Over de nieuwe EU-zaadwet en patenten

Het zijn op het vlak van cultuurgewassen, zoals groenten, spannende tijden voor de biodiversiteit. Het spektakel over de nieuwe EU-zaadwetgeving duurt al enkele jaren en lijkt niet goed af te lopen. Net als het verbod op het verlenen van patenten op gewassen, dat toch gebeurt.

Leestijd: 9 minuten

Inhoudsopgave

Wij, vrolijke moestuiniers, bewaarders van de biodiversiteit, staan er amper bij stil. Zoals dat zo vaak gaat met nieuwe wetgeving: het voortraject is dusdanig langdurig en complex dat velen onderweg afhaken. En dan is het vaak zo dat de effecten van nieuwe regels en wetten pas worden opgemerkt als ze in werking zijn getreden.

Dit artikel is een samenvatting en enige uitwerking naar aanleiding van een enkele berichten die we de eerste week van mei 2026 ontvingen. Hebben de bezorgde organisaties die ze verstuurden gelijk? Of valt het allemaal wel mee? We weten het niet. Doch het mag ons er niet van weerhouden dit te delen.

Nieuwe EU-Zaadwetgeving

We hebben eerder geschreven over de bizarre ontwikkeling rond wat een nieuwe EU-zaadwet moet worden. Zie dit (voor de volgorde in de tijd ajb op de datum van het bericht letten).

Buitensporige bureaucratie

Op 22 april 2026 vond dan de, lang van tevoren aangekondigde, trialoog over deze wet plaats: het overleg tussen het EU-Parlement, de Raad van Landbouwministers en de EU-Commissie. En de uitkomst daarvan belooft niet veel goeds, als we de berichten moeten geloven.
Aan het vrij delen van zaad ter behoud van de diversiteit van landbouwgewassen kan binnenkort wel eens een einde komen. Er dreigen beperkingen en een buitensporige bureaucratie, die ten koste gaan van boeren, tuinders en consumenten. De EU lijkt de diverse vormen van landbouw over één kam te scheren.

Volgens het nu voorliggende wetsvoorstel mogen zaadbedrijven onbeperkte hoeveelheden zaad doorgeven voor veredelings- of onderzoeksdoeleinden. Tegelijkertijd moeten allerlei instellingen die zich inzetten voor het behoud van natuurlijke genetische diversiteit aan strenge voorwaarden voldoen. Dat geldt ook voor kleine boeren en tuinders als zij zaden onderling willen uitwisselen. Oei! Misschien geldt voor ons dan wel een noodgedwongen stop met met het vermeerderen van oude rassen.

Het ingediende wetsvoorstel kan gezien worden als een aanval op de biodiversiteit! De invloed van de zaadmultinationals is duidelijk merkbaar: terwijl de momenteel nog geldende regelgeving al zeer bedrijfsvriendelijk is.

Het Oostenrijkse Arche Noah zet zich namens diverse zaadorganisaties uit heel Europa in voor een betere nieuwe EU-zaadwetgeving; een die de biologische diversiteit bevordert – of op zijn minst niet tegengaat.

EU-patentwetgeving

Het navolgende is een bewerking van het bericht dat No Patents on Seeds! op 4 mei 2026 stuurde. De Europese zaadwetgeving wordt aangepast, maar ook het patenteren van zaad en gewassen is een belangrijk iets dat grote consequenties kan hebben voor de biodiversiteit. Want als natuurlijke genen worden gepatenteerd – eigendom worden van een zaadbedrijf – dan blokkeert dat de aanpassing van gewassen aan milieu en klimaat.

Geen patenten? Toch wel!

Op planten die ontstaan door middel van klassieke veredeling, mag geen patent/octrooi (deze woorden hebben dezelfde betekenis) worden verleend. Dat had de EU in 2017 duidelijk gemaakt door wijziging van de regels van het Europees Octrooiverdrag (EOV). In de praktijk blijkt echter dat het Europees Octrooibureau – European Patent Office (EPO) – dit verbod consequent omzeilt.

Het EPO verleent patenten op natuurlijk voorkomende genen. Ook de planten die deze genen in hun erfelijk materiaal dragen, vallen onder het toepassingsgebied.

Het resultaat is dat precies datgene wordt gepatenteerd wat door het octrooirecht is uitgesloten.

