Groenlof of suikerij

Foto: Commons Wikimedia – Goldlocki

Cichorium intybus var. foliosum f. cylindricum
Groenlof, suikerbrood, (verbeterde) suikerij (Nederlands); sugarloaf (Engels); Zukerhut, Fleischkraut, Herbstzichorie (Duits); pain de sucre, chicorée sauvage améliorée (Frans); ? (Spaans); Pan di Zucchero(Italiaans)

Over de naam

Groenlof is naaste familie van witlof, roodlof (radicchio) en andijvie en lijkt op een Romeinse sla of Chinese kool. Ze vormt door in elkaar gedraaide bladeren een kegel. De milde smaak kent een verrukkelijk bittertje, zoals dat vroeger ook in witlof voorkwam. Andere Nederlandse namen voor groenlof zijn suikerij en suikerbrood.


Suikerkegels

Suikerij is een verbastering van cichorei, suikerbrood verdient nadere toelichting: Vandaag de dag kennen we (Fries) suikerbrood als het met suiker doordrenkt brood, maar vroeger werd suiker als een kegel verkocht. Die noemde men suikerbrood. De vorm van groenlof doet aan de suikerkegel denken. In het Frans heet groenlof pain de sucre, in het Engels sugarloaf en in het Duits Zuckerhut (de kegel als punthoed). Overigens werd de naam suikerij pakweg honderd jaar geleden ook gebruikt om surrogaatkoffie te duiden, gemaakt van cichoreiwortel (Cichorium intybus var. sativum).


Historie

Cichorium intybus var sylvestre is de wilde cichorei die bij ons veelvuldig in het wild, langs wegen en paden, voorkomt. Deze wilde chicorei staat aan de basis van honderden groenten, zoals andijvie, witlof, roodlof en dus ook groenlof. Italië kent nog veel meer cultuurvariëteiten. De witlof en roodlof gaan samen onder de Latijnse naam Cichorium intybus var. foliosum. Groenlof heet formeel Cichorium intybus var. foliosum f. cylindricum. Dat laatste beschrijft de vorm van de plant.


Hoewel ze al bij de Grieken en Romeinen bekend was, is het Zwitserse kanton Tessino gekend als de plaats van herkomst. Het belangrijkste teeltgebied ligt daarmee aan de zuidkant van de Alpen en daarmee ook Noord-Italië en Oostenrijk. Het wordt tegenwoordig geduid als een groente uit Italië en Noordwest-Europa. Italië is de grootste exporteur. Groenlof wordt in Nederland niet of nauwelijks aangeboden, laat staan in restaurants geserveerd. Het is voor ons een heuse vergeten groente die slechts nog door hobbytuiniers wordt geteeld. In de Angelsaksische landen is het inmiddels schier onbekend. Het staat niet in The Oxford Companion to Food.


Alom wordt aangenomen dat groenlof de suykerij (chicorei) is die in oude geschriften is vermeld. Chicoreiwortel, voor het maken van surrogaatkoffie, vond pas rond 1800 in Nederland zijn oorsprong. En witlof is iets Belgisch van de negentiende eeuw is (1830-1870). Je kan andijvie zien als een losbladige groenlof – net zoals er kropsla en losbladige slarassen bestaan -, maar van die plant wordt pas in de twaalfde eeuw voor het eerst gewag gemaakt. Hoewel de oude Grieken wel een losbladige en een grootbladige chicorei onderscheidden. Misschien dat de losbladige toch een vorm van andijvie was of gewoon de wilde chicorei?
En roodlof (radicchio) dan?
Roodlof is een stevige bol die lijkt op een rode krop sla. Tegenwoordig is er ook een witlof-achtige versie van roodlof. Doch in de Romeinse tijd werd er al een onderscheid gemaakt tussen chicorei en radicchio.
We kunnen haast niet anders concluderen dat groenlof een heel oude groente is en sinds de klassieke oudheid een cultuurgewas.


In hoeverre oude geschriften met ‘chicorei’ allemaal verwijzen naar de gecultiveerde versie of op de wilde chicorei doelen, is niet altijd duidelijk. Ze behoort in elk geval, net als zuring en paardenbloem, tot de Bijbelse bittere kruiden die bij het Joodse Paasmaal worden gegeten. Expliciet wordt vermeld dat Sefardische Joden de wilde chicorei gebruiken.

De Romeinse dichter Horatius schreef ca. 30 voor Christus: “Me pascunt olivae, me cichorea, me malvae.” Vrij vertaald als: Geef mij maar olijven, cichorei en malva (kaasjeskruid). Plinius de Oudere raadt (ca. 70 na Christus) aan het sap van chicorei te mengen met rozenolie en azijn als middel tegen hoofdpijn.

