[Leestijd: ca. 15 minuten, maar dan weet u ook bijna alles] Voedselbos, het lijkt een kleine hype te worden. Niet onterecht, want het klinkt aantrekkelijk. Maar wat betekent dit? Waarover hebben we het? Op social media wordt zin en vooral veel onzin gebezigd. Wat is de betekenis ervan en is het werkelijk zo aantrekkelijk als wordt voorgespiegeld? En eensklaps hebben we het over botanische gastronomie. Gaan we allemaal als Paulus de Boskabouter eikeltjeskoffie drinken en het bos in om beukennootjes te verzamelen? We houden dit fenomeen eens tegen het licht.
Met dank aan Anthonetta van Bergenhenegouwen, tuinontwerpster en hovenier met plantenkennis
De getallen tussen rechte haakjes – zoals bijvoorbeeld [3] – verwijzen naar de literatuurlijst die onderaan wordt vermeld. Niet voor alle literatuur is in de tekst een verwijzing opgenomen.
Samengevat
Een ècht voedselbos is economisch niet rendabel; wel erg leuk voor particulierenVoedselbossen zijn razend leuk, al is het alleen maar om een rijk assortiment aan gewassen en vruchten te hebben die de agrarische sector niet produceert en dus niet bij de groenteboer ligt.
Een voedselbos moet aan de specifieke kenmerken van een bosrand voldoen: hele hoge bomen en dan heesters, struiken, kruidachtige gewassen. De plantgemeenschap moet een stabiel ecosysteem vormen waarin mest en bestrijdingsmiddelen niet voorkomen.
Veel initiatieven die onder de noemer ‘voedselbos’ worden ontplooid zijn het dus niet, of op zijn best: nog niet. Er bestaat in de Lage Landen nog geen optima forma functionerend voedselbos. Food Forest Ketelbroek is de voorloper (anno 2010), maar nog steeds in ontwikkeling. En dat mag, op de keper beschouwd, eigenlijk nog niet de naam ‘bos’ dragen.
Ware voedselbossen, waarin van alles door elkaar groeit, zijn als commerciële landbouwmethode onrendabel; ze zijn daarentegen uiterst aantrekkelijk voor particulier of selectief gebruik, zoals samenwerking met een restaurant. En als Eetbare Siertuin, zoals wij die sedert 2012 hebben, of voor openbare parken.
Op zijn best kunnen voedselbossen worden gezien als experimenten om meer ecologisch verantwoorde vormen van landbouw te ontwikkelen. Afleidingen van voedselbossen, zoals laanteelt, worden in de reguliere landbouw, zij het schoorvoetend, meer en meer toegepast. En dat biedt hoop.
Begrippenratjetoe

Er worden nogal wat termen gebruikt, Nederlands en Engels door elkaar. Uiteindelijk blijkt het op hetzelfde neer te komen. Het begrip ‘permacultuur’ (permanente agricultuur) sluit qua uitgangspunten en doelstelling perfect aan bij eetbare bostuin (edible forest garden). Daarnaast is het fenomeen voedselbos geïntroduceerd, ook eetbaar, ook bos, wellicht minder ‘tuin’. Permacultuur Nederland gebruikt voedselbos en eetbare bostuin door elkaar. En in het Engels kennen we agroforestry, dat de brug vormt tussen bosbouw en landbouw. Boslandbouw is een onzes inziens mank gaande vertaling, of je moet paddenstoelen willen kweken Tot agroforestry behoren een aantal methoden waarvan er enkele naadloos lijken aan te sluiten bij wat men in Nederland onder voedselbos verstaat. En op de koop toe worden nieuwe begrippen als bostuinieren geïntroduceerd. Laat u niet van het pad afbrengen 😉
Ontstaan
Misschien is het de Brit Robert Hart geweest, die rond 1980 het begrip forest gardering in onze contreien introduceerde; een op een bos gelijkend ecosysteem, waarin fruit- en notenbomen, naast struiken, klimplanten en kruidachtige meerjarige gewassen groeien. Zowel forest gardering als agroforestry als het begrip voedselbos vinden hun basis in het tropische oerwoud.
