worden al duizenden jaren over de hele wereld geconsumeerd en geteeld om de heilzame werking, maar ook als groente, moeskruid, bereid als spinazie. Krulmalva stamt uit de gematigde streken van China, noordelijk India tot in Pakistan. Pas na 1600 wordt door arts-botanici in Europa gewag gemaakt van krulmalva, of ‘malva met gekronkelde bladeren’. (Op welke wijze het in Europa is gekomen, is onduidelijk.) De rol van krulmalva lijkt eind 19e, begin 20ste eeuw te zijn veranderd van een heilzaam gewas en moeskruid, in een bestaan als dessertblad: garnering voor nagerechten of in fruitschalen, vis- en vleesschotels. In Frankrijk wordt het om die reden onmisbaar geacht voor de moestuin.

Laten we beginnen met een leuk citaat van rond 1915 [6]:

Hoewel niet tot de eigenlijke kruiden behoorend, is Malva crispa toch ook in den moestuin op haar plaats. De mooigevormde, fraaigekrulde groote groene bladeren worden aangewend om als ‘dessertblad’ vruchtenschalen te versieren, ten einde de fruit bekoorlijker te doen uitkomen. De zaaitijd is einde-April of Mei. Hetzij uitgedund of uitgeplant wordt, de onderlinge afstand der planten moet nagenoeg een halve meter zijn. In voedzamen, niet te zwaren grond, eenigszins in de schaduw, ontwikkelen ze tot sierlijke, piramidale gewassen, van meer dan twee Meter hoog. De groote bladeren zijn het best voor het doel geschikt. En daar de bladeren kleiner worden naarmate de planten hooger opgroeien, kan men desgewenscht, met tusschenpoozen, meer dan eens zaaien.

Malva’s, de malvaceën of malvaceae, is de kaasjeskruidfamilie, die 244 geslachten en 4225 soorten kent. Ook veel sier- en geurige planten (o.a. stokroos en abutilon) maar ook de linde en de bij ons in het wild voorkomende heemst, die op de Rode Lijst staat.

Heemst heet in het Engels marsh mallow. Dan is meteen duidelijk waar de oorspronkelijke naam van de snoepgoed vandaan komt; de wortels van heemst worden gebruikt om te geleren.

Malva’s werden sinds mensenheugenis gegeten. In Europa was dat vermoedelijk meest de Malva sylvestris – groot kaasjeskruid – zijn, dat vrij algemeen voorkomt. (BIAX-rapporten laten zien dat bij allerlei opgravingen sporen van malva’s zijn gevonden. In putten uit het Neolithicum – waar het ‘ingewaaid’ zou kunnen zijn – tot Middeleeuwse bewoonde omgevingen, zoals het Musiskwartier in Arnhem.)

Krulmalva is afkomstig uit Oost-Azië en Abessinië (het tegenwoordige Ethiopië). Dat is geografisch gezien nogal een verschil, maar we vermoeden dat het uit India overgekomen. Tussen India en Ethiopië bestaat immers een al tweeduizend jaar oude handelsrelatie. In sommige werken wordt Syrië als land van herkomst aangeduid. Dat is onjuist.

Krulmalva wordt al zeker 2.500 jaar in de gematigde streken van China in cultuur gebracht – een van de eerste gedomesticeerde gewassen van China [20] – en is in grote delen van de wereld verwilderd. Het was een belangrijke bladgroente die in de tijd vóór de Han-dynastie alom werd geteeld. Kaasjeskruid is in de Huangdi Neijing – gedurende twee millennia de bron van de Chinese geneeskunst – opgenomen als een van de kruiden/groenten (bij de vijf elementen water, hout, aarde, vuur, metaal). [15] geeft aan dat het rond het jaar 500 een belangrijke Chinese groente was. Volgens [10] was het vooral in noordelijk China dat de malva crispa een belangrijke groente was.

In 1313 beschreef Wang Zhen in zijn boek Nong shu 農書 (boek over landbouw) waarin hij over M. verticillata zegt dat krulmalva het beste was van alle verschillende groenten, omdat “‘”het alternatief kon zijn in de jaren van mislukte oogsten” [5 NL]. Pas na de tijd van de Tang-dynastie werd die rol overgenomen door Brassica chinensis (paksoi). We spreken dan over ná 1.000 na Christus, voor ons is dat het midden van de Middeleeuwen. Aan het eind van de zestiende eeuw werd het niet zo veel meer geconsumeerd en wordt thans niet meer geteeld, uitgezonderd voor lokaal gebruik in Sichuan en het zuidelijk daarvan gelegen Yunan.

