De lange weg Van Akker naar Bos

Van Akker naar Bos - brochure Op 28 november 2015 was er bij hogeschool Van Hall Larenstein in Velp de afsluitende conferentie Van Akker naar Bos. Noem het agroforestry, noem het voedselbos, bostuinen, noem het Eetbare Siertuin (zoals wij) of polycultuur. Het hoeft geen bos in de letterlijke zin te zijn. Het gaat er om dat we op een andere manier, met respect voor en samen met de natuur, voedsel moeten verbouwen. Want zoals het nu gaat, gaat het onherroepelijk mis. Doch er is om de gangbare landbouw te veranderen nog een lange weg te gaan.


Onderaan dit artikel bengelt een Youtube-filmpje met ShepardDe dagen voor de 28ste waren er al diverse workshops met Mark Shepard – Amerikaanse boer die op andere, eigenzinnige wijze een zeer productief natuurlijk agrarisch bedrijf van 43 hectare voert. De organisatie had hem als lichtend voorbeeld naar Nederland gehaald. Want zijn manier van boeren, dat moet hier toch ook kunnen? (Zie zijn boek Herstellende Landbouw.) De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Shepard voor de meeste aanwezigen weinig echt nieuws vertelde. Hij past kennis en inzichten op een andere manier toe en, zo moeten we geloven, met succes. En succes appelleert natuurlijk wel aan ons gevoel: hij is een Leitfigur.

De boodschap van Shepard

Het "bos" en de lanen van Shepard.
Het “bos” en de lanen van Shepard.
Alley cropping uitgelegd.
Alley cropping uitgelegd.

De boodschap van Shepard is: Kijk naar de grond en het landschap. Bomen groeien overal. Zie wat er nu al groeit en wat er (dus) kan worden geteeld. Maar voeg geen mest of compost toe.
Zelf plant Shepard op zijn New Forest Fram bomen en heesters in rijen. In de tussenliggende open ruimte verbouwt hij eenjarige groenten. Dat levert snel inkomsten op. Hij noemt dit alley cropping (PDF) – kan als laanteelt worden vertaald. 
Later dragen de bomen en heesters voldoende vrucht. Want eenjarige groenten zijn in zijn ogen maar sissies. Het gaat uiteindelijk om vaste planten: bomen, struiken en kruidachtige gewassen.

Volle zaal in de kapel van VHL
Volle zaal in de kapel van VHL

Zijn systeem is zo ontworpen dat hij met grote machines kan werken.  Dus enerzijds stimuleert hij de biodiversiteit door principes van permacultuur toe te passen en anderzijds is het de grote aanpak; gebruik van machines en de noodzaak om de productie te kunnen maken

. Tussen de bomen en de akkers houdt hij varkens en vrij lopende kippen. Die bestrijden ongewenste planten en insecten en bemesten de aarde. Wat hij en zijn collegae in een coöperatie doen, is dus gewoon groot. Tja, het is Amerika, hè.


Diepe kloof

Van akker naar bos - Foppen
Ruud Foppen van SOVON luidt de alarmbel.

Er heerst een diepe kloof tussen de traditionele monocultuur, zoals die in Nederland wordt bedreven, en Shepard en zijn volgelingen prediken

.

Kort samengevat:
De monocultuur-landbouw zoals die tijdens de Groene Revolutie

pas goed is ontstaan, en waarmee we nu leven, is fnuikend voor de natuur en ons welzijn. We wonen de aarde uit. Nederland loopt al achterop met het verminderen van de CO2 uitstoot, maar als het gaat om verlies aan biodiversiteit zijn we koploper. Deze conferentie  Van Akker naar Bos vormt een schril contrast met de zelfgenoegzaamheid die op 1 oktober tijdens Het Geweten van Eten door o.a. Albert Jan Maat (voorzitter LTO Nederland) en Roelof Joosten (ceo FrieslandCampina) werd tentoongespreid. Tijdens die bijeenkomst bleek ook dat biodiversiteit bij de boeren zo’n beetje het aandachtspunt op de allerlaagste plaats is. Sociale cohesie, dus omgang met de omwonenden, medemens, scoorde nog lager.


Weg met het Wagenings dogma!

