Landherstel

Een sympathiek boek met de optimistische boodschap dat de aarde zich – bewezen! – kan herstellen, ook daar waar de ecologische schade onherstelbaar lijkt. Hoopgevende voorbeelden, die misschien voor sommige plaatsen in de Lage Landen inspirerend zijn.

We kennen niet voor niets de betekenis ‘uitgemergeld’ voor iets dat volledig gebruikt is. Op landbouwgronden die minder opleverden, werd kalk (mergel) gestrooid om de planten de laatste voedingsstoffen uit de grond te kunnen laten opnemen. Daarna was het over en uit, uitgemergeld.

Het boek is van de hand van de Amerikaanse journaliste Judith D. Schwartz en, vertaald in het Nederlands, uitgebracht door de ‘nieuwe’ uitgeverij Vonk (voorheen Uitgeverij Jan van Arkel). Het is vlot geschreven al rammelt de Nederlandse vertaling hier en daar.

‘Landherstel’ neemt je mee op reis: Naar China, Saoedi Arabië, New Mexico in de VS, Noorwegen, Hawaï, Washington State in de VS en Spanje en dat met allerlei omwegen (onder andere langs de Oostvaardersplassen). Overal ter wereld zijn plekken waar het land is kaalgeroofd, weggespoeld, uitgedroogd en waar de mensen die daar leefden, zijn weggetrokken. Degenen die zijn gebleven werden arm en worden niet zelden achtergesteld. Het is niet om vrolijk van te worden.

Het goede nieuws is dat op al die plekken mensen zijn opgestaan die het anders willen doen, vaak tegen de stroom in. Bijna altijd werken zij op twee fronten: zowel sociaal als technisch/ecologisch. Die combinatie lijkt essentieel om de veranderingen die in gang worden gezet te laten landen en beklijven. Zodat de mensen die er het meest op zitten te wachten, er ook werkelijk van kunnen profiteren. En het land zich kan herstellen.

Een heerlijk boek dat inzicht en hoop geeft.

TitelLandherstel – Berichten van ecologische pioniers en van het regeneratief vermogen van de aarde
VanJudith D. Schwartz (vertaald door Barbara Beckers en Mariken Heitman)
UitgeverVonk Uitgevers (voorheen Uitgeverij Jan van Arkel)
ISBN978 90 6224 548 2
Verschenen10 oktober 2021
Prijs € 22,50
Verkrijgbaar bijKies voor de boekhandel van steen en cement. En àls je een webshop prefereert, kies dan deze.

Het lössplateau in China

Erosie in een kloof – foto: Vmenkov, Commons Wikimedia

Het boek begint met een succesverhaal uit China. Daar werd vanaf de jaren 1990 een gigantisch gebied geregenereerd. Zodanig, dat je op recente foto’s overdadig groen ziet, waar het in 1994 nog kale keiharde aarde was. Het lössplateau is een regio in noord-centraal China waar de bodem bestaat uit löss, een poederachtige, lang geleden door de wind aangevoerde, zeer mineraalrijke bodemsoort. (In Nederland is ook löss te vinden op sommige plekken, onder andere in Zuid-Limburg). Het gebied wordt gezien als de bakermat van de Chinese landbouw, zo’n tienduizend jaar geleden.

Maar in de loop van de vorige eeuw, met intensivering van landbouw, houtkap, overbegrazing enzovoorts, versnelde de erosie op de hellingen. De Gele Rivier is geel door de löss – echter steeds meer van de rijke bodem werd door de rivier weggevoerd. En de miljoenen mensen die in het gebied woonden werden armer en armer.

In de zachte löss-kliffen werd in vroeger tijden volop gewoond. Foto: Arthur de Carle Sowerby, gemaakt begin 20e eeuw, Smithsonian, Wikimedia Commons.

Maar wat gebeurde er toen? De Chinese overheid, samen met de Wereldbank en een aantal andere partijen, maakte een Plan. Met een hoofdletter, ja, want het gaat om een enorm gebied en een enorm probleem. Plus, zoiets was nog nooit eerder gedaan. Je kunt veel van de Chinezen zeggen, maar niet dat ze geen lef en langetermijnvisie hebben.