De grote vraag is echter: wanneer is krulmalva in Europa gekomen en is men het als groente gaan gebruiken of telen. Daar hebben we geen helder antwoord op kunnen vinden.

Oude Grieken en Romeinen

De naam Malva is voor het eerst gebruikt door de Romein Plinius de Oudere in zijn Naturalis Historia, boek XX, hoofdstuk 84. Daarin noemt hij drie malva’s en bij hoeveel kwalen die een remedie brengen: de gecultiveerde malva met grote bladeren: malope (13 remedies, vermoedelijk M. sylesvtris), malache (1 remedie, vermoedelijk M. pusilla) en de wilde malva met grote bladeren: Althæa of Plistolochia (59 remedies). , wordt malope genoemd. Althæa is vermoedelijk wat wij nu heemst noemen. Plinius vermeldt de heilzame werking voor alle malva’s, zoals remedie tegen allerlei soorten steken, zoals die van schorpioenen, wespen en soortgelijke insecten, maar ook tegen de beet van de spitsmuis; sterker nog, als iemand is ingesmeerd met olie waarin een van de malven is geplet, of zelfs als hij ze bij zich draagt, zal hij nooit worden gestoken. Een blad van de wilde malva op een schorpioen zal deze verlammen.

De Grieken en de Romeinen aten het als een vorm van spinazie. Lucianus beschreef in zijn boek De mercede conductis het gebruik van Malva bij de Romeinen als garnering van schalen. En zij die te laat kwamen, restte alleen nog het eten van de malvabladeren [21].

Middeleeuwen

Het kaasjeskruid is ook opgenomen in de plantenlijst in de Capitulare de Villis vel curtis imperii, de landgoedverordening voor de kroondomeinen van Karel de Grote. Dit verscheen rond 812. Ook Hildegard von Bingen vermeldt Malva in haar Physica (1150). Dat is vrijwel zeker groot kaasjeskruid. Maar toch. Overigens zegt ze: “Niemand zou rauwe malve mogen eten, tenzij hij een zieke maag heeft.”

.

Leonhard Fuchs heeft in zijn New Kreüterbuch (1543) de Roßpappel opgenomen, dat is de wild malva (Malva sylvestris). Käsepappel (vergelijk kaasjeskruid) of Roßpappel zijn Duitse namen voor Malva. Fuchs zegt dat malva in die tijd de gangbare naam in apotheken is. Hij onderkent wilde en tamme Pappeln. Over die laatste zegt hij dat die Ernd of Herbstrosen worden genoemd of: “Sie werden auch Römisch Pappel geheysen derhalben ungezweifelt, das mans kürzlich in unser land gebracht hat.” En daarvan zijn er twee: een met rode bloemen en een met sneeuwwitte. Zou dat dan (toch) de krulmalva zijn? Want hij vergelijkt de groeiwijze van de tamme malva als en “spieß oder grossen stab” en “mit grossen runden rauben blettern”. Van de tamme malva ontbreekt een afbeelding. Helaas.

In de Duitstalige versie van Pietro Andrea Matthioli’s kruidenboek, het Kreutterbuch, bewerkt doorJoachim Camerarius de Jongere (1586) wordt in hoofdstuk XXXVIII wel aandacht aan Pappeln besteed, maar niet de krulmalva.

Matthijs de Lobel schrijft in zijn Kruydtboeck (1581) dat de ghemeyn wilde Maeluwe in het hoochduytsch Pappel wordt genoemd. “Gheen plante en is alle natien beter bekent oft profijtelicker dan de Maeluwe”. Hij noemt diverse soorten en noemt de heilzame werking, zoals: “De stelen van de Maeluwe geheten maecken saechten camerganck, ende zijn zeere nut voor de dermen ende blase.” Maar ook blad en wortel komen aan de orde. Naast de wilde malva wordt ook de ‘wilde boom maeluwe’ beschreven, die vooral rond de Middellandse Zee door Lobel is gezien. En hij vermeldt heel kort de Ghecronkelde Maeluwe met de Latijnse naam Malva crispa. Die hoog wordt, met “veel cleyn bleecke bloemkens”. Maar het blijft bij een korte vermelding.

