Leestijd: 7 minuten
Inhoudsopgave
Net als de tamme kastanje, staat ook de walnoot weer in het middelpunt van de belangstelling. Romke van de Kaa schreef ‘De Reis van de Walnoot’, waarin hij niet alleen op zoek gaat naar de oorsprong van deze steenvrucht (botanisch gezien is het geen noot), maar ook de stand van zaken met betrekking tot de naaste toekomst van deze noot Nederland onder de loep neemt. Het is een lekker leesbaar en informatief reisverhaal.


Van de Kaa is een voormalige plantenkweker en schrijver/verhalenverteller. Voor dit boek bezocht hij de wilde walnootbossen in Kirgizië, Turkije, niet Iran, maar had wel contact met onderzoekers in dat land, Italië, Frankrijk, Luxemburg en pioniers in Nederland. Hij maakt met enige regelmaat zijsprongen in de geschiedenis, die minder walnoot zijn gerelateerd en al dan niet gebaseerd op zijn eigen levenservaringen. Het leest vlot en je weet dat hij een deskundige is met oprechte interesse.
“De walnoot is geen wondernoot, zoals sommigen in Europa lijken te denken. Maar natuurlijk is de walnoot wel een gezonde bron van eiwitten en meervoudig verzadigde vetzuren.”
Één ding is klip en klaar: de walnoot is, net als de tamme kastanje, door de Romeinen naar onze contreien gebracht. En de oorsprong alhier ligt onder de Limes, de grens van het Romeinse Rijk. Dat is beneden de Nederrijn: van Katwijk tot Arnhem.
De reis van de walnoot is de reis van Van de Kaa. Hij is een verhalenverteller en daardoor is dit boek makkelijk leesbaar. Leuk voor iedereen die van walnoten houdt en vooral voor hen die een notenboom hebben of willen planten. (Walnootbomen zijn er in diverse soorten en maten.)
| Titel | De Reis van de Walnoot |
| Auteur | Romke van de Kaa |
| Uitgever | Atlas Contact |
| ISBN | 978 90 4504 9854 |
| Verschenen | 3 september 2026 |
| Prijs | € 24,99 |
| Verkrijgbaar bij | Koop het bij een boekhandel van steen en cement. Maar als je online wenst te winkelen, dan bevelen we deze webwinkel aan. |
De oude Grieken en Romeinen kenden de walnoot. En ook de Iraniërs. Maar waar komt deze noot oorspronkelijk vandaan? Van de Kaa bekijkt de noot vanuit diverse invalshoeken: historisch (in de Lage Landen), botanisch, (wereld)cultureel, sociaal en religieus en, noem het, archeobotanisch. Waar de walnoot ook groeit, de boom wordt door de mensen hoog gewaardeerd. Dat de walnoot in de Lage Landen niet erg is aangeslagen, komt door het klimaat. We zijn het misschien vergeten, maar er heerste hier een kleine ijstijd, die van grofweg 1450 tot pakweg 1850 duurde. En het is niet zo tof als de boom in bloei staat als het gaat vriezen.
Oerbos
Van de Kaa’s belevenissen in Kirgizië zijn een klein avontuur. Hij wil daar het oerbos van Arslanbob, met wilde walnoten, bezoeken. Het land blijkt een smeltkroes van diverse volken en kent een eigen cultuur waarin geld een geliefd smeermiddel is. Door het land liepen de zijderoutes, dus is het aannemelijk dat de noot vanuit daar naar oost of west is gegaan. Of is het door Alexander de Grote naar Arslanbob gebracht? Of door Mohammed? Van de Kaa gaat op zoek naar bomba, de grootste noot die er is. Daarvoor reist hij naar de plaats Darshan [onvindbaar, vermoedelijk Darkhan of Darshan Hall, doch beide zijn groter en niet “niet meer dan een kruispunt van twee wegen,” zoals Van de Kaa schrijft, MergenMetz].
