De Scharrelaar – Over vogelgriep

Een indrukwekkend mooi nummer (2022 – 2) is er weer afgeleverd van dit tijdschrift dat meer op een boekje lijkt. De moeite waard om aan te schaffen, of cadeau te geven. Deze keer alleen al vanwege het eerste verhaal dat erin staat: Griep, door Kees Camphuysen. Niet vrolijk, wel indrukwekkend.

Het is een uitdaging om twee keer per jaar een mooi boekje samen te stellen voor lezende vogelaars en vogelende lezers. En dat is deze keer (weer) goed gelukt. Met prachtige zwart-wit illustraties van Erik van Ommen in een mooie mix van wat lichtere verhalen, een paar zwaardere, een gedicht, een paar literaire bijdragen en een paar meer wetenschappelijke. Voor elk wat wils dus. Mits je van vogels houdt natuurlijk.

Pièce de résistance in dit nummer is het eerste verhaal, ruim 30 pagina’s van Kees Camphuysen, onderzoeker verbonden aan het NIOZ. Het heet ‘Griep’. En het gaat ook over griep –  vogelgriep, wel te verstaan. Het is vrij lang voor in De Scharrelaar. En het is een soms wat rommelige mix tussen veldrapport, wetenschappelijk artikel, reisverslag en persoonlijk dagboek. Het raakt me enorm; misschien wel daarom. En mij niet alleen, ook Trouw pikte het op, net als allerlei andere media.

De Scharrelaar nummer 2 van dit jaar is zeer de moeite waard!

TitelDe Scharrelaar 2022 2
VanDiverse auteurs
UitgeverAtlas Contact
ISBN978 9045 0474 85
Verschenennovember 2022
Prijs€ 16,99
Verkrijgbaar bijKoop dit boek bij je lokale boekhandel van steen en cement. Of anders bij de webshop van een echte winkel, zoals deze.

Waarom het verhaal Griep raakt

Natuurlijk speelt de beschrijving van de Schotse natuur een rol, op een afgelegen eiland, de kliffen, de zeevogels, de wind, de regen. Ik houd er zo van. Ben er zo vaak geweest – niet op het eiland Foula dat onderdeel is van de Shetland archipel, waar dit verhaal over gaat, maar toch.
En ook de persoonlijke verbondenheid van de schrijver met zijn verhaal doet veel. Het is geen tranentrekker, daarvoor is Camphuysen teveel wetenschapper. Maar dat hij begaan is, is duidelijk. Een welgemeende vloek laat hij doorklinken. Woede, verdriet – maar vooral veel woede.

Liefdewerk oud papier

Het besef dat dit soort belangrijk veldonderzoek eigenlijk alleen nog door vrijwilligers gedaan wordt, raakt me ook. (En als je geluk hebt door studenten als onderdeel van hun curriculum). Ik schreef er al eerder over, nadat ik de boeken Sinagote en Rottumerplaat gelezen had. Ook in het recentere boek Natuuramnesie komt helder naar voren dat juist de datareeksen die verzameld werden door liefhebbers, bewoners, vrijwilligers steeds meer worden erkend als enorm waardevol voor het reconstrueren van historische ijkpunten in de natuur. Het is dus vreemd en triest te lezen dat in dit geval de ondersteuning van het onderzoek volledig ontbreekt. Zelfs als het dan door vrijwilligers wordt opgepakt, krijgen die nauwelijks poot aan de grond. Of ze worden niet helemaal voor vol aangezien.

