Hiep, hiep, Hypernatuur!

Dit is bovennatuurlijk. Cor van Gelderen heeft een schier onmetelijke plantenkennis. In dit boek deelt hij zijn visie op wat mooi is en met bijzondere plantcombinaties. En dat alles ingebed in prachtige foto’s van tuinen, parken, planten. En hoe maak je je eigen hypernatuur?

In zijn woord vooraf verontschuldigt Van Gelderen zich. Ja, hij kan ook genieten van prachtige natuur, maar hij wordt vaker geraakt in tuinen en parken. “Daar waar de mens zijn best had gedaan om een bijzondere natuur te scheppen, een hypernatuur.” Om meteen daarna te zeggen dat dit nogal wat vraagt van de ontwerper en tuinier. En daar draait dit boek om. Het is geen hoogdravende abracadabra, integendeel, Cor legt het zo uit dat je morgen je tuin wilt aanpassen 🙂

Voor wie Cor van Gelderen niet kent: hij is de man van Plantentuin Esveld in Boskoop. Daar kweekt men al generaties lang bijzondere planten, heesters en bomen, daar is de nationale collectie acers en nog een aantal.

Cor wordt steeds vaker gevraagd een tuin of landschap te ontwerpen. Hij heeft ons in 2011/2012 geadviseerd bij het inrichten van de Eetbare Siertuin. (Hierdoor kan deze recensie niet meer objectief zijn – sorry.) Door zijn onnoemelijke kennis, weet hij ook welke planten de laatste tijd – ten onrechte – uit de gratie zijn, of er zelfs nooit zijn gekomen.

Ecosystematisch

Cor is ook de man van het woord ecosystematisch. Dat had hij in 2015 bedacht (lees dit).
“Je moet de juiste planten voor de juiste omstandigheden kiezen en zodanig combineren dat ze in natuurlijke harmonie kunnen samenleven. En als je dan ook weet wat de eetbare en/of nutsaspecten van planten zijn is het allemaal niet zo moeilijk als vaak wordt voorgespiegeld,” noteerden we in ons artikel over voedselbossen. Dat staat ook, in andere woorden, in dit boek.
Wij bezochten hem midden maart 2020 en hij vertelde vol vuur over ‘de natuur als leidraad’. En dat hij fan geworden is van de hydrangea (hortensia).

Voor mij staat een plant nooit op zichzelf, maar maakt deze deel uit van een groter geheel – een leefgemeenschap waarin ruimte is voor andere planten en dieren.

Cor is een verteller. Een bovenmeester. Het boek heeft wel wat van een serie lessen, met als eerste: de zin van Latijnse namen. En, zoals het een meester betaamt, hij schuwt ook niet om bepaalde populaire planten in de hoek te zetten. De plantenwereld is net zoals de samenleving; een onderscheid tussen inheemse en uitheemse gewassen is hem een biet.
De plantenkennis van Cor van Gelderen is vele malen groter dan de onze, dus rest ons uiteindelijk nederige bewondering. Het boek leest heel prettig en is rijkelijk voorzien van prachtige foto’s. Fraai uitgevoerd, zowel qua formaat als dikte van papier.

TitelHypernatuur – Planten met het oog op de toekomst
VanCor van Gelderen & Wouter van der Tol
UitgeverNoordboek | Hlbooks
ISBN978 90 561 561 21
Verschenenmei 2020
Prijs € 35
Verkrijgbaar bijKies voor de boekhandel van steen en cement. En àls je een webshop prefereert, kies dan deze.
Dat is vlakbij ons – in Heveadorp in onze fraaie Gemeente Renkum

Opzet boek van het boek

De opzet van het boek is weloverwogen. Via eerste ideeën en bespiegelingen worden we de plantenwereld ingetrokken die uit twee groepen bestaat: zij die best wel in de schaduw willen verblijven en zij die liever het zonnige verkiezen.

Veel planten passeren de revue. Ze zijn door Van Gelderen van een toepasselijke beschrijving voorzien. Zoals bij Papaver (klaproos): “Ze storten namelijk nogal gemakkelijk in na de bloei, vroeg in de zomer. En dan?”
Ja, en dan begint, veel verderop in het boek, na heel veel planten en foto’s, het ontwerpen – welke keuzes maak je? Papaver of niet? 🙂

Schreef ik hiervoor plantenwereld? Sorry, dat moet specifieker: Cor’s plantenwereld, waarbij zelfs zijn jeugd een rol speelt. Hij noemt zichzelf een polderjongen. Maar gelukkig ging Cor vroeger met de familie naar het Deelerwoud.

Het is allemaal zo leuk: Hij heet Van Gelderen en wij wonen in Gelderland. Maar ik heb 1981 -1985 in Boskoop gewoond, in een kleine dijkwoning aan het Noordeinde; we keken ver over de polder uit naar Moerkapelle en Zoetermeer – niet dat ik toen Cor daar zag lopen. Maar het had gekund (…) En nu wonen we niet te ver van het Deelerwoud.

Het opdelen van de planten in slechts twee groepen is niet onverstandig. Want eigenlijk zijn er geen scherpe scheidslijnen te trekken tussen zon, half-schaduw, schaduw en diepe schaduw. We ervaren vrijwel dagelijks dat planten het doen in tegenstelling tot ‘hetgeen in beschrijvingen staat’ – en helaas ook andersom.

