Zonder licht zijn we beter uit

Sinds 2009 wordt in oktober de Nacht van de Nacht “gevierd”. Dit jaar op 29 oktober. Het is de bedoeling dat die nacht alle lichten uitgaan en we kunnen genieten van de sterrenhemel. Maar het is niet alleen voor ons eigen plezier. Nachtelijke verlichting verstoort de natuur en maakt het voor de mens onveiliger. Eigenlijk moeten elke nacht de lichten uit, of fiks worden gedimd.

Leestijd: 7 minuten

Een artikel in Science van 22 april 2022 èn de nieuwe LED dimbare straatverlichting in onze gemeente vormden de aanleiding voor dit stuk. Die nieuwe straatverlichting stuit bij een aantal inwoners op weerstand; men is ervan overtuigd dat groter en feller licht meer veiligheid biedt. We proberen in hoofdlijnen een beeld te schetsen van de problemen met nachtelijke verlichting, er is veel onderzoek, we pretenderen niet volledig te zijn.

Vogels in de nacht

Het artikel in Science heeft de titel ‘Bright Lights, Big Pity’ en gaat over hoe trekvogels door nachtelijke verlichting worden gelokt, met dodelijke afloop.

Zo ziet het er uit: Plotseling verschijnt een zwerm vogels op de weerradar van Florida.

Hoe volg je vogels ‘s nachts terwijl je zelf in de bron van licht staat? Dan zie je immers weinig. De onderzoekers gebruikten, naast warmtebeeldcamera’s, ook weerradar om het vogelgedrag vast te leggen. Dat heet in het Engels radar ornithology. Deze radar weerkaatst op in de lucht drijvende waterdruppels – wolken dus – maar ook op vogels. Zo zag men dat vogels naar het nachtelijke licht toe trekken – en als het licht uit was, verdween de “wolk” op de radar.

Trekvogels koersen op de sterrenhemel, die door lichtvervuiling als het ware verbleekt. De vogels worden vervolgens door het kunstlicht aangetrokken en zo verongelukt menig dier in de bebouwde omgeving. En zij die de stad overleven, moeten weer op koers geraken. Ze verbruiken daardoor meer energie dan nodig en ze verzwakken. Vaak is hun weerstand verminderd en ook hun voergedrag in de war geraakt. Hierdoor vallen ze makkelijker ten prooi aan roofdieren, vooral katten, maar ook roofvogels.

3 miljard minder vogels
Wetenschappers hebben vastgesteld dat er in Noord-Amerika zo’n drie miljard vogels minder zijn dan in 1970. Niet alleen door lichtvervuiling, maar ook door klimaatverandering, het verlies van habitat en het gebruik van pesticiden in de landbouw. Het is zo erg, dat wanneer er nog een oorzaak bij zou komen, men totale uitroeiing van bepaalde soorten verwacht.

Het is een soort routeplanner die men nu ontwikkelt. Een systeem dat met behulp van radar trekvogelbewegingen signaleert en voorspelt, opdat de dorpen en steden in de route de nachtelijke verlichting dimmen.

Honderden trekvogels stierven bij de vuurtoren op St John’s Point in noordelijk Ierland

Uit vervlogen tijden zijn overleveringen hoe massa’s trekvogels zich tegen vuurtorens te pletter vlogen. (En dat gebeurt nog steeds, getuige dit bericht van 17 november 2021 van BBC News.)
In De Levende Natuur 36 (1931) staat letterlijk: “Het is een algemeen bekend verschijnsel, dat de in den nacht reizende trekvogels door de sterke lichting van vuurtorens en lichtschepen worden aangetrokken, waardoor zich tallooze vogels doodvliegen.”
Maar de vogels vliegen ook naar en in de gasvlammen van boortorens in de Noordzee, lezen we in een stuk van Gunnar Lid van het Zoologisk Museum in Oslo (Het Vogeljaar 1979). Dit plaatst vogelslachtoffers door windmolens wel in een wat ander daglicht!
In Trouw van 14 januari 2011 staat dat er altijd al duizenden trekvogels stierven, maar ook dat vogels door felle verlichting in de war raken. Ze koersen immers op de sterren. Doch als ze die “kwijt” zijn, cirkelen ze rondjes om een flatgebouw of vuurtoren. Tot ze van uitputting neervallen. Zoals dus bij St John’s Point.

Ook standvogels blijven door buitenverlichting langer actief, slapen dus minder en leven korter. Maar ook, overdag, schijnen spiegelende ruiten funest te zijn. De vogel ziet (gereflecteerd) lucht voor zich.

