Zondag 14 juni 2026 presenteerde Martine Bakx haar boek ‘Fotorecht in het digitale tijdperk’. Het gaat over wat de titel zegt en hoe daarmee in de praktijk wordt omgegaan. Dus over bureaus die het internet afgrazen op zoek naar foto’s die zij in hun portefeuille hebben en waarvoor ze extreme bedragen claimen. Die worden fototrollen genoemd. Bakx heeft haar ervaringen en inzichten voor eenieder te boek gesteld.
We hadden de eer dat de boekpresentatie bij ons was, in de grote tent. Rond de dertig genodigden waren aanwezig. Het aardige ervan was dat iedereen Martine Bakx en haar werk kende, maar dat men elkaar nog niet eerder in levenden lijve had ontmoet. Dat gold ook voor ons.


Het is een schimmige wereld die al flink wat jaren bestaat en waarover zelden iets in de publieke media verschijnt. Op 11 april 2026 heeft het televisieprogramma Kassa daar aandacht aan besteed. Voor zover wij kunnen beoordelen: als eerste.
Het is een spel om eigendom, macht en geld. In de kranten en tijdschriften wordt door journalisten (deels in loondienst, deels freelance) geschreven en er werken meest freelance fotografen. Die laatste groep brengt vaak hun foto’s onder bij een bureau dat hun werk verkoopt.
De rechten van de schrijvende pers berusten vaak bij de uitgevers. Die hebben hun eigen gedrukte uitgaven dan wel websites. Teksten hebben, in tegenstelling tot een foto’s, vaak een eenmalig karakter en worden niet via bureaus verkocht. Of het zijn boeken. Teksten van freelance journalisten berusten soms bij henzelf. Teksten overnemen is schending van het auteursrecht – je mag het niet opnieuw openbaar maken (uitgezonderd het recht op citeren).
Foto’s kunnen in het digitale tijdperk eenvoudig worden gekopieerd. Maar dat mag ook niet. Of wel?
Intimiderende tactieken
Degenen die foto’s verkopen huren externe juridische bureaus (de fototrollen) in. Met behulp van software grazen ze het internet af, op zoek naar vermeende overtreders. En zij dienen dan meteen een absurd hoge claim in. Ze hanteren intimiderende praktijken die doen denken aan maffia. Die claims bevatten vaak een boetebedrag, dat omfloerst een andere titel draagt. In de wet staat namelijk dat er geen boete mag worden opgelegd: de werkelijke geleden schade is het uitgangspunt. Dat wordt nooit genoemd. Er worden bedragen genoemd met het label ‘inbreuk auteursrecht’ en dergelijke.
Volgens ons is het niet in het belang van de media om te berichten over ‘de jacht’ op gebruik van hun creatieve werk (foto’s, teksten) door derden. Vooral omdat intimiderende tactieken worden toegepast. Of dit nu teksten of foto’s is. BNN Vara’s Kassa was daarom uniek.
Er zijn veel mensen die een website onderhouden, die met een fototrol te maken hebben gehad. De constatering van de overtreding kan terecht zijn, soms ook onterecht, maar de claim is exorbitant hoog.
Voor hen die daar vaker – zoals wij, zie helemaal onderaan – mee te maken hebben (gehad), is dit boek. En voor hen die nog geen claim hebben gehad, maar wel foto’s van Internet plukken (creative commons of niet). Omdat de oplage klein is, kost het boek wel wat. Maar bedenk, dat is een fractie van het uurtarief van een advocaat en een schijntje van het bedrag dat door de trol wordt geclaimd.
| Titel | Fotorecht in het digitale tijdperk – Hoe een verouderde Auteurswet leidt tot rechtsonzekerheid en een vals verdienmodel |
| Auteur | Martine Bakx |
| Uitgever | Artoek |
| ISBN | 978 94 9277 9014 |
| Verschenen | 14 juni 2026 |
| Prijs | € 55,00 |
| Verkrijgbaar bij | Koop het bij Martine Bakx of in onze webwinkel |
Een wet uit 1912 die uitgaat van drukwerk. En dat nu in het digitale tijdperk. Dat leidt tot interpretaties en jurisprudentie. In het boek wordt de materie uitgelegd aan de hand van diverse voorbeelden. Hoewel het om juridische zaken gaat, is het best wel smeuïg en goed leesbaar voor de leek. We gaan het boek hier niet inhoudelijk behandelen.
Minstens 10 miljoen per jaar
Uit een nagesprek dat Martine Bakx met enkele gasten had, vangen we op dat een fototrol naar schatting honderdduizend claims per jaar verstuurt. Dat zijn circa 300 per dag, dat is niet extreem, want het gaat bijna volautomatisch: standaard concept dagvaarding, bedrag verzinnen en – hoppa – per e-mail of post de deur uit.
Voor zo’n obscuur bureau is het als met hagel schieten: als pakweg 10% tot iets leidt, verdienen ze 10 miljoen euro per jaar – en dat is een bescheiden inschatting.
Schrikt en schikt
De crux is dat de ontvanger van de claim schrikt, reageert en schikt (betaalt). In militaire kringen zou het shock and awe heten. Degene die een concept dagvaarding met claim ontvangt, is hevig geschrokken, wikt en weegt. Het in de arm nemen van een advocaat kost geld (ca. € 200 per uur) en de kans dat hij een rechtszaak bij de kantonrechter verliest, is redelijk groot – er is immers wel een recht geschonden. En dat is waar de trol op inspeelt.
De werkelijke schade is misschien honderd euro – het bedrag dat x jaar geleden voor de foto had moeten worden betaald – mits men het eigendom heeft – verhoogd met rente. Maar het in de arm nemen van een advocaat kost ook duizenden euro’s. Soms biedt de trol een korting om de belaagde over de streep te halen. Dat lijkt een aardige geste, maar het is quatsch omdat het geclaimde bedrag sowieso veel te hoog is.
Daarom schreef Martine Bakx dit boek. Want, zo luidt de ondertitel: “Hoe een verouderde Auteurswet leidt tot rechtsonzekerheid en een vals verdienmodel.”