Een blok kent een twintigtal bladzijden overwegingen en prachtige foto’s en daarna een plantenlijst (al naar gelang van toepassing: bomen en struiken, vaste planten, varens, bollen en knollen, bamboes en grassen). Die is op ietwat grijzer, grover ogend papier gedrukt  Per plantensoort een korte bespiegeling waarbij de interessante rassen c.q. cultuurvariëteiten worden genoemd. Soms wordt eetbaarheid aangegeven. Achterin het boek staat een immense tabel – op Latijnse naam gesorteerd – waarbij allerlei eigenschappen per plant zijn aangegeven. Ook een kolom met Eetbaar ja/nee/soms.

In de schaduw van het bos

“Niet dat mijn oma nou zo’n keukenprinses was, maar de lol van lekkere dingen zoeken in het bos was onbetaalbaar. Dan waren we echt deel van de natuur. Althans, dat vond ik.”

‘In de schaduw van het bos’ heet het eerste. Daarin gaat het ook over arboreta, bostuinen, jungletuinen en dierentuinen. Zoals bij Avifauna, waarbij rekening moet worden gehouden met apenstreken. Er wordt aan tuinen en natuur in binnen- en buitenland gerefereerd.
Tot ons plezier staat hier ook een afbeelding van het azalealaantje op de Duno bij Heveadorp bij. Deze is ook vermeld achterin het boek, bij de ‘Te bezoeken tuinen’.

Tuinontwerpers zijn zonaanbidders

‘Aan de zonnige kant’ speelt natuurlijk de soortkeus een rol. Houtig heeft de voorkeur, planten met weke stelen en zacht blad hebben immers meer vochtige grond nodig.
“Veel moderne tuinontwerpers zijn zonaanbidders” aldus Van Gelderen en: “Misschien is de populariteit van prairietuinen ook wel het gevolg van de verstedelijking van de wereld. De voortgaande ontbossing en de grootschalige migratie van plattenland naar de stad maken ons ontvankelijker voor beplantingstypen waarin bomen een ondergeschikte rol spelen.”
Hij doelt duidelijk niet op de inheemse bewoners van het Amazonewoud, maar op de Nederlandse jeugd die wegtrekt uit de polder naar de stad. Een interessante visie, zullen we maar zeggen.
Het gaat over grassentuinen, heesters, danktuinen (die haast per definitie in de zon liggen), graveltuinen en gewoon, zonnige borders. En ja, hij wordt genoemd: Piet Oudolf – die trouwens ook een lovend woord op de achterkant van het boek heeft geschreven.
De zonnige plantenlijst bevat enkele soorten die we ook wel graag in onze Eetbare Siertuin willen zien.

Hoe ontwerp je een tuin?

Zo heet het laatste hoofdstuk – of deel, zo je wilt. Als iedereen dat zou kunnen, had je geen tuin- of landschapsarchitecten meer nodig. Dus goed opletten bij deze les 🙂

Cor van Gelderen vertelt hoe hij dat aanpakt. Hij beseft dat hij kweker is, dus “Ik geef daarbij misschien buitenproportioneel veel aandacht aan de beplanting van de tuin.”
Want een tuin heeft natuurlijk een functie en ligt op een plek met bepaalde eigenschappen. En wellicht wil je croquet spelen. In dit deel combineert Van Gelderen alle overwegingen. Soms heel belangrijke, die men misschien over het hoofd zou zien; de bijzondere omstandigheden.
En uiteindelijk sta je – of staan jullie – voor de keus: Wat gaat het worden?
Een vraag waarop niet makkelijk is te antwoorden. Misschien dan: Welke tuinstijl past bij mij? Hierbij geeft Van Gelder een vijftal opties in foto’s.  Uiteindelijk geeft hij zijn eigen tuin prijs – overwegingen en ontwerp met beplantingsschema. Je kunt ‘m zo kopiëren, maar ook hier spelen de omstandigheden een rol: Cor woont in Boskoop en zie ik op een foto water? Er is veel water in dat gebied.

“Dat is de schoonheid van het tuinieren, niets blijft zoals het was. Alles verandert.”

Dat kunnen we beamen: onze Eetbare Siertuin is acht jaar later best wel (een beetje) anders.


Hypernatuur in een megatabel

Het boek sluit af met een enorme tabel met zo’n 260 planten (bomen, heesters enzovoorts) op Latijnse naam. In elf kolommen staan kenmerken als ‘habitus’ (bijvoorbeeld ‘even hoog als breed’), ‘standplaats’, ‘grondsoort’, ‘eetbaar’ (ja/nee/soms), ‘jungle’ en de locatie in het boek waar deze plant is beschreven. Z106 is deel ‘zon’, plant 106. Kaapse knoflook. Eetbaar. (Ai, die hebben we niet in onze tuin.)

Daarna een normale verwijsindex en een overzicht van de ‘Te bezoeken tuinen’. Dat zijn er veel in de Angelsaksische wereld. En helaas een lijst met ‘Helaas niet te bezoeken’ tuinen, waaronder die van Cor van Gelderen zelf. Maar zijn tuin kunnen we namaken aan de hand van het ontwerp op pagina 231.

Het slotwoord is van de fotograaf, Wouter van der Tol. Hij en Cor zijn echte jeugdvrienden, zo blijkt. “We deden spelletjes, speelden met zijn trein – hij had een echte Märklin – en we speelden buiten.” Märklin, nog een overeenkomst. Net als planten en tuinen zijn bepaalde zaken uit je jeugd onuitwisbaar.

Dat de caragana – erwtenstruik – niet eetbaar is, is een kleine omissie. Caragana arborecens is zeer eetbaar. Van het blad kan blauwe verf worden gemaakt en het schors is zodanig vezelig dat het geschikt is voor touw.

Plaats een reactie