In Rembert Dodoens‘ Cruydt-Boeck van 1554 komt wel malva voor, maar geen M. crispum. Wel in het Cruydt-boeck van 1618 (Dodoens was al overleden, bijgewerkt door François van Ravelingen). Hij onderscheid 1. de ‘Groote Wilde Maluwe’ (Malva sylvestris procerior), 2. de ‘Cleyne Mauluwe’ (M. pumila), 3. ‘Gecronckelde Maluwe’ (M. crispa) en 4. de ‘Boomachtige Maluwe’ (Aborescens Malva). Bij ‘Aert, Cracht ende Werckinge’ gaat het voornamelijk over de malva in het algemeen en er wordt niets specifieks over de krulmalva gezegd. De bladen van de malva’s zijn goed voor veel lichamelijk ongemak. En: “De bladeren van de Mauwen zijn goet om te versoeten alle steken en quetsuren die met eenige angelen, stekelingen, oftcleyne stralen van de Spinnecoppen, Scorpioenen, wespen ende Bien, ende diergelijcke beesten en ongedierte gedaen zijn, alsmen die daer op leydt.” In het bijvoegsel wordt er ook gesproken over ‘in spijse gebruyckt’ dan wel met nadruk op het positieve effect op de gezondheid.

Het lijkt erop dat krulmalva rond 1600 in onze contreien wordt “ontdekt“.
Sturtevant [23] zegt over Malva crispa: “Deze plant wordt als bijna onmisbaar beschouwd in Franse tuinen, hoewel het geen echte voedselgroente is, maar de bladeren worden gebruikt als garnering.” en komt tot min of meer dezelfde conclusie.

In Beschreibung des gantzen Fürstlichen Braunschweigischen Gartens zu Hessem (1648), van de Nederlandse tuinbaas Johan Royer, wordt, in het tweede hoofdstuk, onder 1. Plantæ annuæ, Malva crispa vermeld. De Nederlander Jan Royer trad in 1607 in dienst bij de hertog von Braunschweig zu Lüneburg en heerste over de Garten zu Hessen. (Royer is een goede bekende van ons. We komen hem ook tegen bij de palmkool, knolselderij, sluitkool (rode, witte en savooiekool) en rode of Spaanse peper).

In Encyclopèdie Méthodique Botanique (deel 3) 1789 van ‘le Chevalier de Lamarck’ is op blz 751 e.v. bij nummrer 37 sprake van Malva verticillata en bij 38 van Malva crispa. Bij de eerste staat “Cette espèce est originaire de la Chine. On la cultive au Jardin du Roi.”

Johann Hermann Knoop heeft krulmalva niet opgenomen in zijn Beschryving van de Moes- en Keuken-Tuin (1769). Hij vermeldt wel malwe-bladen bij de ‘Kruiden welke men in ’t Voor-jaar tot een groen Kruid-Moes of Potagie gebruiken kan.’ Met als toevoeging dat ‘diergelyke Kruid-Moesen gewoon in Hoog-duitschland en elders op groene of Witte Donderdag voor Paaschen, als een noodwendige zaake, door een oudt gebruik te bereiden.’ [In die tijd is Nederland Neder-Duitschland.] Opmerkelijk is dat de meeste andere ingrediënten voor de Kruid-Moes uitgebreid in het boek worden beschreven, maar malva, malwe-bladen, en dus ook krulmalva, niet.

Volgens het Nederlandse soortenregister is de M. verticillata in 1845 voor het eerst waargenomen. Verwilderd uit de moestuin(en).

In Het Groot Warmoeziersboek (1855) van T.F. Uilkens komt krulmalva niet voor (ook niet dessertblad of enige andere malva).

In Les Plantes Potagères (1883) van Vilmorin-Andrieux is mauve frisée (Malva crispa) opgenomen. Met een afbeelding. We lezen: het komt uit de oriënt, is eenjarig en kan 1,5 tot 2 meter hog worden. Bij gebruik staat dat het vooral gebruikt wordt als garnituur bij desserts, “que la mauve frisée est presque indispensable dans un potager” [“dat de gekrulde malva bijna onmisbaar is in een moestuin”]. En er staat dat het niet te eten is. Daar heeft Vilmorin het bij het verkeerde eind. In de Dictionnaire Vilmorin (1946) staat ongeveer hetzelfde.