Presentatie
We woonden de presentatie van Martine Bakx grotendeels bij en maakten enkele notities, die we hier behandelen. Het kan zijn dat het verkeerd is begrepen – ik ga ervan uit dat Martine Bakx dan wel op dit bericht reageert.
Het is een bijzonder ingewikkelde materie. Martine Bakx kreeg met het fotorecht te maken omdat haar jongste dochter een foto van een plofkip had gebruikt in een blog over de intensieve kiphouderij. Daarop reageerde een fototrol met een stevige claim.
Tijdens haar opleiding tot industrieel ontwerper, had Bakx het vak octrooirecht gevolgd, dus helemaal vreemd was de wereld van het intellectueel eigendomsrecht niet. Zij deed na de ervaring met de plofkip-foto ook een studie Mediarecht. Dat, en ook haar bijstand aan vele door claims getroffen mensen, maakt dat zij een behoorlijk doortimmerde juridische ervaring heeft.
Als Martine over de fotorechten vertelt, dan klinkt alles zo logisch. We leren dat er in de praktijk door bureaus en fotografen al dan niet bewust flink wordt misleid – en met een wet uit 1912 die in het internettijdperk moet worden toegepast, worstelen ook rechters. Dat leidt tot diverse interpretaties en diverse uitspraken.

Originaliteit
Naast eigendom blijkt ook de originaliteit van de foto belangrijk te zijn.
“Is er nog sprake van originaliteit als twee verschillende mensen vanaf Place du Trocadéro in Parijs dezelfde foto van de Eiffeltoren maken?” vraagt iemand. Er zijn duizenden, misschien wel miljoenen mensen die deze foto hebben gemaakt. Die lijken allemaal sterk op elkaar. Nee, het is niet origineel.
Maar ja, de foto van een professionele fotograaf is misschien kwalitatief beter dan die van een toerist. Vakmanschap, kennis, apparatuur. Waar ligt de grens?
Bewijs
Zo kan het voorkomen dat je in 2018 bij bureau X een foto koopt voor, zeg € 35, die je vervolgens onbeperkt mag gebruiken. En dat in 2026 een bureau Y zich – meestal via een extern juridisch bureau: de fototrol – zich meldt met een claim: zij vragen een jaarlijkse vergoeding van € 250 en beweren dat je de foto illegaal gebruikt. Kom daar maar eens uit. De concept dagvaarding met een claim van € 2.750,– ligt voor je. Wat doe je dan, als je geen aankoopbewijs hebt bewaard?
Creative Commons en toch weer niet
Het kan ook zijn dat je bijvoorbeeld – zoals wij doen – een vrij te gebruiken foto download van Wikimedia Commons, die later opduikt bij een bureau en, plotseling, uit het vrije domein is verdwenen. Daar sta je dan met je goede fatsoen.
Maar als jij als fotograaf je foto via Wikimedia Commons aan de samenleving doorgeeft, kan iedereen het downloaden en ermee doen wat ze willen. Zo kan het dus dat een rechtenvrije foto bij zowel Wikimedia Commons staat als bij Getty Images of Alamy of Shutterstock te koop is. Zij verkopen het ‘gevonden goed’ gewoon.