Bomen en planten in de war

Waar het licht van de lantaarn op valt, is het blad nog groen.

Straatverlichting is ook slecht voor bomen en andere planten. Als de dagen korter worden blijven de bladeren die door lantaarns worden beschenen langer groen. Let maar op in de herfst. Daardoor vertraagt het “inslaapproces” van de boom (bladval in de herfst). Door de nachtelijke straatverlichting gaan ze van levend en groen direct naar de dood door vrieskou. En dat schaadt de boom of heester. Als ze voldoende water en voeding krijgen, kunnen ze met deze handicap leven. Maar goed is het niet.

Kortedagplanten bloeien niet
Ook bloeiende planten raken in de war van nachtelijke straatverlichting. Je hebt kortedagplanten en langedagplanten. En planten die het niets uitmaakt. In de bloemkwekerijen maken ze in herfst en winter misbruik van deze eigenschappen: ze creëren met veel lampen een lange dag, opdat we vroeg fraaie snijbloemen krijgen. Buiten kan het dus voorkomen dat planten in de tuin, perk of plantsoen, niet gaan bloeien omdat het door straatverlichting en buitenlampen voortdurend dag blijft. In de jaren zestig van de vorige eeuw kwamen de zgn natriumlampen in zwang. HPS: High Pressure Sodium. Die stralen licht uit in de voor bomen juiste frequenties (rijk aan rood en infrarood). Pas toen werd zeer duidelijk welke schade bomen en andere gewassen leden.

Inmiddels wordt overmatige verlichting als een vorm van schadelijke vervuiling aangemerkt. Slimme, gerichte straatlantaarns kunnen veel voorkomen. We gaan nu over naar gerichte, dimbare LED-verlichting langs lanen en wegen.

Veel licht maakt onveilig

Lichtvervuiling, met name verblindende verlichting, is een veiligheids- en beveiligingsrisico. Verblindende verlichting veroorzaakt twee problemen:

1. Minder zien
De mens is van nature uitgerust met nachtzicht; wij kunnen nog steeds zien in een duistere en schaars verlichte omgeving. Bij heldere sterrenhemel, bij maanlicht enzovoorts. Omdat een heldere lamp een sterk contrast vormt met de nacht, eindigt onze mogelijkheid om in de nacht te zien subiet.

Foto’s: George Fleenor

In het netvlies van ons oog komen namelijk staafjes voor, die de lichtintensiteit waarnemen. Dat gebeurt met het eiwit/pigment rodopsine. Helder licht zorgt ervoor dat dit eiwit heel snel wordt afgebroken, uiteenvalt. En dat is niet zomaar weer opgebouwd (met behulp van vitamine A).
De gevoeligheid van de staafjes is duizend keer sterker dan onze kleurgevoelige kegelcellen; het duurt meer dan veertig minuten voordat het gehalte benodigde rodopsine weer op niveau is, bij oudere ogen zelfs nog langer. Dus, om onszelf, onze ogen, te beschermen, vernauwen of sluiten onze ogen hun voorste oogopeningen (oogleden) en onze pupillen sluiten zich.

Deze twee resultaten, de vernauwde pupillen waardoor minder licht in onze ogen valt en de oververzadiging van de staafjes waardoor hun gevoeligheid afneemt, zorgen ervoor dat we tijdelijk blind zijn bij fel licht. De kegeltjes werken natuurlijk nog wel. En zij kunnen het verblindende licht en de kleur ervan zeer goed zien. Maar ze kunnen niet zien in donkere gebieden die buiten het verblindende licht liggen of in schaduwen die gewoonlijk door het verblindende licht worden veroorzaakt. Om dat te doen, zouden we volledig functionerende staven nodig hebben, die we niet hebben, we zijn nu immers ‘s nachts verblind.

En dat brengt onze veiligheid in gevaar. Je ziet niets meer buiten het licht en het kan zelfs zo zijn dat je, door het slechtere zicht buiten de lampen, risico’s neemt die je niet zo moeten nemen.

De oude straatverlichting links creëert veel meer duisternis dan de LED-verlichting. En die laatste spaart bovendien energie.

2. Help inbrekers
Als je veel licht om huis hebt, moet je eigenlijk ook iets of iemand hebben die voortdurend in de gaten houdt wat er in dat licht gebeurt. Fraaie buitenlampen verschaffen langswandelende snoodaards informatie over je woning. Als er geen buitenlampen waren, hadden ze een zaklamp moeten gebruiken – en, tja, dat valt juist op.