Nederland rond 1900

Krulmalva of dessertblad wordt in de periode 1890 – 1930 veelvuldig in diverse Nederlandstalige tuinbladen vermeld. Meest als garnering voor desserts. In De Veldpost van 24 augustus 1892 staat dat de smaak goed is – een toevallige herontdekking als moeskruid? – en in de uitgave van 29 augustus 1894 wordt ‘Malva Crispy’ vermeld als een ‘wild moes’.

In de Tilburgsche Courant van 14 februari 1904 is dessertblad als een moestuingewas opgenomen tussen melde en spinazie.

En het staat ook als moestuingewas in Turkenburgs’s Zakboekje 1936. Maar niet als moeskruid.

In de Nederlandsche Staatscourant nr 113, 15 juni 1943, wordt in een verordening van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit aangewezen als monopoliehouder voor in en uitvoer van alle groenten, waarbij dessertblad tussen coreander en dille bij de specerijgewassen is vermeld.

Volgens [8] werd het ‘als moeskruid gekweekt in de koloniën van Weldadigheid’ – daarmee worden met name de Drentse oorden bedoeld, die in de negentiende eeuw werden gesticht. Het was daar een serieuze groente.

Bewaren

Geen bijzondere bewaarinstructies. Het blad blijft een paar dagen in een gesloten zak in de koelkast goed. Drogen zal ongetwijfeld de methode zijn voor thee/tisane.

Culinair

Krulmalva gebruiken we in rauwkostsalades/sla en kan als snijbiet of spinazie worden verwerkt.

“Plant waarvan het slijmachtige blad als verzachtend middel in kompressen worden gebruikt en als thee/aftreksel. De bloemen zijn bestemd voor gebruik bij borstaandoeningen.
Het blad kan in salades of als groente, zoals spinazie, worden gegeten.”

De handgrote ronde, ietwat gekroesde bladeren met golvende rand, hebben een uitstekende milde smaak. Ze kunnen rauw in salades worden verwerkt. Gekookt of gesmoord heeft het blad een ietwat verdikkende, slijmerige – maar niet negatief bedoeld – werking. In die zin wordt het een noordelijke vervanger van de okra (ook lid van de kaasjeskruidfamilie) genoemd.

Ze kan als spinazie worden verwerkt maar ook in groentemengsels. (We hebben gelezen dat het half-half met snijbiet wordt gebruikt.) En dus uitstekend geschikt als (basis voor) soep worden gebruikt. In [20] wordt expliciet aangegeven dat in China het blad wordt gestoomd en gegeten met sojasaus en -olie.

Waarschuwing: De Franse Wikipedia zegt dat het ongeschikt is voor zwangere vrouwen en jonge kinderen. Waarom staat er niet bij. Dat is dan ook de enige keer dat we die verwijzing hebben gevonden, maar we vermelden het hier. Better safe than sorry.

Thee

Het blad wordt ook gebruikt om tisane – thee niet van de theestruik – van te trekken. Dat noemt Larouse dan ook. En het wordt anno 2026 gewoon verkocht.

Heilzame werking

Volgens [15] is de plant in Europa met name geteeld om haar gunstige medische aspecten. We lezen dat het een gunstige werking op maag en darmen [9] c.q. spijsvertering heeft. Het vermindert constipatie. Vandaar de oude Nederlandse naam darmscheel-kruid. Een afkooksel werkt als tegengif tegen (minerale) vergiftiging. De wortel werkt tegen nierstenen, is vochtafdrijvend en zou tegen zweren helpen. We hebben voorts ergens gelezen dat consumeren van de plant het bloedsuiker kan verlagen.

Voedingswaarde

Alom wordt de plant geprezen om zijn hoge voedingswaarde, maar we hebben weinig feiten kunnen vinden noch analyses, zoals van hedendaagse cultuurgewassen. Wel is een waarschuwing op zijn plaats: als ze groeit op stikstofrijke grond, kan het blad nogal wat nitrieten bevatten.