Kropvorming van boven gezien

In Nederland wijzen in Deventer gevonden zaden erop dat het gewas in de elfde of twaalfde eeuw hier al werd verbouwd. Rond die tijd stammen ook de vroegste aanwijzingen uit Engeland. Klip en klaar wordt het uit de bestellijst uit 1500 van de Abdij van Vorst waarin ‘suykerijzaet’ staat. Dat zal heus niet de wilde vorm zijn geweest. Het documenteren, kopiëren en verspreiden van informatie – dus ook dit soort gegevens – was tot de invoering van de boekdrukkunst monnikenwerk. En als die er niet over schreven …..


In vroeger tijden werden ook de wortels van de chicoreiplanten gegeten. Later werd dit meer als veevoer gebruikt. In zijn ‘Beschryving van de Moes- en Keuken-Tuin’ (1769) noemt Johann Hermann Knoop expliciet Andivie en de chicorei-wortel. Een paar decennia later zal de surrogaatkoffie uit de gedroogde wortels worden gemaakt. In zijn boek komen vier soorten andijvie voor; geen chicorei voor die op groenlof lijkt.

Matthias de Lobel kent in zijn ‘Kruydtboeck oft beschrijvinghe van allerleye ghewassen, kruyderen, hesteren, ende gheboomten’ (1581) witte endiuie en – interessant! – gheerolde endiuie. Hij schrijft dat deze “breeder blaaders/gherimpelt/ende vouwen hebbende/gherolt gelijck de Coolen”. Dat moet groenlof zijn, iets anders is vrijwel uitgesloten.

Honderd jaar later heeft Steven Blankaart het in zijn ‘Den Neder-landschen herbarius ofte kruid-boek der voornaamste kruiden’ (1698) over ‘endivia en chicorium’. Hij heeft het ook over krul-endivie. Bij chicorium heeft hij het over ‘kleinder, groender en met eenige haaragtigheid wat ruwer.’ Dat klopt. Wie de plant kent ontwaart op de buitenste bladeren van groenlof piepkleine haartjes. Blankaart vermeldt de wilde chocorei apart.


Het Groot Warmoezeniers Handboek van T.F Uilkens verscheen in 1855. Daarin wordt uitvoerig andijvie beschreven en chicorei. Van een van de rassen zegt hij dat ze, net als sla, een krop vormt.

Stadsarchief Gent – affiche uit de Eerste Wereldoorlog

Vroeger was alles beter. Nou ja, er was in elk geval wel een gevarieerder aanbod van groenten. Bij het CBS komt groenlof niet voor in de cijfers over de Nederlandse groenteteelt (primo 2019). AGF Nieuws rept op 13 december 2018 weliswaar over groenlof, maar in een bericht over een Oostenrijkse exporteur, op 20 september 2017 in een verhaal over een grote Italiaanse agrarische coöperatie, 19 mei 2017, idem dito en maart 2017 over Sloveense telers. Daarna worden de berichten rap ouder: 2014 en 2010.


Culinair

De plant vormt een vrij grote, langwerpige, gesloten krop met een toegespitste punt. Het lijkt een beetje op Chinese kool of Romeinse sla. Groenlof kan wel 2 kg zwaar worden.
Deze krop is groen aan de buitenkant en lichtgeel van binnen. Verwijder de buitenste (lelijke) bladeren. Groenlof eet je zowel rauw als gekookt. De smaak ligt ergens tussen die van witlof en andijvie in; een bittertje.
Ideaal voor stamppot en knapperige wintersalades.
Door groenlof een tijdje in lauw water te leggen, worden de bitterstoffen enigszins onttrokken. Andere goede voedingsstoffen ook.


Bewaren

Vers geoogste groenlof blijft enige tijd (weken) goed in de koelkast. Ook gesneden, in een plastic zak, houdt het enkele dagen goed vol. [2] Schrijft dat als de strenge vorst komt, u de planten beter uit de grond kan nemen, al het blad eraan laten zitten en een stukje wortel eraan kan laten zitten. Dan zijn ze, opgehangen, nog enkele weken op een koele plaats te bewaren. Hmmmm. Veel werk en er zijn ook andere goede wintergroenten. Een andere bron heeft het erover de plant in krantenpapier te wikkelen en dan zou deze in een koele ruimte ( < 8o C) tot twee maanden houdbaar zijn.
En wie weet lukt het u om van de wortels surrogaatkoffie te maken. Zoals in de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk was. Caffeinevrij. Dat wel.


Voedingswaarde

Er is niet veel bekend. De groente is te ongebruikelijk. Volgens de Duitse Wikipedia mogen we hetzelfde nemen als voor andijvie en witlof. Daar twijfelen we aan, daar witlof vandaag de dag nogal industrieel wordt geteeld.