“Natuurlijk voorkomende genen worden ontdekt in bestaande rassen of in wilde planten. Deze kunnen vervolgens als markergenen om de gewenste planten te selecteren. De octrooien hebben betrekking op de genen en het gebruik van de betreffende planten voor veredeling. En in sommige gevallen heeft dit ook consequenties voor de oogst”, aldus Christoph Then van No Patents on Seeds.

Dit wordt vooral duidelijk in het geval van een octrooi (EP35603304) dat het bedrijf KWS heeft verkregen op klassiek gekweekte maïs met een verbeterde verteerbaarheid. Dit is het eerste octrooi dat in 2022 werd verleend nadat de nieuwe regel (van geen recht op patent) van kracht was geworden. Het octrooi omvat natuurlijk voorkomende genen en de planten die met behulp van deze genen zijn geselecteerd. Het octrooi omvat zelfs alle maïsplanten die de beschreven kenmerken hebben, voor de productie van diervoeder.

„Ondanks de uitdrukkelijke wens van de EU om deze octrooien te verbieden, valt te vrezen dat er de komende jaren honderden octrooien op conventioneel gekweekte planten worden verleend. Daardoor wordt de biologische diversiteit, die onmisbaar is voor het kweken van planten met resistentie tegen ziekten en aanpassing aan klimaatverandering, belemmerd of zelfs geblokkeerd. Dit raakt vooral kleine en middelgrote veredelingsbedrijven, ook al willen deze helemaal geen gebruik maken van genetische manipulatie. En ook de landbouw wordt getroffen”, zegt Dagmar Urban van Arche Noah, die deel uitmaakt van de internationale coalitie van No Patents on Seeds! (Nederland wordt daarin vertegenwoordigd door Oxfam Novib, waarbij – vermoedelijk – de positie van de kleine boeren in minder bedeelde landen een rol speelt.)

De slager keurt zijn eigen vlees

In november 2025 heeft het EPO het bezwaar van No Patents on Seeds! tegen het octrooi van KWS afgewezen. Inmiddels heeft No Patents on Seeds! beroep aangetekend tegen deze beslissing van het EPO. Maar dit octrooi is geen op zichzelf staand geval. Nadien zijn er al minstens vijf andere octrooien verleend op natuurlijke genen – en daarmee ook de planten die deze genen hebben. In 2025 werden ongeveer veertig andere octrooiaanvragen met soortgelijke claims gepubliceerd. Aanvragen. Nog wel.

Ook de Duitse conferentie van ministers van Landbouw, die in maart 2026 bijeenkwam, steunt deze eisen. Uit recente representatieve opiniepeilingen in Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland en Polen blijkt dat octrooien op zaaigoed ook door het grote publiek als een groot probleem worden gezien: 80% van de bevolking is ertegen. (Lees dit in het Duits) Curieus is dat het Nederlandse stemgedrag lager ligt, maar nog wel hoog. Maar ja, er is in Nederland nauwelijks berichtgeving over deze materie.

Geen patenten op NGT-gewassen

Hadden we het hiervoor nog over traditionele veredeling, nu wordt er door zaadbedrijven veel geïnvesteerd in CRISPR-Cas, een zogenaamde NGT (new genomic techniques), eufemistisch nieuwe veredelingstechniek genoemd. Het Europees Parlement had in 2024, in het kader van het debat over de toekomstige regelgeving voor gewassen die met nieuwe gentechnologie (NGT) zijn geproduceerd, opgeroepen tot een verbod op het verlenen van octrooien of tot een beperking van de reikwijdte ervan.

“Daadwerkelijke verboden en beperkingen in het octrooirecht zijn absoluut noodzakelijk: als dergelijke octrooien in de toekomst niet worden verboden of effectief worden beperkt, dreigen er dramatische gevolgen voor de plantenveredeling en de landbouw. De internationale coalitie No Patents on Seeds! verlangt daarom dat het huidige wetsvoorstel inzake nieuwe genetisch gemodificeerde planten wordt aangevuld met effectieve verboden. Of wordt verworpen”, aldus Annemarie Volling van de Arbeitsgemeinschaft bäuerliche Landwirtschaft (AbL) e.V. Het is het belangrijk dat het Europees Parlement haar standpunt uit 2024 niet loslaat.

De stemming over mogelijke nieuwe regelingen voor NGT-gewassen, die ook de kwestie van octrooiverlening betreft, zal al in mei 2026 plaatsvinden.In de actuele, voorliggende tekst staan geen effectieve verboden op octrooien op zaad voorzien.