Hart schrijft dat in China, sinds 1958 en ‘de grote sprong voorwaarts’, actief aan agroforestry wordt gedaan. Het beleid van de Chinese overheid was daar waar mogelijk bomen te combineren met landbouw [16]. Agroforestry bestaat al 1700 jaar of langer in China, werd actief gepromoot tijdens de Han-dynastie en driehonderd jaar geleden is dat ook nog eens uitgebreid en geoptimaliseerd [17].

Wie eens in een land als bijvoorbeeld Ecuador is geweest, ziet dat de mensen in het Amazonegebied een “akker” hebben dat een echt voedselbos mag worden genoemd. Het is een stuk oerwoud waarin bijvoorbeeld mango’s, bananen, koffie, boomtomaten, cacao, yucca (zo heet de cassave daar), veel kruiden en wat al niet meer min of meer door elkaar groeit. Wild en ertussen geplant. Die prachtige, rijke, stabiele biosfeer staat haaks op de Westerse veelal monocultuur.
Vreemd genoeg wordt deze vorm van tropische landbouw stelselmatig vergeten als onze agrarische industrie preekt over het voeden van negen miljard mensen in 2050. Het past niet in het Westerse denkraam. Maar dat verandert langzaam.![Tuin Robert Hart - uit [16] - klik voor vergroting](https://mergenmetz.nl/wp-content/uploads/2016/08/Voedselbossen-Tuin-Robert-Hart-klein.jpg)
En: “Voor onze streken is de naam wat misleidend en misschien hebben we wel een nieuwe naam nodig voor deze vorm van ‘tuinieren’, iets dat de lading beter dekt.” Welnu, heer Anrijs, dat hadden wij in 2012 geleden ook al bedacht: Eetbare Siertuin, Lees dit bericht.
Het wetenschappelijke blad Agroforestry Systems bestaat overigens sinds maart 1982. Dat is dus alweer vierendertig jaar geleden.
Voedselbos is geen bos
Als u in een heus bos komt, ziet u dat daar nauwelijks iets groeit. Het is overwegend te duister dan wel dat de aanwezige bomen te veel vocht opslurpen. Er is geen rijke onderbegroeiing.
Het idee van een voedselbos is juist om in een natuurlijke omgeving eetbare gewassen te telen. Een en ander gecombineerd met nutsplanten, zoals stikstofbinders en insectenlokkers, zodat er geen meststoffen en bestrijdingsmiddelen nodig zijn. Het moet een stabiel ecologisch systeem vormen van planten, bodemschimmels, insecten en andere dieren (egels, padden, vogels en roofvogels). Dan hebben we het over de gelaagdheid van bomen, heesters, struiken, vaste planten en wellicht nog een watertje erbij. Dat is geen bos, maar een bosrand. In het ideale geval voldoet een voldoende grote open plek in het bos daar ook aan.
Dit maakt ook dat de meeste tuinen en terreinen ongeschikt zijn om een voedselbos avant la lettre in te richten, omdat de hoge bomenlaag ontbreekt en ze (dus) nogal afwijken van de ecologische principes van een natuurlijk bos c.q. bosrand.
Ook in weiden aangeplante voedselbossen moeten eerst nog jaren van evolutie doormaken
Maar ook een hoogstamboomgaard is niet zomaar een voedselbos Nieuwe, in weiden aangeplante “voedselbossen”, moeten nog een jarenlange evolutie doormaken omdat de bomen nog niet de volgroeide kroon of hoogte hebben waardoor de schaduw toe neemt. De onderbegroeiing zal in de loop der tijd veranderen; pioniersplanten komen en verdwijnen. Het is daarom ook niet verstandig meteen de beoogde uiteindelijke struiken aan te planten, omdat er in het begin nog te veel zon door de (jonge) bomen schijnt. Het duurt dan ook nog een flink aantal jaren eer het een voedselbos mag heten.