Dit plaatje toont de effectiviteit (voedingswaarde voor de mens) van de landbouw in de wereld.
Dit plaatje toont de effectiviteit (voedingswaarde voor de mens) van de landbouw in de wereld.

We moeten af van het hardnekkige Wageningse dogma dat ‘we’ in 2050 9 miljard mensen moeten voeden. We, in dit kleine land, hebben niets te moeten en bovendien wordt er al in de wereld voor ruim twaalf miljard mensen voedsel geproduceerd. Het gaat dus om geld. Niet om voedselproductie. Wel om macht en herverdeling van welvaart. (Lees dit).
En waarom zijn we er zo trots op dat Nederland de tweede agro-exporteur ter wereld is? Het is voorwaar een prestatie. Maar met een zware tol. De Nederlandse boeren kunnen nauwelijks het hoofd boven water houden en moeten meer, meer, meer produceren om enig inkomen te genereren. En dat trekt op haar beurt een zware wissel op het milieu. Toepassing van bestrijdingsmiddelen en een dermate dichte teelt dat er geen insect meer leeft en vogel meer tussen de graanhalmen kan landen.

Onze enorme zuivelproductie (80% is voor export) leidt tot armzalige weiden met Engels raaigras die zes keer worden gemaaid. Geen weidevogel houdt stand – o ja, dat is wel een walhalla voor de grasetende ganzen. De grauwe gans is de enige die in aantal toeneemt – en ‘dus’ moet die worden bestreden. Bovendien is het argument dat in 2050 70% van de wereldbevolking in de steden woont, een selffulfilling prophecy: als wij met goedkope producten de lokale boeren het bestaan onmogelijk maken, trekt men naar de stad. Felix zu Löwenstein heeft in zijn boek Food Crash (niemand wil dat vertalen, een zelfde lot als Silent Spring, lijkt het) geschetst hoe het dumpen van goedkope Westerse voedingswaren lokale initiatieven in Congo of Haïti de nek heeft omgedraaid.


Gemengd oud grijs en jong publiek

Zes keer per jaar wordt dit gemaaid. En stront uitgereden. Engels raaigras. Een dode weide.
Zes keer per jaar wordt dit gemaaid. En stront uitgereden. Engels raaigras. Een dode weide. Alleen ganzen houden van dit eiwitrijke gras. En die worden vervolgens als schadedier betiteld.

Het congres werd goed bezocht; er was ongeveer een gelijke verdeling tussen oud grijs (zij die later tot inzicht zijn gekomen) en jong (zij die te vuur en te zwaard de wereld willen verbeteren).
Maar waar Shepard het heeft over een andere manier van landbouw – wat dus boeren met vele hectaren zou moeten aanspreken – is het overgrote deel van het publiek bezig met of geïnteresseerd in permacultuurtuinen, stadslandbouw (wat er ook onder mag worden gerekend) en ‘voedselbossen’. 
Wat Shepard vertelde ondersteunde in het meest gunstige geval dus de hoop op verandering door een bevestiging van bestaande ideeën – alleen is zijn schaal vele hectares en spreken we in Nederland, zeker onder de bezoekers, over veldjes.
Shepard had moeten spreken op Het Geweten van Eten.


We zijn een export-obees land

Index
1990: 100
2015: 50
“Slechts” de helft.
Dit betekent dat we
300 miljoen vogels kwijt zijn.
Tijdens het Geweten van Eten maakten we kennis met de Stichting Veldleeuwerik. Een welgekozen naam, die direct sympathie opwekt, maar is ook een vorm van window dressing of green washing door de grootindustrie. Want onder de deelnemende partijen bevinden zich de chemiereuzen als Syngenta, Bayer en BASF. Alleen wel een beetje sneu dat de veldleeuwerik inmiddels bijna is uitgestorven.
Dat vertelde Ruud Foppen van SOVON in een vlotte presentatie. SOVON maakt geen beleid, maar onderzoekt. Zo stelt ze voor de Europese Commissie de Farmland Bird Indicator of Index vast.
Voor pakweg 75 soorten loopt het aantal sterk terug. En Nederland doet het veel slechter dan andere EU-landen. Dat geldt met name de akker- en weidevogels. De veldleeuwerik is de grootste verliezer. We hebben nog 3% over van wat we ooit hadden. Dat betekent één miljoen minder.
“We zitten bij de meeste soorten met de laatste 5%,” zegt Foppen. De oorzaken zijn bekend: intensief landgebruik en er is geen voedsel meer voor de vogels en niet in de laatste plaats de bestrijdingsmiddelen. De neonicotinoïden doden veel insecten, die op hun beurt vogelvoer zouden moeten zijn (Lees dit).

