Surinaamse groenten in Nederland

Suriname is een tropisch land dat net boven de evenaar ligt. De meeste groenten die men eet, zijn in De Lage Landen niet makkelijk buiten te telen. Maar wel in een kas in Almere.

Het was min of meer spontaan dat Jan Velema belde en zei: “Ga je mee?” Als Jan dat zegt, hoef ik geen twee keer na te denken. En zo kwam het dat we bij Biofood in Almere Buitenvaart gingen kijken. Dat is een biologisch glastuinbouwbedrijf. Eigenaar Bob van der Voort staat open voor nieuwe dingen. Daarom heeft hij een deel van de kas beschikbaar gesteld aan Guno Marengo die typisch Surinaamse groenten teelt. En met succes, zo lijkt het.

Sopropo

Maar het eigenlijk doel van ons bezoek is sopropo, de bittermeloen. Zeer Surinaams, zeer Chinees en zo on-Nederlands. De bittermeloenen die in deze kas, in het domein van Guno, groeien, komen uit zaden van Guno, zaden van Jan Velema (had zijn zoon uit China meegenomen) en via ons uit Vancouver, Canada – dat overigens een behoorlijk Chinese stad is.

De les die we leren is dat je sopropo moet laten vertakken en groeien – niet verticaal leiden en snoeien als een komkommer, want dan wordt de opbrengst minimaal. Er zijn namelijk naar verhouding eerst veel mannelijke en enkele (late) vrouwelijke bloemen. Sopropo wordt meest ’s nachts bestoven door o.a. nachtvlinders. In een kas is de bestuiving (daardoor) minimaal. Er zitten maar enkele zaden in de plant. Jan, veredelaar pur sang, let daar op.

De ene sopropo is de andere nog niet. De wratachtige schil is zacht en kan je gewoon eten. Een rijpe sopropo wordt geel en is niet meer eetbaar. Ze moeten groen zijn. Volgens Guno willen de Hindoestanen bij voorkeur de karela, een uitgesproken puisterige variant.

Andere gewassen

Guno is bevlogen. Hij leidt ons door het tropische woud in de kas en praat honderduit over zijn gewassen. Zo wijst hij ons op tayer (Xanthosoma sagittifolium), op fijne klaroen (Amaranthus lividus, hebben we, blijkt nu, ook geteeld in onze tuinen) en grove klaroen (Amaranthus dubius) en antroewa/antruwa (Solanum macrocarpon), dat veel van een aubergine heeft, maar het net niet is. Natuurlijk groeit er kouseband – “de mensen willen niet de lichte, ze willen de donkere groene” – en okra (Abelmoschus esculentus) die prachtige bloemen en erg grote bladeren heeft. Verderop staat bitaveri/bitawiri/bitterblad (Cestrum latifolium), een langwerpige Surinaamse aubergine, die boulanger wordt genoemd, de madame jeanet-peper en in een hoek groeit gember (Zingiber officinale).

“De mensen willen dit,” vertelt Guno. “Het is biologisch, niet bespoten en komt niet met het vliegtuig uit Suriname. Hier geteeld.”

Okra kan je oogsten als het puntje van de vrucht fris, knapperig afknapt. Zo laat Guno het zien. En bij tayer mag je pas het blad snijden als het nieuwe uit de oksel van het oude komt. Dan blijven de groeipunten gespaard.

Plaats een reactie