De Tuin op Tafel is een heel fijn blad

Ja, ja, nu ze er zelf in staan, willen ze erover schrijven. Dat denk je wellicht, maar zo is het niet. Het gaf wel een extra duwtje. We hebben al enige tijd een abonnement op dit (moes-)tuinblad met de unieke formule van fraaie reportages en praktische tips afgewisseld met heerlijke recepten.

Sinds enige tijd zwaait Vera Greutink bij dit blad de scepter. Ze is een heuse ervaren moestuinier die weet waarover ze het heeft. Haar boek Tuinsmakelijk, dat november 2015 verscheen, is voor ons nog steeds een icoon. Vera is nuchter en staat met beide benen op de grond.

Dat spreekt ook uit De Tuin op Tafel, waarin een gezonde mix van reportages over moes- en andere eetbare tuinen, dieren die een moestuinier ook zou houden, wildplukken, teel- en kweektips èn recepten. Want uiteindelijk moeten we onze oogst wel opeten. Het spreekt vanzelf dat Vera een groot aantal artikelen voor haar rekening neemt, maar ook anderen, zoals Peter Bauwens, leveren een bijdrage. De recepten zijn van de hand van auteurs die deze uit een van hun eigen kookboeken hebben overgenomen. Dat is slim. Waarom ook niet? Het gebeurt vaker omgekeerd: koker publiceert vele recepten die dan in boekvorm worden uitgegeven.


De Tuin op Tafel is zo een categorie apart. Voor beginnende en ervaren moestuiniers zeer informatief, er staan ook veel mooie recepten in. De vormgeving is bovendien heerlijk rustig; een welkome aanvulling op andere moestuin bladen.

TitelDe Tuin op Tafel
VanHoofdredactie Vera Greutink
UitgeverVIPMEDIA Publishing & Services
ISSN
Verschenenelk kwartaal
Prijs€ 25,50 per jaar (vier nummers)
Verkrijgbaar bijAbonneren hier, anders bij boekhandels, tijdschriftenkiosken enzovoorts.

Steeds fraaier

We leggen het naast de Nederlandse uitgave van Gardeners World die we van Groenmoesmarkt 2020 hebben meegenomen. Dat is ook informatief, maar veel kleuriger en drukker opgemaakt. De Tuin op Tafel oogt rustiger. Nu we, terwijl we deze zinnen schrijven, de twee bladen een paar maal naast elkaar bekijken, wordt De Tuin op Tafel steeds fraaier.

Jaren geleden was er geen fatsoenlijk moestuinblad meer in De Lage Landen – en die er ooit waren waren omgeschakeld naar glossy, snel, veel foto’s en korte berichten. Vooral niet te veel tekst. Leuk om bij het tijdschriftenvak van de boekhandel door te bladeren, maar eigenlijk had je er geen fluit aan. Op aanraden van Boswief, die dezelfde ervaring had, namen we een abonnement op het Duitse Kraut und Rüben. Het blad Stadstuinieren maakte ondertussen opkomst en het aandeel ‘stads’ werd – ook in de titel – gelukkig kleiner. Op dat blad hebben we ook een abonnement. Maar De Tuin op Tafel is anders, prettiger en het voegt iets toe aan de instructies van ‘zaai nu’ en ‘snoei zo’ die in de andere bladen staan. Natuurlijk de recepten, maar de kennis en ervaring van hoofdredacteur Vera straalt in alles door.

Claudia Roden (sorry, we geven hier niet de hele receptuur weg)

Lees mee met het doorbladeren

Om je een indruk te geven, bladeren we het maart-april-nummer 2020 van De Tuin op Tafel van voor naar achter door.
Normaliter slaan we een hoofdredactionele intro over. Dit is immers vaak geschreven door iemand die minder inhoudelijke kennis heeft. Maar dat van Vera is van moestuinier tot moestuinier.

Dit nummer begint met een fraaie reportage over de kwekerij Smaeck Akker in Best, gerund door een eigenzinnige Frodo Dekker. Het is leuk zijn visie op alledaagse tuinzaken te lezen. Over bladcompost: “Het is een rustige voeding, maar voor de tuin is het gewoon goud. Groente moet iets harder werken, diepere wortels ontwikkelen die meer vertakt zijn [….]” Wij maken ook bladaarde. Frodo is een veganistische tuinier – niet uit principe, maar hij gebruikt geen dierlijk mest. Wij gebruiken de drollen van onze bonte Bentheimer landvarkens, die op hun beurt vegetariër zijn, omdat we ze geen vlees geven. Mag dat ook?


Kim is Madame Zsazsa

Kim Leysen – waar ken ik die naam van, ja, dat is Madame Zsazsa, die ook in Velt Seizoenen schreef – verhaalt over haar kippen. Herkenbaar.

Geweldige recepten van Claudia Roden, uit haar boek Arabesque – okay, niet 1:1 groenten die je in het voorjaar uit de moestuin haalt, maar iets als amandelrolletjes in honingsiroop…. We hebben drie bijenkasten in onze tuinen, dan mag dat.


Wildplukken wordt gewoon

Wildplukker Mirjam Scholten vertelt wat ze zoal uit de … uh…. wildernis die ons omringt plukt. Ze signaleert een ommekeer in de opvattingen: “Mensen waarschuwden mij vroeger als zij mij zagen oogsten in de natuur: ‘Pas je wel op!’ Maar tegenwoordig stoppen mensen en vragen ze wat ik aan het plukken ben.” Zo gaat dat. Hoewel wij Elsje Bruijnesteijn al heel lang kennen, hadden we nooit van het Wildplukkersgilde gehoord. Nu wel. Mirjam geeft een aantal mooie voorbeelden, die je makkelijk de komende maanden thuis kunt maken, zoals gefrituurde paardenbloemen.