“Er is een duidelijke correlatie met de opbrengst per hectare en de achteruitgang van de vogelstand.” Als tweede grootste agrarische exporteur ter wereld betalen we dus een hoge tol.
Voor Foppen is het duidelijk. Het inzaaien van akkerranden is een lapmiddel. Het gaat om miljoenen vogels.
“Er is een radicale ommezwaai in de landbouw nodig,” zo besluit hij. “We zijn een export-obees land. Dat is ongezond.”


De geest van de plek

Parallelsessie Estetisch....
Esthetische kansen en waarden van voedsel(productie)bossen

Tijdens een van de parallelsessies bezochten we die met de titel “Esthetische kansen en waarden van voedsel(productie)bossen.” Gabrielle Bartelse is docent landschapsarchitectuur aan de WUR. Samen met studendent heeft ze bekeken hoe het Spiegelbos (anno 1959) in Park Lingezegen, omgezet kan worden in een voedselbos. Pikant detail was dat dit in een van de workshops in de dagen voor het congres, het tot een kleine confrontatie met Shepard leidde. Bartelse en haar studenten wilden een dijk op gaan om een en ander in ogenschouw te nemen. Shepard vond dat nonsens en wilde meteen het bos induiken. Iets soortgelijks hebben wij zelf meegemaakt met het ontwerp van onze Eetbare Siertuin. Buro Harro en permacultuur-mensen konden niet samenwerken. Lees dit.

Het lichtende voorbeeld. In het Amazonewoud van Ecuador.
Het lichtende voorbeeld. In het Amazonewoud van Ecuador.

“Wij hanteren een holistische benadering,” aldus Bartelse. “Er zijn veel peilers waarop een ontwerp wordt gebouwd. Schiet je door in één, dan gaat het uiteindelijk mis.”
Men gaat, net als Shepard, niet uit van een tabula rasa (onbeschreven blad – wat veel projecten wel zijn: eerst alles weghalen, ploegen en vlak shuiven) maar van de genus loci, de geest van de plek. “Maar er is een verschil. Shepard bezit een heel groot stuk grond met ecologische gradiënten. Dat is onvergelijkbaar met Nederland. Voor iets als het Spiegelbos is ook de beleving voor de mens belangrijk.”
De vraag blijft of productie met een tot voedselbos omgevormd Spiegelbos economisch haalbaar is. Wie gaan straks in dat bos plukken? Shepard heeft zijn terrein ingericht op het gebruik van machines. Dat kan niet in het Spiegelbos. Arbeid wordt dus de kostenpost. Maar daar staat tegenover dat er niet geïnvesteerd hoeft te worden in tractors en andere machines, er niet hoeft te worden geploegd, niet gezaaid en niet bemest. Dat scheelt geld en tijd.
Waarmee duidelijk wordt dat ook dit een andere benadering dan in de traditionele landbouw vereist.


De natuur is een systeem

De waarden van permacultuur versus traditioneel.
De waarden van permacultuur versus traditioneel.

Later op de dag was er een plenaire spreekbeurt door emeritus hoogleraar dr. ir. Eric Goewie. Hij vertelde hoe hij van student plantkunde en bestrijdingsmiddelen – omdat hij als jeugdig mensch toentertijd dacht dat de honger in de wereld kwam door ziekten en plagen – veranderde in de eerste hoogleraar ecologische landbouw aan de WUR. Hij zag in India, bij de rijstteelt, wat bestrijdingsmiddelen aanrichtten. 

