Boerenkool

Boerenkool uit Album Vimorin 1883
Boerenkool uit Album Vimorin 1883
Brassica oleracea var. acephala subvar. sabellica, of Brassica oleracea convar. acephala var. laciniata

Boerenkool, krulkool, krolkool, mous (Nederlands); Grünkohl, Krauskohl, Braunkohl, Federkohl , Hochkohl en veel streeknamen (Duits); chou cavalier, chou vert (Frans); curly kale, borecole (Engels)

Recepten met boerenkool vindt u hier.

Merk op dat de bladkolen in het Latijn brassica oleracea var.acephala zijn. Acephala wijst op kop- of kroploze type kool. Boerenkool is er een subvariëteit van, nl. sabellica. De kroeskop. In het Engels wordt onderscheidt gemaakt tussen sluitkolen (cabbages) en bladkolen (kale). Leuk is borecole – is dat uit het Nederlands overgenomen of Afrikaans (boerkool)?


Historie

Westlandse Winter in onze tuin
Westlandse Winter in onze tuin

Bladkolen, dus ook onze boerenkool, zouden afkomstig zijn uit het Midden-Oosten c.q. Klein Azië. Ze staat van alle kolen het dichtst bij de wilde soort. Rond 400 v. Chr. wordt in Griekenland een kroesbladige kool beschreven die later bij de Romeinen als bladkool bekend wordt. Dit zou de voorloper van onze boerenkool zijn. Bij de Romeinen was boerenkool een delicatesse.

Er is nauwe verwantschap met andere bladkolen, zoals bijvoorbeeld palmkool of cavolo nero. Ze zijn in veel recepten uitwisselbaar. Boerenkool is een typische bladkool die in de noordelijke Europese landen een belangrijke wintergroente is [9], dus Nederland, noordelijk Duitsland, Denemarken en Schotland kent haar eigen Scottish Kale.

Wanneer de boerenkool, dus de selectie van de bladkolen met de kroesbladeren, als zodanig is ontstaan, hebben we niet kunnen achterhalen. Er zijn wel veel bladkolen, ook met krullende randen. Zelfs in Rembert Dodoens’ Cruydt-boeck komt boerenkool niet voor – wel bladkolen in zijn algemeenheid.

Vroeger en tegenwoordig is boerenkool verbonden met feestjes en speciale tochten. Zeker de oogstfeesten in het noorden van het land, in de gebieden waar deze groente veel wordt geteeld. Google maar eens op ‘boerenkooltocht’. Het is niet uniek voor Nederland: in Duitsland kent men de Kohlenfahrt.

Nieuwe traditie
Sinds 2015 kent Nederland de Nationale Boerenkooldag die op 24 oktober valt. Of dit een heuse traditie wordt, is nog de vraag. De organisatoren [6] (Albert Heijn en Vezet) koppelen deze datum aan een verzonnen feit: Op 24 oktober 1641 zou ene Geertruida van Staelre in de nacht enkele stronken boerenkool uit een Spaanse legerkamp hebben gestolen. Waardoor boerenkooldorp Warmenhuizen stand kon houden. Leuk verzonnen. De tachtigjarige oorlog duurde tot 1648. Wij hebben niets kunnen vinden over ook maar enig verband tussen de Spanjaarden en Warmetuut (de lokale bijnaam voor Warmenhuizen).

Superfood
Sinds pakweg 2007 is boerenkool bezig met een come-back. Nu als superfood. Het is rijk aan vitaminen en mineralen.


Culinair

Westlandse Winter - foto: Rasbak (Wiki Commons)
Westlandse Winter – foto: Rasbak (Wiki Commons)

Op de allereerste plaats: in de stamppot. Maar bladkool wordt ook in soepen gebruikt. En gewokt.
Het blad wordt gebruikt. Strip het van de bladstelen, dunne bladnerven kunnen gerust blijven zitten. Was het goed (drie maal). Juist in de kroesen van boerenkool huist vuil en beestenboel. Behalve als het al dagen vriest: dan zijn rupsen en spinnen e.d. weggetrokken.
Als u kant en klaar gesneden boerenkool koopt, reken met 200 gram per persoon. Aan de stronk, of hele bladeren, rond de 400 gram p.p.
Kook de kool niet te lang (hooguit een kwartier), anders wordt ze papperig en zwaar verteerbaar.
Boerenkool smaakt beter als de vorst eroverheen is gegaan. Het zetmeel in de bladeren wordt dan omgezet in suikers.

Boerenkool kan ook rauw worden gegeten, fijngehakt in salades bijvoorbeeld.


Bewaren

Aan de plant. Een beetje boerenkool verdraagt -150 C.
Gesneden, in een zak in de koelkast, vijf tot zeven dagen.
Een paar minuten (drie) blancheren, uitlaten lekken en dan invriezen. Dan is het wel een jaar houdbaar.