De Eetbare Siertuin van MergenMetz sluit aan bij een oud natuurlijk bos
Oerbossen vernietigd
Een landbouwmethode die geen gebruik maakt van de gelaagdheid van een natuurlijk bos (door bomen en struiken te benutten) zal uiteindelijk minder productie opleveren dan een voedselbos [….]
Zo luidt het credo van Wouter van Eck van Food Forest Ketelbroek [1]. Zijn uitgangspunt is dat het natuurlijke ecologische systeem, de biotoop, van een bos moet worden nagestreefd. De samenleving van planten, insecten en andere dieren, bodemschimmels et cetera ondersteunt en versterkt elkaar. Volgens Van Eck werden onze bossen al lang geleden, als gevolg van het telen van eenjarige gewassen, ontdaan van natuurlijke materialen (bladaarde e.d.), omdat de akkers nutriënten nodig hadden.

“Van de Veluwe tot de Kempen werden de ooit rijke bossen benut om organisch materiaal te winnen voor veeteelt en akkerbouw.”[1]
Het gevolg was heidevelden en stuifzanden.
Organisch materiaal uit het bos winnen voor landbouw en veehouderij is thans niet aan de orde, zo dit al überhaupt in grote mate het geval was. En als, dan moeten we ons realiseren dat dit fenomeen zo oud is als dat toen onze voorvaderen landbouw ging bedrijven. (Hier ca. 5.500 voor Christus.) Reeds in deze prehistorie waren er nederzettingen met vormen van veeteelt en akkerbouw. Van Eck ziet over het hoofd dat door het oogsten van blad, wortels, vruchten uit die ‘ooit zo rijke bossen’ ook voedingsstoffen uit die bossen worden onttrokken. Hij vindt het recyclen van composteerbare materialen en, zoals het eeuwenlang is gegaan, gebruik van nachtaarde een heilloze weg. Vreemd, want King ontdekte dat door dit systeem dichtbevolkte landen als Japan en China wèl de mensen kon voeden. (Zie iets hierna: Kringlooplandbouw.)
Het leeuwendeel van de ontbossing in de Lage Landen heeft overigens niet veel met het voedselsysteem te maken, maar des te meer met hout dat nodig was voor bouw. Vooral voor schepen, tijdens de glorietijd van de VOC.

Maar de vraag is: Waarom? Wat had de mens in de Lage Landen anders moeten doen? Onze oerbossen waren geen rijke voedselbossen. Er groeiden qua eetbaarheid eik, hazelaar, meidoorn, roos, beuk, berk, vlier, kriek (zure kers), lijsterbes, zoete of vogelkers, sommige krentenbomenrassen, sommige esdoornrassen, sleedoorn. En natuurlijk wat bessen en bramen. Het was maar magertjes.
Een beetje romantiek

We begrijpen wat Van Eck ons probeert te vertellen, maar het beeld dat hij schetst is er een dat niet bestond. Niet hier. Het is ietwat romantisch neergezet.
De oermens was jager-verzamelaar en at van die bomen en heesters. Maar niet heel de Lage Landen waren een uitgestrekt bos.
Bovendien groeide er een rijk assortiment een-, twee- een meerjarige kruidachtige gewassen die men nuttigde. Vaste planten maar ook wilde eenjarigen. Zeekool, pastinaak, zuring, wilde peen, brave hendrik, kaasjeskruid en veel andere planten die we nu onder de andere hype ‘wildplukken’ scharen. Dat past niet bepaald bij het beeld dat veel mensen van een voedselbos hebben. Hierin kunnen we Anrijs volgen: Het beeld van voedselrijke bossen is niet van hier. Want als ze zo rijk aan voedsel waren, was de mens geen landbouw gaan bedrijven en waren de bossen niet leeggehaald voor nutriënten, zoals Van Eck stelt. Dat zou, in de meest letterlijke zin, tegennatuurlijk gedrag zijn geweest. Dat er landbouw ontstond wijten wetenschappers aan de toename van de bevolking. Toen al. Het bos bood onze voormoeders en -vaderen dus onvoldoende.