Per 100 gram rauw:

calorieën37 kcal
water 
eiwitten (proteïne)3,7  gr
vet 
koolhydraten7,3 gr
voedingsvezel0,6 gr
suikers 
disachariden 
mineralen kalium, zie hieronder
Vitaminen: 
vitamine A 
thiamine (B1) 
riboflavine (B2) 
niacine (B3) 
pantotheenzuur (B5) 
vitamine B6 
folaten (totaal – B11/ B9) 
cobolamines (B12) 
ascorbinezuur (C) zie hieronder
vitamine D 
vitamine E (alfa-tocopherol) 
Vitamin K (phylloquinone) 
Aminozuren 
Lipiden: 
Verzadigde vetten 
Enkelvoudig onverzadigd 
Meervoudig onverzadigd 200 mg
Cholesterol 

Volgens [18] bevat de malva/kaasjeskruid in het algemeen veel vitamine C, kalium, flavonoïden, koffiezuur (werkt celdeling kankercellen tegen) en chlorogeenzuur. En maar liefst 12% slijmstoffen. Kortom, dat klinkt allemaal heel goed.

Teelt

De plant kan als tweejarige worden geteeld, maar eenjarig is aan te raden omdat ze niet zeer vorstbestendig is.

ZaaienApril tot begin juli, in het vrije veld of in potjes. Zaad net onder werken. (Krulmalva zaait zich ook van nature uit.)
Uitplantenmei
OogstVoortdurend, het mooie grote lobbige blad plukken. De plant in essentie intact laten. Terugsnoeien kan ook, dan loopt ze weer uit met jonge frisse bladeren.

De plant kan twee meter hoog worden. Als ze dicht op elkaar staat, ontstaat voedselconcurrentie en zullen de bladen relatief klein blijven. Ze produceert in de bladoksels kleine bleke, soms roze bloemetjes. Voor die sierwaarde hoeft u het niet te doen.

Plantafstand: ca. 40 cm in de rij; 40 cm tussen de rijen.
Water: geen bijzonderheden

Bemesting

Matig voedzame grond, dus eigenlijk niets bijzonders

Bodem & standplaats

Zonnig en kan tegen lichte schaduw. Goed doorlatende grond. Als de plant zeer hoog wordt, moet bescherming tegen wind worden gezocht (stokken ernaast).

Groenbemester

Krulmalva wordt in [17] ook genoemd als groenbemester, dus inzaaien op lege bedden en dan tijdig onderspitten.

Rassen

n.v.t.

Zaadteelt

Zaden – eigen foto

Zelfbestuiver, dus eenhuizig. Makkelijk. In de bladoksels zitten kleine witte bloempjes die uiteindelijk bruinige zaaddoosjes vormen, waarin zaad. Eind juli tot oktober oogsten. Houdbaarheid (koel en droog): 5+ jaar

Ziekten en belagers

Niets noemenswaardig.

Literatuur: [1] Food Plants of the World; [2] Handboek Ecologisch Tuinieren; [3] Planten voor Dagelijks Gebruik; [4] Groente & Fruit Encyclopedie; [5] Wikipedia NL/DE/EN/FR, na. 2026; [6] Turkenburg’s handboekje voor het kweeken van groenten in den vrijen grond, D. Turkenburg, 1915; [7] Heukels Flora van Nederland; [8] Toegepaste kruidkunde, B.C. van Hall, 1857; [9] Vegetables and Fruits: Nutritional and Therapeutic Values, 2008, Thomas S.C. Li; [10] Food in China: A Cultural and Historical Inquiry, Frederick J. Simoons; [11] FDDB (voedingswaarde); [12] PFAF; [13] Encyclopedia of Organic Gardering; [14] Heirloom plants, Thomas Etty & Lorraine Harrison; [15] Dictionary of cultivated plants and their regions of diversity, A.C. Zeven en J.M.J. de Wet; [16] Creating a forest Garden, Martin Crawford; [17] Dan Große Biogarten-Buch; [18] Enzyklopädie Essbare Wildpflanzen; [19] Sturtevant’s Edible Plants of the World; [20] Cornucopia; [21] The Oxford Companium to Food; [22] Hildegard Von Bingen, Marcel de Cleene, 2024; [23] History of Garden Vegetables, E.L. Sturtevant, 1888; [24] Less-known leafy vegetable “Lapha” (Malva L.; family Malvaceae) in India and study on genetic resources, Pavan kumar Malav c.s., Research Square, 29 maart 2023; [25] Food Plants in the Americas, Kermath, Bennett en Pulsipher, 13 juli 2014; [26] BIAX-rapporten;