Als je zo iemand in het zonnetje wilt zetten, helpen bewegingssensoren. Maar die schakelen vaak bij allerlei bewegingen: van door wind bewogen takken, een passerende voetganger of een langslopende kat, hond of vos. Dan verliest het zijn waarde. Dan let niemand er meer op.  Of je moet met speciaal afgestemde sensoren werken.

Het beste is buiten een bewegingssensor plaatsen, die binnen het licht aandoet.

En vooral: Een heldere  buitenlamp zorgt ervoor dat kwaadwillende lieden in de omringende duisternis onzichtbaar zijn. En, misschien speelt dat meer in stedelijke omgeving, als er plotseling een lamp aanfloept ben je tijdelijk verblind, je ogen moeten immers even wennen. Dat is voor een wachtende straatrover het ideale moment om toe te slaan.

Insecten

Tweederde van het eiwit dat we binnenkrijgen door het eten van vlees, komt uiteindelijk van insecten. Insecten staan aan de basis van de voedselketen; ze bestuiven planten, gewassen en insecten worden gegeten door dieren van een hogere orde. Geen natuur, geen insecten, geen leven.

Lichtvervuiling doodt aeroplanktonfoto: Lamiot, Wikimedia Commons

Insecten worden actief door (zon-)licht. Dus een lamp trekt hen aan. Ze denken dat het dag is en laven zich in het licht. ’s Ochtends, als het werkelijk licht wordt, zijn ze doodmoe en prooi voor vogels, padden en andere dieren. Voor andere insecten lijkt het dat de lamp voor de maan wordt aangezien.

Eigenlijk zijn er twee categorieën insecten: zij die rechtstreeks de vlam in vliegen dan wel tegen het hete glas van de lamp, en zij die enige afstand houden en bij het licht blijven rondfladderen. Ze zijn als het ware door het licht gevangen, verlamd, gebiologeerd en kunnen de niet meer de normale overlevingsfuncties uitvoeren. Ze raken vermoeid en vormen prooi. Deze insecten sterven uiteindelijk uit. Maar het is een onnatuurlijke selectie, in de ogen van Darwin.

Als de maan helderder zou schijnen, is het verschil in lichtintensiteit minder en vinden minder insecten hun noodlottige dood. Of andersom: Als de buiten-/straatverlichting afwezig is of fiks gedimd, is dat dus beter voor de insecten.

60-130 miljard insecten
In Duitsland, zo hebben onderzoekers berekend, sterven elk zomerseizoen tussen de 60 en 130 miljard insecten als gevolg van licht. Het type lamp maakt wel enig verschil, maar het blijft veel. De berekeningen hebben echter alleen betrekking op straatverlichting, niet op nachtelijke verlichting van gebouwen en reclameborden.

De theorie is dat motten, nachtvlinders, de nacht gebruiken als bescherming tegen vijanden. Motten zoeken voedsel en met name witte bloemen genieten de voorkeur – die zijn goed te zien. En heldere lamp, veel helderder dan de witte bloem, wordt door de dieren als superbloem gezien. Dus de mot verkiest die, boven de werkelijke bloem. Eind van het liedje is dat de mot sneuvelt.

LED-lampen trekken minder insecten omdat ze geen UV straling uitstoten.

Als de mensheid zou verdwijnen, zou de wereld zich herstellen tot de balans die tienduizenden jaren lang bestond. Als de insecten zouden verdwijnen, dan stort de natuur chaotisch ineen.
Aldus Edward Osborne Wilson, bioloog aan Harvard University

Bronnen

  • Essay The tropical light within, P.J. DeVries, Dept. Biological Sciences, University of New Orleans, New Orleans, LA
  • Artificial night lighting and insects: Attraction of insects to streetlamps in a rural setting in Germany, Prof. Dr. rer. nat. Gerhard Eisenbeis, Institut für Zoologie, Johannes Gutenberg-Universität Mainz
  • Light Pollution Endangers Our Security and Our Safety, Florida Atlantic University, Department of Physics
  • Radar Ornithology and Biological Conservation, Sidney A. Gauthreaux, Carroll G. Belser, 1 April 2003
  • Website International Dark-Sky Association
  • Lawaai, stank en lichtvervuiling in Vlaanderen, Gunther Van Broeck, AGORA 2009-5
  • Lichtvervuiling in de natuur, Vakblad Natuur Bos Landschap, december 2017
  • Tijdschrift Milieu, november 2013, Thema Licht
  • The Myth of Night Light, Linda Chalker-Scott, Ph.D., Extension Horticulturist and Associate Professor, Puyallup Research and Extension Center, Washington State University

Plaats een reactie