Hoe dan ook, het resulteerde erin dat delen van het gebied meer rust kregen en konden herstellen (door minder begrazing, bijvoorbeeld), dat er terrassen werden aangelegd op steile, geërodeerde hellingen (om het afstromende regenwater langer vast te houden en in de bodem te laten trekken) en dat er bomen en vaste planten werden aangeplant. De meest marginale gronden werden apart gezet als natuur. Het positieve effect dat deze natuurgebieden hebben op de aanpalende landbouwgebieden is enorm. Ze hebben elkaar nodig en versterken elkaar, onder andere door betere waterhuishouding, verkoelend effect in de zomer, en meer insecten en vogels.

Dit filmpje is een ultrakorte versie van de ontwikkelingen op het Lössplateau, maar als je meer wil zien hierover, zul je op YouTube niet teleurgesteld worden. Want het Löss Plateau Watershed Rehabilitation Project is beroemd (in bepaalde kringen dan toch in ieder geval). Veel van de kennis en ervaring die nu op andere plekken in de wereld worden ingezet, is daar opgedaan.

Spanje en de Almendrehesa

We slaan een heleboel over – niet minder interessant, maar dat moet je zelf maar lezen. Maar het laatste hoofdstuk van Landherstel gaat over het werk dat Commonland, een Nederlands initiatief, in Spanje doet onder de naam AlVelAl. De missie van Commonland is om gedegenereerde gebieden op een ecologisch verantwoorde manier te herstellen en die ook, op termijn, financieel rendement opleveren, lokale gemeenschappen versterken en inspireren.

Het AlVelAl gebied in Spanje ligt grofweg tussen Granada en Murcia, in grotendeels leeggelopen, verwoestijnde gebieden die afhankelijk zijn van neerslag. Er zijn geen rivieren in het gebied en ook geen toegankelijk grondwater waarmee irrigatie mogelijk zou zijn.

Inmiddels zijn er, zoals is te lezen in Landherstel, een stuk of 120 boeren betrokken bij AlVelAl en er wordt driftig ontwikkeld en geëxperimenteerd. Het opnieuw tot leven wekken van de bodem is essentieel: Het startpunt is bijna overal droog, gruizig, stenig, uitgeput. Maar door extensief schapen te houden en bodembedekkers te zaaien wordt de bodem enerzijds beschermd en wordt anderzijds organische stof en stikstof toegevoegd. Daardoor kan de bodem na een tijdje ook weer meer vocht vasthouden; als een spons. Zo wordt de negatieve spiraal omgekeerd. En dan kunnen er ook andere gewassen tussen de verspreid staande bomen (bijvoorbeeld amandelen) worden geplant.

Ondertussen blijven de schapen de grond bemesten en houden ze de vegetatie kort, waardoor natuurbranden minder kans krijgen. Een systeem zoals dit, waarin bomen, landbouw en veeteelt worden gecombineerd, heet ook wel (agro-)silvo-pastoraal (zie ook Voedselbossen – de zin en de onzin). Een mond vol voor iets dat in het verleden eigenlijk overal werd toegepast.

In Spanje en Portugal heet het in veel streken de dehesa, een vrij droog landschap met verspreide bomen – vaak kurkeiken, waarvan kurk geoogst kan worden, soms ook tamme kastanjes – en grasland daartussen, waar vee graast. Of varkens, zoals Iberico varkens, die de gevallen eikels eten en zo uitmuntende jamon Iberico de bellota– c.q. pata negra-ham leveren. Een cultuurlandschap, maar zeer natuurrijk en duurzaam in evenwicht met de mogelijkheden van de omgeving.

AlVelAl en Commonland proberen dat soort wijzen van landbouw nieuw leven in te blazen. Goed kijken naar het verleden en dat combineren met moderne kennis en kunde. En ze zetten, net als in China, bewust natuurgebied apart, waardoor het herstel van de ecologische functie een extra boost krijgt.