Tip: Als je een foto koopt of download uit het publieke domein (Creative Commons) maak een screen shot waaruit blijkt dat je het mag gebruiken. En bewaar dit voor altijd.
Martine vertelt over big tech. Ondernemingen als Google, Meta enzovoorts hebben met de grote fotobureaus afspraken over het gebruik gemaakt. Zo ontstaat dus (ook) verwarring. Je ziet het niet, maar het is: ‘zij wel en jij niet’. En helemaal lastig is het als bedrijf Y een foto koopt en er ook voor betaalt om de naam van de fotograaf niet te vermelden.
Verkooprechten en eigendomsrechten
Er is een verschil tussen het eigenaar zijn van, in dit geval, een foto en het recht om die foto te verkopen. Bakx vertelt dat grote fotobureaus overeenkomsten hebben waarbij ze elkaars foto’s aanbieden. Als zo’n bureau een fototrol heeft ingeschakeld en die bij jou een claim indient, is het nog allerminst de vraag of dat bureau ook de eigendomsrechten heeft.
“Foto’s mogen verkopen is wat anders dan daadwerkelijk het eigendomsrecht hebben,” aldus Bakx. Als je doorvraagt, komt de trol in eerste instantie met een machtiging, waaruit blijkt dat ze namens het bureau handelen. Maar dat zegt niets. Het gaat uiteindelijk erom waar het eigendom ligt. Een fotograaf kan een bureau best wel het recht gunnen de foto’s te verkopen – maar het eigendom behouden.
Bij fotografen in loondienst van een krant of tijdschrift ligt het eigendomsrecht vaak direct bij de uitgever – dat is iets impliciets bij een arbeidsovereenkomst. Maar bij freelance fotografen kan dat anders liggen. Als zij niet expliciet – in een akte – de eigendomsrechten hebben overgedragen, dan heeft het bureau geen poot om op te staan.
Maar eer je zover bent, heb je al heel wat uren van onderzoek, nadenken en stressvolle, intimiderende correspondentie achter de rug.
Tip: Reageer niet op een claim. Als je namelijk (zoals wij) reageert, denken ze je beet te hebben. Als je niet reageert dan focussen ze op die andere die wel reageert.
Het zijn maar een paar puntjes. In het boek lezen we ook dat foto’s in schoolwerkstukken mogen worden gebruikt, omdat er geen winstoogmerk is. En we zien, al bladerend, nog veel meer interessants.

Onze eigen ervaringen
We hebben een keer of vijf, zes met fototrollen te maken gehad. En dat is ongetwijfeld niet voor het laatst. Op onze site staan veel foto’s. Tot nu toe hebben we wel gereageerd – daar gaan we voortaan anders mee om – en uiteindelijk nooit betaald. Het was stuk voor stuk misleiding:
- Een zaak waarbij de foto ook in het publieke domein stond. Lees dit.
- Een zaak met een foto uit een boekrecensie: een Amerikaans boek is vertaald in het Nederlands en de foto’s zijn dus ‘meegekomen’. Het is gebruikelijk dat in een boekrecensie een afbeelding of twee, drie wordt opgenomen. We vroegen het contract tussen fotograaf en Amerikaanse uitgever, tussen Amerikaanse uitgever en Nederlandse uitgever enzovoorts. Dat konden ze niet geven om privacy redenen. Nonsens, het zijn zakelijke overeenkomsten. Maar daarna niets meer vernomen.
- Een zaak van een foto van een VOC-schip. Onze eigen foto toonde gelijkenis met die van de claim, maar was toch ietsje anders.
- Een zaak rond een foto in een boekrecensie die meer dan tien jaar oud is – een interessante casus, het bureau Sucré Salé SAS had helemaal het recht niet. Lees dit. (Zo kwamen we in contact met Martine Bakx.)
- Een foto die we van Alamy zouden hebben gebruikt – ware het niet dat we de afbeelding zelf uit de vrij te downloaden pdf van een oud boek hadden overgenomen. Hiervoor kregen we claims van een Belgisch bureau en ook van een Deens bureau….
- Geen foto, maar wel een auteursrechtenzaak die we in hoger beroep ‘wonnen’. Deze uitspraak is niet terug te vinden op rechtspraak.nl, wat vreemd is, want deze uitspraak is, zo leerden we, behoorlijk bekend in het veld van intellectuele eigendomsrechten. Lees dit.

Ik op mijn beurt voelde me vereerd dat ik op jullie mooie locatie mocht komen! Bij lotgenoten dus: een jarenlange strijd tegen trol CozzMoss van De Persgroep. En ook herkenbaar: een uitspraak die niet is gepubliceerd terwijl die zo belangrijk is. Dat zag ik vaker: arrest Erfgoed Leiden bijvoorbeeld, waar uiteindelijk €60,- schadevergoeding is toegewezen voor de 25 ansichtkaarten…
Kleine aanvulling:
1. Dat trollen zaken winnen komt niet doordat er ‘immers wel een recht is geschonden’ maar dat een trol stellingen niet hoeft te bewijzen in civiel recht. Dus als je niet naar bewijs van eigendom of het gevorderde tarief vraagt… Bovendien dagen trollen alleen makkelijke slachtoffers.
2. Een foto op Wikimedia blijft daar ‘eeuwig’ staan. Dus daar hoef je geen screenshot van te maken. Probleem zit bij foto’s die na verloop van tijd verdwijnen of waar de licentievoorwaarden wijzigen.
3. De discussie of er auteursrecht rust op een foto betreft niet alleen creativiteit/originaliteit, maar ook of er nog een uitsluitend (exclusief) recht op zit. En dat is voor een foto die via Google te vinden is onduidelijk. Vroeger sprak je een oplage af, nu is dat een licentie om de foto op het openbare internet te zetten: onbeperkt in aantal views. En dan is het vertonen op internet dus geen exclusief recht meer.
4. Tot slot. Het was de foto van de legbatterij! Niet die van de plofkip. Daar heb ik de maker niet meer van kunnen achterhalen. Misschien dat ie zich nog meldt 🙂
Zo zie je maar weer, Martine bulkt van de kennis.