Zo bij u het beeld was ontstaan dat we in de Lage Landen ons voedsel uit onze oerbossen hadden kunnen blijven halen en nu weer daar naar terug kunnen schakelen, dan is dat helaas onjuist.
Een hedendaags voedselbos bestaat voornamelijk uit exotenEen redelijk volwassen voedselbos (moderne stijl) kent per hectare een veel grotere voedselproductiviteit dan gangbare landbouw, zo wordt aangenomen. Maar die voedselbossen bestaan voor het leeuwendeel uit exoten; gewassen die van origine niet uit onze contreien, zelfs niet uit Europa komen.
“Een voedselbos is een door mensen bedacht bos,” zegt Van Eck gelukkig ook zelf. De winst van een voedselbos is dat de biodiversiteit van het ecologische systeem versterkend werkt. Het vereist ook dat we moeten eten wat er op dat moment te oogsten valt. Nu produceert de land- en tuinbouw bij wijze van spreken op bestelling.
4000 Jaar Kringlooplandbouw

Tot recent werden principes van het praktische voedselbos (agroforestry) in de traditionele landbouw toegepast. Wie het geweldige boek 4000 Jaar Kringlooplandbouw leest, ziet dat met name in van oudsher dicht bevolkte landen als Japan, Korea en China tot begin twintigste eeuw een vorm van voedselbos (laanteelt) werd toegepast. Franklin Hiram King maakt in 1904 een verkennende reis door deze landen. Over Japan: “Iedere familie had bij elkaar opgeteld ongeveer een hectare grond ter beschikking.”
We lezen vervolgens over uitgekiende plantschema’s: “[…] tussen de stammen [van perzikbomen] was ruimte voor zeven rijen koolplanten, twee rijen Windsorbonen [een tuinboon] en nog een rij tuinbonen.”
King noemde het permanent agriculture – permacultuur
Opmerkelijk is dat de inspirator van de aan het begin genoemde Robert Hart, de Japanner Toyohiko Kagawa was. Deze poogde rond 1930 Japanse boeren ervan te overtuigen bodemerosie tegen te gaan door onder andere bomen te planten. Dat is iets van dertig jaar na het bezoek van King. Japan is een groot land, zullen we maar denken.
Effecten op de landbouw
De natuur moet het werk doenEen natuurlijke omgeving kent geen monocultuur. De manier waarop nu grootschalige landbouw wordt toegepast trekt een zware wissel op het milieu, de natuur en ons welzijn.
De natuurlijke situatie in de tropen en hun nabootsing door voedselbossen in onze gematigde streken, bieden aanknopingspunten voor een werkelijk betere landbouw. Agroforestry betekent een landbouwomgeving met bomen en voedselplanten, zodanig ingericht dat er zowel oogst van de bomen als van de andere voedselgewassen is en dat tegelijkertijd het natuurlijke systeem verbetert dan wel in tact blijft. De natuur moet immers het werk doen.
We onderscheiden – Engelstalige begrippen waar we een Nederlandstalige slag aan geven:
Silvopasture – bosjeslandschap
Bomen en bosjes met gras eronder waar bijvoorbeeld vee (koeien, varkens, schapen) lopen. De bomen kunnen voedsel produceren voor de mens, maar ook voor het dier.
Alley cropping – laanteelt
Rijen bomen met eventueel struiken, en daartussen andere gewassen, vaak eenjarigen, die mechanisch worden geoogst.
Riparian agriculture – oeverbegroeiing
Langs het water is een natuurlijke bossage en een strook kruidenrijk grasland. Misschien mag dit ook wel een voedselbos(rand) worden genoemd.