Per 100 gram rauw groenlof:

calorieën15 kcal
water_ gr
eiwitten (proteïne)2 gr
vet (lipiden)_ gr
koolhydraten2 gr
voedingsvezel_ gr
suikers 
disachariden 
mineralennatrium _ mg; kalium _mg; calcium 20 mg; magnesium _ mg; fosfor _ mg; ijzer 1 mg; koper _ µg; zink _ µg, mangaan _ µg; selenium _ µg
Vitaminen: 
Retinol (A)_
thiamine (B1)30  µg
riboflavine (B2)80 µg
niacine (B3)_ µg
pantotheenzuur (B5)_ µg
vitamine B6_ µg
folaten (totaal – B11/ B9)_ µg
cobolamines (B12)_
ascorbinezuur (C)15 mg
Vitamine D_
vitamine E (alfa-tocopherol)_ mg
Vitamin K (phylloquinone)_  µg
Aminozuren_
Lipiden: 
Verzadigde vetten_ mg
Enkelvoudig onverzadigd_ mg
Meervoudig onverzadigd_ mg
Cholesterol 
Choline_mg
Glutathion_ mg
alfa-linoleenzuur (omega-3 ALA)_ mg
Eicosapentaeenzuur (omega-3 EPA) 
Gamma-linoleenzuur (omega-6 GLA)) 
Flavonoïden:  
Isorhamnetine (flavonoide)_ mg
Quercetine (flavonoide)_ mg
Kaempferol (flavonoide)_ mg

Nul is ook een waarde. Wat onbekend is, is niet ingevuld.

De bitterstoffen lactucine en lactucopicrine worden als ‘goed voor de gezondheid’ betiteld.


Teelt

Zaaienjuni en juli, om schieten te voorkomen (bij lage temperaturen wil de plant schieten)
In de volle grond, ½ – 1 cm diep. 5 cm uit elkaar.
Dit maakt het een leuk nateeltgewas, na sla of na tuinbonen.
UitplantenN.v.t.
Oogst2 – 3 maanden later: de herfst en later
 Dat ‘later’ kan betekenen dat u bij aangekondigde strengere vorst de hele plant uit de moestuin neemt en in de koude bak plaatst. Groenlof kan door het weer een rabberig en snotterig uiterlijk krijgen, maar blijft van binnen lang goed.

Eerst vormt de plant een rozet, daaruit vormt zich de krop.


Zaailingen

Plantafstand: 30-35 cm in de rij; 30-35 cm tussen de rijen.

Water: het is een bladgroente, dus normaal.


Bemesting

Eerder arm dan rijk. Niet veeleisend. Matig met stikstof.


Bodem & standplaats

Alle grondsoorten. Mag in de half-schaduw.


Grotere groenloffen op een rij

Rassen

Niet veel, omdat het weinig in de beroepsteelt wordt toegepast. Suikerbrood c.q. Zuckerhut is de naam van het “oudste” ras. Er zijn wel verbeteringen, zoals Elmo, Scarpia, Poncho. De laatste twee zijn goed sluitend.
Dan is er Stammvater, net als Poncho een ouder ras. Uranus is halfhoog met compacte stevige krop. En Uranus kan goed tegen vorst. En zelfs hybriden: Jupiter F1 en Pluto F1 – beide nogal schietresistent en geschikt voor vroege teelt.


Zaadteelt

Geen gegevens gevonden. Maar het zal zoals bij witlof zijn. Enkele wortelstokken laten overwinteren (witlof is vorstbestendig, dus groenlof zal dat ook zijn, nemen wij aan) en in het voorjaar uitplanten. Er zullen dan ongetwijfeld mooie blauwe bloemen uit voortkomen, die zaad vormen dat u kunt oogsten.


Ziekten en belagers

Bij te stikstofrijke grond rot door grijze schimmel (botytis). En verder bladluis en echte meeldauw.


Literatuur: [1] Food Plants of the World; [2] Handboek Ecologisch Tuinieren; [3] Planten voor Dagelijks Gebruik; [4] Groente & Fruit Encyclopedie; [5] Wikipedia 25-06-2009 – 31-03-2019; [6] Groentekookboek; [7] De introductie van onze cultuurplanten en hun begeleiders, van het Neolithicum tot 1500 AD, A.C. Zeven (redactie); [8] Wisconsin Master Gardener website, 11 juni 2012; [9] Spontaneous gene flow and population structure in wild and cultivated chicory, Genetic Resources and Crop Evolution 2008

Plaats een reactie

Verschijnt een à twee keer per maand. Met een breed scala aan onderwerpen uit het groenere leven en lekkere recepten.

Kijk in ‘spam’ of ‘reclame’ wanneer u niet binnen een paar minuten een e-mail ontvangt.