Na ons de zondvloed

In dit geval is het extra schokkend omdat het om vogelgriep gaat. Een uiterst besmettelijke ziekte voor vogels, die inmiddels al grote schade aangericht heeft in de pluimveehouderij. Maar het H5N1 virus is ook een zoönose – het kan op mensen overspringen en mensen ziek maken. Hmmm… Waar kenden we dat verhaal ook weer van? Dus nog los van de ellendige dood van wilde vogels, die massaal sterven aan vogelgriep, zouden we uit eigenbelang kunnen handelen, om verdere economische schade te beperken en een nieuwe zoönose te voorkomen. (Met nadruk op economische want economie gaat vandaag de dag nog steeds voor ecologie.) Begrijpen hoe een virus werkt is daarbij essentieel. Hoe het zich verspreidt in populaties en waar het blijft rondspoken. Waarom overlijden sommige vogelsoorten wel massaal aan het virus, en andere niet?
Een afdoende vaccin ontwikkelen is natuurlijk mooi. Maar aangezien commerciële houders van pluimvee niet willen inenten omdat ze dan minder makkelijk vlees en eieren kunnen verkopen, en wilde vogels niet kunnen betalen, zal dat nog wel even duren. Eigenbelang. Na ons de zondvloed.

Zorgplicht?

Op een ander niveau dan eigenbelang: wij mensen staan stevig aan de basis van ontstaan en verspreiding van de vogelgriep. Onderzoek heeft aangetoond dat deze hoog pathogene variant van het H5N1 virus in 1996 is ontstaan op een mega ganzenboerderij in China. Het is dus letterlijk de schuld van de intensieve veehouderij dat momenteel wilde vogels worden weggevaagd. De geest is uit de fles – dit virus is nu niet meer te beteugelen, het vliegt overal om ons heen, binnenin vogels. Hebben wij geen zorgplicht? In elk geval een plicht om te proberen onze eigen fouten zoveel als mogelijk te herstellen? (Hier staat een tabel met geruimde vogels en zie hoeveel al in 2022.)

Dode en stervende vogels

Maar de vogels, de vogels. Die raken het meest. Onderzoeker Camphuysen struint in de regen over een eiland dat vol ligt met kadavers van de grote jager, een grote donkerbruine roofmeeuw. Bij elke dode vogel houdt hij halt, maakt notities, legt de locatie vast en knipt de vleugelpunten van de vogel af om dubbeltelling te voorkomen. Dan ontsmetten – hij wil zelf absoluut niet degene zijn die de vogelgriep verder verspreidt. Van de 3200 grote jagers die in 2015 geteld werden (de meest recente beschikbare telling; in 1977 waren er overigens nog 6200) laat Camphuysen er in zes weken 1400 door zijn handen gaan. Allemaal dood. 2800 Vleugelpunten. Sniep, sniep.

Een gezonde grote jager (Stercorarius skua). Foto: Noel Reynolds, Wikimedia Commons

Niet allemaal zijn ze dood: een stervende oudervogel naast een dode, met twee eieren in hun nest die op het punt van uitkomen staan. Voor wie denkt het aan te kunnen: Camphuysen maakte filmpjes van de stervende vogels.

Stervend vogeleiland

En dat alles in de context van wat de partner van Camphuysen beschrijft als het ‘stervende’ eiland Foula. Er wonen achtendertig mensen (volgens de Engelstalige Wikipedia) op het eiland; ze worden ouder en in aantal ook steeds minder (de vrijwillige vogeltelster op Foula, Sheila, is inmiddels 80). Niet alleen de gemeenschap op het eiland is stervende, maar ook de vogels zijn stervende. En dat terwijl de naam van het eiland – Foula – stamt uit het Oudnoors en ‘Vogeleiland’ betekent. Vogels en mensen samen in een danse macabre. Wie sterft het eerst uit?

In 1720 stierf al eens bijna de hele menselijke bevolking van Foula uit (toen tweehonderd). Dat kwam door een pokkenepidemie – de eilanders hadden daar geen immuniteit tegen opgebouwd omdat ze zo geïsoleerd leefden. Toch veerde de gemeenschap terug – het aantal inwoners piekte in de negentiende eeuw op 267. Ook nu weer zijn de overgeblevenen met hun handjevol een campagne begonnen om meer inwoners naar het eiland te trekken (te beginnen met een nieuwe schooljuf m/v/x). Alles met het doel te overleven.

Hopelijk lukt dat de grote jagers ook.

Foula gezien vanaf een ander Shetland eiland. Foto: Ronnie Robertson, Wikimedia Commons.

Plaats een reactie