Forest farming – Boslandbouw
Imitatie van het natuurlijke bos. Bomen et cetera kunnen dus ook voor hout worden geoogst en struiken bijvoorbeeld voor fruit. Dit komt het meest overeen met het beeld van voeselbos.
Waarom schakelen boeren niet subiet om?
Maar waarom schakelen niet alle boeren om? Het is niet dat de boeren natuur afwijzen. Ze zijn eerder het slachtoffer van de lage voedselprijzen. Ze moeten veel en goedkoop produceren, omdat supermarkten lage inkoopsprijzen willen ‘omdat de consument goedkoop wil kopen’. Dat met name staat een snelle omwenteling in de weg. [7]
De politiek zal het ene subsidiesysteem moeten vervangen door het andere om ecologisch verantwoorde landbouw te stimuleren.

Botanische gastronomie
Botantische gastronomie is een verzonnen term waarmee het koken met onbekende, nieuwe gewassen wordt geduid.Dit is een ogenschijnlijk nieuw en intrigerend begrip dat ultimo 2015 door Emile van der Staak van restaurant De Nieuwe Winkel in Nijmegen is geïntroduceerd. Hij gebruikt ingrediënten die uit het voedselbos Ketelbroek komen. Wij zijn fan van Emile. Laat daar geen misverstand over bestaan. Botanie of botanica is plantkunde. De botanie kent maar liefst negen disciplines (zie hier op Wikipedia), waar gastronomie niet tussen staat.
Gastronomie is smaakkunde; het duidt de relatie tussen voedsel en cultuur aan en de hogere kookkunst.
Kennis over voedsel is in dit geval dus kennis over de planten (wortels, blad, vruchten, bast), of dit nu cultuurgewassen zijn (zoals sla, bonen, kool) of in het wild voorkomende of vrij onbekende in een voedselbos aangeplante gewassen.
Als een kok onvoldoende kennis over het aangeleverde plantaardige voedsel heeft – of dit nu een krop sla of krulmalva is -, kan hij of zij er niet mee koken. Deze kennis hoeft niet alomvattend te zijn – omgekeerd zullen veel botanici ongetwijfeld niet weten hoe een plant of vrucht in een gerecht het best tot zijn recht komt.
Via Facebook (09-08-2016 rond 9:30) bevestigt Van Eck onze analyse: “Correcte redenering. Maar er valt best nog wel wat te winnen, qua kruisbestuiving tussen botanie en gastronomie. Er zijn zoveel meer eetbare planten dan wat we meestal voorgeschoteld krijgen. En er valt zoveel meer heerlijks mee te bereiden… Volgens mij raakt dit ook aan de missie van MergenMetz.”
Daar zijn we het uiteraard helemaal mee eens.
Uitvinder van de term ‘botanical gastronomy’ lijkt de Belgische chef Nicolas Decloedt. Omdat het woord ‘vegetarisch’ enigszins beladen is en gasten kan afstoten, introduceerde hij de term ‘botanische gastronomie’ voor zijn restaurant. Humus Botanical Gastronomy draait al sinds 2012. Overbodig te zeggen dat juist in ons omringende landen veelal met producten uit de wilde natuur en bossen wordt gekookt. In Duitsland is Jean-Marie Dumaine met zijn restaurant Vieux Sinzig een fenomeen. Een van zijn kookboeken is in 2009 met goud bekroond door de Gastronomische Akademie Deutschlands e.V.
Rentabiliteit
Een voedselbos aangelegd als een heus “wild” bos, is economisch niet rendabel. Bovendien
duurt het bijna een generatie eer het bos werkelijk productief is.
“Het gaat misschien echt wat opbrengen als ik allang dood ben,” bekent Wouter van Eck op de vraag of er eigenlijk wel voldoende inkomen met dit bos kan worden gegenereerd. Dat was 30 augustus 2014. We waren te gast op Ketelbroek en kregen met speciale gast Steven Barstow een rondleiding. (Lees dit.)