Bredere context

We verdiepen een beetje over de akkoorden en wetten die in het verleden zijn getekend en aangenomen. Dit is ongetwijfeld niet volledig, maar we willen een beeld van de complexiteit schetsen.

Tijdens de VN-conferentie inzake Milieu en Ontwikkeling, die plaats had in Rio de Janeiro van 3 tot 14 juni 1992, werd het zogenaamde Biodiversiteitsverdrag afgesloten. Dit heeft in Nederland echter nauwelijks invloed (tot nu toe) gehad op beleid of beheer. In dat biodiversiteitsverdrag wordt biodiversiteit namelijk bezien als dat soorten in hun natuurlijke habitat moeten kunnen gedijen. In Nederland is nauwelijks natuurlijke habitat. Bovendien geldt dit niet voor groenten, die cultuurgewassen zijn, hooguit voor hun wilde voorouders. Maar daarvan zijn er in Nederland weinig.

Niet langer gemeenschappelijk erfgoed

Op 3 november 2001 kwam tijdens de 31e Conferentie van de FAO, het nieuwe ‘Internationaal Verdrag inzake plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw’ (PDF) tot stand. Volgens de Memorie van Toelichting (PDF) van de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Buitenlandse Zaken, op het wetsvoorstel dat dit voor Nederland moet implementeren, kan dit als aanvulling op het Biodiversiteitsverdrag worden gezien. In de oude FAO-overeenkomst van 1983 werd gesteld dat genetische bronnen voor voedsel en landbouw een ‘gemeenschappelijk erfgoed’ zijn en daarom vrij beschikbaar dienden te zijn voor veredeling,
onderzoek en ontwikkeling.
In het Biodiversiteitsverdrag staat echter dat het beheer van genetische bronnen een nationale aangelegenheid is; dus niets gemeenschappelijks.
(Dat is ook de reden dat in het Biodiversiteitsverdrag genetische bronnen voor voedsel en landbouw buiten beschouwing werden gehouden. Er moest een herzien verdrag voor plantgenetische bronnen komen, dat aansloot bij het Biodiversiteitsverdrag.)

Rechten van de boer

In deze FAO-overeenkomst staat vrij vertaald dat de cultuurgewassen de basis vormen voor de rechten van de boer en

Tevens bevestigend dat de in dit Verdrag erkende rechten op behoud, gebruik, uitwisseling en verkoop van op boerderijen bewaarde zaden en ander materiaal voor vermeerdering, en de rechten om deel te nemen aan de besluitvorming met betrekking tot en de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, van wezenlijk belang zijn voor de toepassing van de rechten van de boer, en voor het bevorderen van die rechten op nationaal en internationaal niveau;”

Het lijkt erop dat de voorgenomen EU-Zaadwet, maar ook het verlenen van patenten, indruist tegen deze overeenkomst. Doch ‘Artikel 9 – Rechten van de boer’ van het FAO-verdrag, schuilt een adder onder het gras. Er wordt een paar maal verwezen naar ‘overeenkomstig nationale wetgeving’.

Je kunt de boeren en tuinders nog zo hoog op het schild hijsen, maar als je daarna zegt dat hun rechten worden beperkt door de nationale wetgeving, wankelt het schild. De EU wil nu die nationale wetgeving aanpassen. Zo staat in artikel 9.2.c. dat boeren “het recht om op nationaal niveau deel te nemen aan besluitvorming.” Tja. Er staat niet hoe die deelname er uit moet zien.

EU-zaadwet

Bronnen van Ons Bestaan

In Nederland wordt eens per x jaar een beleidsnota met deze titel – voluit: Bronnen van ons bestaan, behoud en duurzaam gebruik van genetische diversiteit (PDF) – uitgegeven. De laatste keer was 2002. We hebben begrepen dat een nieuwe in voorbereiding is. Het woord groenten komt in de uitgave van 2002 één keer in voor. Groentegewassen twee keer. In 4.2.2. staat:

“Behoud van oude rassen en traditionele gewassen op het boerenbedrijf, door hobbytelers of door volkstuinders levert een belangrijke bijdrage aan het behoud van diversiteit aan gewassen. Dit geldt vooral voor oude groenten- en fruitrassen en traditionele groentegewassen.”

De tekst van de nieuwe, concept, beleidsnota kennen we niet. Wordt aangesloten bij de EU-besluiten, of gaat Nederland dan een verstandige koers varen?

Plaats een reactie