Sint-Jansui

Sint-Jansui 1Voor Sint-Jan (24 juni) moet de Sint-Jansui worden gerooid. Het is de vroegste ui die we kennen. Inmiddels is het een zeldzaam Nederlands gewas dat o.a. in Slow Food’s Ark van de Smaak is opgenomen. Het is een bijzonder uitje dat zich alleen vegetatief laat vermeerderen.

Sint-Jansui (Allium x cornutum) werd vroeger, en nu ook nog, vooral rond Utrecht geteeld. Deze peervormige ui is geschikt om in te maken maar minder om mee te bakken of te koken (zoeter, weeïg van smaak). Rauw verwerkt is de Sint-Jansui ideaal. Hij heeft een goede, soms scherpe en naar knoflook neigende smaak. Dat hij voor Sint Jan (24 juni) moet worden geoogst, kan een verklaring zijn voor de naam, maar mogelijk is er ook een verband met het kapittel van Sint Jan, dat naast de Utrechtse Dom een kruidentuin had.


Sint-Jansui - planten - foto Rasbak Wiki Commons
Foto: Rasbak, Wiki Commons

Sint-Jansui is in Nederland verdrongen door lente-c.q. bos-ui en sjalotten. Een vergelijkbare ui wordt nog wel in Kroatië (ljutika), Duitsland (Johannislauch), Frankrijk (ciboule vivace of cive de Saint Jacques) India (pran), Tibet, Canada en de Antillen (cive rouge) geteeld.


Naamgeving

Een oude naam is A. cepa var viviparum. We treffen ook Allium fistulosum var. bulbifera en Allium cepa var. proliferum als Latijnse namen voor deze ui aan. Maar dat is,volgens ons, niet correct. Wageningen UR hanteert, net als veel andere wetenschappelijke bronnen Allium x cornutum. Rond 1900 wordt de ui ook genoemd in het Album Vilmorin, daar als perennial  welsh onion.


Teelt

Broedbolletjes - foto: Rasbak, Wiki Commons
Broedbolletjes – foto: Rasbak, Wiki Commons

Sint-Jansui (Allium x cornutum) kan niet uit zaad worden vermeerderd, omdat ze triploïde (zie hierna) is. Ze hebben wel bloemen. En er ontwikkelen zich daarentegen wel broedbolletjes (klisters) aan de bloem. Dit heet viviparie. Deze kunnen worden geplant. Het duurt dan twee seizoenen eer er een ui van eetbaar formaat is ontstaan.
De gebruikelijke vermeerdering is door bollen, die nieuw, ondergronds worden gevormd. Net als de tenen bij knoflook, maar dit heeft iets meer van ondergrondse sjalotten. De geplante bol maakt namelijk zijscheuten, dat de nieuwe bollen worden.

Poten half augustus
  op 15 cm afstand. Tussen de rijen 20 cm.
Oogst Rond 1 juni de uien lossteken, opdat het loof sneller afsterft.
Voor 24 juni oogsten
Om nieuw pootgoed te winnen, een week of twee later (rond 1 juli)

Grote weerstand tegen koude. Ook al vriest het -25o C.
Bemesting: compost


Triploïd

Sint-Jansui 2De Sint-Jansui is een triploïdie, dat betekent dat elk chromosoom drie keer in de celkern voorkomt. Elk gen komt dus drie maal voor. Dat is iets uitzonderlijks in de natuur, maar kan bij mensen ook voorkomen. Want voor bevruchting worden de chromosomen over de geslachtscellen verdeeld: stuifmeelkorrels hebben één set chromosomen, eicellen (in de stampers) hebben een andere set chromosomen. Het komt ook veelvuldig voor dat er vier of zes sets chromosomen voorkomen. Dat is allemaal gelijk te verdelen. Maar drie niet. Triploïdie organismen kunnen zich (dus bijna alrijd) niet geslachtelijk voortplanten.

Analyse van de moleculaire markers (iso-enzymen, RFLP en RAPD ) maakt het verwarrend om te oordelen waar deze ui precies uit is ontstaan. In elk geval Allium cepa (gewone ui), A. Roley (hoog uit de Himalaya) en vermoedelijk A. pskemense (zuid Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan). Andere bronnen zeggen Allium cepa, A. farctum (Pakistan, Afghanistan) en A. rhabotum (?).
Het zijn er in beide gevallen drie, hetgeen dan ook de verklaring voor triploïdie kan zijn.

3 gedachten over “Sint-Jansui”

    • Ik heb eerlijk gezegd nog nooit ui ingemaakt. Dus ik kan je op dit vlak niet helpen. Google wil wel eens helpen (en soms zoek ik met de Engelse tekst, geeft vaak beter resultaat.

Plaats een reactie

Verschijnt een à twee keer per maand. Met een breed scala aan onderwerpen uit het groenere leven en lekkere recepten.

Kijk in ‘spam’ of ‘reclame’ wanneer u niet binnen een paar minuten een e-mail ontvangt.