Tijdens de conferentie Van Akker naar Bos (28 november 2015) waren naast realistische mensen ook de nodige dromers en idealisten die op een hectare of minder een voedselbos wilden aanleggen om een inkomen uit te halen. Maar het oogsten in een als wild aangeplant bos is arbeidsintensief. De gewassen staan niet op rijtjes en machinaal (ondersteund) oogsten is een illusie, of het zou op den duur met geprogrammeerde drones moeten gebeuren. Betaalde arbeid kost een lieve duit en bouwen op vrijwilligers is niet verstandig.
In een van zijn video’s zegt goeroe Martin Crawford dan ook dat het voedselbos, afhankelijk van grootte, geschikt is voor de particulier gebruik of gezamenlijk met kleine groep mensen.
Crawford heeft het wel, maar een collega-goeroe als Mark Shepard heeft geen wild voedselbos. Hij doet aan agroforestry, aan laantelt – alley cropping. (Zie hier zijn website.) Dat lijkt op dat oude Japanse model (zie hiervoor bij Kringlooplandbouw). Tussen rijen bomen en struiken staan eenjarige gewassen; gewassen die, volgens Van Eck, een gesloten kringloop juist uitsluiten. Shepard en anderen kunnen door hun opzet mechanisch oogsten en verdienen met de eenjarige gewassen meteen geld. De rentabiliteit van de bomen, heesters en struiken laat immers nog jaren op zich wachten.
Vooralsnog betreft de core business van de voedselbospredikers niet de oogst uit eigen bos, maar het geven van workshops, lezingen, het schrijven van artikelen en boeken en, niet te vergeten, het verlenen van adviesdiensten.
Voordelen
Het voedselbos of Eetbare Siertuin leert ons dat de groentenafdeling in de supermarkt slechts een minuscule afspiegeling is van al wat eetbaar. Alleen wat economisch interessant is wordt geteeld. Als we in onze eigen tuin ook inheemse eetbare gewassen zaaien of planten en voorheen-onkruid haar gang laat gaan, kunnen we als wildplukkers de echte natuur onverstoord laten. Een goed aangelegd voedselbos behoeft geen extra bemesting of gebruik van bestrijdingsmiddelen. De natuur hoort het te regelen.
Enkele jaren geleden waren we in het Duitse stadje Bamberg. Toen we de parkeerplaats wilden aflopen, kwam een oudere vrouw met tassen vol uit het aanliggende park gelopen. Ze zagen dondersgoed wat ze zo-even had gedaan: Haar tassen zaten vol kornoeljes en andere vruchten.
“Ach, die Leute wissen gar nicht mehr was es alles zu essen gibt,” grijnsde ze.

Veel nieuwe landgenoten herkennen nog de vruchten van de natuur. Oost-Europeanen zijn gekend om hun paddenstoelenkennis en mensen met Turkse of Marokkaanse roots, herkennen veel klein- en groter fruit. Zij die de vooroorlogse jaren bewust hebben meegemaakt, weten vaak nog wat er allemaal uit de natuur te halen valt. We hoeven alleen maar de naam kruudmoes te laten vallen. (Over-)grootouders hebben dat nog gegeten. Wij zijn dat in pakweg twee generaties vergeten. Dank de agrarische industrialisatie. Behalve in Veessen.
Vastleggen CO2
Een niet onbelangrijke bijkomstigheid van het planten van bomen in- of langs agrarische terreinen is dat er meer CO2 wordt vastgelegd. Op 20 juli 2016 kwam dit wetenschappelijke rapport (PDF) uit waaruit dat blijkt. In dat rapport staat ook de landen die tussen 2000 en 2010 meer bos/bomen hebben aangeplant (o.a. Brazilië, Indonesië, China en India) en landen die beduidend meer hebben gekapt dan geplant, zoals Argentinië, Myanmar en Sierra Leone.