Goewie maakte duidelijk hoe vroeger circulaire landbouw werd bedreven en dat de Groene Revolutie er een lineair proces met een technocratische benadering van heeft gemaakt. Elk teeltprobleem wordt geïsoleerd en er wordt een oplossing voor gezocht. Onderwijl wordt de grond uitgewoond. Dit vereist veel onderzoek voor een steeds hogere productie.

Goewie presenteert.
Goewie presenteert.

“Wageningen benadert elk deel van het proces als een systeem op zich. Maar de hele natuur, de hele cyclus is een systeem,” aldus Goewie. “Alles heeft een ordening. Levensprocessen boven de grond, maar net zo goed in de bodem.”
De thans opkomende bio- of ecologische landbouw keert weer terug naar de natuurlijke cyclus. Goewie heeft het erover dat men vroeger en sommige volken nog steeds aan zogenaamde zwerflandbouw doen. Niet onwillekeurig moeten we denken aan ons bezoek aan de Kichwa in de Amazone van Ecuador. We liepen met twee vrouwen het oerwoud, achter hun huis, in. Over een smal glibberig paadje. Ze plukten wat ze nodig hadden. Ergens liepen kippen los. En ze trokken casave uit de grond, kapten met hun machete stekken van de stelen en staken die willekeurig weer in de aarde. Niets systeem. Dit is een voedselbos. Deze mensen behoren niet tot de 9 miljard, maar vallen wel buiten ons beeld van (Westerse) landbouw.


De bullshit van Shepard

Mark Shepard wacht tot hij op mag komen.
Mark Shepard wacht tot hij op mag komen.

De afsluitende presentatie van Mark Shepard betrof zijn eigen Amerikaanse bedrijf. 
In zijn systeem met rijen bomen (kastanje, hazelnoten, appels e.d.) probeert hij de aanwezige natuur te imiteren. Tijdens een van de workshops had hij tegen een volgeling gezegd, die ter plekke opmerkte dat de bodem erg arm was, dat bomen overal groeien en de grond niet belangrijk was. Het kwam wat schofferend over. Zo van: Dom wicht!
In zijn presentatie staafde hij dit door dia’s van bomen op onmogelijke plekken te tonen.

Maar eigenlijk vinden we dit wel een beetje bullshit – om een gevleugelde Amerikaanse term voor nonsens te gebruiken. Natuurlijk groeien overal wel planten, dus zal er, als je er een voedselbos van wilt maken, straks ook wel wat groeien. Maar je moet terdege naar de grond kijken om te bepalen wat je redelijkerwijs kunt zaaien en oogsten. Zeker als je, zoals Shepard zegt, de eerste tijd geld moet genereren met sissies (eenjarige groenten).
Elke redelijk opgeleide hovenier weet dat je naar de grond, naar de habitat moet kijken. Ecosystematisch, noemt Cor van Gelderen van Esveld dat.

In zijn presentatie zegt Shepard zelf ook dat je naar de natuur moet kijken: Wat groeit er? En hij teelt in zijn alley cropping ook zonnebloemen, granen en asperges. En hij vertelt dat hij klaver als stikstofbinder zaait. Kortom, hoezo niet op de grond letten? Want, hoeveel eenjarig eetbaars is er te telen op met mos bedekt wit zand?
Natuurlijk, wat Shepard heeft gepresteerd is geweldig. Wat ons betreft vele malen beter dan de Oostenrijker Sepp Holzer, waar iedereen een paar jaar geleden achteraan holde. Maar we moeten wel met de pootjes op de grond blijven.
En ach, feitelijk is het niets nieuws. Zelfs de boeren met monocultuur weten dat. Een boer op de Zeeuwse klei teelt andere gewassen – en zeker geen asperges of schorseneren – dan een boer op zanderige grond Limburg of in Drenthe.
Vandaar dat we dit onderdeel een beetje bullshit van Shepard noemen. 

Links

https://carbonfarmingcourse.com/workshops/restoration-agriculture
https://www.organicvalley.coop/
https://wppresearch.org/
https://www.savannainstitute.org/

 

 

Een reactie plaatsen

Verschijnt een à twee keer per maand. Met een breed scala aan onderwerpen uit het groenere leven en lekkere recepten.

Kijk in ‘spam’ of ‘reclame’ wanneer u niet binnen een paar minuten een e-mail ontvangt.