Ceviz Kaman
Van Kirgizië reist hij door naar Kaman in Turkije. Dat is de walnootplaats van het land. De walnoot speelt een grote rol in de Turkse culinaire traditie: de productie is groot, de export nul en ze importeren zelfs walnoten…..uit Kirgizië. Op zoek naar het ras of de rassen die ze in Kaman telen stuit Van de Kaa herhaaldelijk op hetzelfde antwoord ceviz Kaman – walnoot van Kaman. Dat is de beste. In en om Kaman zaaien ze de noten. Uiteindelijk is het door eeuwenlange, steevaste selectie een redelijk zaadvaste walnoot geworden. Kaman is een behoorlijk traditioneel islamitische omgeving, dus de veredelaar heet Allah: die beschikt erover of de noot kiemt en welke kwaliteit noten de boom geeft. Met moderne technieken zijn inmiddels de rassen Kaman-1 tot en met Kaman-5 vastgesteld, waarvan de laatste ‘de beste’ is. En uiteraard kent men ook daar een (of de) bomba en is de herkomst van de walnoot Turkije. (Later, op Sicilië, zoekt Van de Kaa de noce gigante en vindt deze.)
Europa
Na bezoeken aan de nëssmoort (notenmarkt) in Veinen (Vianden) in Luzemburg en Val d’Isere in Frankrijk, waar ze een walnootonderzoekscentrum hebben, onderstammen voor de walnoten in vitro vermeerderen (dus klonen in reageerbuisjes) en maar liefst zevenduizend hectare proefvelden kennen, wordt het tijd voor een inventarisatie van de stand van zaken in Nederland.
Zandse Notengaard
Van de Kaa is lid geworden van de Nederlandse Notenvereniging en spreekt met Herman Jansen en bezoekt zijn Zandse Notengaard – “In Huissen begint de victorie.” Leuk, we kennen Herman en hebben met hem in een tweetal POP3-projecten onder de titel De Gelderse Noot samengewerkt. Lees dit. Herman blijkt in het bezit van een versteende walnoot uit het Plioceen. (Hé, die heeft hij ons nooit laten zien.)
De auteur bezoekt ook andere telers; de kansen voor de walnoot in Nederland zijn hoopgevend. Verwerking van walnoten – kraken en persen – staat nog in de kinderschoenen.
Veld4
Veld4, zo heet de onderneming van Melissa en Rudolf Jan den Beer Poortugael, is de voorloper op dit gebied. Een notenkraakmachine is er wel, maar functioneert (nog) niet optimaal omdat in Nederland door hobbyisten diverse rassen noten worden geteeld, die nogal verschillen in grootte en dikte van de te kraken schil. Walnoten oogsten kan met een schudmachine – we lezen dat hazelnoten niet machinaal zijn te oogsten “en wij zijn geen lagelonenland,” aldus Rudolf Jan.
Voedselbos
Maar eenieder is ervan overtuigd dat de walnoot in een heus voedselbos misschien wel leuk is, CO2 vastleggen, goed zijn voor biodiversiteit en ecosysteem, maar niet rendabel. Ook de heuse (kleine) walnoottelers die hij op zijn rondreis heeft bezocht, komen niet rond van noten alleen.
“Als zaken adequaat betaald zouden worden, stond de voedselbosboer allang in de Quote 500.”
Oud, heel oud
Als er iets uit zijn boek blijkt, is dat de walnoot genetisch zo oud is – je zou bijna zeggen: zo oud als de evolutie van de aarde -, dat het eigenlijk niet mogelijk is een eenduidige plaats van herkomst aan te geven. Het waarom lees je in dit boek. Maar het is het oudste cultuurgewas van de mens, aldus Van de Kaa. Aardig is dat hij een gepubliceerd onderzoek aanhaalt waarin de Amerikaanse wetenschapper Keith Woeste tot de conclusie komt dat de walnoot langs de handelsroutes, dwars door Azië, is gereisd en dat ook de naam gôz voor de walnoot, in de talen langs de hele route, hetzelfde is. (Dat lijkt op de conclusie die Georg Forster trok op basis van zijn reis met Thomas Cook: de broodboom reisde met Polynesiërs duizenden kilometers over zee naar andere eilanden en de talen die op de verschillende eilanden werden gesproken, vertoonden overeenkomsten – lees dit prachtige boek.)
Walnoot is van nature geen zelfbestuiver, wel eenhuizig maar mannelijke en vrouwelijke bloemen bloeien niet tegelijk. Het is een windbestuiver, dus het is fijn als op enige afstand nog een notenboom staat. Maar er zijn, door veredeling, ook zelfbestuivende rassen. Het gevolg van windbestuiving is dat als je zelf een notenboom uit een noot opkweekt, je geen raszuivere nakomeling van de moeder-notenboom, krijgt. Dus rassen die in de handel zijn, zijn op geschikte onderstammen geënte takken van bomen met succesvolle noten. (En met de naamgeving van de rassen wordt in de handel helaas nog onachtzaam omgegaan, lezen we.)