Het laten lopen van vee op silvopasture (bosjeslandschap) is een van de meest voor de hand liggende methoden om meer bomen in te zetten, zonder dat dit grote veranderingen vereist (zoals bij laanteelt).
Voedselboskwekerij
Hedendaagse voedselbossen bevatten veel exoten, eetbare planten uit andere werelddelen. Sommige waren al bekend als sier- of kamerplant en blijken uitstekend eetbaar, andere worden min of meer nieuw geïntroduceerd of werden zelden toegepast en nu opeens meer. Er is een reeds lang bestaande kwekerij die zich nu opeens ‘voedselboskwekerij’ noemt; uiteraard vanwege de verwachting meer omzet te maken. Zo kan je wel aan een voedselbos verdienen 😉
Conclusie

Gangbare monocultuur vernietigt door gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest het bodemleven en brengt ook mensenlevens direct en indirect in gevaar. Voedselbossen zijn al heel oud, maar vormen voor de Westerse wereld een leermodel voor meer ecologisch verantwoorde land- en tuinbouwsystemen.
Een echt wild voedselbos zal vermoedelijk niet economisch rendabel worden, maar kan bijvoorbeeld wel in eigen tuin worden toegepast. Veel oude landgoederen voldoen al in enige mate aan de criteria van een voedselbos en als de gemeenten ook hun parken en plantsoenen eetbaar gaat beplanten, scheelt dat èn onderhoud (na een aantal jaren) èn de omwonenden leren weer wat er allemaal eetbaar is.
Kennis
Elke hovenier die zijn vak werkelijk verstaat, kan een beplanting-schema voor een voedselbos makenXavier San Giorgi zegt: “Kennis van ecologie is onontbeerlijk bij het ontwerpen van een voedselbos. We planten hier niet zomaar aan wat we willen, dan kan het een fiasco worden. Je moet het landschap kunnen lezen, begrijpen wat de functies zijn van verschillende soorten binnen het ecosysteem.”[4]
Naar onze mening kan een hovenier die zijn of haar vak werkelijk verstaat en meer diepgaande kennis heeft dan op het plantenlabeltje van het tuincentrum staat, een beplantingsschema voor een voedselbos of Eetbare Siertuin maken.
De opleiding van hoveniers schiet hier echter schromelijk tekort en de huidige hoveniers lijken meer gericht op de hardware: het aanleggen van bestratingen. Het vergt dus wel interesse en zelfstudie.
Ecosystematisch
Cor van Gelderen van Kwekerij Esveld gebruikt het begrip ecosystematisch: Je moet de juiste planten voor de juiste omstandigheden kiezen en zodanig combineren dat ze in natuurlijke harmonie kunnen samenleven. En als je dan ook weet wat de eetbare en/of nutsaspecten van planten zijn is het allemaal niet zo moeilijk als vaak wordt voorgespiegeld.
Bronnen
[1] Permacultuur Magazine nr 3 2016 (gewijd aan voedselbossen); [2] USDA; [3] Wikipedia; [4] De Correspondent 3 juni 2016; [5] Agro Forestry Nederland; [6] Permacultuur Nederland; [7] Huffington Post 8 juli 2016: If Agroecology Is So Great, Why Aren’t All Farmers Doing It?; [8] Friends of the Earth: Farming for the Future; [9] Agroforestry Research Trust (Martin Crawford); [10] Groen Kennisnet; [11] EurActiv 10 juni 2016: Tony Simons: Agroforestry is a ‘win-win’ for developing nations; [12] 4000 Jaar Kringlooplandbouw; [13] Vademecum Wilde Planten; [14] PFAF; [15] Creating a Forest Garden, Martin Crawford; [16] Forest Gardening, Robert Hart; [17] Agroforestry systems in China, Chinese Academy of Forestry & International Development Research Centre, Canada, 1991; [18] Forest Farming, J Sholto Douglaes & Robert A de J Hart; en meer….