Voedingswaarde

Per 100 gram rauw:

calorieën49 kcal
water84 gr
eiwitten (proteïne)4,28 gr
vet
koolhydraten8,75 gr
voedingsvezel3,6 gr
suikers2,26 gr
disachariden
mineralenNatrium 38 mg; Kalium 491 mg; calcium 150 mg; magnesium 47 mg; fosfor 92 mg; ijzer 1,47 mg; koper 149 µg; zink 560 µg, mangaan 659 mg; selenium 0,9 µg
Vitaminen:
vitamine A500 µg
thiamine (B1)110 µg
riboflavine (B2)130 µg
niacine (B3)1 mg
pantotheenzuur (B5)91 µg
vitamine B6271 µg
folaten (totaal – B11/ B9)141 µg
cobolamines (B12)0
ascorbinezuur (C)120 mg
vitamine D0
vitamine E (alfa-tocopherol)1,54 mg
Vitamin K (phylloquinone)705 µg
Aminozuren
Lipiden:
Verzadigde vetten91 mg
Enkelvoudig onverzadigd52 mg
Meervoudig onverzadigd338 mg
Cholesterol0

Bevat glucosinolaten, stoffengroep die een positief effect heeft op het tegengaan van kanker.

Teelt

Er wordt herfstteelt en winterteelt onderscheiden. Wij doen winterteelt.

Zaaienbegin juni op een zaaibed
Uitplanteneind juli/begin augustus (plm. 8 weken later)
Als de zaailing niet fraai recht is, kan er diep worden geplant. Kolen wortelen namelijk makkelijk.
Oogstnovember en later; pluk onderste bladeren, die het eerst slecht worden. Op plaatsen waar geplukt is, groeien nieuwe, kleinere blaadjes. Aan het einde van het seizoen ook de kop oogsten.
Zaailingen in perspotjes
Zaailingen in perspotjes

Mulch de grond rond de planten (met bijv. stro) om de grond koel te houden in de warme zomer. Bij lage soorten helpt mulch de bladen schoner te houden.
Regelmatig bijmesten met compost doet goed op armere grond.

Plantafstand: 50 cm in de rij; 50 cm tussen de rijen.

Water: Beperkt water geven. Alleen bij zichtbare droogtestress. Minder water maakt de kool sterker voor de winter.
Een te natte herfst veroorzaakt groeistilstand.


Bemesting

Boerenkool is een iets mindere veelvraat dan andere kolen. Maar toch: zeer veel mest en compost. Om de twee a drie weken wat bijmesten kan geen kwaad – maar niet tè veel

Bodem & standplaats

Boerenkool is de makkelijkste van alle kolen. Ze groeit ook op lichte gronden. De voedingsbehoefte ligt iets lager dan bij andere kolen.
Boerenkool kan wel iets schaduw verdragen.

Rassen

Thans wordt onderscheid gemaakt tussen struikboerenkool (de “echte”) en maaiboerenkool, variëteiten die met name voor de industrie zijn ontwikkeld. Deze hebben amper stam en kunnen worden gemaaid en verwerkt.

Oude (zaadvaste) rassen: Westlandse Winter; Westlandse Herfst; Pentland Brig; Halbhoher Grüner Krauser; Ostfreeske Groenkohl; Vlaamse Paarse Boerenkool; Hoher Roter Krauser (1856, Vilmorin); Ostfriesische Palme (1545, Bremen D); Westfälischer; Vates Blue Curled (1909, USA)
Nieuw(er): Winterbor F1, Redbor F1 (rood – trekt geen koolwitjes aan)

Ziekten en belagers

Muizenvraat aan onze boerenkool (2014)
Muizenvraat aan onze boerenkool (2014)

Als bij andere kolen: witte vlieg, koolvlieg (gebruik koolkragen: stuk asfaltpapier of tapijt op de aarde rond de stam), koolwitjes en dan met name de rupsen. Meeldauw. Knolvoet, een zeer infectueuze bodemschimmel, die verdikkingen aan de wortel(s) veroorzaakt. Tot en met 2007 hebben wij geen significante last gehad van al deze aandoeningen. Tussen de kolen planten we agastache cana (anijsplant) die met zijn typische geur de koollucht moet verdoezelen om zo koolminnende insecten te misleiden. Een enkele keer moeten we rupsen plukken. Dat wel.


Literatuur: [1] Food Plants of the World; [2] Handboek Ecologisch Tuinieren; [3] Planten voor Dagelijks Gebruik; [4] Groente & Fruit Encyclopedie; [5] Wikipedia 22-12-2007/17-12-2016;[6] boerenkool.nl; [7] Cornucopia; [8] The Oxford Companion to Food; [9] Nutzpflanzen, 8. Auflage; [10] Das Lexikon der alten Gemüsesorten; [11] USDA National Nutriënt Database for Standard Reference (mei 2016)

Oorspronkelijke tekst: 22 december 2007.
Bijgewerkt: 17 december 2016

Plaats een reactie

Verschijnt een à twee keer per maand. Met een breed scala aan onderwerpen uit het groenere leven en lekkere recepten.

Kijk in ‘spam’ of ‘reclame’ wanneer u niet binnen een paar minuten een e-mail ontvangt.