Hierna volgt een overzicht van een aantal nieuwe soorten en rassen groentezaden van vijf zaadhandelaren. Maar ook al lang bekende, zien we, zoals de biet Chioggia of koolrabi blauw. Hmmm, in deze rubriek zouden onze eigen bijzondere zaden niet misstaan.


De lekkerste aardbeien

We vervolgen met ‘Zo kweek je de lekkerste aardbeien’. Vera Greutink bezocht de firma Henselmans, die kennelijk een belangrijke speler is en aardbeienplanten aan veel professionele telers levert. Daar kunnen we dus van leren. Aardbeien willen een langzaam werkende meststof, maar niet te veel en ook niet te veel stikstof, want dat leidt tot een te forse groei. Zouden cacaoschillen goed zijn? Aardbeien in chocola gedoopt zijn in elk geval verrukkelijk 😊

Veel groenterecepten van Mikkel Karstad, die het boek Evergreen schreef, dat over de Scandinavische groentekeuken gaat. De wortelsoep met kardemomyoghurt lacht mij toe.

Suzanne Monnier schrijft over haar voorzaaikriebels. Zij noemt zichzelf groentegek, dat doet mij onmiddellijk denken aan mijn geuzennnaam groentefundamentalist, ooit daarvoor uitgemaakt door mijn, op 4 maart j.l. veel te jong overleden, kookvriend Holger. Hij wilde ooit in december soep maken van verse tomaten. Suzanne geeft in haar rubriek veel praktische tips.

En dan weer een viertal recepten uit het kookboek Sharing van Benoit Dewitte. Ze zijn al wat zomers, met aubergine en bloemkool (hoewel weeuwenteelt vroege bloemkool lever), maar dat mag niet deren – sprak de groentefundamentalist.


De kas van Jan

In Deel 1 van De Kas van Jan gaat het over Jan in de kas. “….. als het in de achtertuin is en je het geld kunt missen, kun je een prachtige grote cederhouten kas neerzetten. Ik ga zelf voor een aluminium frame want dat is makkelijk schoon te maken en gaat lang mee [….]” Tja. We bulkten niet van het geld, maar in 1998 vonden we een natuurlijke, cederhouten kas van Alton erg fraai in onze tuin passen. We hebben nu mogen ervaren dat het zo’n twintig jaar meegaat. Het zure cederhout rot uiteindelijk toch door. Nu houden we het geheel met eigen reparaties bij elkaar. In 2021 komt er wellicht een nieuwe kas. Van aluminium, maar dan wel zwart of groen gemoffeld.
Daar gaat het artikel eigenlijk niet over, maar deze zin was voor ons extra opvallend omdat er onlangs, Na Ciara en na Dennis een dakraampje uit onze kas was geblazen. Net als Jan gebruiken we onze kassen (we hebben er twee) behoorlijk intensief. We kunnen niet meer zonder.

Hierna volgt een uitermate boeiend artikel over onze Eetbare Siertuin. In alle bescheidenheid: Lees het maar zelf.

Wat je zoal met paardenbloemen kunt doen. Links: gefrituurd, rechts kappertjes van bloemknoppen

Instatuiniers

Dit is een nieuwe rubriek gevuld met interviews met moestuiniers die zich op Instagram etaleren.  Dit keer de Amerikaan Kevin Espiritu die zo’n 145.000 volgers kent. In zijn naam huist al de bevlogen geest. Hij heeft een tuin van 6 x 12 meter. Een postzegeltje, naar onze maatstaven. Maar des te groter de kunst om er veel uit te oogsten.

Waarvan weer een serie uiterst smakelijke recepten van Rukmini Iyer uit het boek De Groene Bakplaat. Gerechten uit de oven waar je je hele moestuin in kunt stoppen.

En dan Peter Bauwens die een serie start over zaden. Er staat ‘Zaden en peulvruchten’ – wel een beetje vreemd, alsof boontjes en erwten geen zaden zijn. Maar dat is zo ongeveer het enige vreemde dat we hebben gezien. Hij bespreekt de edamame boontjes. Zeer aantrekkelijk. Hebben we dat niet ooit eens zelf geteeld? Er is zoveel moois.

Twee pagina’s uit Peter Bauwens’ artikel over edameme

Heb je ooit van Tuinderij De Es gehoord? Het omvat twee hectare en men teelt er (uiteraard) zonder kunstmest of bestrijdingsmiddelen. Voor een moestuinier is het altijd leuk om van een ander te horen dat er elk jaar wel eens iets mislukt.

Tenslotte weer een viertal fraaie recepten uit een boek dat de naam Het Mediterrane Forest Feast Kookboek heet. Ook nu weer prachtige, goed zelf maakbare recepten. Maar waarom Forest Feast? En waarom in het Engels? Even googlen en we komen erachter dat het heus feest in het bos is. Boslust had een mooie vertaling geweest. Ooit verhuisde ze, fotografe en kunstenares, van New York naar Calfornië waar ze in het bos ging wonen. En schreef daar in 2014 het eerste kookboek The Forest Feast, pure boslust. Er volgden nog een paar ‘forest feasts’ en in 2019 in het Engels The Forest Feast Mediterranean.

Uit

Dat was het laatste item in de eerste Tuin op Tafel van 2020. Het verschijnt vier keer per jaar. Dat is, voor zo veel informatie en mooie recepten, een fijne frequentie.

Plaats een reactie