Zo: amandelgaard van Almendrehesa – foto van website
Of zo: Veel voorkomende amandelgaard. Kaal en dood – foto: Jebulon, Wikimedia Commons

Hakerige vertaling
Ik lees makkelijk Engels en kies er vaak voor om oorspronkelijk Engelstalige boeken dan ook in het Engels te lezen. Dat heeft een reden: Ik ervaar veel vertalingen helaas meestal als een slap aftreksel van het origineel, vaak enigszins irritant door hakerige en on-Nederlandse zinsbouw en soms zelfs ronduit slecht en vol fouten. De oorzaak daarvan zou je kunnen zoeken in de – naar verluidt – slechte betaling van vertaalwerk en de grote haast die er soms achter zit. Maar soms ook een gebrek aan materiedeskundigheid.
Dit boek is geen uitzondering: Het bevindt zich ergens tussen de categorie ‘vaak’ (irritant) en ‘soms’ (ronduit slecht). Ik heb er even Engelstalige pagina’s, die Amazon als voorbeeld ter beschikking stelt, naast gelegd en ik kan er echt niet meer van maken. Zonde, want dit boek is zeer de moeite waard.

Herstellen (maakbaarheid) heeft grenzen

Waar Schwartz zich wel een beetje makkelijk vanaf maakt, is dat niet alle gedegenereerde landschappen zomaar makkelijk te herstellen zijn. De voorbeelden in dit boek zijn oude cultuurgebieden, waarin al eeuwenlang – of nog veel langer – mensen als gebruikers of landbouwers actief waren. En waar zich gedurende die tijd een nieuw evenwicht in kon stellen tussen mensen, vee en de natuur om hen heen. Dat soort oude cultuurgebieden – zonder roofbouw, zonder chemische middelen, zonder zware machines – zijn (of waren) bijna altijd zeer rijk aan biodiversiteit.
De Spaanse dehesa is er een voorbeeld van – met vogels als de hop, zwarte en witte ooievaars, blauwe eksters, slangenarenden, enzovoorts. Onze Nederlandse vroegere afwisselingen van heide, bos, en akkers met verspreide boerderijen konden er ook wat van.

Dehesa, Extremadura, maart 2004 – foto: MergenMetz

Maar als gevolg van intensieve landbouw en andere soorten roofbouw van de afgelopen vijftig tot honderd jaar, is veel van die biodiversiteit in cultuurlandschappen verdwenen. Het is bijvoorbeeld geen wonder dat in Nederland juist de vogelsoorten van het boerenland het sterkst achteruit gaan (sinds 1960 is het aantal vogels op boerenland met 60 tot 70% gedaald!).
Maar goed.

Mijn punt is, dat Judith D. Schwartz in Landherstel eigenlijk schrijft over dat soort gebieden. Die zijn met de juiste aandacht en kennis goed te herstellen en hebben ook een heldere economische component waarmee de kosten die met dat herstel gepaard gaan, kunnen worden gefinancierd. Namelijk de opbrengst van duurzame landbouw en agrotoerisme – en hopelijk ook in toenemende mate vergoedingen voor natuurwaarden, koolstofopslag in de bodem of in bomen, waterberging en zuivering. Supermooi voor land, natuur, dieren en mensen. Echt inspirerend. Waarbij wel de kanttekening past dat het simpelweg planten van bomen, door sommige organisaties als de oplossing voor alle problemen aangeprezen, zelden de oplossing is. De voorbeelden in dit boek laten dat duidelijk zien.

Maar in Landherstel staat ook: “Bij voldoende tijd, misschien duizenden of miljoenen jaren, zal zich altijd een complex en efficiënt systeem ontwikkelen.”
De ecologische theorie verklaart de duizelingwekkende diversiteit in de natuur vanuit het idee dat iedere niche, hoe klein ook, door de natuur wordt ingevuld en gebruikt. Dat geldt echter vooral voor volledig natuurlijke systemen, die zich inderdaad over hele lange tijd vrij ongestoord hebben kunnen ontwikkelen.
De complexiteit daarvan wordt helaas snel aangetast door menselijk misbruik – je kunt je afvragen of er nog wel gebieden op aarde onaangetast zijn – en is veel lastiger te regenereren. Al is het alleen maar omdat soorten die eenmaal uitgestorven zijn, niet meer tot leven kunnen worden gewekt. Of omdat wij als mensen de complexiteit van de ecologie van deze gebieden helemaal niet goed begrijpen en dus door ons (goedbedoelde) actief ingrijpen enkel nog meer schade aanrichten. Niet alles is maakbaar.

Plaats een reactie